OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN BAD ISCHL

Lehar Festival Bad Ischl

“WIENER BLUT”

Wiener Blut - Graaf en gravin Zedlau: Eugene Amesmann en Christa Ratzenböck (Foto: FotoHofer)Operette van Johann Strauss (muziek) en Victor Leon & Leo Stein (libretto). Bewerking van Adolf Müller. Wereldpremière op 25 oktober 1899 in het Carltheater te Wenen. Première van deze productie door het Lehar Festival Bad Ischl in het Kongress & Theater Haus op 11 juli 2009. Bijgewoonde voorstelling op 22 juli 2009.

In plaats van het Wiener Congres werd de handeling verplaatst naar het Opernball. Behalve dat men in de eerste acte hedendaagse kledij draagt, is er ook geen graaf Bitowski in de tweede en derde actes, maar een gravin Bitowski! Josef, de dienaar van Graaf Zedlau, is praktisch de hele eerste acte op het toneel aanwezig. Tot zover alles wat anders dan gewoonlijk was.
Het éénheidsdecor van Bernhard Niechotz, steeds aangepast aan de drie locaties: de villa (I), het Opernball (II) en de Heurigen (III) was wel indrukwekkend. De regie van Marius Burkert was vlot, zoals het hoort en met plaats voor de nodige humor. Slechts in het begin van de derde acte viel de actie een beetje stil.
Het koor werd voorbereid door Martin August Fuchsberger en zong en bewoog zoals in deze operette verwacht wordt. Toch is het jammer dat de mars van de Komtessen (Nr. 10 in de partituur) geschrapt was. Het Franz Lehar-Orchester speelde o.l.v. Marius Burkert, volledig in de Weense stijl, hoewel soms iets te sterk voor enkele solisten. Ook was het spijtig dat sommige dialogen verloren gingen voor niet-Duitstaligen, terwijl het lokale publiek dan wel genoot.
Wiener Blut - Franzi (Petra Harper-König), Kagler (Franz Suhrada) en Vorst Ypsheim (Ernst-Dieter Suttheimer) (Foto: FotoHofer)De solisten waren allen van goede kwaliteit. Franzi Cagliari werd vlot gespeeld door Petra Halper-König met een frisse stem, slechts enkele hoge noten klonken nogal scherp. Christa Ratzenböck was eveneens geknipt voor de rol van Gravin Zedlau. Het pittig “soubretje” Pepi was eveneens op alle gebied veilig bij Theresa Grabner. De voor ons nieuwe verschijning van Gravin Bitowski werd heel professioneel gespeeld door Uschi Plauz. De rol van Anna, de meid in de villa waar Franzi verblijft, werd een beetje aangedikt door Alexandra Zimmerman, weliswaar met een goed resultaat. Bij de heren stak de tenor Eugene Amesmann er bovenuit. We kennen hem al jaren en hij wordt, zoals de wijn, steeds beter! Alles werd goed gezongen en dito geacteerd. Ook Josef, de dienaar van Zedlau, was in goede handen bij de beloftevolle jonge tenor Robert Maszl. De vorst Ypsheim, premier van Reuss-Schleiss-Greiz was uitstekend getekend door Ernst-Dieter Suttheimer, vooral in de scènes met de Kagler van Franz Suhrada. Karl Herbst speelde een Fiakerkutscher en Christian Kotsis de waard in Hietzing.

Er zijn nog voorstellingen tot 30 augustus 2009.

H.V. (Gepubliceerd op 2/8/2009)

Foto's van boven naar onder:
1)
Graaf en gravin Zedlau: Eugene Amesmann en Christa Ratzenböck.
2) Franzi (Petra Halper-König), Kagler (Franz Suhrada) en Vorst Ypsheim (Ernst-Dieter Suttheimer)
Copyright foto'
s © FotoHofer.

TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK

Lehar Festival Bad Ischl

“DAS LAND DES LÄCHELNS”

Operette van Franz Lehar (muziek) en Fitz Löhner-Beda & Ludwig Herzer naar Victor Léon (libretto). Wereldpremière op 10 oktober 1929 in het Metropol-Theater te Berlijn. Première van deze productie door het Lehar Festival in het Kongress & Theaterhaus Bad-Ischl op 18 juli 2009. Bijgewoonde voorstelling op 23 juli 2009.

Das Land des Lächelns - Koorscène in de eerste acte (Foto: FotoHofer)De eerste versie van “Das Land des Lächelns” was getiteld “Die gelbe Jacke” (première 9 februari 1923 in het Theater an der Wien te Wenen) en had weinig succes. Op aandringen van Richard Tauber herwerkte Lehar het stuk en in tegenstelling met het origineel, ontstond nu het droevige einde. In het programmaboekje worden de Tauber-liederen vermeld, die Lehar voor hem schreef. Volgens onze gegevens zit daar een fout in. Het Tauber-lied in “Der Zarewitsch” is niet het “Wolgalied” maar wel de originele “Napolitana”.
De uitvoering begon uiteraard met de prachtige ouverture door het Franz Lehar-Orchester, zeer gevoelig en stijlvol uitgevoerd onder de zeer bekwame leiding van Vinzenz Praxmarer. Helaas was het vervolg, vooral scenisch, een teleurstelling. Het rare, schuin liggende decor in een vierkant met een punt naar voor, was niet steeds handig. De grote panelen werden zichtbaar door in het zwart geklede technici gedraaid of verschoven. Zij stonden eveneens in voor het wegruimen van de boeddha die Lisa stukgooit. Ook hinderde ons het voortdurende op en aflopen van de vertolkers via de zaal. Als Lisa in het begin aankomt, is het enige wat men kan bedenken, dat ze vlug, na haar aria, een sigaret opsteekt! Haar genodigden leken wel een troep gedrogeerden of punkers, klaar voor een orgie. De kledij en de haartooi van haar vader, een graaf en veldmaarschalk, was wel volledig naast de kwestie. Het is ook een raadsel waarom de tante door een man moest gespeeld worden. We stoorden ons er ook aan dat de hoofdrolvertolkers geregeld en zonder een bepaalde reden op de grond gingen zitten of liggen. Ook was het wat overdreven dat in de finale van de eerste acte Sou al boven op Lisa ging liggen.
Das Land des Lächelns - Miriam Portmann (Lisa) und Vincent Schirrmacher ( Prinz Sou-Chon) (Foto: FotoHofer)Het is ook nogal straf dat men Lehar gaat verbeteren door interventies van het koor bij te voegen in de tweede aria van Sou: “Von Apfelblüthen...” en het lieflijke “Meine Liebe” ineens in een tango te veranderen. De kledij en de schmink van Mi waren ook nogal vreemd. Dat Gustl de Eunuch kuste, past misschien in de huidige tijd, maar in een dergelijk werk geniet het niet bepaald onze voorkeur. Het hele Chinese koor had hetzelfde kostuum (zowel mannen als vrouwen), droeg dezelfde bril en dezelfde pruik. De originele reusachtige gele mantel die Sou krijgt, was ook lichtelijk overdreven en bovendien onhandig. Dat Lisa en Güstl aan het slot sterven is ook raar of hebben we dit verkeerd begrepen? Dat Oom Tschang Mi slaat gaat voor dergelijke figuren ook te ver. De choreografie van regisseur Leonard C. Prinsloo paste helemaal niet bij de prachtige balletmuziek die Lehar schreef. Ook is het ondenkbaar dat Luitenant Güstl zit, terwijl Sou, Tschang en Lisa rechtstaan in een scène in de tweede acte. Dat Sou niet van de vier bruiden wil weten, namen we goed aan: het leken meer heksen met lange zwarte nagels in een onmogelijk zwart kostuum met gekleurde spanbroek. Wellicht ging de hele aanpak van de regisseur Prinsloo en zijn team boven ons petje! Diverse medegasten uit ons hotel waren dezelfde mening toegedaan.
Vincent Schirrmacher nam de hoofdrol van prins Sou-Chong op zich en vocaal was er niet veel op aan te merken. Een prachtstem die hij heel handig gebruikte. Helaas zwaaide hij nogal overdreven met zijn armen. Na “Dein ist mein ganzes Herz” ging hij vlug weg, maar kwam even vlug terug, met weinig waardigheid, om een bis te zingen. Lisa werd gezongen door Miriam Portmann. Ze bezit wel een mooie stemkleur maar vluchtte een beetje weg van de hoge noten, ook kwam ze niet heel vlot over in opstaan, zitten en liggen. Spijts de duidelijke dirigent, zong Thomas Zisterer als Güstl soms uit de maat, maar over het algemeen kon hij het met de uitstekende Mi van Elisabeth Schwarz goed vinden. We noemen verder: Gerhard Balluch (vader van Lisa in I en hogepriester in II), Thomaz Kovacic (Tschang en een generaal), Erik Göller (dienaar bij Lisa en de oppereunuch), Karl Herbst (de tante), Alexandra Zimmermann (Lore, nicht van Lisa), Jung-Yoon Kom (secretaris der ambassade).
Voor ons was deze vorstelling een desillusie, hoewel de lokale pers een andere mening was toegedaan en zich vooral lovend uitliet over de moderne aanpak van het gegeven.
De mooie traditie elk jaar één werk van Lehar te spelen, wordt volgend jaar minimaal voortgezet met slechts twee (concertante) uitvoeringen van “Frasquita’. Wel zijn er volledige opvoeringen van “Die Csardasfürstin” en “Der Fidele Bauer”

Er zijn nog voorstellingen tot 29 augustus 2009.

H.V. (Gepubliceerd op 4/8/2009)

Foto's van boven naar onder:
1)
Koorscène in de eerste acte.
2) Miriam Portmann (Lisa) en Vincent Schirrmacher (Prinz Sou-Chon)
Copyright foto'
s © FotoHofer.

TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK