OPERA GAZET
![]()
Opera van
Gioacchino Rossini (muziek) en Cesare
Sterbini (libretto) naar “Le Barbier de Séville” van Caron de Beaumarchais.
Wereldpremière op 20 februari 1816 in het Teatro Argentina te Rome. Première
van deze productie in de Landcommanderij door Zomeropera Alden Biesen op 25
mei 2010. Bijgewoonde voorstelling op 28 mei 2010. De originele titel was
“Almaviva, ossia l’inutile precauzione”. De titel “Il barbiere di Siviglia”
werd pas later te Bologna gebruikt.
Het
is natuurlijk een prestatie om van een dergelijk werk 24 voorstellingen te
organiseren. Daartoe werden vier rollen dubbel bezet. Onze voorstelling, die
stipt 10 minuten te laat begon, leverde een ouverture op waartussen allerlei
poespas met veel lawaai gebeurde. Indien dit tot doel had ons af te leiden
van de bekende sprankelende ouverture, was dit goed gelukt.
Fiorello mocht de eerste solistische noten kraken in de persoon van Fabrice
Pillet, tevens de uitbater van het lokale kroegje. Dan verscheen Almaviva,
die dankzij veel fooitjes een toneelorkest kon krijgen dat zijn serenade
begeleidde. De tenor Kerem Kurk zong “Ecco ridente in cielo” met lichte stem
en voorzichtige hoge noten. Ook hier tussenin nutteloos lawaai van een meid
en Fiorello. Dan kwam de bariton James McOran-Campbell toeterend opgereden
met een elektrisch golfwagentje om als kapper Figaro huisbezoeken af te
leggen. Deze vlotte en vol klinkende zanger zong vrij goed zijn “Largo al
factotum”. Hij speelde ook gitaar en begeleidde Almaviva in zijn tweede
serenade “Se il mio nome”, wel heel stilletjes met simpele akkoorden.
Ondertussen liep de bas Damon Nestor Ploumis nutteloos en met veel lawaai
buiten en binnen. Ook de mezzosopraan liet zich zien op het balkon, om te
reageren op de tweede serenade. Figaro beslist dan Almaviva te helpen bij de
verovering van Rosina, dankzij het duet “All’idea di quel metallo”. Dit was
vrij goed gezongen en uitstekend ten dienste van Rossini.
In de tweede scène zingt Rosina haar bekendste aria “Una voce poco fa”.
Hierin bleek de mezzosopraan Kinga Dobay een prachtig medium en diepte te
bezitten. Alleen de hoogste tonen klonken minder mooi. Dan maakte de bas
Piet Vansichen zijn opwachting en met Bartolo ging hij in het kroegje zitten
om daar een gecoupeerde versie te zingen van “La calunnia”. Dit was niet de
beste prestatie van deze zanger.
Na het duet Rosina-Figaro “Dunque io son”
krijgt Bartolo zijn moment met “A un dottor della mia sorte”. Deze aria werd
zeer goed gezongen! De finale van de eerste acte zet dan in met Almaviva die
als dronken soldaat wil binnendringen in de woning van Don Bartolo. Dit
alles loopt uit in een “verwarrings-stretta”. Hier hoorden wij (behalve enig
gegil vooraf) voor het eerste de sopraan Wiebke Goëtjes als de meid Berta.
In de tweede acte zong ze verdienstelijk haar korte aria “Il vecchietta
sospetto”. Om de vertolkers te vervolledigen noemen we nog Frans Novak als
Ambrogio, de knecht bij Bartolo.
Het orkest speelde onder leiding van Federico Santi. Het klonk allemaal wel
vlot, maar geregeld te luid voor sommige solisten en de dirigent had ook
vaak moeite om zangers en muzikanten in de maat te houden. Het was voor ons
ook interessant hem te kunnen zien vanuit de zaal. De recitatieven werden
zeer volgzaam begeleid door Joshi Hermans.
Wat de regie betreft, hebben we wel wat voorbehoud. De jonge Bruno Van
Heystraeten regisseerde voor het eerst een volledige opera. Hij heeft vooral
veel ondervinding in het musical genre en dat is duidelijk te merken. Niet
alle actie steunt de muziek en leidt zelfs tot uit de maat zingen. Ook het
roepen en gillen, ook door de zangers, vonden we niet leuk, vooral bij het
begin van de finale van de eerste acte was het vreselijk. Dat Rosina gaat
tapdansen past o.i. niet, ook al deed ze dat zeer goed. Dat de aria van de
tenor in de laatste finale werd weggelaten, begrijpen we natuurlijk. Niet
elke tenor heeft het niveau van Juan Diego Florez en dat hoeft ook niet.
Geen enkele van de zangers leverde een vocale topprestatie en ook niet als
acteurs, zoals dit werk het vraagt.
Als men meegaat in deze regie opvatting, dan was het decor van Van
Heystraeten en Filip Verbiest best aanvaardbaar, mooi en functioneel. Het
publiek zat nogal stoïcijns te kijken, niet iedereen scheen dit soort humor
prachtig te vinden.
Er wordt nog gespeeld tot 20 juni, dan volgt nog een
slotconcert op 22 en 23 juni 2010. De opera “Hansje en Grietje” van
Humperdinck wordt gespeeld op 19, 20, 21 en 22 juni 2010.
Meer inlichtingen vindt U op
www.zomeropera.be
H.V. (Gepubliceerd op 30/5/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Don Basilio (Piet Vansichen), Figaro (James McOran-Campbell), Berta (Wiebke
Goëtjes), Dokter Bartolo (Damon Nestor Ploumis), Rosina (Kinga Dobay) en Graaf
Almaviva (Kerem Kurk)
2) Kinga Dobay (Rosina) op de tafel. Vooraan zit Fabrice Pillet (Fiorello)
3) Fabrice Pillet (Fiorello) met het
herenkoor.
Copyright foto's
©
Zomeropera.
![]()