OPERA GAZET
![]()
Opera in vier bedrijven van
Georges Bizet op een
libretto van Jules Henri Vernoy en Jules Adenis naar “The fair maid of
Perth” van Sir Walter Scott. De opera werd voor het eerst opgevoerd in het
Théâtre-Lyrique te Parijs op 26 december 1867. We woonden op 8 mei 2010 een
concertante uitvoering bij in het Stadttheater Bern.
Van sommige werken verbaast het ons niet dat ze
vergeten zijn. “La jolie fille de Perth” hoort daar zeker bij. Om te
beginnen is er het absurde libretto. We zullen U de details besparen, maar
in grote lijnen komt het er op neer dat twee verloofden Cathérine en Henry
Smith door een combinatie van verkleedpartijen en persoonsverwisselingen aan
elkaars trouw gaan twijfelen. De stemmingen en situaties veranderen aan een
hels tempo zodat niemand er nog wijs uit raakt. Het geheel culmineert in een
waanzinsaria van Cathérine gevolgd door een definitieve verzoening van de
geliefden. De auteurs hebben geprobeerd zoveel mogelijk dramatische momenten
in de opera te verwerken waardoor geen enkel verhaallijn deftig uitgewerkt
werd.
Het lijkt wel alsof Bizet zelf niet echt in de zaak geloofde, mogelijk ook
omdat het libretto hem opgedrongen werd door de theaterdirectie. In elk
geval slaagde hij er niet in om zijn personages enig karakter of
psychologische evolutie mee te geven. De partituur lijkt wat ons betreft op
een lappendeken met verschillende taferelen die, toegegeven, af en toe wel
mooi klinken, maar samen geen eenheid vormen. Een goed voorbeeld daarvan is
het personage van Cathérine dat eigenlijk alles lijdzaam ondergaat. Ze
krijgt wel twee coloratuuraria’s waardoor de titelfiguur als een soort
hysterische kolibrie doorheen de opera raast. Waarbij we nog willen opmerken
dat Bizet duidelijk niet de “feeling” van Bellini of Donizetti heeft bij het
schrijven van dat soort muziek, waardoor de aria’s van Cathérine bij
momenten net iets te veel gaan lijken op het debiteren van toonladders.
Het is zeker een moedige daad van het Stadttheater Bern om deze opera op het
repertoire te nemen en we kunnen in het licht van het voorgaande begrijpen
dat men geopteerd heeft voor een concertante uitvoering. Maar hoewel het
resultaat zeker niet onverdienstelijk was, hadden we de indruk dat de
voorstelling leed aan een gebrek aan voorbereiding. Zo klonk het Berner
Symphonieorchester onder de leiding van de Nederlandse dirigent Vincent de
Kort vooral in de ouverture wat rommelig. We hoorden nogal wat ongelijkheden
in het koor (dat voor het orkest opgesteld stond, maar bizar genoeg niet in
de richting van de zaal zong) en enkele solisten zongen met hun neus in de
partituur. Premièrestress?
Voor de rol van Henry Smith had het Stadttheater Bern een beroep gedaan op
onze landgenoot
Marc Laho en dit bleek een gouden zet. Eens te meer konden
we genieten van de perfecte stijl en zangtechniek van deze Luikse tenor.
Zijn serenade in het tweede bedrijf vormde met zijn diversiteit aan tinten
en prachtige afwisselingen tussen de registers, bekroond met een prachtig
teruggenomen slotnoot, het onbetwistbare hoogtepunt van de avond. Blijft wel
de wat onorthodoxe manier om de hoge noten te zingen met net iets te veel
falset, maar dat is detailkritiek. We begrijpen werkelijk niet dat deze man
zo weinig benut wordt door de Belgische theaters.
De andere solisten, zonder onverdienstelijk te zijn, haalden niet het niveau
van Marc Laho. De Russische sopraan
Elena Gorshunova heeft de ideale fysiek
voor de rol, maar valt vocaal wat licht uit, vooral in de hoge registers.
Bovendien leek ze wat onwennig op het toneel te staan. Mooie prestatie van
de Engelse bariton Robin Adams die als de Hertog van Rothsay als enige een
echt ingeleefde vertolking gaf, al hadden we hem graag af en toe een beetje
meer horen doseren.
Dat laatste kan ook gezegd worden van de Franse bas
Kristian Paul die zijn omvangrijke stem net iets te veel liet bulderen ten
koste van een interpretatie van tekst en muziek. Carlos Esquivel wist ons te
overtuigen in de kleinere rol van Simon Glover. We waren een pak minder
geestdriftig over de prestatie van de Zwitserse mezzosopraan Claude
Eichenberger. De vrouw is zeker een toneelbeest, maar haar zang is werkelijk
te rauw en wanneer het iets hoger of luider moet, gewoon naast de toon.
Het is twijfelachtig dat deze opvoeringen te Bern de start zullen betekenen
van een tweede leven voor Bizet’s opera. Daarvoor komt het werk de nodige
kwaliteit te kort. Bovendien was de publieke belangstelling voor de
voorstelling die we bijwoonden bedroevend: we schatten de bezettingsgraad op
minder dan 40%. Hoe dan ook, de melomaan die zijn horizonten wat wil
uitbreiden kan nog terecht in Bern op 12 mei voor de tweede en laatste
uitvoering.
Eind volgend seizoen staat in het Theater Bern de veristische opera
“L’attaque du moulin” van Alfred Bruneau op het programma.
H.D. (Gepubliceerd op 11/5/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Georges Bizet.
2) Elena Gorshunova.
3) Marc Laho.
TERUG NAAR KEUZELIJST ZWITSERLAND
![]()