OPERA GAZET
![]()
Operette van
Johann Strauss
(muziek) en Victor Leon & Leo Stein (libretto). Zoals vermeld op de partituur
werd de muziek van Strauss “für die Bühne bearbeitet von Adolf Müller jun.”
Strauss stierf enkele maanden vóór de wereldpremière van 25 oktober
De nieuwe productieleiders
van “Wiener Operettensommer” zijn Patricia Nessy en Markus Windberger.
In het mooie programmaboekje vindt men inlichtingen met wensen voor het nieuwe
productieteam vanwege o.a. Marta Eggerth (de weduwe van de legendarische tenor
Jan Kiepura), de sopraan Birgit Sarata (die vroeger geregeld in Gent optrad) en
Charles Kalman (zoon van Emmerich). Nessy is een bekende sopraan die zowel opera
als operette en musical zingt. Wij zagen haar al als Clivia (Dostal) en als Irma
We bevinden ons ten tijde van het Weense congres in 1815 na de val van Napoleon.
Het verhaal draait rond Graaf Zedlau en zijn echtgenote, die tijdelijk terug
naar haar vader is gegaan. Ondertussen woont Franzi bij hem in de villa. Ook
heeft de graaf een oogje op de jonge Pepi. Als de Minister (vorst Ypsheim) zich
aanmeldt, verwisselt deze Franzi met de gravin die juist is teruggekomen. Als
ook Pepi (waarop de dienaar Josef verliefd is) opduikt, wordt de verwarring
compleet. Tijdens de bijeenkomst bij graaf Bitowski worden allerlei afspraakjes
gemaakt. Aan het slot komt iedereen naar de Rimasuri in Hietzing met de
verkeerde partner. Alles komt in orde, want de enige schuldige is het "Wiener
Blut”.
Het was jammer dat er met klankversterking gewerkt werd. We menen dat het best
zonder had gekund! Ook de plaats van het orkest was ongelukkig gekozen, namelijk
naast de speelruimte, maar zodanig dat de dirigent met de rug naar de zangers
stond en zo af en toe over zijn schouder naar hen keek. De klank van het Wiener
Klassik Orchester was goed, maar de dirigent, Charles Prince, nogal houterig,
zoals een metronoom. Helaas viel de meermaals haperende trompet fel op.
Enkele grote koren waren weggelaten, maar het orkest speelde hun muziek wel.
De aankleding en het toneelbeeld waren verzorgd en pasten uitstekend bij het
werk. Een
kleine figuratie vulde het geheel handig aan zodat er steeds redelijk veel volk
op het podium leek te staan. Het ballet was vrij zwak spijts de goede
bedoelingen van Birgit Pawlik. Het was natuurlijk niet haar fout dat een danser
zijn vrouwelijke partner praktisch liet vallen.
Bij de protagonisten waren er goede en minder goede elementen. Reinhard Hauser
was de beste acteur in de rol van Kagler en kon een gemoedelijke sfeer oproepen
met een extra Wienerlied en dit met een zeer stemmige begeleiding op citer door Barbara Laister-Ebner. Graaf Zedlau werd vlot vertolkt door de jong uitziende
tenor Anton Granner. Als zanger is hij nog zwak en de meeste hoge noten werden
wel mooi, maar mezza voce gezongen. De forte’s waren een beetje aan de bleke
kant. Zijn kamerdienaar, normaal een buffo tenor, werd hier gezongen door de
lichte bariton Robert Pertl. Hij deed het uitstekend als zanger en acteur. Peter
Erdely liet zich opmerken als Vorst Ypsheim-Gindelbach met voldoende vocale
middelen maar vooral als een goede acteur. Vanaf de tweede acte komt graaf
Bitowski ten tonele. Helaas was Christian Joannidis bijna onverstaanbaar in deze
rol. Er werd trouwens nogal veel Weens dialect gebruikt, wat zeker voor
niet-Duitstaligen en toeristen niet goed overkwam. Richard Schmetterer verzorgde
als kelner de dranken in de derde acte.
Bij de dames speelde Tatjana Schullern Gravin Gabriele Zedlau op een waardige
manier en met voldoende vocale mogelijkheden. Hetzelfde kan eigenlijk gezegd
worden van Tanja Watzinger als de danseres Franzi Cagliari. De soubrettepartij
van Pepi werd goed vertolkt door Monica Theiss-Eröd, hoewel we hiervoor liever
een jeugdiger figuur hadden gezien.
Patricia Nessy maakte met deze productie haar debuut als regisseur. Uiteraard,
na bijna twintig jaar bühne-ervaring, is dit het normale moment om daarmee te
beginnen. Alles lijkt hoopgevend voor de toekomst, ondervinding zal het niveau
nog verbeteren. Het enige wat ons echt hinderde was de overdreven background
muziek tijdens de gesproken dialogen.
Er wordt nog gespeeld tot 11 augustus 2009. Volgend seizoen
staat “Die
lustige Witwe” op het programma met Patricia Nessy in de titelrol.
H.V. (Gepubliceerd op
1/8/2009)
Foto's van boven naar onder:
1) Verena Barth-Jurca (Franzi) en Peter Erdelyi (Fürst).
2) Anton Graner (Graf) en Robert Pertl (Joseph).
Copyright foto's ©
TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK
![]()
Opera
van
Gaetano Donizetti (muziek) en Salvatore Cammarano (libretto). Wereldpremière
op 5 juni
We ontvingen een
uitnodiging van de inrichters om vooraf een viering bij te wonen van de 140
jarige diplomatieke betrekkingen tussen Japan en Oostenrijk onder de titel:
Amateur Art Cultural International Interchange. We werden dus eerst vergast op
een amateur uitvoering met diverse zangers, dansers en instrumenten van
traditionele muziek uit Koshigaya City. Daarna volgde een kleine tentoonstelling
over Kalligraphie, Ikebana en Bloemschikken en een korte receptie met Japanse
hapjes. De hoofdbrok voor ons was natuurlijk de opera die pas om 21 uur begon in
Open Air.
Maria
di Rohan” is een weinig uitgevoerde opera, waarvan wel twee volledige CD
opnames bestaan, waaronder één met Edita Grüberova.
We bevinden ons in Parijs ten tijde van Richelieu. Maria, eens een beroemde (?)
courtisane, is heimelijk getrouwd met Enrico, de hertog van Chevreuse. Deze
laatste is wegens een verboden duel in ongenade gevallen. Maria roept dan de
hulp in van haar vroegere geliefde Riccardo, een gunsteling van de koning. De
aristocraat Armando di Gondi bespot Maria met haar verleden en Riccardo zal hem
tot een duel uitdagen. Als Enrico, dankzij de tussenkomst van Riccardo,
vrijgelaten wordt, biedt hij zich als secondant bij hem aan. Wanneer Richelieu
zijn macht verliest, kunnen Maria en Enrico hun huwelijk openbaar maken. Maria
komt in het Paleis van Riccardo om hem te waarschuwen voor de wraak van
Richelieu, maar moet zich verbergen als Enrico, haar man, daar ook aankomt. Als
deze al naar de plaats van het tweegevecht vertrekt, bezweert Maria Riccardo het
duel af te zeggen. Ondertussen gaat Enrico zelf het duel met Gondi aan en wordt
gewond. Hij tracht toch Riccardo in veiligheid te brengen tot hij een brief van
Riccardo aan Maria vindt. Hij wil zich dan wreken, maar Maria kalmeert hem. Toch
duelleren beide rivalen, waarbij Riccardo sterft en Enrico Maria verlaat.
De sopraan Ingrid Kaiserfeld bezit de juiste stem voor Maria en kon de dramatiek
van het personage overtuigend en klankrijk overbrengen (zonder klankversterking)
in deze openlucht locatie. De tenor Taylan Memioglu speelde haar minnaar
Riccardo en had niet direct de goede klankkleur te pakken. Tijdens de
voorstelling groeide hij echter naar een hoogtepunt in de finale van de tweede
acte, samen met de sopraan. De bariton Javier Franco vertolkte Enrico en speelde
het meest overtuigend van alle solisten. Hij bezit een heerlijk vol timbre dat
hij zeer dramatisch gebruikte. Ook hoorden we naar het einde toe een
voortreffelijk gezongen duet van hem met de tenor. De andere rollen waren goed
bezet met vooraan de tenor Seth Hobson als Armando di Gondi en later ook als
Aubry. Verder hoorden we nog Stefan Tanzer (Il Visconte di Suze) en Martin
Zoglmann (De Fiesque). De geprojecteerde en soms bewegende beelden vulden zeer
goed het sobere decor aan en accentueerden soms duidelijk de inhoud van sommige
scènes.
De regie van Wolfgang Schilly ging niet buiten de perken, maar was nogal
statisch voor het koor en Riccardo. Enkele opvallende goede details waren het
duo aan het begin van de opera en ook de kardinaal die uit een venster toekijkt
op de huiszoeking in de tweede acte. De artistieke leider en dirigent van de
productie Tiziano Duca haalde ritmisch en dramatisch alles uit het orkest dat
uitstekend begeleidde.
Gelukkig dat dergelijke opera’s ook weer in aanmerking komen voor uitvoering.
Meer van dat!
H.V. (Gepubliceerd op
2/8/2009)
Foto's van boven naar onder:
1) Taylan Memioglu en Ingrid Kaiserfeld.
2) Ingrid Kaiserfeld en Javier Franco.
Copyright foto's © HBF/Harald Minich.
TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK
![]()
Operette van
Carl Zeller
(muziek) en Mortiz West & Ludwig Held (libretto). Wereldpremière op 10 januari
In
het mooie en stemmige theater van het kasteel Schönbrunn konden we mede genieten
van één der beste voorstellingen, zowel van “Der
Vogelhändler” in het algemeen als van operettes die wij tijdens deze zomer
bijwoonden. Al bij de eerste tonen van het voorspel hoorde men dat de 82-jarige
Herbert Mogg het orkest op zijn onvergelijkbare frisse, jeugdige, levendige
manier liet spelen. Dit zette zich de hele voorstelling verder door, die dan ook
die speciale Weense “touch” kreeg die men alleen daar vindt. Vanaf de eerste
scène zat er al vaart en kleur in dankzij Daniel Schostok (burgemeester Schneck)
en vooral de prachtige baritonstem van Rolf Haunstein (Baron Weps, de
Wildmeister). Ook het koor dat een grote rol speelt in deze operette, was direct
ad rem betrokken in de actie. Vocaal waren ze erg goed voorbereid door Alexey
Pivovarskiy. Vervolgens verschijnt Graf Stanislaus, de verspilzieke neef van
Weps. In het duet van beide heren liet de tenor Vincent A. Karche een mooie
heldere stem horen met heerlijke hoge noten die hij later ook zou laten klinken
in het bekende duo met Christel: “Mir scheint, ich kenn dich” in de tweede acte.
Deze Christel, de soubrette, is zeker vocaal heel belangrijk en minstens even
belangrijk als de hoofdrol van de Kurfürstin Marie. Mirjam Neururer kweet zich
voortreffelijk van haar nobele opdracht en de verdeling van de post was leuk
gebracht, met de hulp van de dorpskinderen. Dan verscheen ook Adam, de
vogelhandelaar, met zijn grote en lastige entreearia “Grüss enk Gott”. We lazen
in een lokale krant dat Michael Heim zich voor deze rol forceerde. Hier was er
helemaal geen sprake van! Deze mooie tenorstem klinkt krachtig, helder en vlot.
Ook scenisch was hij een goede Adam. Zijn bekende aria “Wie mein Ahnl…, noh amal”
was zelfs zeer ontroerend met een fijn slot in mezza-voce. De rol van de
Kurfürstin was bezet door de bekende sopraan Elisabeth Flechl, die we al
dikwijls hoorden in Oostenrijk. Ook in Antwerpen was ze al te gast in een
concert van de Stolzclub. Zoals steeds was haar zang voortreffelijk, naast haar
waardige verschijning en overtuigende spel.
De
rol van barones Adelaïde was opgesplitst voor Suzanne Kirnbauer die de partij
acteerde, terwijl Marijana Grabovac (als comtesse Mimi) het gezongen gedeelte
verzorgde. Vooral tijdens het damestrio in de tweede acte kon ze zich goed
handhaven bij Christel en Marie. Dan nog een speciale vermelding voor Andreas
Rainer (professor Süffle) en Andreas Mittermayr (professor Würmchen) die de
ondervraging van Adam deden. Hun duet “Ich bin der Prodeca” was zowel vocaal,
muzikaal als scenisch het grappigste fragment uit de hele operette! Naast de al
genoemde fragmenten werd ook het overbekende “Schenkt man sich Rosen in Tyrol”
in de finale van de eerste acte een hoogtepunt. Aan het slot lieten de
hoofdrollen zich van hun beste zijde horen met diverse hoge C’s.
De regie was, zoals dat hier dikwijls het geval is, in de veilige handen van
Volker Vogel. Zowel humor als romantiek en veel
beweging maakten het spektakel
tot een zeer genietbaar gebeuren.
Een grote aanrader, die
nog loopt tot 30 augustus 2009.
Ook verscheen op CD bij
het merk CPO hun productie “Die drei Wünsche”. Deze operette van Carl Michael
Ziehrer is zeker ook de moeite waard om beluisterd te worden.
H.V. (Gepubliceerd op
2/8/2009).
1) Vincent A. Karche (Stanislaus), Rolf Haunstein (Weps), Mirjam Neururer
(Christel).
2) Susanne Kirnbauer (Adelaide), Elisabeth Flechl (Kurfürstin), Chordamen.
Copyright foto's ©
TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK
![]()