OPERA GAZET
![]()
Operetta
van Leonard Bernstein (muziek) en Hugh Wheeler (libretto), gebaseerd op de
satire van Voltaire. Zangteksten van Richard Wilbur, aangevuld door Stephen
Sondheim, John Latouche, Dorothy Parker, Lillian Hellman en Leonard
Bernstein, orkestratie van Leonard Bernstein en Hershy Kay, aangevuld door
John Mauceri. Première van de originele versie (de Broadway Productie) op 1
december
Nogal wat dingen liepen verkeerd bij deze voorstelling
van"Candide". Zonder enig
duidelijk teken begon de voorstelling 7 minuten te laat. De tekst die bij
aanvang uit de luidsprekers kwam, was praktisch onverstaanbaar. De
boventiteling schoot pas na een tiental minuten in gang. De genoemde tekst
moest van een zendmast op het podium komen. Er kroop een aap uit de grond op
het podium en die verdween in die zendmast…
Enkele hoofdpersonages stelden zich dan voor in een soort poppenkast. Het
werd dus wel duidelijk: weer een “andere” interpretatie en zoals een paar
maal zou blijken, ook om aanstoot te geven. Dit was vooral tijdens de
bekende aria “Glitter and be gay” van Cunegonde merkbaar, waar de seksueel
getinte handelingen van vier koppels in de toiletten ons deden huiveren. Dat
de Governor in de Buenos-Aires scène een Hitler-look moest krijgen, was erg
gezocht, evenals de Pausmobiel. Wat ons ook steeds hinderde, waren de
figuranten die met veel lawaai vanuit de zaal naar het podium stormden. Dit
was onze vierde kennismaking met dit werk, na Londen, Parijs en
Gelsenkirchen en wij vonden deze scenische realisatie van Nigel Lowery
absoluut niet aanlokkelijk.
De inhoud is fel gechargeerd en gaat over de reizen van Candide die de hele
wereld rondtrekt en overal allerlei avonturen beleeft met diverse figuren
die soms sterven en daarna gewoon weer verschijnen. De politie had trouwens
het hele stuk door, in alle landen een Vlaamse titel op haar hemd...
De muziek was hier het grootste winstpunt. De zangers waren gelukkig van
hoge kwaliteit en het orkest klonk mooi en vinnig waar het nodig was, dit
onder de bezielende leiding van Yannis Pouspourikas, die ook het koor
voorbereid had. Op enkele plaatsen klonk het wel iets te luid voor de
zangers.
De Amerikaanse tenor Michael Spyres heeft een prachtige stem en zong de hele
tijd erg voornaam. De Canadese sopraan Jane Archibald was eveneens heel goed
en haar bekende aria zong ze zeer spectaculair tot en met de hoge Es, spijts
de voornoemde storende actie achter haar. De Schotse acteur Graham Valentine
speelde overtuigend Pangloss en Martin. De Amerikaanse sopraan Karan
Armstrong was de Old Lady. Deze rol is eigenlijk bedoeld voor een
mezzosopraan en bracht haar dan ook even in de problemen, zodat ze met twee
onevenwichtige stemkleuren ging zingen. De Nederlandse bariton Thomas
Oliemans zong Maximilian en liet een volle stem horen die ook groter werk
aan kan. De Servische mezzosopraan Katarina Bradic was uitstekend als
Paquette en de Nieuw-Zeelandse tenor Keith Lewis presteerde eveneens zeer
goed als Governor, Vanderdendur en Ragotski. Verder zagen we nog Adrian
Fisher in vijf kleine rollen en Gijs Van der Linden (een jonge Belgische
tenor) eveneens in vijf rollen, Milcho Borovinov en Thorsten Büttner in vier
rollen en Benoit De Leersnyder in twee partijen. Ook een aantal koristen
leverden een korte prestatie.
De zaal was redelijk gevuld, mede dankzij de gratis kaarten, door ATV
uitgedeeld. Jammer dat men niet meer uit dit werk haalde. Op sommige
momenten werd het zelfs vervelend, niet alleen omdat de gags niet
aansloegen, maar vooral omdat er geen echte schwung in zat. Bernstein
verdient beter.
Er
zijn nog voorstellingen in de Vlaamse Opera te Gent op 9, 12, 14, 15 en 17
januari 2010.
H.V. (Gepubliceerd op 4/1/2010)
Copyright foto's © Annemie Augustijns.
![]()
Musical
van Rhody Matthijs
(muziek) en
Allard Blom (script en liedteksten) naar “A perfect Ganesh” van
Terrence McNally. Wereldpremière in de Zwarte Zaal van het Fakkeltheater
te Antwerpen op 22 januari 2010. Bijgewoonde voorstelling op 7 februari
2010.
Hoewel
deze musical als een “wereldcreatie” aangekondigd werd, waren er al
workshops
in Nederland in 2004 bij de
Frank Sanders Academie en in 2007 in het M-Lab in Amsterdam.
Het verhaal gaat over twee vriendinnen die samen naar India reizen om eens
iets anders te ondernemen dan hun jaarlijkse Spaanse strandvakantie. Bij de
eerste kennismaking –hun inscheping op de luchthaven- zouden wij ze voor
twee oppervlakkige meiden kunnen houden, maar al vlug blijkt dat ze buiten
hun valiezen ook nogal wat psychische problemen als bagage meesleuren. Zo praat Karin niet
graag over het verlies van haar homoseksuele zoon, terwijl Margreet er een
geheim van maakt dat zij een verongelukt kind heeft en dat ze met een
dreigende ziekte kampt.
Wat thuis in de doofpot zat, komt door de mystieke invloed van India en in
het bijzonder door de wijsheid van
Ganesha,
aan de oppervlakte.
Persoonlijk hebben wij daar onze bedenkingen over. Van een reis die wij door
India maakten, zijn ons vooral de armoede en de vuilheid bijgebleven:
kreupele kinderen die bedelen, bouwvallige paleizen, straten en wegen
belemmerd door hopen stinkend vuil… Het mystieke India bestaat enkel in de
gestoorde bovenkamer van Westerlingen. Lees het boek
“Are you
experienced?” van
William Sutcliffe om een humorvolle, maar juiste kijk over spirituele
zoektochten in India te krijgen!
Gelukkig was ook de musical niet verstokt van een goede portie humor, al is
dat vooral te danken aan de sterke vertolkingen van Anne Mie Gils (Margreet)
en Karin Jacobs (Karin). Zij werden uitstekend bijgestaan door Timo Descamps
in verschillende rollen. Sébastien De Smet vonden wij wat gemaniëreerd als
Ganesha, maar misschien vraagt de rol dat wel. Hoe beeld je trouwens een
personage/god uit dat/die wij enkel kennen door afbeeldingen van een wat
vadsig baasje met een olifantenhoofd?
Muzikaal was er ook wel wat te beleven met goed in de oren liggende songs en
een aangename instrumentale begeleiding, gedirigeerd door Pol Vanfleteren.
Martin
Michel, meer choreograaf dan regisseur, was niet bepaald een voor de hand
liggende keuze om de regie te voeren van deze intieme musical, waar slechts
enkele korte Indische dansinterventies door Fabienne Huygen gebracht werden.
Hij benutte echter de beperkte ruimte van de kleine Zwarte Zaal van het
Fakkeltheater optimaal. Met een minimum aan rekwisieten wist hij toch de
juiste sfeer te scheppen. Hij werd hierbij geholpen door de smaakvolle
digitale scenografie (een mooi woord voor projecties op verschillende
schermen) van Harry De Neve.
Al bij al was het een verdienstelijke voorstelling, al vonden wij het geen
écht aangrijpend muziektheater.
De musical is er in elk geval niet in geslaagd ons de nuchtere bedenking te
ontnemen dat de problemen van de twee vriendinnen even goed in Spanje aan
de oppervlakte hadden kunnen komen. Of beter nog, gewoon thuis of op de sofa
van een psychiater…
Er zijn nog voorstellingen op 13, 18, 19, 20, 25, 26, 27 februari 2010 om 20 uur 30 en op 14 en 21 februari 2010 om 15 uur.
G.M. (Gepubliceerd op 9/2/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Affiche van Ganesha, een perfecte god.
2) Anne Mie Gils als Margreet en Karin Jacobs als Karin op weg naar India.
Copyright foto's
©
Luk Monsaert.
![]()
Opera
van Giuseppe Verdi (muziek) en Joseph Méry & du Locle (libretto) naar “Don
Karlos, Infant von Spanien” van Friedrich Schiller uit 1787. De
wereldpremière vond plaats op 11 maart 1867. Première van de huidige
productie in de Vlaamse Opera te Antwerpen op 12 februari 2010. Bijgewoonde
voorstelling op 24 februari 2010.
Het betrof de Parijse oerversie
van “Don
Carlos", een "grand’opéra
en cinq actes”, voor het eerst opgevoerd in België in de productie uit 2004
van de Weense Staatsopera.
Het begon al slecht toen men vóór aanvang van de voorstelling het bericht
bracht dat de titelvertolker Jean-Pierre Furlan wegens ziekte stemloos was.
Hij bleek al weken problemen te hebben en na vlijtig zoeken werd de tenor
Keith Ikaian-Purdy gevonden, die deze versie zes jaar geleden in Wenen had
gezongen. Deze zou de rol zingen van de partituur terwijl de originele
protagonist acteerde.
We waren met veel interesse naar deze voorstelling gegaan, maar ons
enthousiasme verdween zeer vlug om plaats te maken voor ergernis,
afgewisseld met verveling. Dat laatste vooral omdat deze versie veel te lang
duurt en weinig nieuws brengt (van 18.30 uur tot 23.25 uur).
De regie van Peter Konwitschny bestond vooral uit lawaai van de figuratie en
solisten die veel op de grond lagen, zaten, kropen of veel stil stonden.
Belangrijke gebeurtenissen, zoals het feit dat Spanje toen over Vlaanderen
heerste, de smeekbeden van de Vlaamse delegatie en de Inquisitie, werden
niet bepaald duidelijk uitgebeeld. Het reusachtige decor van Johannes
Leiacker bestond uit tientallen deuren waar niemand, zonder zich te bukken,
door kon.
Het lange ballet werd muzikaal behouden, maar omgedoopt tot “Eboli’s Droom”
waarin vier vertolkers een scène uit één of ander (zwak) TV feuilleton
speelden.
Wat ons het meeste hinderde, was de zgn. televisie uitzending van de
auto-da-fé scène terwijl het publiek nog in de gangen wandelde of in de zaal
stond en rustig een babbeltje maakte.
We vernoemen de vertolkers zonder veel commentaar, omdat eigenlijk niemand
een grote prestatie leverde. Misschien een uitzondering voor de sopraan
Susanna Branchini die Elisabeth vertolkte en enkele vertolkers van kleinere
rollen, vooral de tenor Thorsten Büttner als graaf Lerno en Liesbeth Devos
als de “voix celeste”, maar hier als een zangeres uit vroegere films
uitgebeeld. Wellicht is onze kennis maar pover, want sommige solisten werden
naar onze mening onverdiend toegejuicht. Gelukkig voor hen. We hoorden en
zagen Francesco Ellero d’Artegna (Philips II), Dario Solari (Marquis de
Posa), Marianna Tarasovca (La Princesse Eboli) en Jaco Huijpen (Le Grand
Inquisiteur). Het orkest o.l.v. Alexander Joël klonk op diverse plaatsen
veel te luid voor verschillende zangers. Het grote koor zong zeer sterk,
maar soms ook uit de maat.
Arme Schiller! Arme Verdi!
Er zijn nog voorstellingen (enkel te Antwerpen) op 28 februari, 2, 7, 10 en
13 maart 2010.
H.V. (Gepubliceerd op 28/2/2010)
Copyright foto's © Annemie Augustijns.
![]()
“GRÜSSE AUS WIEN” (31ste uitgave)
Concert door de Internationale Robert Stolz Club België op 6 en 7 maart 2010 in de Blauwe zaal van “deSingel” te Antwerpen. Bijgewoond concert op 6 maart 2010.
Het
is vrij eenvoudig om over dit concert een verslag te maken. Als het ook maar
enigszins onze bedoeling was iets negatiefs van de prestaties te zoeken,
wordt dit zeer moeilijk. We volgen deze concerten zeer nauwgezet en dit is
globaal gezien wel één der beste producties van de vereniging.
Eerst en vooral het grote Robert Stolz Promenade Orkest dat een prachtige
klank bezit en, spijts de weinige repetitiemogelijkheden, uitstekend
presteerde. Uiteraard is dit grotendeels te danken aan de vaste dirigent
André Walschaerts. Dicht bij zijn officieel pensioen als directeur aan de
Muziekacademie te Heist-op-den-Berg, heeft hij de vitaliteit van een veel
jongere man. Zijn gepassioneerde en duidelijke leiding inspireerden de
muzikanten en de solisten. Enkele aarzelingen werden door hem perfect
opgevangen, zodat alleen de kenners dit konden opmerken.
Het eerste deel betrof fragmenten uit diverse operettes van Strauss, Abraham
en Zeller. Voor het vlotte en geïnspireerde danspaar Linda Baclaine en Simon
Van Heddegem viel de keuze op de Bloemenwals uit de “Notenkrakerssuite” van
Peter Tchaikowsky. Het tweede deel omvatte muziek van Robert Stolz, een
korte gedanste versie van de Bolero van Maurice Ravel en fragmenten uit
“West Side Story” van Leonard Bernstein om te sluiten met de gebruikelijke
Stolz schlagers.
René Vanderspeeten praatte het geheel vakkundig aan elkaar en was o.a. zeer
geestig met een anekdote over Maurice Ravel.
Wat de solisten betrof stonden de heren aan de top. We kenden de tenor
Michaël Heim al uit Wenen in rollen zoals Adam (Der Vogelhändler) en
Eisenstein (Die Fledermaus) en ook van diverse CD opnames. Zijn heldere en
aangename tenorstem naast zijn “présence” waren zeer opmerkelijk. Peter
Thunhart bezit een mooie ronde baritonstem en bracht heel vlot enkele
danspassen die zijn vertolkingen mooi aanvulden. De jonge Bulgaarse sopraan
Antoaneta Mineva heeft een frisse stem en bewoog ook zeer intensief over het
podium. Onze Belgische sopraan An Lauwereins is veel rijper maar werd voor
onze oren duidelijk gehinderd door de weinig verdienstelijke
klankinstallatie, vooral wat de hoge tonen betrof. Ook liet de belichting
het soms een beetje afweten.
We kunnen dan ook met een gerust hart zeggen: bravo aan de artiesten en de organisatoren. Doe zo voort en daar was de volle zaal het zeker mee eens.
H.V. (Gepubliceerd op 9/3/2010)
Foto: Michaël Heim.
![]()