OPERA GAZET
![]()
Lyrische
sprookjesopera in drie bedrijven gecomponeerd door
Antonin Dvorak op een
tekst van Jaroslav Kvapil, gebaseerd op “De kleine zeemeermin” van Hans
Christian Andersen en “Undine” van Friedrich de
Chemnitz,
de derde stad van de deelstaat Saksen en tijdens de communistische
heerschappij tijdelijk bekend geweest als Karl-Marx-Stadt, zal bij weinig
operaliefhebbers een belletje doen rinkelen. Ten onrechte denken we, daar
het lokale theater, dat in 2009 zijn honderdste verjaardag vierde, elk
seizoen een erg boeiend programma weet te brengen met telkens opnieuw een
ideale combinatie van bekend en onbekend werk. En elk seizoen wordt er
minstens één echte rariteit opgevoerd. In het verleden zagen we zo al “Il
Templario” van Otto Nicolai en later dit seizoen is het de beurt aan “Der
Schmied von Gent” van Franz Schreker.
“Rusalka”
is zowat de enige opera van Antonin Dvorak die (behalve in Tsjechië) nog af
en toe opgevoerd wordt. Dat is jammer, want wanneer we naar deze opera
luisteren, worden we nieuwsgierig en zouden we graag meer van zijn
operacomposities horen. In deze “Rusalka” weet de componist in elk geval als
geen andere Slavische, zelfs folkloristische thema’s te verbinden met vooral
romantische elementen. Het resultaat is vaak schitterend en het is
verbluffend hoe Dvorak voor elke situatie via het ideale klankidioom de
juiste sfeer weet te treffen.
Net
zoals Dvorak de juiste muziek voor elk tafereel wist te componeren, zo is
regisseur Dominik Wilgenbus er in geslaagd om bij dit sprookje steeds de
juiste beelden te creëren. Bovendien had hij een aantal ideeën die, hoewel
misschien niet gans origineel, perfect werkten. Zo werden alle nimfen en hun
vader, de watergeest, ontdubbeld door levensechte poppen. Het waren de
zangers zelf die mee deze poppen hanteerden, wat een speciaal gevoel gaf.
Ook de idee om van de heks Jezi Baba en de vrouw die de prins afsnoept van
Rusalka hetzelfde personage te maken, vonden we erg geslaagd. Tenslotte nog
een speciale vermelding voor de prachtige belichting die een groot aandeel
had in de sprookjesachtige sfeer waarin het toneel baadde.
Ook muzikaal bleven we niet op onze honger. Zo vonden we de sopraan Judith
Kuhn een ideale Rusalka, met een schitterende hoogte en voldoende
uithoudingsvermogen voor deze rol die naar het einde van de opera toe aardig
zwaar wordt. Ze werd autoritair van repliek gediend door de Finse bariton
Kouta Räsänen als de watergeest. De krachtige stem van Guido Hackhausen in
de rol van de prins kwam ons vooral in de hoogte wat genepen over, maar
desondanks was zijn prestatie zeker niet onwaardig. Enkel Undine Dreissig
als heks Jezi Baba kwam toch wat kracht te kort om indruk te maken.
Tenslotte hebben we genoten van Susanne Thielemann en Andreas Kindschuh die
als een perfect op elkaar ingespeeld duo voor de komische noot zorgden.
(Kindschuh werd overigens als zanger vervangen door Kurt Schrober).
Dirigent
Peter Sommerer hield de Robert-Schumann-Philharmonie strak in de hand en
zorgde er zo voor dat de zangers nooit veel moeite moesten doen om zich
hoorbaar te maken. Bovendien werden de ouverture en de tussenspelen onder
zijn leiding prachtig uitgevoerd.
We hadden een goed gevoel toen we na afloop van de voorstelling het Theater
Chemnitz verlieten. De voorstelling had misschien geen wereldniveau, maar de
combinatie van een goed op elkaar ingespeelde bezetting en een sublieme
regie wist ons te ontroeren.
Er zijn nog
voorstellingen op 26 maart, 20 en 25 april 2010.
H.D. (Gepubliceerd op
27/1/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Hilmar Messenbrink (Kater) en Judith Kuhn (Rusalka)
2) Judith Kuhn (Rusalka) en Undine Dreißig (Hexe Jezibaba)
3) Scene met Judith Kuhn (Rusalka) en
Hugo Mallet (Prinz)
Copyright foto's
©
Theater Chemnitz
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()