OPERA GAZET
![]()
Operette
van Fred Raymond (muziek), Heinz Hentschke (libretto) en Günther Schwenn
(zangteksten). Wereldpremière op 27 september
"Maske
in Blau" zit in de
overgang van de operette naar de musical en doopte men: revueoperette. De
componist leefde van 20 april 1900 (Wenen) tot 10 januari 1954 (Ueberlingen),
zijn echte naam was Friedrich Vesely en hij begon als cabaret pianist. Weldra
schreef hij chansons die bekend werden, zoals “In einer kleinen Konditorei” en “Ich
hab’ mein Herz in Heidelberg verloren”. Later bouwde hij daar operettes rond.
Ook “Saison in Salzburg” en “Die Perle von Tokay” werden regelmatig uitgevoerd.
Het
verhaal draait rond Elvira Valera. Deze had als gemaskerd model geposeerd voor
een schilderij van Armando Cellini, getiteld: Maske in Blau. Ze beloofde de
schilder na één jaar terug te komen en haar identiteit prijs te geven. Als
herkenningsteken heeft Armando haar een ring geschonken. Tot zover de vermelding
in de kranten, omdat Armando met het schilderij een prijs gewonnen heeft. Na het
afgesproken jaar komt een dame naar Armando’s atelier. Dan beginnen allerlei
verwikkelingen die echter uitlopen in een normaal operette happy-end voor
iedereen.
De regie van artistiek directeur Robert Herzl bezat, zoals we dat gewoon zijn in
Baden, alle ingrediënten voor een dergelijk werk. Humor, fijne details, vlotte
dansjes en romantiek wisselden elkaar vliegensvlug af.
De vrouwelijke hoofdrol was in de veilige handen van de sopraan Romana Noack die
onmiddellijk met haar entreelied “Frühling in San Remo” succes oogstte, vooral
met de mooie hoge C aan het slot. Ze zag eruit als een echte diva en gedroeg
zich de hele tijd met vlotte waardigheid. De tenorpartij werd gezongen door
Darius Merstein-MacLeod die we vorig jaar zagen als een goede Jean Valjean in
“Les Misérables” (met klankinstallatie). Het is een stem die klinkt en hij bezit
alle noten, maar met klankversterker zou hij mooier overkomen. Met zijn
vertolking, de danspasjes en het acteertalent, was hij een goede “jeune-premier”.
De twee buffo tenoren Roman Martin (Josef Fraunhofer, genaamd Joshi) en Tibor
Szolnoki (Ference Baron Kilian, genaamd Ferry) leverden ook zeer goed werk en
hun trio met Armando was een succesmoment. De rol van soubrette Julia bracht
Johanna Arrouas eveneens een verdiend applaus. Edith Leyrer was Marchesa Maria
Maddalena Cavalotti en na een te stil en onduidelijk begin, groeide ze uit tot
een goede actrice. Beppo Binder was een vlotte Valera jr.en Franz Josef Koepp
een vurige Pedro Vegas. Tenslotte leverde Franz Födinger goed werk als Carlo
Gonzala.
De diverse scènes werden heel leuk door meisjes met borden aangekondigd, zoals
in oude films. Het ballet bracht geïnspireerde dansen in de choreografie van
Mátyás Jurkovics, de koren kenden hun werk dankzij Oliver Ostermann. Het simpele
doch voldoende toneelbeeld was van Waltraut Engelberg en de decoromwisselingen
gebeurden zeer vlot. De kostuums hadden ook de nodige afwisseling en
kleurenrijkdom. Bij het bekende sasa-sasa-sasa zong en danste iedereen uitvoerig
op het podium. De Musikalischer Oberleiter Franz Josef Breznik leidde het geheel
met zeer vlotte hand en bij het groeten danste hij zelfs (goed) mee.
Opvallend waren ook gedeeltes waar enkele solisten vanaf het balkon, het koor
vanuit de zaal en het overige gezelschap op het podium met het orkest formidabel
samen bleven. Uit een kort gesprek met de maestro achteraf, bleek het dat hij
erg gelukkig was met onze reactie en hij vond het zoeken van de juiste muzikale
sfeer voor hem primordiaal.
Een zeer aangename avond voor ons en de stampvolle zaal. De productie loopt nog
tot 4 september 2009.
Tijdens het seizoen
2009/2010 wordt hier het 100 jarig jubileum van het Stadttheater Baden gevierd.
Op het programma staan de opera’s “Hoffmanns Erzählungen” en “Hänsel un Gretel”,
de operettes “Der Orlow” en “Die Bajadere” en de musical “West-Side Story”.
Daarover wellicht later meer.
H.V. (Gepubliceerd op 31/7/2009)
Foto's van boven naar onder:
1) TiborSzolnoki, Darius Merstein-MacLeod en Roman Martin.
2) Romana Noach met het schilderij met
het blauwe masker.
Copyright foto's ©
Christian Husar.
TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK
![]()
Operette
van
Johann Strauss (muziek) en Ignatz Schnitzer (tekst). Wereldpremière op 24
oktober 1855 als “Komische Oper” in het Theater an der Wien o.l.v. Johann
Strauss zelf. "Der
Zigeunerbaron" werd vanaf 26 december
De
geschiedenis van Sandor Bárinkay, die na een lange afwezigheid terugkeert naar
zijn Hongaarse heimat is welbekend. De goederen van zijn vader worden door de
zwijnenhoeder Zsupan beheerd. Diens dochter Arsena is niet geïnteresseerd in
Sandor, want zij houdt van iemand anders. De zigeunerin Czipra introduceert
Sandor bij de zigeuners die hem tot hun “baron” benoemen. Sandor wordt dan
verliefd op Saffi, de pleegdochter van Czipra, die eigenlijk blauw bloed heeft.
Sandor, die zich niet waardig acht voor haar, neemt dienst in het leger. Na de
overwinning komt hij weer terug en dan komt het ook met de liefde in orde.
De regie van Christa Ertl was hier minder geïnspireerd dan we verwacht hadden.
Alles verliep wel vlot en logisch, maar weinig details waren uitgediept. Ook het
koor was weinig beweeglijk hoewel
ze wel goed zongen, voorbereid door Oliver Ostermann. In het grote koor in de
tweede acte waar een korist op het aambeeld sloeg, was deze zodanig geplaatst
dat hij de dirigent niet kon zien en de man sloeg met veel overtuiging uit de
maat. Ook kreeg hier het ballet met choreografieën van Mátyás Jurkovics weinig
opvallende kansen.
Bij de meeste solisten was er sprake van goed tot redelijk niveau. De titelrol
werd gezongen door de Sloveense tenor Matjaz Stopinsek, een aangename lyrische
tenorstem, met een volle klank en uitstekende topnoten. Jammer genoeg werd de
hoge C door de dirigent redelijk vlug afgeslagen, waarna het publiek al om “Zugabe”
riep. Hij is een ideale verschijning voor dergelijke rollen en een vlot acteur.
De kleine, maar belangrijke rol van Graaf Homonay werd vertolkt door Thomas
Weinhappel. Deze jonge bariton bezit een goed geplaatste volle stem en dito
hoogte. Mede dankzij zijn imposante verschijning en waardige personaliteit werd
hij terecht het meeste toegejuicht. Helmut Wallner speelde overtuigend Conte
Canero en bracht een leuk lied in de tweed acte. Daar we de Weense tenor
Christian Bauer (Ottokar) al regelmatig aan het werk zagen in kleine partijen,
zouden we hem graag eens in een belangrijkere rol willen zien!
De
vroegere bekende heldentenor Walter Raffeiner bezat wel het goede figuur voor de
belangrijke komische rol van Koloman Zsupan, maar bezit niet meer de middelen
ervoor, de tekst kwam niet duidelijk over en zijn tweede aria klonk ook
onzuiver. Hij had ook het minste applaus. Jammer voor zo een vroeger talent. De
rol werd destijds gecreëerd door de toen beroemde acteurzanger Alexander Girardi.
Volgens een studie van de dirigent Nikolaus Harnoncourt zou deze partij steeds
door een tenor moeten gezongen worden en niet, zoals veel gebeurt, door een
bariton. Roman Lauder speelde zijn knecht Istvan.
Bij de dames was het niveau gelijkmatiger: Saffi werd vertolkt door Anna Ryan.
Deze Armeense sopraan heeft al een indrukwekkend c.v. en zingt weldra Turandot,
Leonore (Fidelio) en de Marschallin (Der Rosenkavalier). Haar mooie donkere stem
klinkt wel een beetje scherp in de hoogte, maar anderzijds kan zij er veel
uitdrukking mee geven. Daarbij, met het uitzicht van een filmster, heeft ze
alles mee voor een grote carrière. Katja Reichert liet als Arsena een mooie
lichte sopraan horen en Beate Maria Vorwerk, als de oude zigeunerin Cipra, een
statige mezzosopraanstem. Ze was ook heel geloofwaardig in haar rol. In de
kleine rol van Mirabella voldeed Franziska Stanner volkomen.
Het huisorkest speelde uitstekend onder leiding van Alexander Negrin, zeer
stijlvol met de echte Weense kleur.
Deze productie wordt nog
gespeeld tot 6 september 2009.
H.V. (Gepubliceerd op
31/7/2009)
Foto's van boven naar onder:
1) Zandor en Saffi.
2) Zsupan met koor der zigeuners.
Copyright foto's ©
Christian Husar.
TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK
![]()