OPERA GAZET
![]()
"EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE" & "DER ZWERG"
Twee
éénakters op muziek van
Alexander von Zemlinsky naar verhalen van
Oscar
Wilde. “Eine florentinische Tragödie”, op een tekst van de componist
zelf, werd voor het eerst uitgevoerd in het Hoftheater Stuttgart op 30 januari
1917.
“Der Zwerg”, waarvoor Georg C. Klaren het libretto schreef, ging in
première op 28 mei
Tot voor zowat dertig jaar
was Zemlinsky een vergeten componist. Het is pas sinds de Hamburgse Opera begin
jaren tachtig begonnen is met het uitvoeren van zowat zijn ganse oeuvre,
opvoeringen die meestal ook op plaat vastgelegd werden, dat Zemlinsky opnieuw de
aandacht krijgt die hij verdient. Deze “Zemlinsky-renaissance” kreeg zijn
apotheose in 1996 toen postuum “Der König Kandaules” gecreëerd werd.
“Eine
florenische Tragödie” zou eigenlijk bijna beschreven kunnen worden
als een grote monoloog. Want hoewel in de opera drie personages voorkomen, is het
enkel Simone die muzikaal en dramatisch duidelijk geprofileerd wordt. Het
verhaal en de muziek werken duidelijk naar een climax toe, wanneer Simone de
minnaar van zijn vrouw Bianca, een zekere Guido Bardi, wurgt. Wat betreft
verhaallijn zijn we hier duidelijk niet ver af van veristische werken zoals “Il
Tabarro” of “Pagliacci”. Helaas vinden we wel dat de muziek van Zemlinsky, die
bijna klinkt als een symfonie, de actie op het toneel niet steeds even goed
ondersteunt. Het klinkt allemaal eerder beschrijvend dan geëngageerd. Dit
laatste kan ook gezegd worden van de solisten. Hoewel niet onverdienstelijk,
zeker Carsten Wittmoser in de aartsmoeilijke partij van Simone, gaf geen van hen
de indruk werkelijk in het drama te geloven. Ze werden hierbij ook niet echt
geholpen door het abstracte decor (een constructie van fietsen) van de hand van
de Chinese kunstenaar Ai Weiwei. Dit alles maakte dat de uitvoering in Bremen
ons wat langdradig overkwam.
Van een heel ander kaliber vonden we de opvoering van “Der
Zwerg” na de pauze. Donna Clara, de infante van Spanje krijgt voor
haar achttiende verjaardag een afzichtelijke dwerg als geschenk. Deze dwerg
heeft nog nooit in de spiegel gekeken en houdt zich voor een galante ridder.
Wanneer hij verliefd wordt op de infante vindt die dat eerst leuk, maar na een
tijdje is zij zijn liefdesverklaringen beu en laat hem een spiegel voorhouden.
De dwerg sterft van smart, wat bij de infante de laconieke opmerking ontlokt dat
haar nieuwste speeltje toch wel erg snel stuk is. De muziek die Zemlinsky voor
deze opera componeerde is veel melodieuzer en fantasierijker dan bij “Eine
florentinische Tragödie”. De personages en hun psychologische evolutie wordt op
sublieme wijze door de muziek geschilderd, zodat we bijna in dit sprookje gaan
geloven en bij de dood van de dwerg een traan moeten verpinken. Het verhaal
heeft iets autobiografisch (Zemlinsky was zelf alles behalve knap en werd door
Alma Schindler, de latere vrouw van Gustav Mahler, afgewezen), wat er
misschien voor gezorgd heeft dat Zemlinsky aan deze partituur extra zorg
besteedde. Overigens was de benadering van regisseur Andreas Bode hoogst
origineel: bij hem is de dwerg een gewone man, die zich plots realiseert in welk
decadent gezelschap hij terechtgekomen is. Wanneer hij dan merkt dat hij zelf
ook in die richting geëvolueerd is om zich geliefd te maken bij de infante,
sterft hij van ontzetting. Het decor, opnieuw van de hand van Weiwei, bestond
uit een constructie van balken die boven het toneel zweefde en voortdurend van
vorm veranderde.
We hoorden de Amerikaanse tenor Peter Marsh die met zijn wat
scherpe stem een vocaal maar ook scenisch perfecte dwerg neerzette. Bij de dames
waren we vooral onder de indruk van de Duitse sopraan Nadine Lehner, die als
Chita, de gezelschapsdame van de infante, als enige wat begrip toonde voor de
dwerg. Ook goed gecast was de Amerikaanse Sara Hershkowitz als de wispelturige
infante.
Dirigent Markus Poschner vond voor beide werken de juiste instrumentale kleur en
werd daarbij goed gevolgd door het orkest van het Theater Bremen. We hadden
vooral waardering voor de transparante manier waarop Poschner zijn orkest liet
spelen. Zonder dat afbreuk gedaan werd aan de dramatische kwaliteit van
Zemlinsky’s partituren, zorgde dit ervoor dat de solisten zich nimmer dienden te
forceren om boven het orkest uit te komen.
Er zijn nog voorstellingen
op 4, 6, 14 november 2009 en 30 mei 2010.
H.D. (Gepubliceerd op
26/10/2009)
Foto's van boven naar onder:
1) Eine Florentinische Tragödie
2) Der Zwerg
3) Der Zwerg
Copyright foto's
©
Theater Bremen.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Theatrale farce in 21 scènes van
Bernd
Redmann (muziek en tekst). Bezochte wereldcreatie in het Neues
Schauspielhaus te Bremen op 19 maart 2010.
De in 1965 te Bamberg geboren componist Bernd
Redmann heeft hier een fantastisch komisch werk geschreven. Er is absoluut
geen verhaal terug te vinden. Vier zangers zorgen voor niet minder dan 21
oerkomische korte scènes. De zangsolisten worden voorgesteld als Person 1,
Person 2, Person 3 en Person 4. Respectievelijk zijn dit een sopraan, een
tenor, een bariton en een bas. Zij beschikken alle vier over een prachtig
stemorgaan dat gerust alle zware partijen uit het normale repertoire zouden
aankunnen.
Voor de muzikale leiding werd gezorgd door de in Estland geboren Tarmo Vaask
die zich net als de volle zaal goed amuseerde. Wij woonden te Bremen in
hetzelfde theater al voorstellingen bij van "Raoul" evenals van "Gegen die
Wand", gedirigeerd door Tarmo Vaast.
Voor de erg originele toneelbeelden en
kostuums werd gezorgd door Bente Matthiessen. Voor de enscenering was Kay
Kuntze verantwoordelijk en hij deed dit op sublieme wijze. Het enige dat
negatief overkwam was het feit dat "Die Gehetzten" maar een duurtijd kende
van 90 minuten. Deze uitvoering mocht gerust nog een uurtje langer geduurd
hebben.
De sopraan Nadine Lehner was bijzonder mooi, zowel vocaal als uiterlijk.
Zeer omvangrijk was de tenor Christian-Andreas Engelhardt die ook beschikt
over een uiterst monumentale stem. Wij hopen deze zanger ook eens te mogen
bewonderen in een werk uit het grote repertoire. Uiterst genietbaar was ook
de stem van de bariton Loren Lang die wij te Bremen al vaak aan het werk
zagen en hoorden. En dan was er ook nog de bas Christian Hübner die eveneens
bezitter is van een indrukwekkende volumineuze stem.
Bij het slot mochten alle medewerkers genieten van een ongewoon langdurige
bijval.
Er zijn te Bremen nog uitvoeringen van dit pareltje op 1, 21 en 24 april 2010.
W.V. (Gepubliceerd op 25/3/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Christian-Andreas Engelhardt, Chor.
2) Christian-Andreas Engelhardt, Loren Lang, Christian Hübner, Nadine
Lehner, Chor.
Copyright foto's
©
Jörg Landsberg.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera
Buffa van
Gioacchino Rossini (muziek) en Jacopo Ferretti (libretto) naar het
sprookje “Cendrillon ou La petite pantoufle de verre" van Charles Perrault
uit 1697. Wereldpremière op 25 januari 1817 in het
Teatro della Valle te Rome. Première van deze productie door het Theater
Bremen in het Theater am Goetheplatz op 17 april 2010. Bijgewoonde
voorstelling op 20 mei 2010.
We
waren zeer gelukkig in het programmaboek te lezen dat de bekende regisseur
Michael Hampe zich voor "La
Cenerentola" geïnspireerd had op vroegere technieken van het
baroktheater. De productie van Bremen had bewust gekozen deze opera in de
traditionele theaterkunst te presenteren. Het bewegend decor en de kostuums
van Monika Gora waren een lust voor het oog. De scène waarin de prins in
zijn karos wordt vervoerd, was een staaltje van organisatie en opbouw tot
Alidoro het geheel bewust doet “verongelukken” zodat Don Ramiro in het huis
van Don Magnifico terechtkomt. Het herenkoor dat vocaal geleid werd door
Tarmo Vaask, kon met fijne humor diverse situaties ondersteunen. Ook waren
alle solisten goed geregisseerd met veel vondsten, nooit overdreven en toch
duidelijke types.
De mezzosopraan Nadja Stefanoff was de vrouwelijke ster van de avond.
Woorden schieten te kort om alle details van haar prestatie als Angelina te
schilderen. Haar zingen en daarnaast haar sober acteertalent waren van de
bovenste plank. De twee zusters waren de mezzosopraan Barbara Buffy (Tisbe)
en de sopraan Steffi Lehmann (Clorinde). Deze beide zangeressen waren ook
uitstekend in hun rollen.
Bij
de heren liet de tenor Benjamin Bruns ons genieten van de geknipte stem en
het figuur van Prins Ramiro. Zijn Rossini-stijl, de mooie stemkleur, het
knappe figuur, werden dan nog zeer aangenaam aangevuld met een reeks hoge
C’s en zelfs een D. Ook Dandini werd door de vlotte bariton Alberto Albarran
zeer jeugdig en fris vertolkt. Tot slot noemen we nog de bassen Damon Nestor
Ploumis in de zeer expressieve bufforol van Don Magnifico en José Gallisa
met een prachtig geluid en een waardige uitstraling als Alidoro. In de
diverse ensembles waren kleine te verwaarlozen ongelijkheden. Het orkest
onder leiding van Màrton Terts verklankte zeer stijlvol deze sprankelende
Rossini-partituur, hoewel soms een beetje te sterk voor sommige zangers,
vooral in de eerste acte.
Het was voor ons puur genot deze uitvoering in Bremen bij te wonen.
Er zijn te Bremen geen verdere voorstellingen
van “La Cenerentiola” gepland.
Het seizoen sluit met een reeks concertante uitvoeringen van “Turandot” in
open lucht.
H.V. (Gepubliceerd op 27/5/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Dandini (Alberto Albarran), Angelina (Nadja Stefanoff) en Don Magnifico
(Damon Nestor Ploumis)
2) Don Magnifico (Damon Nestor Ploumis), Tisbe (Barbara Buffy), Clorinde
(Steffi Lehmann), Don Ramiro (Benjamin Bruns), Angelina (Nadja Stefanoff),
Alidoro (José Gallisa) en Dandini (Alberto Albarran)
Copyright foto's
©
Jörg Landsberg.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()