OPERA GAZET
![]()
Operette
van
Johann Strauss (muziek) en Victor Leon & Leo Stein (libretto). Bewerking van
Adolf Müller. Wereldpremière op 25 oktober
In plaats van het Wiener
Congres werd de handeling verplaatst naar het Opernball. Behalve dat men in de
eerste acte hedendaagse kledij draagt, is er ook geen graaf Bitowski in de
tweede en derde actes, maar een gravin Bitowski! Josef, de dienaar van Graaf
Zedlau, is praktisch de hele eerste acte op het toneel aanwezig. Tot zover alles
wat anders dan gewoonlijk was.
Het éénheidsdecor van Bernhard Niechotz, steeds aangepast aan de drie locaties:
de villa (I), het Opernball (II) en de Heurigen (III) was wel indrukwekkend. De
regie van Marius Burkert was vlot, zoals het hoort en met plaats voor de nodige
humor. Slechts in het begin van de derde acte viel de actie een beetje stil.
Het
koor werd voorbereid door Martin August Fuchsberger en zong en bewoog zoals in
deze operette verwacht wordt. Toch is het jammer dat de mars van de Komtessen
(Nr.
De solisten waren allen van goede kwaliteit. Franzi Cagliari werd vlot gespeeld
door Petra Halper-König met een frisse stem, slechts enkele hoge noten klonken
nogal scherp. Christa Ratzenböck was eveneens geknipt voor de rol van Gravin
Zedlau. Het pittig “soubretje” Pepi was eveneens op alle gebied veilig bij
Theresa Grabner. De voor ons nieuwe verschijning van Gravin Bitowski werd heel
professioneel gespeeld door Uschi Plauz. De rol van Anna, de meid in de villa
waar Franzi verblijft, werd een beetje aangedikt door Alexandra Zimmerman,
weliswaar met een goed resultaat. Bij de heren stak de tenor Eugene Amesmann er
bovenuit. We kennen hem al jaren en hij wordt, zoals de wijn, steeds beter!
Alles werd goed gezongen en dito geacteerd. Ook Josef, de dienaar van Zedlau,
was in goede handen bij de beloftevolle jonge tenor Robert Maszl. De vorst
Ypsheim, premier van Reuss-Schleiss-Greiz was uitstekend getekend door
Ernst-Dieter Suttheimer, vooral in de scènes met de Kagler van Franz Suhrada.
Karl Herbst speelde een Fiakerkutscher en Christian Kotsis de waard in Hietzing.
Er zijn nog voorstellingen
tot 30 augustus 2009.
H.V. (Gepubliceerd op
2/8/2009)
Foto's van boven naar onder:
1) Graaf en gravin Zedlau: Eugene
Amesmann en Christa Ratzenböck.
2) Franzi (Petra
Halper-König), Kagler (Franz Suhrada) en Vorst Ypsheim (Ernst-Dieter Suttheimer)
Copyright foto'
TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK
![]()
Operette van
Franz Lehar
(muziek) en Fitz Löhner-Beda & Ludwig Herzer naar Victor Léon (libretto).
Wereldpremière op 10 oktober
De
eerste versie van “Das
Land des Lächelns” was getiteld “Die gelbe Jacke” (première 9 februari
De uitvoering begon uiteraard met de prachtige ouverture door het Franz
Lehar-Orchester, zeer gevoelig en stijlvol uitgevoerd onder de zeer bekwame
leiding van Vinzenz Praxmarer. Helaas was het vervolg, vooral scenisch, een
teleurstelling. Het rare, schuin liggende decor in een vierkant met een punt
naar voor, was niet steeds handig. De grote panelen werden zichtbaar door in het
zwart geklede technici gedraaid of verschoven. Zij stonden eveneens in voor het
wegruimen van de boeddha die Lisa stukgooit. Ook hinderde ons het voortdurende
op en aflopen van de vertolkers via de zaal. Als Lisa in het begin aankomt, is
het enige wat men kan bedenken, dat ze vlug, na haar aria, een sigaret opsteekt!
Haar genodigden leken wel een troep gedrogeerden of punkers, klaar voor een
orgie. De kledij en de haartooi van haar vader, een graaf en veldmaarschalk, was
wel volledig naast de kwestie. Het is ook een raadsel waarom de tante door een
man moest gespeeld worden. We stoorden ons er ook aan dat de hoofdrolvertolkers
geregeld en zonder een bepaalde reden op de grond gingen zitten of liggen. Ook
was het wat overdreven dat in de finale van de eerste acte Sou al boven op Lisa
ging liggen.
Het
is ook nogal straf dat men Lehar gaat verbeteren door interventies van het koor
bij te voegen in de tweede aria van Sou: “Von Apfelblüthen...” en het lieflijke
“Meine Liebe” ineens in een tango te veranderen. De kledij en de schmink van Mi
waren ook nogal vreemd. Dat Gustl de Eunuch kuste, past misschien in de huidige
tijd, maar in een dergelijk werk geniet het niet bepaald onze voorkeur. Het hele
Chinese koor had hetzelfde kostuum (zowel mannen als vrouwen), droeg dezelfde
bril en dezelfde pruik. De originele reusachtige gele mantel die Sou krijgt, was
ook lichtelijk overdreven en bovendien onhandig. Dat Lisa en Güstl aan het slot
sterven is ook raar of hebben we dit verkeerd begrepen? Dat Oom Tschang Mi slaat
gaat voor dergelijke figuren ook te ver. De choreografie van regisseur Leonard
C. Prinsloo paste helemaal niet bij de prachtige balletmuziek die Lehar schreef.
Ook is het ondenkbaar dat Luitenant Güstl zit, terwijl Sou, Tschang en Lisa
rechtstaan in een scène in de tweede acte. Dat Sou niet van de vier bruiden wil
weten, namen we goed aan: het leken meer heksen met lange zwarte nagels in een
onmogelijk zwart kostuum met gekleurde spanbroek. Wellicht ging de hele aanpak
van de regisseur Prinsloo en zijn team boven ons petje! Diverse medegasten uit
ons hotel waren dezelfde mening toegedaan.
Vincent Schirrmacher nam de hoofdrol van prins Sou-Chong op zich en vocaal was
er niet veel op aan te merken. Een prachtstem die hij heel handig gebruikte.
Helaas zwaaide hij nogal overdreven met zijn armen. Na “Dein ist mein ganzes
Herz” ging hij vlug weg, maar kwam even vlug terug, met weinig waardigheid, om
een bis te zingen. Lisa werd gezongen door Miriam Portmann. Ze bezit wel een
mooie stemkleur maar vluchtte een beetje weg van de hoge noten, ook kwam ze niet
heel vlot over in opstaan, zitten en liggen. Spijts de duidelijke dirigent, zong
Thomas Zisterer als Güstl soms uit de maat, maar over het algemeen kon hij het
met de uitstekende Mi van Elisabeth Schwarz goed vinden. We noemen verder:
Gerhard Balluch (vader van Lisa in I en hogepriester in II), Thomaz Kovacic (Tschang
en een generaal), Erik Göller (dienaar bij Lisa en de oppereunuch), Karl Herbst
(de tante), Alexandra Zimmermann (Lore, nicht van Lisa), Jung-Yoon Kom
(secretaris der ambassade).
Voor ons was deze vorstelling een desillusie, hoewel de lokale pers een andere
mening was toegedaan en zich vooral lovend uitliet over de moderne aanpak van
het gegeven.
De mooie traditie elk jaar één werk van Lehar te spelen, wordt volgend jaar
minimaal voortgezet met slechts twee (concertante) uitvoeringen van “Frasquita’.
Wel zijn er volledige opvoeringen van “Die Csardasfürstin” en “Der Fidele Bauer”
H.V. (Gepubliceerd op
4/8/2009)
1) Koorscène in de eerste acte.
2) Miriam
Portmann (Lisa) en Vincent Schirrmacher (Prinz Sou-Chon)
Copyright foto's ©
FotoHofer.
TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK
![]()