OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN DÜSSELDORF EN DUISBURG

“LOUISE”

Muzikale roman in vier bedrijven van Gustave Charpentier op een tekst van de componist zelf. De opera werd voor het eerst opgevoerd op 2 februari 1900 in de Opéra Comique te Parijs. We zagen op 17 februari 2010 een productie van de Deutsche Oper am Rhein die eerder te zien was in Duisburg en nu in première ging in Düsseldorf.

Deutsche Oper am RheinLouise is een jonge vrouw die zich erg geremd voelt door haar tirannieke moeder en de overdreven liefde van haar vader. Ze leert haar buurman Julien kennen en wordt verliefd op hem. Uiteraard valt deze vriendschap niet in goede aarde bij de ouders van Louise. Wanneer ze haar ook nog verbieden om nog langer in het naaiatelier te gaan werken is voor Louise de maat vol en gaat ze in op het aanbod van Julien om samen te vluchten. Midden in een feest op Montmartre, waar Louise als “koningin” verkozen is, komt haar moeder met het nieuws dat Louise’s vader ernstig ziek is en dat enkel haar bezoek hem nog kan genezen. Louise stemt toe onder de voorwaarde dat ze nadien mag terugkeren naar Julien. Als haar ouders deze belofte breken leidt dit tot een heftige ruzie waarbij de vader, die haar aanvankelijk niet wil laten gaan, haar uiteindelijk de deur uit gooit.
Louise - Sami Luttinen (Le père), Sylvia Hamvasi (Louise) en Marta Márquez (La mère) (Foto: Hans Jörg Michel)Het voorgaande beschrijft het verhaal van de opera “Louise” zoals Charpentier dit voor had. Christophe Loy behoort echter tot een generatie regisseurs die menen dat ze elke opera opnieuw moeten “uitvinden”. Gelukkig is het, in tegenstelling tot sommige van zijn collega’s, niet zijn bedoeling het publiek te choqueren. Bij hem is Louise een meisje dat gebukt gaat onder de dominantie van de moeder en de incestueuze verhouding met haar vader, en daardoor aan psychologische stoornissen lijdt. Het verhaal speelt zich dan ook helemaal af in de wachtzaal van een psychiater. Het eerste en laatste bedrijf spelen zich grotendeels af in de realiteit, terwijl de twee middelste bedrijven enkel bestaan in de verbeelding van Louise die op die manier een soort ingebeelde vrijheid geniet. Julien, die enkel in haar verbeelding bestaat, is eigenlijk een geromantiseerde versie van haar psychiater, de man die haar helpt haar leven op orde te krijgen. De finale is uiteindelijk niet zo veelbelovend voor Louise: ze keert samen met haar ouders terug naar huis.
We moeten eerlijk toegeven dat Loy er in geslaagd is om de puzzelstukjes van zijn visie mooi in elkaar te laten vallen. Zo kan de obsessieve liefde van de vader inderdaad in vraag gesteld worden. De ontmoeting met Julien in het eerste bedrijf gebeurt wanneer de moeder even de wachtzaal verlaten heeft om de sanitaire ruimte te bezoeken en Louise begint te fantaseren. Als de moeder opnieuw binnen komt wordt ze dan terug met beide voeten op de grond gezet. Ook de idee om de rol van de “Nachtbraker” door de zanger die Julien vertolt te laten zingen en die van de “Voddenraper” door de vader vonden we een goed idee: zo herkent de vader eigenlijk een man die ook zijn dochter verleid heeft. Zo zit de enscenering van Loy vol interessante details, maar dat doet ons niet vergeten dat de échte hoofdrolspeelster van de opera volledig naar de achtergrond verschuift: de stad Parijs. In de visie van Loy beperkt de rol van de stad zich tot een soort Walhalla, de plaats waar ze redding kan vinden, in het hoofd van Louise.
Louise - Sylvia Hamvasi (Louise), Ensemble en koor (Foto: Hans Jörg Michel) De afwezigheid van Parijs in de enscenering is extra spijtig omdat de partituur van Charpentier de stad eigenlijk constant beschrijft en uitademt. Onder meer beïnvloed door zijn leermeester Jules Massenet, maar ook door Claude Debussy, heeft de muziek van Charpentier een schitterend descriptief karakter, zonder in de excessen van het verisme te vervallen. De componist manifesteert zich als een buitengewoon orchestrateur en hij gebruikt in zijn muziek een erg uitgebreid kleurenpallet.
Het zal de lezer niet verbazen dat onze grootste vreugde tijdens de voorstelling te Düsseldorf uit de orkestbak kwam. Alex Kober wist met het orkest van de Oper am Rhein een mooie interpretatie te brengen van Charpentier’s muziek, vooral tijdens de voorspelen. Misschien had Kober zijn troepen soms iets meer in bedwang mogen houden om de solisten niet te overstemmen, maar dat is detailkritiek.
Bij de solisten waren we zeer tevreden over Sami Luttinen die een geloofwaardige vader neerzette en de ongezonde liefde voor zijn dochter op een subtiele manier wist te vertolken. Ook vocaal was op zijn prestatie niets aan te merken. Sylvia Hamvasi wist zich goed in te leven in het kleine meisje Louise en gaf een ontroerende vertolking van haar grote aria “Depuis le jour”. Haar geliefde Julien werd gezongen door Sergei Khomov die het wat moeilijk had om de Franse stijl over te nemen in zijn zang en nog al eens overstemd werd door het orkest. Er zijn in de opera nog talloze kleine en héél kleine rollen. We vermelden graag Romanna Noack die ons als Irma wist te overtuigen van haar talent.
Louise - Sergej Khomov (Julien) en Sylvia Hamvasi (Louise)  (Foto: Hans Jörg Michel) Hoewel de balans van deze voorstelling niet over de hele lijn positief is, kunnen we de productie van de Deutsche Opera am Rhein toch aanbevelen. “Louise” is een werk dat het zeker waard is om te leren kennen, de muzikale uitvoering is van meer dan goede kwaliteit en de enscenering die wel wat ruimte laat voor discussie staat het plezier niet in de weg. Houd er wel rekening mee dat de vier bedrijven gepeeld worden zonder pauze, wat leidt tot een marathonvoorstelling van bijna drie uur.

Er zijn nog voorstellingen op 20, 25, 28 februari, 4 en 13 maart 2010.

H.D. (Gepubliceerd op 18/2/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Sami Luttinen (Le père), Sylvia Hamvasi (Louise) en Marta Márquez (La mère)
2) Sylvia Hamvasi (Louise), Ensemble en koor.
3)
Sergej Khomov (Julien) en Sylvia Hamvasi (Louise)
Copyright foto's © Hans Jörg Michel.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“TRISTAN UND ISOLDE”

Deutsche Oper am RheinMuziekdrama in een proloog en drie bedrijven van Richard Wagner op een eigen libretto waarvoor de componist zich baseerde op een Keltische legende. De creatie vond plaats op 10 juni 1865 in het Hoftheater te München. We woonden op 29 mei 2010 te Düsseldorf een nieuwe productie bij van de Deutsche Opera am Rhein in samenwerking met de Oper Zürich.

Tristan und Isolde - Annette Seiltgen (Brangäne) en Janice Baird (Isolde) (Foto: Hans Jörg Michel)Omdat hij zich politiek in nesten gewerkt had diende Richard Wagner in 1849 Dresden hals over kop te verlaten. Hij reisde af naar Zürich waar hij de volgende negen jaar zou verblijven. Zoals steeds had te componist een tekort aan geld, maar gelukkig was de rijke zijdehandelaar Otto Wesendonck bereid om hem financieel te ondersteunen. Wagner werd verliefd op Wesendonck’s vrouw Mathilde en hun (vermoedelijk platonische) verhouding duurde tot 1858, wanneer Wagner’s vrouw Minna een “lettre d’amour” onderschepte en de relatie tussen Wagner en Mathilde wereldkundig maakte. Het was tijdens zijn verblijf in Zürich (en de maanden nadien die hij in Venetië en Luzern doorbracht) dat Wagner “Tristan und Isolde” componeerde.
Wagner baseerde zijn versie van “Tristan und Isolde” op een tekst van Gottfried von Strassburg. Omdat hij de opera “opvoerbaar” wilde maken (hij had dringend geld nodig) snoeide hij drastisch in het aantal personages die in het originele verhaal voorkomen. Dit mocht niet baten. Na het debacle van Tannhaüser” was Parijs niet echt een optie. Karlsruhe bleek niet geïnteresseerd en de Weense Hofoper besliste na niet minder dan 70 repetities in de periode 1862-64 dat het werk niet speelbaar was. Uiteindelijk kon de opera dankzij de steun van Ludwig II van Beieren toch gecreëerd worden in München.
Vandaag meer dan ooit blijft “Tristan und Isolde” een stuk dat, door zijn lengte en de zware zangpartijen, niet eenvoudig uit te voeren is. We waren dan ook erg blij te moeten vaststellen dat de Deutsche Opera am Rhein er in geslaagd is een productie te brengen die muzikaal en scenisch van hoog niveau is. Axel Kober aan het hoofd van de Düsseldorfer Symphoniker toonde een grote affiniteit met Wagner’s muziek. De klankrijkdom van de partituur kwam onder zijn leiding mooi tot haar recht. Bij momenten klonk het orkest echt voluptueus, wat misschien af en toe een beetje ten koste ging van de spanning en op sommige momenten de zangers wat in de problemen bracht.
Tristan und Isolde - Hans-Peter König (König Marke), Janice Baird (Isolde), Ian Storey (Tristan) en Oleg Bryjak (Kurwenal) (Foto: Hans Jörg Michel)Niet vaak overigens, want de Deutsche Opera m Rhein is er in geslaagd om voor de twee hoofdrollen twee zangers van wereldformaat te engageren. Om te beginnen een schijnbaar onvermoeibare Janice Baird die op autoritaire wijze Isolde neerzet als een sterke vrouw en haar vocale prestatie laat culmineren in een pakkende “Liebestod”. De stem is niet zo mooi en er is een duidelijke registerbreuk, maar de zangeres gebruikt dit vakkundig om haar interpretatie te versterken. Ook de Britse tenor Ian Storey, een oudgediende in de partij van Tristan, wist vocaal te imponeren met een schitterend contrast tussen de lyrische en dramatische passages, maar als toneelspeler kwam hij toch iets te kort om een geloofwaardig personage neer te zetten. Voor de overige rollen werden zangers uit het vaste gezelschap ingezet. Annette Seiltgen klonk mooi als Brangäne maar was wat licht van stem in vergelijking met haar collega’s. Voor de bariton Oleg Bryjak in de rol van Kurwenal gold net het tegenovergestelde: zijn stem heeft op geen enkel moment enige moeite om door de dikke orkestklank te dringen, maar het geluid dat ze produceert is van bedenkelijke kwaliteit en, erger, intonatie. Hans-Peter Köning zette een geloofwaardige Koning Marke neer en zijn monoloog in het tweede bedrijf was zeker een van de hoogtepunten van de avond. De tussenkomsten van de andere personages zijn niet van dien aard dat ze het werkelijke potentieel van de betrokken zangers kunnen tonen, maar vooral de bariton Dmitri Vargin willen we graag nog een keer terug horen in een meer belangrijke partij dan die van Melot.
De enscenering van Claus Guth werd door een aanzienlijk deel van het publiek sterk gecontesteerd, volgens ons ten onrechte. Uiteraard stapt Guth af van het heldenepos en verandert de opera in een soort “kamertheater”. Hij laat het verhaal spelen in de villa Wesendonck, die door Wagner zelf bestempeld werd als zijn “vluchtoord op de groene heuvel” en waar hij veel tijd doorbracht met Mathilde.
Tristan und Isolde -Ian Storey (Tristan), Markus Müller (Ein Hirt) en Oleg Bryjak (Kurwenal) (Foto: Hans Jörg Michel)Zonder het koppel Tristan en Isolde te gaan verpersoonlijken met Richard Wagner en Mathilde Wesendonck, gebruikt de regisseur de opera voor het uitbeelden van een (buitenechtelijke) relatie en de manier waarop die onaanvaardbaar is voor de gemeenschap. De facto bevinden Tristan en Isolde zich ook steeds los van de andere personages in de opera. Vermoedelijk is deze visie van de regisseur ook ten dele ingegeven door het feit dat de oorspronkelijke première van deze productie plaats had in de opera van Zürich, die op een zucht van de villa Wesendonck ligt. Het decor bestaat uit meerdere kamers uit de villa, die op een draaiplatform gemonteerd zijn. Deze techniek zorgt ervoor dat de personages ongestoord van de ene naar de andere ruimte kunnen bewegen zonder dat decorwisselingen nodig zijn. We vonden dat de interpretatie van Guth aanvaardbaar was, zonder dat we het over een “aha-Erlebnis” willen hebben.
We denken dat het moeilijk zal zijn binnen redelijke afstand een betere uitvoering van “Tristan und “Isolde” bij te wonen. We kunnen deze productie van de “Deutsche Opera am Rhein” dan ook warm aanbevelen aan de liefhebbers van het genre.

Er zijn nog voorstellingen in Düsseldorf op 3, 20, 26 juni, 11 en 18 juli 2010.

H.D. (Gepubliceerd op 2/6/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Annette Seiltgen (Brangäne) en Janice Baird (Isolde)
2) Hans-Peter König (König Marke), Janice Baird (Isolde), Ian Storey (Tristan) en Oleg Bryjak (Kurwenal)
3) Ian Storey (Tristan), Markus Müller (Ein Hirt) en Oleg Bryjak (Kurwenal)
Copyright foto's © Hans Jörg Michel.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND