OPERA GAZET
![]()
Opera
van
Giuseppe Verdi (muziek) en
Temistocle Solera (libretto). Wereldcreatie op 9 maart
Wij
veronderstellen dat onze lezers de opera “Nabucco”
voldoende kennen en dat wij hun de inhoud en het voor Verdi zo belangrijke
historische verloop van de creatie niet moeten vertellen. Wij beperken ons tot
de zuiver muzikale facetten van deze uitvoering.
In de grote ouverture, gespeeld door het Apollo Symphonic Orchestra, vielen
vooral de volle klanken van de koperblazers op. Dit orkest werd in 2008
opgericht en wordt geleid door Geert Soenen. Het bestaat uit professionele
musici en jonge talenten. Als de samenklank nog groeit, zal het met de tijd een
waardige plaats innemen in het concertleven. Ook het Koninklijk Koor Zanglust
(voorbereid door Bart Snauwaert) en het Opera-en Belcantokoor L. Soudan
(voorbereid door Herman Streulens) leverden vanaf het openingnummer
verdienstelijk werk.
Onmiddellijk daarna kwam de Koreaanse bas Jang Young Kun als Zaccaria aan de
beurt met zijn eerste aria. We hoorden een imposante stem die uitermate geschikt
is voor deze grandioze zangrol. Dan verscheen Ismaele, gezongen door de
Belgische tenor Willem Van der Heyden, die met krachtige stem deze partij
verdedigde. Verdi voorzag geen enkele aria voor deze figuur, maar wel veel
belangrijk ensemblewerk, waarin hij voldeed. De Italiaanse sopraan Adriana
Morelli (Abigaïle) bezit de juiste stem voor de partij, maar liet wel enkele
onzuivere tonen horen. Haar eerste ensemble naast de tenor, de bas en de
Italiaanse mezzo Ambra Vespasiani (Fenena) met de Belgische sopraan Ingeborg
Lamote (Anna) was vrij evenwichtig.
Dan
deed de Italiaanse bariton Ettore Nova zijn intrede als Nabucco. Hij bezit de
kracht en de waardigheid voor de rol en maakte veel indruk. De tweede acte werd
ingezet door Abigaïle. Hier bewees Adriana Morelli andermaal wat we voorheen al
schreven. Wel staan we positief tegenover haar inleving in de rol. Bij de
cabaletta werd ze bijgestaan door de bas Thomas Mürk (uit Estonia) als de
hogepriester. Dan was het weer de beurt aan Jang Young Kun, gevolgd door een
scène van Ismaele en het herenkoor. Hier kon Willem Van der Heyden zich goed
laten gelden. In de kleine rol van Abdallo hoorden we verder de mooie Belgische
lichte tenor Jean-Michel van Oosten.
Het grote ensemble met solisten en koor klonk vrij goed, wat concertant vaak een
probleem is, daar de solisten door de opstelling weinig contact met de dirigent
hebben. In het verdere verloop bleef het koor trouwens goed presteren, zij
konden natuurlijk de dirigent goed zien vanuit hun positie achter het orkest.
Dit was uiteraard ook te danken aan de duidelijkheid en de intensiteit waarmee
Geert Soenen het geheel leidde. Het overbekende slavenkoor werd vrij genuanceerd
uitgevoerd en was zeker het koorhoogtepunt. De grote bas aria met de uitgebreide
tessituur die daarna volgt, bracht weer een uitstekende Jang Young Kun op het
podium. De andere solisten brachten verder geen verrassingen. Wel moeten we
aanstippen dat Ettore Nova steeds verbeterde tijdens de voorstelling, vooral in
het duo met Abigaïle en dat Ambra Vespasiani in haar kleinere rol van Fenena ook
goed presteerde.
Achteraf, na het gebruikelijk stormachtige slotapplaus van de Lyrica-getrouwen,
werd door solisten en koor het slavenkoor hernomen.
H.V. (Gepubliceerd op
14/10/2009)
Foto's van boven naar onder:
1) De sopraan Adriana Morelli (hier als Tosca).
2) De bas Jang Young Kun.
![]()
“NICOLAS CHRISTOU EN VRIENDEN”
Benefietconcert
van Lyrica op 29 november
Zanger,
zangpedagoog en basbariton
Nicolas Christou
zette zelf het concert in met een aria uit “Herodiade” (J. Massenet). Zijn beste
prestaties waren vooral de “Monoloog van Boris” uit "Boris Godounov" (M.
Moussorski) en het duet uit “Don Carlos” (G. Verdi) met de bariton Papuna
Tchouradze. Deze laatste liet een prachtige volle stem horen die ook zeer
genietbaar was in de slotaria van Posa uit “Don Carlos”. Hij hield zich stevig
op hoog niveau in een aria uit “Herodiade” en een duet uit “Il Trovatore” (G.
Verdi) met de sopraan Margareth Sitniak. Deze dame liet haar gerijpte stem ook
horen in de bekende aria “Il est doux, il est bon”, ook uit “Herodiade” en later
“Suicidio” uit “
Het tweede deel begon met het duet “La, ci darem la mano” uit “Don Giovanni”
(W.A. Mozart) door Margareth Sitniak en Nicolas Christou dat wel een beetje te
zwaar klonk voor een verleidingsscène.
Dan
bracht de tenor de spectaculaire aria “Si ritrovarlo io giuro” uit “
Het officiële gedeelte eindigde met “
Dan leidde Delphine Vlaeminck ons nog naar een aantal “verrassingen”. Hieruit
vermelden we: “Klänge der Heimat” (Die Fledermaus - J. Strauss), “De Vlo” (M.
Moussorgski), een zarzuela-aria uit “Luisa Fernanda” van Federico Moreno Torroba,
“Stars” (Les Misérables - Claude-Michel Schönberg) en “The impossible Dream"
(Man of
Het enthousiaste publiek dwong nog een bisnummer af. Dit werd “O sole Mio” (Eduardo
di Capua) op ludieke wijze gezongen door de vier solisten.
De pianiste Mana Yuasa hielp zonder problemen de zangers met een volgzame
begeleiding in de diverse genres.
Een
aangenaam concert.
H.V.
(Gepubliceerd op 11/12/2009)
1) Nicolas Christou.
2) Margareth Sitniak.
![]()
Operette
van
Ralph Benatzky (muziek) en Hans Müller & Erik Charell (tekst) naar het
blijspel van Oscar Blumenthal en Gustav Kadelburg met zangteksten van Robert
Gilbert. Verdere muzikale bijdragen van Bruno Granichstaedten (Zuschau’n
kann i nett), Robert Gilbert (Was kann der Sigismund dafür), Robert Stolz
(Die ganze Welt ist himmelblau en Mein Liebeslied muss ein Walzer sein),
Hans Frankowski (Erst wann es aus wird sein). Wereldpremière op 8 november
Het
ging hier om een half scenische opvoering van
"Im
weissen Rössl" met een vertelster ter verklaring van de inhoud. Dit werd
met micro verzorgd door Clio Janssens. Eigenlijk is het werk hiervoor niet
echt geschikt. De ingekorte dialogen werden in het Nederlands gesproken en
er werd gezongen in het Duits. De solisten acteerden minimaal op de
voorgrond, daarachter het orkest, stevig aangevuld met een piano, met de
dirigent ervoor en het Koor Fa.Si.Nant erachter. De leerlingen van de
Muziekacademie GO! vormden het kinderkoortje dat treffelijk zong (voorbereid
door Geertrui van Holderbeke) maar weinig geïnspireerd kon bewegen.
Een huwelijkskoppel kreeg in de eerste acte een duetje te zingen dat in onze
partituur niet voorkomt. Dit werd voorzichtig gezongen door de zeer jonge
sopraan Linde Gettemans en de geroutineerde buffo-tenor Jacky Bollengier.
Linde Gettemans was ook de postbode in het eerste deel. De dirigent Geert
Soenen fungeerde via micro als de reisleider die toeristen begeleidt. De
tenor Joris Bosman speelde een vlotte Leopold en bracht humor in enkele
parlando fragmenten. Hij zong het mooie “Zuschau’n kann i nett” met veel
gevoel. De sopraan Tinneke van Ingelgem heeft alles mee om een goede Josepha
te zijn in een echt geacteerde versie. Het duet van Ottilie en Siedler “Mein
Liebeslied muss ein Walzer sein”, vertolkt door Dipika Singh en Jean-Michel
Van Oosten, was uit de maat wegens een tekort aan contact met de dirigent.
Er werd wel mooi gezongen met als slotnoot een hoge C. Paul Claus liet zijn
volle baritonstem klinken als Giesecke en leverde met Josepha een simpel
dansje af “In Salzkammergut” en hierna kwam eindelijk een sterk applaus.
De
sopraan Ingeborg Lamote zong aan het begin de Jodelaarster en speelde later
Klärchen. Dit werd een parodie van het personage. Haar partner Jacky
Bollengier bracht een vlotte en geloofwaardige Sigismund. De Gentse versie
van zijn lied was voor ons wel onverstaanbaar en de tempi tussen zanger en
orkest liepen ook niet correct. De dialoog van Siedler met Giesecke in de
bergscène was heel grappig, met inbreng van de piccolo Ewout Lhoucq. Zelfs
de dirigent werd betrokken in een dialoog. Joris Bosman bracht ook het
nummer “Quodlibet” met een grote schlagerpotpourri. Goed gebracht, maar veel
te lang! Het leuke marslied in de tweede acte was dan wel gecoupeerd. Paul
Claus speelde een vurige Giesecke en ook de keizer met het korte maar
gevoelige “’s Ist einmal in Leben so”, later uitgebreid en ietwat te groots
hernomen door Josepha.
Geert Soenen had de muzikale leiding, gehinderd door de opstelling. Het
luide slagwerk stoorde ons ook enigszins. Verschillende tempi waren erg aan
de trage kant. De vroegere bekende, geliefde en uitstekende sopraan Jeannine
Martony regisseerde het geheel op een sobere manier en we beseffen dat van
een kinderkoor niet veel meer kan verlangd worden dan wat rondlopen.
Wellicht waren enkele muzikale coupures niet slecht geweest. Het koor klonk
niet heel mooi en zong van de partituur. Hen wat laten wiegen is nauwelijks
een hulp voor het geheel. Het publiek dat aanvankelijk weinig enthousiast
was, bleek uiteindelijk toch weer zeer uitbundig te reageren. Dit is voor
Lyrica zeker steeds een opsteker.
Op
zondag 7 maart 2010 om 15.00 uur brengt Lyrica een afscheidconcert van Hilda
De Groote in het NTGent. Zij wordt omringd door Gloria Guida Borreli, Willem
Van der Heyden en Paul Claus.
1) Joris Bosman.
2) Tineke van Ingelgem.
H.V. (Gepubliceerd op 12/2/2010)
![]()
AFSCHEIDSCONCERT HILDA DE GROOTE
Operette-
en operaconcert door Lyrica Gent in het NT Gent op 7 maart 2010.
Het
concert begon een beetje in mineur. Voorzitter John Boeren moest aankondigen
dat de feesteling niet aanwezig kon zijn om medische redenen. De naweeën van
een operatie houden haar nog steeds gehospitaliseerd. Volgens haar wens
moest het concert echter gewoon doorgaan. Ook de hulde aan deze grote
zangeres gebeurde alsof de Gentse sopraan aanwezig was. Er werd de nadruk
gelegd op het feit dat Gent drie wereldvermaarde zangeressen voortbracht:
Vina Bovy, Rita Gorr en Hilda De Groote. Opmerkelijk is het feit dat ze al
als vijftienjarige indruk maakte. De sprekers waren de voorzitter van de
Lyrische Vereniging, de voorzitter van de Gentse Sociëteit, die in een
sappig Gents zijn toespraak hield en aankondigde dat zij mee in de galerij
van de bekende Gentse Handjes is opgenomen en tot slot: Schepen van Cultuur
De Caluwe.
Het concert werd lichtjes aangepast daar de feesteling zelf ook nog had
moeten optreden. De sopraan Gloria Guida Borrelli zong een aantal
mezzopartijen (!) en beviel ons het meest in de aria uit La Perichole van
Jacques Offenbach. De tenor Willem Van der Heyden werd fel toegejuicht na
elk bravoure fragment en hij verraste ons met een aantal mooie piano’s. We
vinden het wel jammer dat hij geregeld detoneert. De bariton Paul Claus
leverde de meest artistieke prestatie met een heerlijke aria uit “Colombo”
van A.C. Gomes die hij zeer mooi en beheerst zong. Ter vervanging van de
fragmenten die de feesteling zou zingen, bracht Paul Claus ook nog de
overbekende aria van Ollendorf uit “Der Bettelstudent” van Millöcker: “Ach,
ich hab’ Sie ja nur auf die Schulter geküsst”. Dit was het
operettehoogtepunt van het concert, als men alle nodige factoren bekijkt.
Het publiek was blijkbaar erg in de wolken en als dank kregen we “O Sole
Mio” voorgeschoteld.
Het Festival Orkest begeleidde de zangers en speelde onder leiding van Geert
Soenen de ouverture tot de “Barbier van Sevilla” van Rossini, De Wiener
Bonbons Walzer en enkele polka’s van Johann Strauss.
Lyrica beëindigt zijn seizoen op zondag 2 mei 2010 om 15 uur met “Edgar” van Giacomo Puccini in het Muziekcentrum De Bijloke te Gent met de schitterende tenor Mickaël Fischi in de titelrol.
H.V. (Gepubliceerd op 8/3/2010)
Foto: Hilda De Groote.
![]()