OPERA GAZET
ALEKO: opera van Sergei Rachmaninov (muziek) en Vladimir Ivanovitch Nemirovich-Danchenko (libretto). Gebaseerd op een gedicht van Pushkin. Gecreëerd te Moskou op 9 mei 1893.
JOLANTHE: opera van Peter Tschaikowsky (muziek) en zijn broer Modest Tschaikowsky (libretto), gebaseerd op het Deense toneelstuk “Kong Renés Datter” van Henrik Hertz. Gecreëerd in St.-Petersburg op 18 maart 1892.
Première
van deze productie in het Festspielhaus te Baden-Baden op 18 juli 2009.
Bijgewoonde voorstelling op 21 juli 2009.
Sergei Rachmaninov beëindigde zijn studies aan het
conservatorium van Moskou in 1892. Als onderdeel van de laatste examens werd hem
verzocht een eenakter te schrijven. Het libretto was gekozen door zijn leraar
Arensky. Al was de componist maar negentien jaar jong, hij had al heel wat
muzikale ideeën.
De kwaliteit van “Aleko” verbaasde zijn leraars en hij verliet het
conservatorium met een gouden medaille. De opera werd heel vlug geproduceerd in
het Bolshoi theater. Het publiek was heel tevreden en vooral Tschaikowsky was
heel enthousiast. De recensent Krughikov gaf een positieve kritiek over de
kwaliteit van de melodieën, de vaardigheid in het behandelen van de stemmen en
zijn gevoel voor theater. De invloed van Tschaikowsky is niet weg te cijferen.
Het bewijst dat de componist meer kosmopolitisch dan nationalistisch ingesteld
was. Ondanks het succes, werd “Aleko” buiten Rusland maar zelden opgevoerd.
De inhoud van de opera is weinig origineel en vertoont veel gelijkenissen met
”Carmen”. De actie heeft plaats in een zigeunerkamp. Aleko leeft daar sinds
enkele jaren met de jonge zigeunerin Zemfira. Zij is de oudere Aleko echter beu
en heeft een relatie met een jonge zigeuner. Aleko betrapt het jonge koppel en
doodt zowel de jonge zigeuner als Zemfira. Hij wordt voor deze dubbele moord
door de andere zigeuners uit het kamp verbannen.
De
opvoering door het volledige gezelschap van het Mariinsky Theater te Baden-Baden
had weinig sfeer. De handeling werd door regisseur Mariusz Trelinski verplaatst
naar onze tijd en gesitueerd in een ruime containerhangar. Er vindt een huwelijk
plaats tussen een piepjonge bruid en een zigeuner van middelbare leeftijd. Het
daarop volgende feest eindigt met een algemene vechtpartij. Al die drukte die
niets met de opera te maken heeft, vond plaats op de balletmuziek die door de
componist bedoeld was om de achtergrondsfeer van het zigeunerkamp te schetsen.
De originele stemming ging hierdoor verloren en wij hadden het eerste halve uur
de indruk in een verkeerde opera beland te zijn.
De vertolking vonden wij ook maar wisselvallig. Veronika Djioeva heeft een
weinig bekoorlijke sopraanstem. Als Zemfira klonk zij weinig beheerst, ze
acteerde zeer theatraal, met de arrogantie van een “Carmen”. De jonge zigeuner
waarmee zij een verhouding heeft was Sergey Skorokhodov, een typisch Russische
tenor met een genepen hoogte.
Veel aantrekkelijker vonden wij de basbariton John Relyea als Aleko, een forse,
welluidende stem die ons kippenvel bezorgde in zijn beroemde aria.
Zeer verdienstelijk waren ook de bas Sergey Aleksashkin als de oude zigeuner en
de mezzosopraan Elena Vitman als een oude zigeunerin.
Het koor en het orkest onder leiding van Valery Gergiev waren van grote klasse.
Het
was een goed idee deze opera samen op te voeren met “Jolanthe” van Tschaikovsky.
De creatie van deze twee opera’s vond plaats met amper één jaar tijdsverschil,
terwijl het componisten zijn van twee verschillende generaties. Enerzijds de
eerste opera van de jonge, negentienjarige Rachmaninov en anderzijds de laatste
opera van de twee en vijftig jarige Tschaikovsky.
De handeling van “Jolanthe” heeft plaats in Zuid Frankrijk, op het domein van
koning René. Hij heeft een blinde dochter, Jolanthe. Aan alle hovelingen werd
het streng verboden Jolanthe ooit over haar gebrek of over de haar omringende
wereld te spreken. Het meisje vraagt zich dan ook af of de ogen alleen bestemd
zijn om te wenen.
Een jonge ridder, Vaudémont, komt op het kasteel en wordt verliefd op de mooie
Jolanthe. Ondanks het verbod vertelt hij haar over de schoonheid die hen
omringt.
Jolanthe, tot nu toe een zacht en schuchter meisje, vindt in de liefde de kracht
en de wil om te genezen. Haar volharding wordt beloond. De dag breekt aan dat
zij de schoonheid van de natuur kan aanschouwen en ook haar geliefde Vaudémont,
met wie ze in het huwelijk treedt.
Vedette van de avond was de lichte sopraan Anna Netrebko als Jolanthe. Haar stem
klonk iets zwaarder dan wij verwacht hadden. De zilveren toon die wij kennen van
haar ontelbare opnamen had plaats gemaakt voor een iets minder zuivere
metaalklank. Opmerkelijk was nochtans haar strakke toonvorming en haar
ingetogen, mooi heldere vertolking. In de tenor Piotr Beczala vond zij een
waardige tegenspeler. Hij zong de rol van Vaudémont gemakkelijk en ongedwongen,
met enkele prachtige “mezza voce”, iets wat wij helemaal niet zouden verwachten
van een Poolse tenor.
Er
waren nog meer goede stemmen zoals de heldhaftige bariton Alexei Markov als
Robert, de vriend van Vaudémont, en de sonore bas Sergey Aleksaskhin als koning
René. Ook de kleinere rollen zoals een Moorse arts (Edem Umerow) en de voedster
Marta (Natalia Evstafieva) werden met veel karakter en inzet gezongen.
Valery Gergiev verraste ons door de bijzonder fijne lezing van de partituur. Wij
hoorden als het ware kamermuziek, zo beheerst en zuiver waren de klanken die hij
aan het orkest van het Mariinsky-Theater wist te ontlokken.
Wij waren minder opgetogen met de enscenering van Mariusz Trelinski die het
geheel liet afspelen in deze tijd en de locatie verplaatste van het kasteel naar
een verlaten oord in een woud waar de bomen met hun wortels boven de grond
zweefden. Jolanthe leefde daar niet in het gezelschap van een voedster en twee
vriendinnen, maar van drie verpleegsters die zich bijzonder vreemd gedroegen.
Decors en kostuums waren zo goed als kleurloos. Daar kunnen wij ons mee
verzoenen: het kon de wereld zijn zoals Jolantha die zich inbeeldde. Maar als
zij bij het slot eindelijk het licht mag aanschouwen, hadden wij op zijn minst
verwacht dat de bijna zwarte achtergrond wat zou oplichten, dat het bos wat
kleur zou krijgen. Niets daarvan, Jolanthe had even goed blind kunnen blijven,
want de omgeving bleef even troosteloos en somber. Wat spoort een regisseur toch
aan om opzettelijk zo een anticlimax te creëren?
Het kon het succes van deze opvoering echter niet dempen en bij het slot
werden alle medewerkers warm toegejuicht en in de bloemen gezet.
Er
is nog een voorstelling op 27 juli 2009.
Van 16 tot 18 juli 2010 zijn het Mariinksy-Theater en Valery Gergiev terug in Baden-Baden voor twee opvoeringen van “Il viaggio a Reims” van Rossini en één uitvoering van het Verdi-Requiem.
G.M. (Gepubliceerd op 26/7/2009)
Foto's van boven naar onder:
1) Aleko - Veronika Djioeva als Zemfira, Sergey Skorokhodov als de jonge
zigeuner en John Relyea als Aleko.
2) Aleko - Sergey Aleksashkin als de oude zigeuner en John Relyea als Aleko.
3) Jolanthe -
Anna Netrebko als Jolanthe. 4) Jolanthe - Piotr Beczala als Vaudémont en Anna
Netrebko als Jolanthe. 5) Jolanthe - Anna Netrebko als Jolanthe met Natalia
Evstafieva als Marta, Eleonora Vindau als Brigitta en Ekaterina Sergeeva als
Laura
Copyright foto's © Andrea Kremper.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()

Vioolconcert Nr. 1 opus 77 en
Symfonie Nr. 5 opus 47.
Bijgewoonde uitvoering in het Festspielhaus te Baden-Baden op 22 juli 2009.
Shostakovitsch
schreef zijn eerste vioolconcerto in 1947 en hij verborg het in de schuif. Hij
wachtte tot de dood van Stalin en pas in 1955 werd het uitgevoerd door de
Leningrader Philharmonie met David Oistrach als solist, de virtuoos aan wie het
concerto ook opgedragen werd.
Voor de uitvoering in Baden-Baden was de solist Sergey Khachatryan. Deze Armeniër werd in
1985 geboren en hij was zes jaar oud toen hij zijn vioolonderwijs begon. In 1993
vertrok de familie naar Duitsland en zoonlief specialiseerde zich te Würzburg en
te Karlsruhe. Internationaal werd hij bekend door deel te nemen aan
verschillende vioolwedstrijden o.a. won hij de eerste prijs van de Koningin
Elisabethwedstrijd te Brussel in 2005. Sindsdien speelt hij op een
“Huggins”-Stradivari uit 1708. Dit instrument is geleend door de Nippon Music
Foundation.
Het orkest van het Mariinsky Theater stond onder de leiding van Valery Gergiev.
Deze geroutineerde machine was één en al aandacht bij deze verklanking. Dirigent
en orkestleden zijn partners en elk gebaar van Gergiev wordt probleemloos
uitgevoerd. Nu stonden zij allemaal in dienst van de wonderboy uit Armenië die
feilloos deze partituur ten uitvoer bracht. Elk onderdeel kreeg de juiste
klankkleur mee. Op dit niveau is techniek niet meer aan de orde. Een
overdonderende ovatie klonk na de laatste noot. Een bisnummer vol ingetogenheid
bevestigde de kwaliteit van deze klankkunstenaar.
Na de pauze werd de symfonie nummer 5 ten gehore gebracht. In januari 1936 was er
een campagne tegen de componist begonnen naar aanleiding van zijn opera “Lady
Macbeth van Mzensk”. Zijn muziek werd omschreven als “Meyerholdismus”, een
schimpwoord uit de tijd van Stalin en te vergelijken met de nazicampagne tegen
“Entartete Kunst”. Om zich muzikaal te rehabiliteren en zijn eigen leven en dat
van zijn familie te redden, schreef hij in 1937 deze vijfde symfonie. De
ondertitel van dit werk was “het antwoord van een kunstenaar op een
gerechtvaardigde kritiek”. Na de uitvoering verlieten de mensen huilend de zaal.
Zij hadden de boodschap van Shostakovitch begrepen. Wederom bracht het orkest
een pikfijne verklanking van deze indrukwekkende partituur. Woorden schieten
tekort om de magistrale vertolking van deze avond te omschrijven. De eigen
stijl, de expressiviteit verbonden met groteske en triviale elementen, de
melodieuze kracht waren gedurende zestig minuten niet uit de lucht. Uiteraard
kregen dirigent en orkest bij het slot een meer dan verdiende staande ovatie.
P.T. (Gepubliceerd op 26/7/2009)
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()