OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN WENEN

redline

Wiener Operettensommer

“WIENER BLUT”

Operette van Johann Strauss (muziek) en Victor Leon & Leo Stein (libretto). Zoals vermeld op de partituur werd de muziek van Strauss “für die Bühne bearbeitet von Adolf Müller jun.” Strauss stierf enkele maanden vóór de wereldpremière van 25 oktober 1899 in het Carltheater te Wenen. Première van deze productie door de Wiener Operettensommer in de Kaisergrotte van het Schlosspark Theresianum te Wenen op 9 juli 2009. Bijgewoonde voorstelling op 17 juli 2009.

Wiener Blut - Verena Barth-Jurca (Franzi) en Peter Erdelyi (Fürst)  (Foto: Wiener Operettensommer)De nieuwe productieleiders van “Wiener Operettensommer” zijn Patricia Nessy en Markus Windberger.
In het mooie programmaboekje vindt men inlichtingen met wensen voor het nieuwe productieteam vanwege o.a. Marta Eggerth (de weduwe van de legendarische tenor Jan Kiepura), de sopraan Birgit Sarata (die vroeger geregeld in Gent optrad) en Charles Kalman (zoon van Emmerich). Nessy is een bekende sopraan die zowel opera als operette en musical zingt. Wij zagen haar al als Clivia (Dostal) en als Irma la Douce te Baden. Windberger is de zoon van een “bühnenbilder” en een balletdanseres. Naast vele aanstellingen, won hij ook een wedstrijd met het toneelbeeld van “De lustige Weduwe” te Gent en Antwerpen enkele jaren geleden.
We bevinden ons ten tijde van het Weense congres in 1815 na de val van Napoleon. Het verhaal draait rond Graaf Zedlau en zijn echtgenote, die tijdelijk terug naar haar vader is gegaan. Ondertussen woont Franzi bij hem in de villa. Ook heeft de graaf een oogje op de jonge Pepi. Als de Minister (vorst Ypsheim) zich aanmeldt, verwisselt deze Franzi met de gravin die juist is teruggekomen. Als ook Pepi (waarop de dienaar Josef verliefd is) opduikt, wordt de verwarring compleet. Tijdens de bijeenkomst bij graaf Bitowski worden allerlei afspraakjes gemaakt. Aan het slot komt iedereen naar de Rimasuri in Hietzing met de verkeerde partner. Alles komt in orde, want de enige schuldige is het "Wiener Blut”.
Wiener Blut - Anton Graner (Graf) en Robert Pertl (Joseph)  (Foto: Wiener Operettensommer)Het was jammer dat er met klankversterking gewerkt werd. We menen dat het best zonder had gekund! Ook de plaats van het orkest was ongelukkig gekozen, namelijk naast de speelruimte, maar zodanig dat de dirigent met de rug naar de zangers stond en zo af en toe over zijn schouder naar hen keek. De klank van het Wiener Klassik Orchester was goed, maar de dirigent, Charles Prince, nogal houterig, zoals een metronoom. Helaas viel de meermaals haperende trompet fel op. Enkele grote koren waren weggelaten, maar het orkest speelde hun muziek wel.
De aankleding en het toneelbeeld waren verzorgd en pasten uitstekend bij het werk. Een kleine figuratie vulde het geheel handig aan zodat er steeds redelijk veel volk op het podium leek te staan. Het ballet was vrij zwak spijts de goede bedoelingen van Birgit Pawlik. Het was natuurlijk niet haar fout dat een danser zijn vrouwelijke partner praktisch liet vallen.
Bij de protagonisten waren er goede en minder goede elementen. Reinhard Hauser was de beste acteur in de rol van Kagler en kon een gemoedelijke sfeer oproepen met een extra Wienerlied en dit met een zeer stemmige begeleiding op citer door Barbara Laister-Ebner. Graaf Zedlau werd vlot vertolkt door de jong uitziende tenor Anton Granner. Als zanger is hij nog zwak en de meeste hoge noten werden wel mooi, maar mezza voce gezongen. De forte’s waren een beetje aan de bleke kant. Zijn kamerdienaar, normaal een buffo tenor, werd hier gezongen door de lichte bariton Robert Pertl. Hij deed het uitstekend als zanger en acteur. Peter Erdely liet zich opmerken als Vorst Ypsheim-Gindelbach met voldoende vocale middelen maar vooral als een goede acteur. Vanaf de tweede acte komt graaf Bitowski ten tonele. Helaas was Christian Joannidis bijna onverstaanbaar in deze rol. Er werd trouwens nogal veel Weens dialect gebruikt, wat zeker voor niet-Duitstaligen en toeristen niet goed overkwam. Richard Schmetterer verzorgde als kelner de dranken in de derde acte.
Bij de dames speelde Tatjana Schullern Gravin Gabriele Zedlau op een waardige manier en met voldoende vocale mogelijkheden. Hetzelfde kan eigenlijk gezegd worden van Tanja Watzinger als de danseres Franzi Cagliari. De soubrettepartij van Pepi werd goed vertolkt door Monica Theiss-Eröd, hoewel we hiervoor liever een jeugdiger figuur hadden gezien.
Patricia Nessy maakte met deze productie haar debuut als regisseur. Uiteraard, na bijna twintig jaar bühne-ervaring, is dit het normale moment om daarmee te beginnen. Alles lijkt hoopgevend voor de toekomst, ondervinding zal het niveau nog verbeteren. Het enige wat ons echt hinderde was de overdreven background muziek tijdens de gesproken dialogen.

Er wordt nog gespeeld tot 11 augustus 2009. Volgend seizoen staat “Die lustige Witwe” op het programma met Patricia Nessy in de titelrol.

H.V. (Gepubliceerd op 1/8/2009)

Foto's van boven naar onder:
1) Verena Barth-Jurca (Franzi) en Peter Erdelyi (Fürst).
2) Anton Graner (Graf) en Robert Pertl (Joseph).

Copyright foto's © Wiener Operettensommer.

TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK

redline

“MARIA DI ROHAN”

Opernwerkstatt WienOpera van Gaetano Donizetti (muziek) en Salvatore Cammarano (libretto). Wereldpremière op 5 juni 1843 in het Theater am Kärtnertor te Wenen. Huidige première van de originele Wiener Fassung door Opernwerkstatt Wien in de Rossauer Kaserne, Carl-Szokoll-Hof te Wenen op 13 juli 2009. Bijgewoonde voorstelling op 19 juli 2009.

Maria di Rohan - Taylan Memioglu en Ingrid Kaiserfeld (Foto: HBF/Harald Minich)We ontvingen een uitnodiging van de inrichters om vooraf een viering bij te wonen van de 140 jarige diplomatieke betrekkingen tussen Japan en Oostenrijk onder de titel: Amateur Art Cultural International Interchange. We werden dus eerst vergast op een amateur uitvoering met diverse zangers, dansers en instrumenten van traditionele muziek uit Koshigaya City. Daarna volgde een kleine tentoonstelling over Kalligraphie, Ikebana en Bloemschikken en een korte receptie met Japanse hapjes. De hoofdbrok voor ons was natuurlijk de opera die pas om 21 uur begon in Open Air.

Maria di Rohan” is een weinig uitgevoerde opera, waarvan wel twee volledige CD opnames bestaan, waaronder één met Edita Grüberova.
We bevinden ons in Parijs ten tijde van Richelieu. Maria, eens een beroemde (?) courtisane, is heimelijk getrouwd met Enrico, de hertog van Chevreuse. Deze laatste is wegens een verboden duel in ongenade gevallen. Maria roept dan de hulp in van haar vroegere geliefde Riccardo, een gunsteling van de koning. De aristocraat Armando di Gondi bespot Maria met haar verleden en Riccardo zal hem tot een duel uitdagen. Als Enrico, dankzij de tussenkomst van Riccardo, vrijgelaten wordt, biedt hij zich als secondant bij hem aan. Wanneer Richelieu zijn macht verliest, kunnen Maria en Enrico hun huwelijk openbaar maken. Maria komt in het Paleis van Riccardo om hem te waarschuwen voor de wraak van Richelieu, maar moet zich verbergen als Enrico, haar man, daar ook aankomt. Als deze al naar de plaats van het tweegevecht vertrekt, bezweert Maria Riccardo het duel af te zeggen. Ondertussen gaat Enrico zelf het duel met Gondi aan en wordt gewond. Hij tracht toch Riccardo in veiligheid te brengen tot hij een brief van Riccardo aan Maria vindt. Hij wil zich dan wreken, maar Maria kalmeert hem. Toch duelleren beide rivalen, waarbij Riccardo sterft en Enrico Maria verlaat.
Maria di Rohan - Ingrid Kaiserfeld en Javier Franco (Foto: HBF/Harald Minich)De sopraan Ingrid Kaiserfeld bezit de juiste stem voor Maria en kon de dramatiek van het personage overtuigend en klankrijk overbrengen (zonder klankversterking) in deze openlucht locatie. De tenor Taylan Memioglu speelde haar minnaar Riccardo en had niet direct de goede klankkleur te pakken. Tijdens de voorstelling groeide hij echter naar een hoogtepunt in de finale van de tweede acte, samen met de sopraan. De bariton Javier Franco vertolkte Enrico en speelde het meest overtuigend van alle solisten. Hij bezit een heerlijk vol timbre dat hij zeer dramatisch gebruikte. Ook hoorden we naar het einde toe een voortreffelijk gezongen duet van hem met de tenor. De andere rollen waren goed bezet met vooraan de tenor Seth Hobson als Armando di Gondi en later ook als Aubry. Verder hoorden we nog Stefan Tanzer (Il Visconte di Suze) en Martin Zoglmann (De Fiesque). De geprojecteerde en soms bewegende beelden vulden zeer goed het sobere decor aan en accentueerden soms duidelijk de inhoud van sommige scènes.
De regie van Wolfgang Schilly ging niet buiten de perken, maar was nogal statisch voor het koor en Riccardo. Enkele opvallende goede details waren het duo aan het begin van de opera en ook de kardinaal die uit een venster toekijkt op de huiszoeking in de tweede acte. De artistieke leider en dirigent van de productie Tiziano Duca haalde ritmisch en dramatisch alles uit het orkest dat uitstekend begeleidde.
Gelukkig dat dergelijke opera’s ook weer in aanmerking komen voor uitvoering. Meer van dat!

H.V. (Gepubliceerd op 2/8/2009)

Foto's van boven naar onder:
1) Taylan Memioglu en Ingrid Kaiserfeld.
2) Ingrid Kaiserfeld en Javier Franco.
Copyright foto's © HBF/Harald Minich.

TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK

redline

Musik Theater Schönbrunn 

“DER VOGELHÄNDLER”

Operette van Carl Zeller (muziek) en Mortiz West & Ludwig Held (libretto). Wereldpremière op 10 januari 1891 in het Theater an der Wien te Wenen. Première van deze productie door het Musik Theater Schönbrunn in het Schlosstheater Schönbrunn te Wenen op 16 juli 2009. Bijgewoonde voorstelling op 21 juli 2009.

Der Vogelhändler - Vincent A. Karche (Stanislaus), Rolf Haunstein (Weps), Mirjam Neururer (Christel) (Foto: Musik Theater Schönbrunn)In het mooie en stemmige theater van het kasteel Schönbrunn konden we mede genieten van één der beste voorstellingen, zowel van “Der Vogelhändler” in het algemeen als van operettes die wij tijdens deze zomer bijwoonden. Al bij de eerste tonen van het voorspel hoorde men dat de 82-jarige Herbert Mogg het orkest op zijn onvergelijkbare frisse, jeugdige, levendige manier liet spelen. Dit zette zich de hele voorstelling verder door, die dan ook die speciale Weense “touch” kreeg die men alleen daar vindt. Vanaf de eerste scène zat er al vaart en kleur in dankzij Daniel Schostok (burgemeester Schneck) en vooral de prachtige baritonstem van Rolf Haunstein (Baron Weps, de Wildmeister). Ook het koor dat een grote rol speelt in deze operette, was direct ad rem betrokken in de actie. Vocaal waren ze erg goed voorbereid door Alexey Pivovarskiy. Vervolgens verschijnt Graf Stanislaus, de verspilzieke neef van Weps. In het duet van beide heren liet de tenor Vincent A. Karche een mooie heldere stem horen met heerlijke hoge noten die hij later ook zou laten klinken in het bekende duo met Christel: “Mir scheint, ich kenn dich” in de tweede acte. Deze Christel, de soubrette, is zeker vocaal heel belangrijk en minstens even belangrijk als de hoofdrol van de Kurfürstin Marie. Mirjam Neururer kweet zich voortreffelijk van haar nobele opdracht en de verdeling van de post was leuk gebracht, met de hulp van de dorpskinderen. Dan verscheen ook Adam, de vogelhandelaar, met zijn grote en lastige entreearia “Grüss enk Gott”. We lazen in een lokale krant dat Michael Heim zich voor deze rol forceerde. Hier was er helemaal geen sprake van! Deze mooie tenorstem klinkt krachtig, helder en vlot. Ook scenisch was hij een goede Adam. Zijn bekende aria “Wie mein Ahnl…, noh amal” was zelfs zeer ontroerend met een fijn slot in mezza-voce. De rol van de Kurfürstin was bezet door de bekende sopraan Elisabeth Flechl, die we al dikwijls hoorden in Oostenrijk. Ook in Antwerpen was ze al te gast in een concert van de Stolzclub. Zoals steeds was haar zang voortreffelijk, naast haar waardige verschijning en overtuigende spel.
De rol van barones Adelaïde was opgesplitst voor Suzanne Kirnbauer die de partij acteerde, terwijl Marijana Grabovac (als comtesse Mimi) het gezongen gedeelte verzorgde. Vooral tijdens het damestrio in de tweede acte kon ze zich goed handhaven bij Christel en Marie. Dan nog een speciale vermelding voor Andreas Rainer (professor Süffle) en Andreas Mittermayr (professor Würmchen) die de ondervraging van Adam deden. Hun duet “Ich bin der Prodeca” was zowel vocaal, muzikaal als scenisch het grappigste fragment uit de hele operette! Naast de al genoemde fragmenten werd ook het overbekende “Schenkt man sich Rosen in Tyrol” in de finale van de eerste acte een hoogtepunt. Aan het slot lieten de hoofdrollen zich van hun beste zijde horen met diverse hoge C’s.
De regie was, zoals dat hier dikwijls het geval is, in de veilige handen van Volker Vogel. Zowel humor als romantiek en veelDer Vogelhändler - Susanne Kirnbauer (Adelaide), Elisabeth Flechl (Kurfürstin), Chordamen (Foto: Musik Theater Schönbrunn) beweging maakten het spektakel tot een zeer genietbaar gebeuren.

Een grote aanrader, die nog loopt tot 30 augustus 2009. Als toemaatje speelt men hier ook nog extra op 9 en 16 augustus 2009 een andere operette van Carl Zeller: “Der Obersteiger”.

Ook verscheen op CD bij het merk CPO hun productie “Die drei Wünsche”. Deze operette van Carl Michael Ziehrer is zeker ook de moeite waard om beluisterd te worden.

H.V. (Gepubliceerd op 2/8/2009).

Foto's van boven naar onder:
1) Vincent A. Karche (Stanislaus), Rolf Haunstein (Weps), Mirjam Neururer (Christel).
2) Susanne Kirnbauer (Adelaide), Elisabeth Flechl (Kurfürstin), Chordamen.

Copyright foto'
s © Musik Theater Schönbrunn.

TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK

redline