OPERA GAZET
![]()
Opera comica in twee
bedrijven op muziek van
Antonio
Salieri. De tekst is van Giambattista Casti. De eerste uitvoering was
op 12 oktober
Povero
Salieri! Na het overlijden van
Mozart zou hij gezegd hebben dat het voor hem en zijn tijdgenoten een
goede zaak was dat Mozart zo vroeg stierf - anders zouden zij door het
nageslacht voor altijd vergeten worden. Hoe kon de arme man ooit vermoeden dat
men hem tweehonderd jaar later nog slechts herinnert als de moordenaar van
Mozart. Dit idee is nochtans gebaseerd op een volledig fictief verhaal dat in de
negentiende eeuw door Pushkin op schrift gesteld werd, later populair werd door
het toneelstuk van Peter Shaffer en
door Milos
Forman als uitgangspunt gebruikt werd voor zijn blockbuster “Amadeus”.
Hoewel een aantal werkelijke gebeurtenissen bijdroegen tot het ontstaan van de
legende - Salieri bezocht Mozart inderdaad een dag voor zijn dood, en zou later,
wanneer hij al over verminderde geestelijke vermogens beschikte inderdaad
beweerd hebben dat hij Mozart vergiftigde - is ondertussen wetenschappelijk
aangetoond dat Salieri geen hand heeft gehad in Mozarts overlijden.
Helaas verliest de muziekliefhebber door het voorgaande de werkelijke waarde van
Salieri als componist uit het oog: niet alleen was de man gedurende vele jaren
hofcomponist in Wenen, hij was een van de belangrijkste componisten van de
tweede helft van de achttiende eeuw. Zijn muziek voor “La
Grotta di Trofonio” is steeds lichtvoetig en melodieus, soms grappig
maar steeds gecomponeerd op maat van de situatie.
Het verhaal van “La Grotta di Trofonio” is los gebaseerd op een verhaal uit de
Griekse mythologie over de grot van magiër
Trofonio, verplaatst naar het einde van de achttiende eeuw: wie de
grot van Trofonio betreedt zal ze met een gans ander karakter verlaten. Het
verhaal van de opera gaat als volgt: Aristone heeft twee dochters: de ernstige
Ofelia en de wulpse Dori. Beiden staan op het punt te huwen met een man die ze
zelf hebben kunnen uitkiezen: Ofelia zal trouw zweren aan de wat saaie
Artemidoro en Dori heeft haar hart geschonken aan de losbol Plistene. Beide
mannen worden door de tovenaar Trofinio in zijn grot gelokt, wat tot gevolg
heeft dat Artemidoro verandert in een playboy, terwijl Plistene zich ontpopt tot
een boekenwurm. Uiteraard zijn beide dames ontdaan door de metamorose van hun
aanstaande echtgenoten en aan het einde van het eerste bedrijf is het dan ook
lang niet zeker meer dat het dubbele huwelijk zal plaats vinden. Na een tweede
bezoek aan de grot van Trofonio zijn de heren opnieuw in hun normale doen, maar
treedt een nieuwe complicatie op: ook de dames werden door Trofonio in de grot
gelokt en hebben nu zelf een gelijkaardige karakterwissel ondergaan. Ten einde
raad gaan allen naar Trofinio om hem te vragen de normale toestand te
herstellen. Trofinio, tevreden over het experiment dat hij heeft kunnen
uitvoeren op de jonge koppels, doet wat hem gevraagd wordt zodat niets nog een
huwelijk van beide koppels in de weg staat.
Wanneer
“La Grotta di Trofonio” in première ging zat Europa in de ban van de “verlichting”,
waarbij alles in vraag gesteld werd en nieuwe theorieën het licht zagen.
Salieri’s opera zit dan ook vol parodie op thema’s uit de late achttiende eeuw,
die vandaag helaas niet meer opvallen omdat we niet vertrouwd zijn met de
situatie of omdat ons de nodige bagage ontbreekt om bepaalde verwijzingen naar
filosofen en geschriften naar waarde te kunnen schatten. We geven een voorbeeld.
De vader van de meisjes, Aristone, is genoemd naar een minder bekende stoïcijnse
filosoof. Hij is de verpersoonlijking van de geïdealiseerde zorgzame vader zoals
die door de verlichting gezien werd - “aristos” betekent in het Grieks trouwens
zoveel als “de beste”. In die hoedanigheid is hij eigenlijk een parodie op
Diderot’s “Le père de famille” uit 1758. Aristone’s ideeën over opvoeding staan
bovendien in sterk contrast met de gebruikelijke tirannieke houding van
buffo-vaderfiguren.
Het ergste wat een mens
kan overkomen is kennis te moeten maken met een werk dat op een onbegrijpelijke,
moderne manier geënsceneerd werd. Gelukkig gold dit niet voor “La Grotta di
Trofonio” in Winterthur. Zonder te vervallen tot een ouderwetse vorm van
gekostumeerd concert, wist Mario Pontiggia ons te overtuigen met een mooi
toneelbeeld waarbinnen hij zijn personages met een gedetailleerde personenregie
laat neerzetten, met oog voor het komische karakter van het werk, maar zonder
daarin te overdrijven. Het decor zat vol verwijzingen naar Griekse opgravingen
(typisch voor de verlichting is ook de vernieuwde interesse voor oude culturen
en opgravingen), tot en met de grot zelf, die eigenlijk bestond uit een
beschadigde Griekse urne.
In
Winterthur hoorden we een ensemble van bijna uitsluitend jonge solisten die
Salieri’s opera zonder positieve of negatieve uitschieters op een enthousiaste
en overtuigende manier brachten, waarbij hun acteerprestatie meer dan eens het
muzikale aspect van hun rol overklaste. Zoals verwacht, wist de enige
oudgediende in het gezelschap, de bas
Laszlo Polgar met zijn sonore stem moeiteloos het vocale gezelschap
te domineren. Hoewel zijn rol eerder kort is, schreef Salieri voor hem de
interessantste muziek. Als losbol of als “nerd”, de Spaanse sopraan
Isabel Rey kon
zich toneelmatig laten gaan in de rol van Dori. Haar vocale prestatie was
eveneens pittig en ondanks wat scherpe tonen in het hogere register was haar
prestatie de beste onder de jongeren. We waren iets minder opgetogen over de
Kroatische tenor
Kressimir Spicer die alleen lijkt te kunnen variëren in volume maar
niet in kleur en blijkbaar denkt dat hard zingen en hoog zingen hetzelfde zijn.
Helaas zingt hij vaak meer dan hard genoeg, maar zonder dat hij de benodigde
hoogte haalt. Beloftevol was de Italiaanse bariton
Davide Fersini die enkel wat vocaal gewicht miste in de rol van
Aristone. Eigenlijk kunnen we hetzelfde zeggen van
Gabriel Bermudez als Plistene en
Serena Malfi als Ofelia - wat eigenlijk positief is want stemmen met
min of meer dezelfde omvang zorgen voor mooi gelijkmatige ensemblezang.
Douglas Boyd dirigeerde het Orchester Musikkollegium Winterthur met
enthousiasme en veel zin voor detail. We hoorden onder zijn leiding een
spetterende vertolking van Salieri’s muziek die ons geen moment deed vervelen.
We betreurden alleen af en toe dat Boyd zijn orkest niet wat temperde wanneer de
stemmen in de verdrukking kwamen. Een pluim ook voor Jeffrey Smith die aan de
fortepiano zorgde voor de begeleiding van de (soms erg lange) recitatieven. Kort
maar bevredigend waren de tussenkomsten van het mannenkoor.
Is de tijd een rechtvaardige rechter? Of anders gesteld: zijn het inderdaad de
beste opera’s die de tand des tijds doorstaan hebben en ook vandaag nog op het
repertoire staan? Het blijft een open vraag, al toont de realiteit haar
legitimiteit aan: “Cosi fan tutte” van Mozart, vandaag een veel gespeeld werk,
kende in Wenen ten tijde van zijn creatie een tiental opvoeringen, “La Grotta di
Trofonio” niet minder dan negenentwintig. Moeten we daarom denken dat het laat
negentiende-eeuwse operapubliek geen kwaliteit kon onderscheiden? En durven we
hopen dat deze uitvoeringen van “La Grotta di Trionfo” in Winterthur zullen
leiden tot een eerherstel van Salieri? We zijn wat dat betreft eerder
pessimistisch. Al weet je natuurlijk nooit: vóór het duo Ponnelle-Harnoncourt in
Zürich aan hun Monteverdi-cyclus begonnen, hield iedereen die muziek voor
onspeelbaar. Ondertussen maken Monteverdi’s opera’s opnieuw deel uit van het
standaardrepertoire. Wie weet valt Salieri ook ooit nog deze eer te beurt?
We zagen de laatste
voorstelling van vier, een coproductie met het Operafestival van Las Palmas.
H.D. (Gepubliceerd op 8/9/2009)
Foto's van boven naar onder:
1) Antonio Salieri.
2) Laszlo Polgar als Trofonio (Copyright foto: Opernhaus Zürich).
3) Kressimir Spicer.
TERUG NAAR KEUZELIJST ZWITSERLAND
![]()