OPERA GAZET
![]()
Opera
seria in twee bedrijven van
Gioacchino Rossini. Het libretto is van de hand van Andrea Leone Tottola
naar de roman “The lady of the lake” van Sir Walter Scott. Het werk ging in
première in het Teatro San Carlo te Napels op 24 oktober 1819. We woonden op
9 mei 2010 een voostelling bij in het Grand Théâtre de Genève.
“La
donna del lago” is één van de weinige ernstige opera’s van Rossini die
ook na de “Rossini-renaissance” uit de jaren tachtig van de vorige eeuw nog
min of meer repertoire gehouden hebben. Het is één van Rossini’s mooiste
composities met een sterk melancholisch karakter. Het is meteen ook de
eerste opera (in een erg lange reeks) die gebaseerd is op een verhaal van
Scott. De partituur is verder typisch voor wat de componist voor Napels
schreef, met een hoofdrol voor zijn toenmalige maîtresse Isabella Colbran en
twee tenoren die als vechtende kemphanen een prachtige vocale strijd
leveren. De orkestratie is vrij sterk voor een Rossini-opera uit die
periode.
Elena, de heldin uit de titel, is de zoon van Douglas die op zijn beurt een
belangrijke figuur in de opstand tegen koning James V is. Ze is verliefd op
Malcolm, maar haar vader wil haar uithuwen aan de rebellenleider Rodrigo Di
Dhu. Wanneer koning James V incognito als Umberto deelneemt aan een
jachtpartij raakt hij geïsoleerd van zijn kompanen en maakt kennis met Elena
op wie hij smoorverliefd wordt. Wanneer blijkt dat zijn liefde niet
beantwoord wordt, schenkt hij Elena een ring waarmee ze naar de koning kan
gaan als ze ooit in de problemen komt. De opstand mislukt, Rodrigo wordt
gedood en Douglas en Malcolm worden gevangen genomen. Elena gaat met de ring
naar de koning en treft tot haar verrassing Umberto aan op de troon. James V
houdt zijn woord. Hij laat Douglas vrij en huwt Elena met Malcolm.
Toeschouwers die in Genève dachten voorgaand verhaal te herkennen in de
regie van Christophe Loy waren er aan voor hun moeite. Loy verandert het
verhaal in een soort nachtmerrie van Elena. De vlucht uit de werkelijkheid
die typisch is voor de romantiek, speelt zich bij hem af in haar hoofd. Het
eenheidsdecor bestaat uit een soort parochiezaal met achteraan een klein
podium. De rivaliteit tussen Rodrigo en James V lijkt te stoelen op hun
status als sportfiguur. De personages zijn gekleed in jaren-50 stijl.
Dergelijk toneelbeeld verrast of stoort ons al lang niet meer, maar wanneer
Loy ook nog begint te knoeien met de handeling, gaat hij wat ons betreft te
ver. Ons voornaamste bezwaar betreft de rol van Malcolm. Bij Loy gaat het
niet langer om een geliefde, maar om een (uiteraard vrouwelijk) alter ego
van Elena. Haar echte geliefde is James V, en aan het einde van het werk is
hij het die met haar trouwt. Loy schrikt er niet voor terug om in de finale
een stuk uit het recitatief te knippen om zijn onmogelijke slot minder
ongeloofwaardig te maken.
Er was ook ruimte voor een tweede interpretatie, waarbij Elena en Malcolm
een soort lesbische verhouding hebben. Maar die lijn wordt in het tweede
bedrijf niet doorgetrokken.
Bijkomend
probleem is een soort “déjà-vu” gevoel: we recenseerden al eerder “Louise”
van Charpentier en veel van wat we daar zagen kwam terug in deze “La donna
del lago”: een projector op de scène, de kostuums, de aanwezigheid van
balletmeisjes, … Alleen, daar leken de puzzelstukjes wel in elkaar te
vallen, en dat kan van deze interpretatie van Rossini’s opera niet gezegd
worden. We hebben lang gezocht naar een woord dat onze gevoelens over Loy’s
werk beschrijft en kwamen uit bij “waardeloos”. Nochtans werd deze regisseur
al een aantal maal bekroond voor zijn werk. Zo kreeg hij de Laurence Oliver
Award voor zijn interpretatie van “Tristan und Isolde” in Covent Garden.
Natuurlijk is het de muziek die de hoofdrol speelt in een opera van Rossini,
maar helaas volstond de geboden kwaliteit niet om de kwakkelende regie van
Loy te kunnen vergeten. Het voornaamste probleem was wat ons betreft de
casting van de erg jonge Braziliaanse tenor Luciano Botelho. Als de
“Rossini-renaissance” ons iets geleerd heeft dan is het wel dat rollen als
die van James V/Umberto, geschreven voor niemand minder dan Giovanni David,
niet bezet kunnen worden met een “tenorino” met een genepen hoogte die
bestemd is voor rollen als Pedrillo of Monostatos. Eerder gaven zangers als
Rockwell Blake en Juan Diego Florez al aan hoe het moet. De vocale onmacht
van Botelho viel nog extra op door het contrast met de Rodrigo Di Dhu van de
Amerikaanse tenor Gregory Kunde. Hij bevindt zich af en toe gevaarlijk dicht
(en soms voorbij) de grens tussen zingen en roepen, maar hij zet als enige
in de cast een muzikaal imperfect maar desondanks boeiend personage neer.
Bovendien weet hij af en toe een paar ons onbekende cadenza’s uit zijn stem
te toveren. Hij beheerst waarschijnlijk als enige de onmogelijke tessituur
van de rol die voor de baritenor Andrea Nozzari geschreven werd. De alt
Mariselle Martinez, die haar rol als Malcolm opgeofferd zag aan de
hersenspinsels van de regisseur, komt uit de barok en heeft dus geen
problemen met de coloraturen. Wel vertoont haar stem een wat onaangenaam
vibrato in de laagte. In het eerste bedrijf leek haar stem nog wat
onvoldoende opgewarmd, maar die indruk was snel voorbij en haar aria in het
tweede bedrijf vormde één van de hoogtepunten van de voorstelling.
Grote
aantrekkingspool voor deze productie van “La donna del lago” is echter de
aanwezigheid van de schitterende Amerikaanse mezzosopraan
Joyce DiDonato
in de titelrol. Deze rol, geschreven voor Isabella Colbran die een beetje
het midden hield tussen wat we nu kennen als sopraan en mezzo, wordt
tegenwoordig bijna steeds gecast met een sopraan. DiDonato is werkelijk
perfect als Elena. Niet alleen speelt ze het personage perfect zoals de
regisseur het wil, ze slaagt erin om Elena een soort van pathos mee te geven
die ons de ganse voorstelling wist te fascineren. En dan is er haar zang: of
het nu gaat om een lyrische passage of een virtuoos cabaletta, de zangeres
weet steeds de juiste toon en dynamiek te vinden om de toeschouwers tot op
het randje van de stoel te brengen. De ovatie na de slotaria “Tanti Affetti”
was dan ook een emotionele ontlading bij een publiek dat met open mond had
zitten luisteren.
We kunnen ook onze bewondering voor het werk van dirigent Paolo Arrivabeni
niet verbergen: deze uiterlijk stoïcijnse man weet zijn orkest het juiste
“Rossini-gevoel” mee te geven en laat de muziek bruisen van begin tot eind.
Bij hem geen dode momenten in de voorstelling, zoals bij andere dirigenten
wel eens gebeurt. Koor en orkest van het Grand Théâtre de Genève leverden
dan ook een mooie prestatie onder zijn kundige leiding.
Al bij al een voorstelling die alleen al door de aanwezigheid van Joyce
DiDonato de moeite waard was, maar helaas erg te lijden had onder een regie
die niet alleen “waardeloos” is, maar ook oersaai en de geest van het werk
verraadt.
“La donna del lago” wordt in Genève nog gespeeld op 14 en 17 mei 2010.
H.D. (Gepubliceerd op 12/5/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Joyce DiDonato als Elena.
2) Joyce DiDonato als Elena en Luciano Botelho als Giacomo V / Uberto.
3) Gregory Kunde als Rodrigo di Dhu en
Joyce DiDonato als Elena.
Copyright foto's
© GTG/Monica Rittershaus.
TERUG NAAR KEUZELIJST ZWITSERLAND
![]()