OPERA GAZET
![]()
“ROBERT
STOLZ JUBILEUMCONCERT”
Jubileumconcert ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Internationale
Robert Stolz
Club België (1969-2009) op 20 september
Spijts
de autoloze zondag, slaagden toch een 600-tal leden en belangstellenden erin de
kerk praktisch geheel te vullen. Het publiek werd zeker niet teleurgesteld en er
werd ook enthousiast nagepraat tijdens de receptie achteraf.
De start werd gegeven door het Robert Stolz Salon Orkest onder leiding van André
Walschaerts met de ouverture “Wenn die kleinen Veilchen blühen”. Deze dirigent
kent uitstekend het repertorium en de echte Weense stijl. Hij begeleidde ook
vakkundig de solisten door het zeer gevarieerde programma. Het orkest speelde
ook minder bekend werk zoals “A love letter” en de “Marsch der Vereinten
Nationen”.
Bij de solisten stond de Weense tenor
Sebastian
Reinthaller aan de top van het concert. Zijn prachtige stemkleur zowel in de
fortepassages als zijn mezza voce en een hele reeks moeiteloze hoge C’s zijn
uniek. Ook zijn sympathieke, jeugdige en vlotte verschijning spreken ons erg
aan. Een kort gesprek achteraf verliep zeer collegiaal en respectvol.
Op
het concert zong hij een aantal fragmenten waaruit vooral de Jan
Kiepura-liederen “Ob blond, ob braun” en “Ich liebe dich” ons erg bevielen. De
Japanse sopraan Terumi Shima presteerde ook goed en liet enkele mooie
coloratuurloopjes horen. Een paar kleine onzuiverheden konden we vlug vergeten
en bij haar bevielen ons vooral het innige “Musikant” en het ontroerende “Ave
Maria”. De solisten brachten ook verschillende bekende duetten, waaronder “Mein
Liebeslied muss ein Walzer sein” en “Zwei Herzen in Dreivierteltakt”. Tot slot
volgden dan ook nog enkele bisnummers zoals “Jug san ma” en “Frühlingsparade”.
De presentatie werd vlot verzorgd door Connie Neefs.
Globaal gezien, een zeer geslaagd concert!
Op 14
en 15 november 2009 volgt nog een “Wiener Parade” in de Mechelse
Stadsschouwburg.
H.V.
(Gepubliceerd op 25/9/2009)
Foto's van boven naar onder:
1)
Sebastian Reinthaller.
2)
Terumi Shima.
![]()
Dubbelconcert op 14 en 15 november 2009 ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan
van de Internationale Robert Stolz Club België vzw. Bijgewoond concert op 14
november in de Stadsschouwburg te Mechelen.
Een
bonte mengeling van opera, operette en musicalfragmenten bood een ontspannende
namiddag aan het talrijke publiek dat de mooie en aangename zaal vulde.
Het Robert Stolz Promenade orkest o.l.v. André Walschaerts opende zeer pittig
met melodieën uit “Wiener Blut” (J. Strauss) in een bewerking van de dirigent.
Daarna maakte de Weense tenor Wolfgang Veith zijn intrede met het lied van
Sandor Barinkay uit “Der Zigeunerbaron” (J. Strauss). De stem is mooi en helder
en hij bezit een hoge C, maar is toch iets te zwak voor hoofdrollen. We kenden
hem als Vincenz, de tweede tenor uit “Der fidele Bauer” (L. Fall) uit Bad Hall.
Wel beschikt hij over voldoende zang- en podiumtechniek om te voldoen in
liederen en duetten uit “Der Zigeunerbaron”, “Gräfin Mariza” (E. Kalman) en “Venus
in Seide” (R. Stolz).
De sopraan Ljiliana Winkler werd geboren in Bosnië-Herzegovina en verblijft nu
in Duitsland. Ze begon met “Mein Herr Marquis” uit “Die Fledermaus” (en niet uit
“Der Zigeunerbaron”, zoals in het programma vermeldde). Haar beste prestatie lag
volgens ons bij het bekende “Meine Lippen sie küssen so heiss” uit “Giuditta”
(F. Lehar). Ook zong ze de aria van Musetta uit “La Bohème” (G. Puccini). Als de
hoge tonen nog wat ronder kunnen worden, wacht haar wel een toekomst.
De andere
tenor: Glenn Desmedt werd nog als bariton aangekondigd maar zingt sinds enkele
jaren als tenor. Op dit moment doet hij ervaring op in het vaste koor van Opera
Zuid in Nederland. Zijn musicalfragmenten uit “Jekyll & Hyde” (F. Wildhorn)
waren echt doorleefd. Tevens zong hij voor het eerst werk van G. Puccini n.l. de
aria “Recondita armonia” uit “Tosca”. Hierin bewees hij een echte tenor te zijn
en in welke richting de toekomst zich voor hem opent. Voor het briljante werk
van Kalman en Stolz moet hij zich nog wat inwerken.
Tot slot de Belgisch-Italiaanse mezzosopraan Marta Beretta. Voor ons was zij het hoogtepunt
van de namiddag. Een mooie en waardige verschijning, een prachtig timbre, grote
muzikaliteit en totale beheersing.
Zowel “Du, du, du schliesst deine Augen zu” (R. Stolz) als het „Ständchen“ (F.
Schubert) waren pareltjes van zangkunst.
Ook de “Habanera” uit “Carmen”
klonk moeiteloos en overtuigend.
Hier past nog een speciale vermelding voor dirigent André Walschaerts die niet
alleen uitstekend alle muzikale genres beheerst, maar ook het “Ständchen”
orkestreerde en alle andere orkestraties aanpaste. Het voortreffelijke orkest
speelde de “Annenpolka” (J. Strauss) en fragmenten uit “Carmen” (G. Bizet).
Het publiek reageerde nogal koel in het eerste deel en werd door presentator
René Vanderspeeten hiervoor na de pauze tot de orde geroepen. Dit hoort zo niet:
de artiesten moeten het publiek zelf enthousiast maken! Ook het gebruik van
micro’s en een klankinstallatie was hier geheel overbodig en zelfs hinderlijk.
Gelukkig draaiden de technici in de loop van het concert de micro’s steeds meer
en meer dicht.
De algemene reacties, tijdens de receptie achteraf, waren zeer positief. We
wensen de Stolz Club dan ook nog vele jaren toe.
Dit
seizoen volgen op 6 en 7 maart 2010 nog concerten onder de naam “Grüsse aus Wien
H.V.
(Gepubliceerd op 18/11/2009)
1) Wolfgang Veith als "Eisenstein" in "Die Fledermaus" van Johann Strauss.
2)
Ljiljana Winkler als "Ms. Jessel" in de opera "The
Turn of the Screw" van Benjamin Britten.
![]()
Opera
van
Gioacchino Rossini (muziek) en Giuseppe Maria Foppa (libretto).
Gecreëerd in het Teatro di San Moisè te Venetië op 9 mei 1812. Première van
deze productie door het
Mechels
Kamerorkest in het Cultuurcentrum te Mechelen op 28 mei 2010.
Bijgewoonde voorstelling op 30 mei 2010.
Rossini schreef in het begin van zijn
loopbaan drie farcen voor het Teatro di San Moisè die allemaal inhoudelijk
niet veel om het lijf hebben, maar muzikaal échte pareltjes zijn. Deze
“farsa comica” in één bedrijf is de laatste van de drie en een
schoolvoorbeeld van de Italiaanse voorliefde voor komedies over verboden
liefdes.
Giulia is buiten het weten van haar voogd met Dorvil getrouwd. Deze komt
haar elke nacht in haar kamer opzoeken en gebruikt hiervoor een ladder, de
“zijden ladder” van de titel. Als de voogd plannen smeedt om Giulia in het
huwelijk te laten treden met een zekere Blansac, gaan de poppen aan het
dansen. Zoals gebruikelijk leidt dat tot een hoop verwikkelingen,
verkleedpartijen en een happy end.
Het initiatief van het Mechels Kamerorkest om met de opvoering van een opera
buiten de grenzen van haar instrumentaal repertoire te treden, is bijzonder
lovenswaardig. Er schuilt echter ook een gevaar in, zeker als het om een
klassiek werk gaat dat wij kennen van uitvoeringen op CD en DVD.
Wij zeiden het vroeger al ter gelegenheid van opvoeringen door de diverse
Kameroperagezelschappen die Antwerpen rijk geweest is. Aan een barokopera of
een klassiek werk van o.a. Mozart en Rossini kun je een flinke buil halen.
Waarom kleine gezelschappen steeds te hoog wil grijpen naar opera’s waarvan
een genietbare uitvoering buiten hun bereik ligt, is ons een raadsel. En dat
terwijl er honderden kleine moderne opera’s op een opvoering liggen te
wachten. Wij denken aan componisten als Benjamin Britten, Gian Carlo
Menotti, Philip Glass om er maar enkele te noemen, waarvan de kameropera’s
zangtechnisch minder strenge eisen stellen. Waarom “The end of the affair”
(2004) van wonderboy Jake Heggie niet eens proberen? Een opera die juist
even oud is als het Mechels Kamerorkest zelf. Dat zou pas een uitdaging
zijn!
Terug naar “La
scala di seta” in de omgebouwde kerk van het Cultureelcentrum, een
zaaltje dat zich uitstekend leent voor de uitvoering van een kameropera. Er
werd door Tom Viaene veel zorg besteed aan de enscenering, met bijzonder
kleurrijke decors en kostuums en een vlotte personenregie. De solisten
slaagden er helaas niet in om deze vlotheid ook in de recitatieven uit te
drukken. De sopraan Joke Cromheecke was als Giulia het meest positieve
element van de bezetting. Zij zong met jeugdig elan en goede vocale
kwaliteiten. Haar grote liefde Dorvil, in casu Koen Vereertbrugghen, kon
haar echter niet volwaardig van repliek dienen. Nochtans heeft de man de
luiste lichte, lyrische tenorstem. Maar hij miste soepelheid en de hoge
noten werden meer geroepen dan gezongen.
De baritons waren twee veteranen:
Henk Lauwers was vocaal een nogal stugge Germano. Marc Meersman is nog
steeds de charmeur van vroeger en was als dusdanig een geloofwaardige
Blansac. Vocaal had hij het wat moeilijker. Een carrière van meer dan dertig
jaar, van Bach’s “Matthäus Passion” tot Lloyd Webber’s “Phantom of the
Opera” laat natuurlijk zijn sporen na.
De mezzosopraan Ana Naque (Lucilla) en de tenor Jan Gooren (Dormont)
vervolledigden de bezetting.
Geen enkele zanger leverde in feite een topprestatie af en dat is beneden de
verwachtingen die wij stellen voor een belcanto opera.
Wij waren wel aangenaam verrast door de kwaliteiten van het Mechels
Kamerorkest, met veel pit gedirigeerd door
Tom van den Eynde. Het ensemble
speelde sierlijk, puik afgewerkt en zonder de zangers te willen overstemmen.
G.M. (Gepubliceerd op 1/6/2010)
![]()