OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN ANTWERPEN

“CANDIDE”

De Vlaamse OperaOperetta van Leonard Bernstein (muziek) en Hugh Wheeler (libretto), gebaseerd op de satire van Voltaire. Zangteksten van Richard Wilbur, aangevuld door Stephen Sondheim, John Latouche, Dorothy Parker, Lillian Hellman en Leonard Bernstein, orkestratie van Leonard Bernstein en Hershy Kay, aangevuld door John Mauceri. Première van de originele versie (de Broadway Productie) op 1 december 1956 in het Martin Beck Theatre te New York. Uitgevoerd werd de “Scottish Opera edition of the opera stage version” uit 1989. Première van deze productie in de Vlaamse Opera te Antwerpen op 15 december 2009. Bijgewoonde voorstelling op 31 december 2009.

Candide (Foto: Annemie Augustijns)Nogal wat dingen liepen verkeerd bij deze voorstelling van"Candide". Zonder enig duidelijk teken begon de voorstelling 7 minuten te laat. De tekst die bij aanvang uit de luidsprekers kwam, was praktisch onverstaanbaar. De boventiteling schoot pas na een tiental minuten in gang. De genoemde tekst moest van een zendmast op het podium komen. Er kroop een aap uit de grond op het podium en die verdween in die zendmast…
Enkele hoofdpersonages stelden zich dan voor in een soort poppenkast. Het werd dus wel duidelijk: weer een “andere” interpretatie en zoals een paar maal zou blijken, ook om aanstoot te geven. Dit was vooral tijdens de bekende aria “Glitter and be gay” van Cunegonde merkbaar, waar de seksueel getinte handelingen van vier koppels in de toiletten ons deden huiveren. Dat de Governor in de Buenos-Aires scène een Hitler-look moest krijgen, was erg gezocht, evenals de Pausmobiel. Wat ons ook steeds hinderde, waren de figuranten die met veel lawaai vanuit de zaal naar het podium stormden. Dit was onze vierde kennismaking met dit werk, na Londen, Parijs en Gelsenkirchen en wij vonden deze scenische realisatie van Nigel Lowery absoluut niet aanlokkelijk.
De inhoud is fel gechargeerd en gaat over de reizen van Candide die de hele wereld rondtrekt en overal allerlei avonturen beleeft met diverse figuren die soms sterven en daarna gewoon weer verschijnen. De politie had trouwens het hele stuk door, in alle landen een Vlaamse titel op haar hemd...
De muziek was hier het grootste winstpunt. De zangers waren gelukkig van hoge kwaliteit en het orkest klonk mooi en vinnig waar het nodig was, dit onder de bezielende leiding van Yannis Pouspourikas, die ook het koor voorbereid had. Op enkele plaatsen klonk het wel iets te luid voor de zangers.
Candide (Foto: Annemie Augustijns)De Amerikaanse tenor Michael Spyres heeft een prachtige stem en zong de hele tijd erg voornaam. De Canadese sopraan Jane Archibald was eveneens heel goed en haar bekende aria zong ze zeer spectaculair tot en met de hoge Es, spijts de voornoemde storende actie achter haar. De Schotse acteur Graham Valentine speelde overtuigend Pangloss en Martin. De Amerikaanse sopraan Karan Armstrong was de Old Lady. Deze rol is eigenlijk bedoeld voor een mezzosopraan en bracht haar dan ook even in de problemen, zodat ze met twee onevenwichtige stemkleuren ging zingen. De Nederlandse bariton Thomas Oliemans zong Maximilian en liet een volle stem horen die ook groter werk aan kan. De Servische mezzosopraan Katarina Bradic was uitstekend als Paquette en de Nieuw-Zeelandse tenor Keith Lewis presteerde eveneens zeer goed als Governor, Vanderdendur en Ragotski. Verder zagen we nog Adrian Fisher in vijf kleine rollen en Gijs Van der Linden (een jonge Belgische tenor) eveneens in vijf rollen, Milcho Borovinov en Thorsten Büttner in vier rollen en Benoit De Leersnyder in twee partijen. Ook een aantal koristen leverden een korte prestatie.
De zaal was redelijk gevuld, mede dankzij de gratis kaarten, door ATV uitgedeeld. Jammer dat men niet meer uit dit werk haalde. Op sommige momenten werd het zelfs vervelend, niet alleen omdat de gags niet aansloegen, maar vooral omdat er geen echte schwung in zat. Bernstein verdient beter.

Er zijn nog voorstellingen in de Vlaamse Opera te Gent op 9, 12, 14, 15 en 17 januari 2010.

H.V. (Gepubliceerd op 4/1/2010)

Copyright foto's © Annemie Augustijns.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“GANESHA, EEN PERFECTE GOD”

Judas TheaterproductiesMusical van Rhody Matthijs (muziek) en Allard Blom (script en liedteksten) naar “A perfect Ganesh” van Terrence McNally. Wereldpremière in de Zwarte Zaal van het Fakkeltheater te Antwerpen op 22 januari 2010. Bijgewoonde voorstelling op 7 februari 2010.

GaneshaHoewel deze musical als een “wereldcreatie” aangekondigd werd, waren er al workshops in Nederland in 2004 bij de Frank Sanders Academie en in 2007 in het M-Lab in Amsterdam.
Het verhaal gaat over twee vriendinnen die samen naar India reizen om eens iets anders te ondernemen dan hun jaarlijkse Spaanse strandvakantie. Bij de eerste kennismaking –hun inscheping op de luchthaven- zouden wij ze voor twee oppervlakkige meiden kunnen houden, maar al vlug blijkt dat ze buiten hun valiezen ook nogal wat psychische problemen als bagage meesleuren. Zo praat Karin niet graag over het verlies van haar homoseksuele zoon, terwijl Margreet er een geheim van maakt dat zij een verongelukt kind heeft en dat ze met een dreigende ziekte kampt.
Wat thuis in de doofpot zat, komt door de mystieke invloed van India en in het bijzonder door de wijsheid van Ganesha, aan de oppervlakte.
Persoonlijk hebben wij daar onze bedenkingen over. Van een reis die wij door India maakten, zijn ons vooral de armoede en de vuilheid bijgebleven: kreupele kinderen die bedelen, bouwvallige paleizen, straten en wegen belemmerd door hopen stinkend vuil… Het mystieke India bestaat enkel in de gestoorde bovenkamer van Westerlingen. Lees het boek “Are you experienced?” van William Sutcliffe om een humorvolle, maar juiste kijk over spirituele zoektochten in India te krijgen!
Gelukkig was ook de musical niet verstokt van een goede portie humor, al is dat vooral te danken aan de sterke vertolkingen van Anne Mie Gils (Margreet) en Karin Jacobs (Karin). Zij werden uitstekend bijgestaan door Timo Descamps in verschillende rollen. Sébastien De Smet vonden wij wat gemaniëreerd als Ganesha, maar misschien vraagt de rol dat wel. Hoe beeld je trouwens een personage/god uit dat/die wij enkel kennen door afbeeldingen van een wat vadsig baasje met een olifantenhoofd?
Muzikaal was er ook wel wat te beleven met goed in de oren liggende songs en een aangename instrumentale begeleiding, gedirigeerd door Pol Vanfleteren.
Ganesha, een perfecte god - Anne Mie Gils als Margreet en Karin Jacobs als Karin (Foto: Luk Monsaert)Martin Michel, meer choreograaf dan regisseur, was niet bepaald een voor de hand liggende keuze om de regie te voeren van deze intieme musical, waar slechts enkele korte Indische dansinterventies door Fabienne Huygen gebracht werden. Hij benutte echter de beperkte ruimte van de kleine Zwarte Zaal van het Fakkeltheater optimaal. Met een minimum aan rekwisieten wist hij toch de juiste sfeer te scheppen. Hij werd hierbij geholpen door de smaakvolle digitale scenografie (een mooi woord voor projecties op verschillende schermen) van Harry De Neve.
Al bij al was het een verdienstelijke voorstelling, al vonden wij het geen écht aangrijpend muziektheater.
De musical is er in elk geval niet in geslaagd ons de nuchtere bedenking te ontnemen dat de problemen van de twee vriendinnen even goed in Spanje aan de oppervlakte hadden kunnen komen. Of beter nog, gewoon thuis of op de sofa van een psychiater…

Er zijn nog voorstellingen op 13, 18, 19, 20, 25, 26, 27 februari 2010 om 20 uur 30 en op 14 en 21 februari 2010 om 15 uur.

G.M. (Gepubliceerd op 9/2/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Affiche van Ganesha, een perfecte god.
2) Anne Mie Gils als Margreet en Karin Jacobs als Karin op weg naar India.
Copyright foto's © Luk Monsaert.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“DON CARLOS”

De Vlaamse OperaOpera van Giuseppe Verdi (muziek) en Joseph Méry & du Locle (libretto) naar “Don Karlos, Infant von Spanien” van Friedrich Schiller uit 1787. De wereldpremière vond plaats op 11 maart 1867. Première van de huidige productie in de Vlaamse Opera te Antwerpen op 12 februari 2010. Bijgewoonde voorstelling op 24 februari 2010.

Don Carlos (Foto: Annemie Augustijns)Het betrof de Parijse oerversie van “Don Carlos", een "grand’opéra en cinq actes”, voor het eerst opgevoerd in België in de productie uit 2004 van de Weense Staatsopera.
Het begon al slecht toen men vóór aanvang van de voorstelling het bericht bracht dat de titelvertolker Jean-Pierre Furlan wegens ziekte stemloos was. Hij bleek al weken problemen te hebben en na vlijtig zoeken werd de tenor Keith Ikaian-Purdy gevonden, die deze versie zes jaar geleden in Wenen had gezongen. Deze zou de rol zingen van de partituur terwijl de originele protagonist acteerde.
We waren met veel interesse naar deze voorstelling gegaan, maar ons enthousiasme verdween zeer vlug om plaats te maken voor ergernis, afgewisseld met verveling. Dat laatste vooral omdat deze versie veel te lang duurt en weinig nieuws brengt (van 18.30 uur tot 23.25 uur).
De regie van Peter Konwitschny bestond vooral uit lawaai van de figuratie en solisten die veel op de grond lagen, zaten, kropen of veel stil stonden. Belangrijke gebeurtenissen, zoals het feit dat Spanje toen over Vlaanderen heerste, de smeekbeden van de Vlaamse delegatie en de Inquisitie, werden niet bepaald duidelijk uitgebeeld. Het reusachtige decor van Johannes Leiacker bestond uit tientallen deuren waar niemand, zonder zich te bukken, door kon.
Don Carlos (Foto: Annemie Augustijns)Het lange ballet werd muzikaal behouden, maar omgedoopt tot “Eboli’s Droom” waarin vier vertolkers een scène uit één of ander (zwak) TV feuilleton speelden.
Wat ons het meeste hinderde, was de zgn. televisie uitzending van de auto-da-fé scène terwijl het publiek nog in de gangen wandelde of in de zaal stond en rustig een babbeltje maakte.
We vernoemen de vertolkers zonder veel commentaar, omdat eigenlijk niemand een grote prestatie leverde. Misschien een uitzondering voor de sopraan Susanna Branchini die Elisabeth vertolkte en enkele vertolkers van kleinere rollen, vooral de tenor Thorsten Büttner als graaf Lerno en Liesbeth Devos als de “voix celeste”, maar hier als een zangeres uit vroegere films uitgebeeld. Wellicht is onze kennis maar pover, want sommige solisten werden naar onze mening onverdiend toegejuicht. Gelukkig voor hen. We hoorden en zagen Francesco Ellero d’Artegna (Philips II), Dario Solari (Marquis de Posa), Marianna Tarasovca (La Princesse Eboli) en Jaco Huijpen (Le Grand Inquisiteur). Het orkest o.l.v. Alexander Joël klonk op diverse plaatsen veel te luid voor verschillende zangers. Het grote koor zong zeer sterk, maar soms ook uit de maat.
Arme Schiller! Arme Verdi!
Er zijn nog voorstellingen (enkel te Antwerpen) op 28 februari, 2, 7, 10 en 13 maart 2010.

H.V. (Gepubliceerd op 28/2/2010)

Copyright foto's © Annemie Augustijns.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“GRÜSSE AUS WIEN” (31ste uitgave)

Concert door de Internationale Robert Stolz Club België op 6 en 7 maart 2010 in de Blauwe zaal van “deSingel” te Antwerpen. Bijgewoond concert op 6 maart 2010.

Michael HeimHet is vrij eenvoudig om over dit concert een verslag te maken. Als het ook maar enigszins onze bedoeling was iets negatiefs van de prestaties te zoeken, wordt dit zeer moeilijk. We volgen deze concerten zeer nauwgezet en dit is globaal gezien wel één der beste producties van de vereniging.
Eerst en vooral het grote Robert Stolz Promenade Orkest dat een prachtige klank bezit en, spijts de weinige repetitiemogelijkheden, uitstekend presteerde. Uiteraard is dit grotendeels te danken aan de vaste dirigent André Walschaerts. Dicht bij zijn officieel pensioen als directeur aan de Muziekacademie te Heist-op-den-Berg, heeft hij de vitaliteit van een veel jongere man. Zijn gepassioneerde en duidelijke leiding inspireerden de muzikanten en de solisten. Enkele aarzelingen werden door hem perfect opgevangen, zodat alleen de kenners dit konden opmerken.
Het eerste deel betrof fragmenten uit diverse operettes van Strauss, Abraham en Zeller. Voor het vlotte en geïnspireerde danspaar Linda Baclaine en Simon Van Heddegem viel de keuze op de Bloemenwals uit de “Notenkrakerssuite” van Peter Tchaikowsky. Het tweede deel omvatte muziek van Robert Stolz, een korte gedanste versie van de Bolero van Maurice Ravel en fragmenten uit “West Side Story” van Leonard Bernstein om te sluiten met de gebruikelijke Stolz schlagers.
René Vanderspeeten praatte het geheel vakkundig aan elkaar en was o.a. zeer geestig met een anekdote over Maurice Ravel.
Wat de solisten betrof stonden de heren aan de top. We kenden de tenor Michaël Heim al uit Wenen in rollen zoals Adam (Der Vogelhändler) en Eisenstein (Die Fledermaus) en ook van diverse CD opnames. Zijn heldere en aangename tenorstem naast zijn “présence” waren zeer opmerkelijk. Peter Thunhart bezit een mooie ronde baritonstem en bracht heel vlot enkele danspassen die zijn vertolkingen mooi aanvulden. De jonge Bulgaarse sopraan Antoaneta Mineva heeft een frisse stem en bewoog ook zeer intensief over het podium. Onze Belgische sopraan An Lauwereins is veel rijper maar werd voor onze oren duidelijk gehinderd door de weinig verdienstelijke klankinstallatie, vooral wat de hoge tonen betrof. Ook liet de belichting het soms een beetje afweten.

We kunnen dan ook met een gerust hart zeggen: bravo aan de artiesten en de organisatoren. Doe zo voort en daar was de volle zaal het zeker mee eens.

H.V. (Gepubliceerd op 9/3/2010)

Foto: Michaël Heim.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË