OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN LUIK

“SAMSON ET DALILA”

Opéra Royal de WallonieOpera van Camille Saint-Saëns (muziek) en Ferdinand Lemaire (libretto), gecreëerd in het Duits in het Hoftheater te Weimar op 2 december 1877. De opera werd pas later in Frankrijk opgevoerd: op 3 maart 1890 in het Théâtre des Arts de Rouen en op 23 november 1892 in de Opéra de Paris. Bijgewoonde première door de Opéra Royal de Wallonie in de Country Hall Ethias de Liège op 18 september 2009.

Samson et Dalila - José Cura als Samson en koor van Israëlieten (Foto: Jacques Croisier)Er zijn dit jaar van “Samson et Dalila” enkele fel omstreden producties geweest. Voor de Opera van Keulen bedacht regisseur Tilman Knabe een wrede regie. De opera speelt zich niet in het bijbelse Palestina af, maar in het huidige Midden-Oosten. Onderdeel van de productie zijn een slachtpartij met machinegeweren en een massaverkrachting. Dat zorgde voor wat oproer. Verschillende koorleden en ook enkele solisten stapten op omdat de productie volgens hen te wreed was.
De Vlaamse Opera liet de Israëlische Omri Nitzan en de Palestijnse Amir Nizar Zuabi samen de regie doen, wat een controversieel resultaat opleverde. Ook hier werd de actie naar onze tijd in het Midden-Oosten verplaatst. De Israëlieten werden de onderdrukkers en de Palestijnen de slaven (on connaît la chanson). De gezongen teksten werden daar
door bijzonder absurd : Israëlieten die zweren bij de god Dagon en zingen: “Maudite à jamais soit la race des enfants d’Israël” terwijl de Palestijnen klagen met “Israël, romps ta chaîne”. Kan het nog gekker?
De Opéra Royal de Wallonie gooide het over een volkomen andere boeg, in plaats van geld te verkwisten aan een zinloze enscenering werd een eersteklas tenor geëngageerd voor de rol van Samson: José Cura. De regie van Michal Znaniecki verliep traditioneel en was een echte verpozing na de experimenten die wij de laatste tijd meemaakten. De personenregie was spontaan en kwam niet gekunsteld over. Bovendien konden wij genieten van mooie, kleurrijke kostuums. Een gouden regel: hoe minder er over een enscenering te vertellen valt, hoe beter zij is! Een regie is pas volmaakt als de actie zo vloeiend en natuurlijk verloopt dat je niet beseft dat er ooit een regisseur aan te pas kwam.
Samson et Dalila - José Cura als Samson en Julia Gertseva as Dalila (Foto: Jacques Croisier)Nochtans was deze première van het speeljaar 2009/10 niet écht een succes. Wegens de verbouwingswerken aan het Théâtre Royal aan de Place Grétry, werd de opera opgevoerd in de Country Hall Ethias. Zoals de naam “country” laat vermoeden, ligt het gebouw ergens “ten velde”, ongeveer vijftien kilometers buiten het centrum van Luik. Het is een zaal die bedoeld is voor sportmanifestaties: totaal sfeerloos, met een vreselijk slechte akoestiek, oncomfortabele stoelen en zo ruim dat de actie op de geïmproviseerde scène amper te volgen is.
Jammer, want de prestatie van José Cura kwam hierdoor slechts gedeeltelijk tot haar recht. Je hoort natuurlijk dat de stem optimaal is voor deze rol, al vonden wij zijn Franse dictie niet écht om over naar huis te schrijven. Maar hij heeft het juiste stemtype, een ongeforceerde hoogte en hij weet aan de rol de juiste dosis dramatiek mee te geven. Bovendien heeft hij de fysiek voor Samson en als hij in de eerste akte met ontblote borst en ezelskaakbeen in de hand de scène opschreed, dachten wij meteen aan Victor Mature in de film van Cecil B. DeMille uit 1949.
Ook Julia Gertseva had de geschikte figuur voor Dalila en zij zong haar mooie aria’s met een vleiende, warme stem. Haar dictie was ook beter dan die van Cura.
Er waren ook enkele mooie baritons en bassen in de bezetting, zoals de sonore Mark Rucker als de Hogepriester van Dagon, Luciano Montanaro als Abimélech en vooral Patrick Bolleire als de oude Hebreeuwer. De kleine rollen werden waardig gezongen door Louis Marie Gillis (un massager), Xavier Rouillon (premier philistin) en Arnaud Rouillon (deuxième philistin).
Samson et Dalila - Julia Gertseva als Dalila en José Cura als Samson met koor van Filistijnen (Foto: Jacques Croisier)Al deze mooie prestaties werden echter fel belemmerd door de slechte akoestiek. Een juiste versterking van de stemmen had soelaas kunnen brengen, maar is dat wel verantwoord voor een operavoorstelling?
Ik feite klonken enkel het koor en het orkest bevredigend. Vooral de donkere klanken in het orkest kwamen goed tot uiting. Patrick Davin liet de muziek vloeiend, én waar het moest, heroïsch klinken, maar gaf haar geen overdreven pathetiek of grootsprakerigheid.
Laat ons hopen dat de verbouwingswerken aan het Théâtre Royal volgend speeljaar voltooid zijn, want de “Country Hall Ethias” is letterlijk een noodoplossing!

De reeks voorstellingen gaat in samenwerking met Musique 3 en Arte, wat ons laat vermoeden dat er een tv-uitzending mag verwacht worden. Hopelijk zal deze captatie de artistieke prestaties beter tot hun recht laten komen.

Er zijn nog voorstellingen op 20, 25 en 27 september 2009.

G.M. (Gepubliceerd op 20/9/2009)

Foto's van boven naar onder:
1) José Cura als Samson en koor van Israëlieten.
2) José Cura als Samson en Julia Gertseva als Dalila.
3)
Julia Gertseva als Dalila en José Cura als Samson met koor van Filistijnen.
Copyright foto's © Jacques Croisier.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“CEPHALE ET PROCRIS ou L’AMOUR CONJUGAL”

Opéra Royal de Wallonie“Ballet héroique” in drie bedrijven van André-Ernest-Modeste Grétry op een libretto van Jean-François Marmontel naar Ovidius’ “Metamorfosen”. De creatie vond plaats op 30 december 1773 in de Koninklijke Opera in het kasteel van Versailles. Op 22 november 2009 woonden we in de “Salle Philharmoniqhe” van het Conservatorium te Luik een eenmalige concertante voorstelling door de Opéra Royal de Wallonie bij.

Pierre-Yves PruvotHet Théatre Royal wordt gerenoveerd, wat betekent dat de voorstellingen van de ORW zich enkele seizoenen “extra muros” afspelen. Na het prachtige “Forum de Liège” en de minder geslaagde “Country Hall” was nu de “Salle Philharmonique” in het Luikse conservatorium aan de beurt. We waren betoverd, niet alleen door de schoonheid en de goede staat van de zaal, maar vooral door de prachtige akoestiek die ervoor zorgt dat elk detail in de muziek en de zang tot zijn recht kan komen. Helaas is ook deze zaal, net al het “Forum”, niet geschikt om geënsceneerde opera’s op te voeren.
Grétry werd in 1741 geboren te Luik, maar verwierf zijn faam aan het Franse hof waar hij na omzwervingen doorheen Europa op advies van Voltaire naartoe ging. Maar ook na de Franse revolutie wist hij in de gratie te blijven. In het totaal schreef Grétry zowat 66 opera’s, waarvan de meeste succesvol waren. In moderne tijden wordt zijn muziek echter zelden uitgevoerd, al zijn er dit seizoen wereldwijd opvallend veel opera’s van Grétry gepland. Zo bracht het PSK te Brussel onlangs “Andromaque” en worden in Frankrijk nog “La fausse magie” (Metz), “L’amant jaloux” en “Zémire et Azor” (beide Parijs) verwacht.
Céphale et Procris ou l’amour conjugal” werd voor het eerst opgevoerd ter ere van het huwelijk van de graaf van Artois, de derde kleinzoon van Louis XV. Bij zijn creatie kende de opera weinig succes. Voor het Franse publiek was het niet helemaal duidelijk tot welke esthetiek het werk behoorde: enerzijds zijn er de elementen die passen in de Franse traditie: een mythologisch onderwerp, allegorische figuren, typische taferelen en, niet te vergeten, het invoegen van balletscènes. Aan de andere kant is er een duidelijke Italiaanse invloed in de vorm (geen proloog en drie bedrijven) en de virtuoze en symmetrische muziek, alsook de recitatieven die als een “recitativo secco” georkestreerd zijn.
Katia VellétazKortom, wat we nu als de sterke punten van de partituur beschouwen werden bij de creatie als gebreken aanzien. Overigens heeft ook het libretto bijgedragen tot de koele ontvangst door het publiek: Céphale wordt in het verhaal weinig geprofileerd als een klassieke held, en is eigenlijk al een voorloper van de romantische held.
We waren aangenaam verrast door de opvoering in Luik. Enerzijds door de mooie, afwisselende en melodieuze partituur van Grétry die onze aandacht voortdurend wist vast te houden - wat lang niet elke componist uit de achttiende eeuw lukt. Anderzijds was de kwaliteit van de uitvoerders van een hoog niveau. Bij de solisten waren we vooral onder de indruk van Pierre-Yves Pruvot als een autoritaire en vocaal sterke Céphale, die vooral in het derde bedrijf een geëngageerde vertolking gaf. De rol van Procris, die in tegenstelling tot wat de titel van de opera laat vermoeden eerder episodisch is, stelde geen problemen voor Katia Vellétaz, al projecteert de stem niet erg goed. Schitterend waren Bénédicte Tauran als Aurore en Isabelle Cals als La Jalousie. Mooie prestaties ook van Aurélie Franck (Flore) en Caroline Weynants (L’Amour), al had de laatste het bij momenten wat moeilijk met de virtuoze aria aan het einde van de opera, die misschien wel het mooiste stukje van de partituur uitmaakt.
Het orkest “Les Agrémens” is gespecialiseerd in muziek uit de achttiende eeuw en speelt op authentieke instrumenten. Onder de enthousiaste leiding van Guy Van Waas brachten zij een vurige en meeslepende vertolking van Grétry’s opera, daarin gesteund door het uitstekende “Choeur de Chambre de Namur”, eveneens specialisten in het genre.

Een concert dat ons doet uitkijken naar een nadere kennismaking met de componist André-Ernest-Modeste Grétry.

H.D. (Gepubliceerd op 23/11/2009)

Foto's van boven naar onder:
1) Pierre-Yves Pruvot.
2) Katia Vellétaz.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

"RIGOLETTO”

Opéra Royal de WallonieOpera in drie bedrijven van Giuseppe Verdi op een tekst van Francesco Maria Piave naar “Le roi s’amuse” van Victor Hugo. Het werk werd voor het eerst uitgevoerd op 11 maart 1851 in het Teatro La Fenice te Venetië. We waren op 21 maart 2010 aanwezig bij een voorstelling in de Opéra Royal de Wallonie te Luik.

Rigoletto - Marc Rucker als Rigoletto (Foto: Jacques Croisier)De Luikse opera wordt gerenoveerd en dus speelt het lopende seizoen zich af “extra muros”. De meeste voorstellingen gaan door in het “Palais Opéra de Liège”, een soort circustent opgesteld niet ver van het centrum van de stad. Hoewel een operavoorstelling in een tent op het eerste zicht wat vreemd overkomt, waren we aangenaam verrast door de kwaliteit van het geboden comfort, maar ook van de akoestiek die opmerkelijk goed was. Overigens werd deze constructie niet voor het eerst ingezet: toen enkele jaren geleden het Venetiaanse “Teatro La Fenice” heropgebouwd werd na een zware brand, gingen de operavoorstellingen gedurende meerdere seizoenen in dezelfde ruimte door.
Verdi beschreef de eerste tien jaar van zijn carrière als “gallei-jaren” waarmee hij doelde op het helse tempo waaraan hij nieuwe werken componeerde: vaak twee per jaar, met een uitschieter van drie nieuwe opera’s in 1847. Aan deze “slavenarbeid” komt vanaf 1850 snel verandering, wanneer hij op twee jaar tijd drie van wat later zijn populairste werken zullen blijken componeert: “Rigoletto” (1851), “Il Trovatore” en “La Traviata” (beide in 1853). Deze drie opera’s vestigen Verdi’s naam definitief als grootste Italiaanse componist van zijn tijd en stellen hem in staat om in de toekomst nog kieskeuriger te zijn bij het aannemen van nieuwe opdrachten. De zestien opera’s die Verdi vóór 1850 componeerde worden op een drietal na vandaag nog zelden uitgevoerd.
Rigoletto - Ensemble (Foto: Jacques Croisier)De compositie van “Rigoletto” verliep niet zonder slag of stoot. Na tussenkomst van de censuur diende Verdi de oorspronkelijke plaats van de handeling en de namen van de personages te wijzigen, en werd hij genoodzaakt zijn partituur dienovereenkomstig aan te passen. Maar uiteindelijk kon hij door zijn volharding en zijn geloof in de kwaliteit van zijn partituur de Oostenrijkse censor overtuigen. De geschiedenis bewijst dat Verdi gelijk had: de première van “Rigoletto” in Venetië kende een eclatant succes, en de aria “La donna è mobile”, waarvan de muziek doelbewust slechts enkele dagen op voorhand aan de tenor uitgereikt werd, werd al snel in alle straten van de stad gezongen.
“Rigoletto” op het speelplan zetten garandeert ook vandaag nog volle zalen en in de ORW is dit niet anders. Een groot deel van het succes van deze productie is volgens ons te danken aan muziekdirecteur Paolo Arrivabeni. Het orkest van de ORW heeft ons in het verleden niet steeds kunnen overtuigen, maar onder de leiding van Arrivabeni overtreffen de muzikanten zichzelf. Reken daarbij dan nog dat de dirigent er in slaagt dankzij onverwachte accenten en perfect gekozen tempi een interpretatie geeft van Verdi’s muziek die ook voor iemand die de opera al vaker zag, verfrissend overkomt.
Regisseur Philippe Sireuil laat het verhaal spelen in een soort eenheidsdecor, bestaande uit twee schuin lopende muren die in beperkte mate verschoven kunnen worden. Het verschil tussen de verschillende locaties wordt weergegeven door enkele subtiele details en rekwisieten, zoals een lamp of enkele stoelen. Het toneel is ook gehuld in het halfduister, wat de voorstelling meteen de juiste sfeer geeft, mede door een mooi gebruik van schaduwen. Helaas kwam de personenregie wat te kort - het leek dat de zangers op dat punt wat aan hun lot overgelaten werden. En niet elke operazanger is een geboren acteur…
Rigoletto - Marc Rucker als Rigoleto en Cinzia Forte als Gilda (Foto: Jacques Croisier)De belangrijkste rollen waren vrijwel ideaal bezet. Om te beginnen waren we onder de indruk van de prestatie van de jonge Mexicaanse tenor Arturo Chacon-Cruz. Hij heeft een grote, lyrische stem met een mooi timbre en de juiste fysiek voor de rol. Zijn zang klinkt soms wat onstuimig - met de jaren zal hij op dat punt wel wat evolueren - maar net deze onstuimigheid past perfect bij het personage van de Hertog. Cinzia Forte is een mooie, jeugdige en frêle Gilda. We hoorden de Amerikaanse bariton Mark Rucker al een paar maal in Luik, als Nabucco en Macbeth. Waar we hem voor die rollen eigenlijk wat licht vonden, lijkt Rigoletto hem op het lijf geschreven. Rucker weet alle gevoelens van dit complexe personage perfect te vertalen in zijn zang. Op een iets lager niveau stonden Riccardo Zanellato, die als de huurmoordenaar Sparafucile wat te kort kwam in de onderste regionen en vooral de mezzo Helen Lepalaan, die vocaal een maatje te klein blijkt om een geloofwaardige Maddalena neer te zetten.
Hoe dan ook, een prachtige uitvoering van een werk dat nooit ontgoochelt en dat te Luik, vooral dankzij een schitterende dirigent, op verfrissende wijze gebracht wordt.

U kunt nog gaan kijken in Luik (dagelijks tot en met 28 maart), Charleroi (3 april) en Heerlen (9 april 2010). De belangrijkste rollen zijn dubbel bezet.
Discover Opera Live zendt een opvoering van "Rigoletto" uit op Internet op 23 maart 2010 te 20 uur: http://www.operalive.org/en/

H.D. (Gepubliceerd op 23/3/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Marc Rucker als Rigoletto.
2) Ensemble.
3) Marc Rucker als Rigoleto en Cinzia Forte als Gilda.
Copyright foto's © Jacques Croisier.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË