OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN DRESDEN

“LUCREZIA BORGIA”

Sächsische Staatsoper DresdenOpera in een proloog en twee bedrijven van Gaetano Donizetti op een libretto van Felice Romani naar een roman van Victor Hugo. De opera ging in première in het Teatro alla Scala te Milaan op 26 december 1833. We zagen op 18 juni 2010 een concertante uitvoering in de Semperoper te Dresden.

José BrosIedere melomaan heeft wel zijn reden om naar de opera te gaan. Sommigen hunkeren naar meeslepende melodieën, anderen willen in vervoering gebracht worden door hemelse stemmen. Maar één ding hebben alle melomanen gemeen: ze gaan naar het theater in de hoop de perfecte voorstelling mee te maken, een voorstelling waarbij alle puzzelstukjes perfect in elkaar passen en daardoor het resultaat grootser maken dan de som van zijn delen. Het is die hoop die ons - we bekennen, we zijn zelf melomaan - van theater naar theater stuwt op zoek naar zo’n onvergetelijke avond waarin alles op een haast magische manier in elkaar past. Deze concertante voorstelling van “Lucrezia Borgia” bracht ons bij momenten dicht bij deze opperste staat van verrukking, maar helaas waren de laatste vijftien minuten van de voorstelling voldoende om onze geestdrift aanzienlijk te temperen.
In Dresden waren alle elementen aanwezig voor een grootse opera-avond. Om te beginnen de Sächsische Staatskapelle onder de leiding van Andrey Yurkevich. Deze dirigent liet zijn orkest veel vrijheid waardoor zijn interpretatie misschien niet de meest subtiele was, maar wel spannend en erg dynamisch. Sommige tempi waren wel erg snel - we denken dan vooral aan het einde van het eerste bedrijf - maar Yurkevich bracht zijn solisten en het prima koor van de Semperoper nooit in de problemen.
De Valenciaanse Silvia Tro Santafé kennen we al jaren als een schitterende belcanto mezzosopraan en haar prestatie als Maffio Orsini mag naast haar andere prestaties geplaatst worden. Ondanks een wat onzeker begin - Tro Santafé zong de ganse voorstelling vanuit de partituur - groeide de dame naarmate de avond vorderde, wat culmineerde in een schitterende en ongewoon virtuoze vertolking van het brindisi “Il segreto per Esser felice” in het laatste bedrijf van de opera. Niet minder indrukwekkend was de prestatie van de Catalaanse tenor José Bros die ons in de rol van Gennaro niet alleen wist te overtuigen van zijn vocale kwaliteiten - waar we eigenlijk al lang van overtuigd zijn - maar ons bovendien aan het begin van het derde bedrijf vergastte op de aria “Partir degg’io: lo vuol Lucrezia” die Donizetti schreef op vraag van de Russische tenor Ivanov en die hij bekroonde met een paar welluidende topnoten. Maar misschien wel de beste vocale prestatie van de avond kwam van de Italiaanse basbariton Michele Pertusi die ronduit indrukwekkend was als Lucrezia’s echtgenoot Alfonso d’Este, dit zowel vocaal (wat een techniek, welk schitterend timbre) als in de interpretatie van zijn personage. De talrijke kleinere rollen waren mooi bezet met solisten uit het ensemble van de Semperoper, die door de uitstekende akoestiek van de zaal stuk voor stuk over Wagnerstemmen leken te beschikken.
Edita GruberovaDe regelmatige lezer van deze kolom weet dat we al vaker het lof zongen van de Slovaakse sopraan Edita Gruberova, waarschijnlijk de laatste zangeres die de status van “primadonna” dankt aan haar verdiensten als zangeres en niet aan de steun van de mediamachine. We kunnen begrijpen dat de bijna vijfenzestigjarige Gruberova gefascineerd is door het personage van de gifmengster Lucrezia Borgia, die in de opera dan ook nog eens ongewild haar eigen zoon vergiftigt. Maar was het wel zo verstandig om in de herfst van haar carrière deze centrale rol die duidelijk niet binnen het bereik van haar stem valt, op haar repertoire te nemen? We zijn geneigd ontkennend op deze vraag te antwoorden. Hoewel we er een beetje voor terugschrikken de staat van Gruberova’s stem te beoordelen op één voorstelling, lijkt het er bovendien op dat de stem de laatste jaren toch wel duidelijk achteruit gaat. Extra adempauzes, de afwezigheid van bepaalde trillers en topnoten die nog niet zo lang geleden vanzelfsprekend waren en, erger, intonatieproblemen ontsieren een interpretatie die nochtans ook vol mooie momenten zit. Zo lijkt Gruberova in concertante opvoeringen, waar ze niet geplaagd wordt door één of andere idiote regie, tot een betere vertolking van haar personages te komen. Af en toe horen we nog de schitterende “glissandi” en “mezza di voce” die ons de adem benemen. Helaas culmineerde de voorstelling die we zagen in een cabaletta dat alle huidige zwakke punten van de sopraan in de verf zette: een quasi onbestaand lager register, een stem die niet meer feilloos de intenties van de zangeres uitvoert en een slotnoot om zo snel mogelijk te vergeten. We kunnen enkel hopen dat Gruberova in een slechte dag was, maar vrezen dat het probleem dieper zit. De toekomst zal ons hierover uitsluitsel brengen.
Al bij al een voorstelling van hoog niveau met een drietal solisten van wereldklasse, maar die helaas niet de verhoopte perfectie bereikte. Of waren onze verwachtingen misschien te hoog gespannen?

Er is nog één uitvoering van “Lucrezia Borgia” in Dresden op 21 juni 2010.

H.D. (Gepubliceerd op 20/6/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) José Bros.
2) Edita Gruberova.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND