OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN WINTERTHUR

Opernhaus Zürich

“LA GROTTA DI TROFONIO”

Opera comica in twee bedrijven op muziek van Antonio Salieri. De tekst is van Giambattista Casti. De eerste uitvoering was op 12 oktober 1785 in het Burgtheater te Wenen. We zagen op 6 september 2009 een opvoering in het Theater am Stadtgarten te Winterthur door het Opernhaus Zürich.

Antonio SalieriPovero Salieri! Na het overlijden van Mozart zou hij gezegd hebben dat het voor hem en zijn tijdgenoten een goede zaak was dat Mozart zo vroeg stierf - anders zouden zij door het nageslacht voor altijd vergeten worden. Hoe kon de arme man ooit vermoeden dat men hem tweehonderd jaar later nog slechts herinnert als de moordenaar van Mozart. Dit idee is nochtans gebaseerd op een volledig fictief verhaal dat in de negentiende eeuw door Pushkin op schrift gesteld werd, later populair werd door het toneelstuk van Peter Shaffer en door Milos Forman als uitgangspunt gebruikt werd voor zijn blockbuster “Amadeus”. Hoewel een aantal werkelijke gebeurtenissen bijdroegen tot het ontstaan van de legende - Salieri bezocht Mozart inderdaad een dag voor zijn dood, en zou later, wanneer hij al over verminderde geestelijke vermogens beschikte inderdaad beweerd hebben dat hij Mozart vergiftigde - is ondertussen wetenschappelijk aangetoond dat Salieri geen hand heeft gehad in Mozarts overlijden.
Helaas verliest de muziekliefhebber door het voorgaande de werkelijke waarde van Salieri als componist uit het oog: niet alleen was de man gedurende vele jaren hofcomponist in Wenen, hij was een van de belangrijkste componisten van de tweede helft van de achttiende eeuw. Zijn muziek voor “La Grotta di Trofonio” is steeds lichtvoetig en melodieus, soms grappig maar steeds gecomponeerd op maat van de situatie.
Het verhaal van “La Grotta di Trofonio” is los gebaseerd op een verhaal uit de Griekse mythologie over de grot van magiër Trofonio, verplaatst naar het einde van de achttiende eeuw: wie de grot van Trofonio betreedt zal ze met een gans ander karakter verlaten. Het verhaal van de opera gaat als volgt: Aristone heeft twee dochters: de ernstige Ofelia en de wulpse Dori. Beiden staan op het punt te huwen met een man die ze zelf hebben kunnen uitkiezen: Ofelia zal trouw zweren aan de wat saaie Artemidoro en Dori heeft haar hart geschonken aan de losbol Plistene. Beide mannen worden door de tovenaar Trofinio in zijn grot gelokt, wat tot gevolg heeft dat Artemidoro verandert in een playboy, terwijl Plistene zich ontpopt tot een boekenwurm. Uiteraard zijn beide dames ontdaan door de metamorose van hun aanstaande echtgenoten en aan het einde van het eerste bedrijf is het dan ook lang niet zeker meer dat het dubbele huwelijk zal plaats vinden. Na een tweede bezoek aan de grot van Trofonio zijn de heren opnieuw in hun normale doen, maar treedt een nieuwe complicatie op: ook de dames werden door Trofonio in de grot gelokt en hebben nu zelf een gelijkaardige karakterwissel ondergaan. Ten einde raad gaan allen naar Trofinio om hem te vragen de normale toestand te herstellen. Trofinio, tevreden over het experiment dat hij heeft kunnen uitvoeren op de jonge koppels, doet wat hem gevraagd wordt zodat niets nog een huwelijk van beide koppels in de weg staat.
Laszlo Polgar als Trofonio (Foto: Opernhaus Zürich)Wanneer “La Grotta di Trofonio” in première ging zat Europa in de ban van de “verlichting”, waarbij alles in vraag gesteld werd en nieuwe theorieën het licht zagen. Salieri’s opera zit dan ook vol parodie op thema’s uit de late achttiende eeuw, die vandaag helaas niet meer opvallen omdat we niet vertrouwd zijn met de situatie of omdat ons de nodige bagage ontbreekt om bepaalde verwijzingen naar filosofen en geschriften naar waarde te kunnen schatten. We geven een voorbeeld. De vader van de meisjes, Aristone, is genoemd naar een minder bekende stoïcijnse filosoof. Hij is de verpersoonlijking van de geïdealiseerde zorgzame vader zoals die door de verlichting gezien werd - “aristos” betekent in het Grieks trouwens zoveel als “de beste”. In die hoedanigheid is hij eigenlijk een parodie op Diderot’s “Le père de famille” uit 1758. Aristone’s ideeën over opvoeding staan bovendien in sterk contrast met de gebruikelijke tirannieke houding van buffo-vaderfiguren.
Het ergste wat een mens kan overkomen is kennis te moeten maken met een werk dat op een onbegrijpelijke, moderne manier geënsceneerd werd. Gelukkig gold dit niet voor “La Grotta di Trofonio” in Winterthur. Zonder te vervallen tot een ouderwetse vorm van gekostumeerd concert, wist Mario Pontiggia ons te overtuigen met een mooi toneelbeeld waarbinnen hij zijn personages met een gedetailleerde personenregie laat neerzetten, met oog voor het komische karakter van het werk, maar zonder daarin te overdrijven. Het decor zat vol verwijzingen naar Griekse opgravingen (typisch voor de verlichting is ook de vernieuwde interesse voor oude culturen en opgravingen), tot en met de grot zelf, die eigenlijk bestond uit een beschadigde Griekse urne.
Kressimir SpicerIn Winterthur hoorden we een ensemble van bijna uitsluitend jonge solisten die Salieri’s opera zonder positieve of negatieve uitschieters op een enthousiaste en overtuigende manier brachten, waarbij hun acteerprestatie meer dan eens het muzikale aspect van hun rol overklaste. Zoals verwacht, wist de enige oudgediende in het gezelschap, de bas Laszlo Polgar met zijn sonore stem moeiteloos het vocale gezelschap te domineren. Hoewel zijn rol eerder kort is, schreef Salieri voor hem de interessantste muziek. Als losbol of als “nerd”, de Spaanse sopraan Isabel Rey kon zich toneelmatig laten gaan in de rol van Dori. Haar vocale prestatie was eveneens pittig en ondanks wat scherpe tonen in het hogere register was haar prestatie de beste onder de jongeren. We waren iets minder opgetogen over de Kroatische tenor Kressimir Spicer die alleen lijkt te kunnen variëren in volume maar niet in kleur en blijkbaar denkt dat hard zingen en hoog zingen hetzelfde zijn. Helaas zingt hij vaak meer dan hard genoeg, maar zonder dat hij de benodigde hoogte haalt. Beloftevol was de Italiaanse bariton Davide Fersini die enkel wat vocaal gewicht miste in de rol van Aristone. Eigenlijk kunnen we hetzelfde zeggen van Gabriel Bermudez als Plistene en Serena Malfi als Ofelia - wat eigenlijk positief is want stemmen met min of meer dezelfde omvang zorgen voor mooi gelijkmatige ensemblezang.
Douglas Boyd dirigeerde het Orchester Musikkollegium Winterthur met enthousiasme en veel zin voor detail. We hoorden onder zijn leiding een spetterende vertolking van Salieri’s muziek die ons geen moment deed vervelen. We betreurden alleen af en toe dat Boyd zijn orkest niet wat temperde wanneer de stemmen in de verdrukking kwamen. Een pluim ook voor Jeffrey Smith die aan de fortepiano zorgde voor de begeleiding van de (soms erg lange) recitatieven. Kort maar bevredigend waren de tussenkomsten van het mannenkoor.
Is de tijd een rechtvaardige rechter? Of anders gesteld: zijn het inderdaad de beste opera’s die de tand des tijds doorstaan hebben en ook vandaag nog op het repertoire staan? Het blijft een open vraag, al toont de realiteit haar legitimiteit aan: “Cosi fan tutte” van Mozart, vandaag een veel gespeeld werk, kende in Wenen ten tijde van zijn creatie een tiental opvoeringen, “La Grotta di Trofonio” niet minder dan negenentwintig. Moeten we daarom denken dat het laat negentiende-eeuwse operapubliek geen kwaliteit kon onderscheiden? En durven we hopen dat deze uitvoeringen van “La Grotta di Trionfo” in Winterthur zullen leiden tot een eerherstel van Salieri? We zijn wat dat betreft eerder pessimistisch. Al weet je natuurlijk nooit: vóór het duo Ponnelle-Harnoncourt in Zürich aan hun Monteverdi-cyclus begonnen, hield iedereen die muziek voor onspeelbaar. Ondertussen maken Monteverdi’s opera’s opnieuw deel uit van het standaardrepertoire. Wie weet valt Salieri ook ooit nog deze eer te beurt?

We zagen de laatste voorstelling van vier, een coproductie met het Operafestival van Las Palmas.

H.D. (Gepubliceerd op 8/9/2009)

Foto's van boven naar onder:
1) Antonio Salieri.
2) Laszlo Polgar als Trofonio (Copyright foto: Opernhaus Zürich).
3)
Kressimir Spicer.

TERUG NAAR KEUZELIJST ZWITSERLAND