OPERA GAZET
![]()
Muzikale roman in vier
bedrijven van
Gustave Charpentier op
een tekst van de componist zelf. De opera werd voor het eerst opgevoerd op
2 februari
Louise
is een jonge vrouw die zich erg geremd voelt door haar tirannieke moeder en
de overdreven liefde van haar vader. Ze leert haar buurman Julien kennen en
wordt verliefd op hem. Uiteraard valt deze vriendschap niet in goede aarde
bij de ouders van Louise. Wanneer ze haar ook nog verbieden om nog langer in
het naaiatelier te gaan werken is voor Louise de maat vol en gaat ze in op
het aanbod van Julien om samen te vluchten. Midden in een feest op
Montmartre, waar Louise als “koningin” verkozen is, komt haar moeder met het
nieuws dat Louise’s vader ernstig ziek is en dat enkel haar bezoek hem nog
kan genezen. Louise stemt toe onder de voorwaarde dat ze nadien mag
terugkeren naar Julien. Als haar ouders deze belofte breken leidt dit tot
een heftige ruzie waarbij de vader, die haar aanvankelijk niet wil laten
gaan, haar uiteindelijk de deur uit gooit.
Het
voorgaande beschrijft het verhaal van de opera “Louise” zoals Charpentier
dit voor had. Christophe Loy behoort echter tot een generatie regisseurs die
menen dat ze elke opera opnieuw moeten “uitvinden”. Gelukkig is het, in
tegenstelling tot sommige van zijn collega’s, niet zijn bedoeling het
publiek te choqueren. Bij hem is Louise een meisje dat gebukt gaat onder de
dominantie van de moeder en de incestueuze verhouding met haar vader, en
daardoor aan psychologische stoornissen lijdt. Het verhaal speelt zich dan
ook helemaal af in de wachtzaal van een psychiater. Het eerste en laatste
bedrijf spelen zich grotendeels af in de realiteit, terwijl de twee
middelste bedrijven enkel bestaan in de verbeelding van Louise die op die
manier een soort ingebeelde vrijheid geniet. Julien, die enkel in haar
verbeelding bestaat, is eigenlijk een geromantiseerde versie van haar
psychiater, de man die haar helpt haar leven op orde te krijgen. De finale
is uiteindelijk niet zo veelbelovend voor Louise: ze keert samen met haar
ouders terug naar huis.
We moeten eerlijk toegeven dat Loy er in geslaagd is om de puzzelstukjes van
zijn visie mooi in elkaar te laten vallen. Zo kan de obsessieve liefde van
de vader inderdaad in vraag gesteld worden. De ontmoeting met Julien in het
eerste bedrijf gebeurt wanneer de moeder even de wachtzaal verlaten heeft om
de sanitaire ruimte te bezoeken en Louise begint te fantaseren. Als de
moeder opnieuw binnen komt wordt ze dan terug met beide voeten op de grond
gezet. Ook de idee om de rol van de “Nachtbraker” door de zanger die Julien
vertolt te laten zingen en die van de “Voddenraper” door de vader vonden we
een goed idee: zo herkent de vader eigenlijk een man die ook zijn dochter
verleid heeft. Zo zit de enscenering van Loy vol interessante details, maar
dat doet ons niet vergeten dat de échte hoofdrolspeelster van de opera
volledig naar de achtergrond verschuift: de stad Parijs. In de visie van Loy
beperkt de rol van de stad zich tot een soort Walhalla, de plaats waar ze
redding kan vinden, in het hoofd van Louise.
De
afwezigheid van Parijs in de enscenering is extra spijtig omdat de partituur
van Charpentier de stad eigenlijk constant beschrijft en uitademt. Onder
meer beïnvloed door zijn leermeester Jules Massenet, maar ook door Claude
Debussy, heeft de muziek van Charpentier een schitterend descriptief
karakter, zonder in de excessen van het verisme te vervallen. De componist
manifesteert zich als een buitengewoon orchestrateur en hij gebruikt in zijn
muziek een erg uitgebreid kleurenpallet.
Het zal de lezer niet verbazen dat onze grootste vreugde tijdens de
voorstelling te Düsseldorf uit de orkestbak kwam. Alex Kober wist met het
orkest van de Oper am Rhein een mooie interpretatie te brengen van
Charpentier’s muziek, vooral tijdens de voorspelen. Misschien had Kober zijn
troepen soms iets meer in bedwang mogen houden om de solisten niet te
overstemmen, maar dat is detailkritiek.
Bij de solisten waren we zeer tevreden over Sami Luttinen die een
geloofwaardige vader neerzette en de ongezonde liefde voor zijn dochter op
een subtiele manier wist te vertolken. Ook vocaal was op zijn prestatie
niets aan te merken. Sylvia Hamvasi wist zich goed in te leven in het kleine
meisje Louise en gaf een ontroerende vertolking van haar grote aria “Depuis
le jour”. Haar geliefde Julien werd gezongen door Sergei Khomov die het wat
moeilijk had om de Franse stijl over te nemen in zijn zang en nog al eens
overstemd werd door het orkest. Er zijn in de opera nog talloze kleine en
héél kleine rollen. We vermelden graag Romanna Noack die ons als Irma wist
te overtuigen van haar talent.
Hoewel
de balans van deze voorstelling niet over de hele lijn positief is, kunnen
we de productie van de Deutsche Opera am Rhein toch aanbevelen. “Louise” is
een werk dat het zeker waard is om te leren kennen, de muzikale uitvoering
is van meer dan goede kwaliteit en de enscenering die wel wat ruimte laat
voor discussie staat het plezier niet in de weg. Houd er wel rekening mee
dat de vier bedrijven gepeeld worden zonder pauze, wat leidt tot een
marathonvoorstelling van bijna drie uur.
Er zijn nog
voorstellingen op 20, 25, 28 februari, 4 en 13 maart 2010.
H.D. (Gepubliceerd op
18/2/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Sami Luttinen (Le père), Sylvia Hamvasi (Louise) en Marta Márquez (La mère)
2) Sylvia Hamvasi (Louise), Ensemble en koor.
3) Sergej Khomov (Julien) en Sylvia
Hamvasi (Louise)
Copyright foto's
©
Hans Jörg Michel.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Muziekdrama
in een proloog en drie bedrijven van
Richard Wagner op een eigen libretto waarvoor de componist zich baseerde
op een
Keltische legende. De creatie vond plaats op 10 juni 1865 in het
Hoftheater te München. We woonden op 29 mei 2010 te Düsseldorf een nieuwe
productie bij van de Deutsche Opera am Rhein in samenwerking met de Oper
Zürich.
Omdat
hij zich politiek in nesten gewerkt had diende Richard Wagner in 1849
Dresden hals over kop te verlaten. Hij reisde af naar Zürich waar hij de
volgende negen jaar zou verblijven. Zoals steeds had te componist een tekort
aan geld, maar gelukkig was de rijke zijdehandelaar Otto Wesendonck bereid
om hem financieel te ondersteunen. Wagner werd verliefd op Wesendonck’s
vrouw Mathilde en hun (vermoedelijk platonische) verhouding duurde tot 1858,
wanneer Wagner’s vrouw Minna een “lettre d’amour” onderschepte en de relatie
tussen Wagner en Mathilde wereldkundig maakte. Het was tijdens zijn verblijf
in Zürich (en de maanden nadien die hij in Venetië en Luzern doorbracht) dat
Wagner “Tristan und Isolde” componeerde.
Wagner baseerde zijn versie van “Tristan
und Isolde” op een tekst van Gottfried von Strassburg. Omdat hij de
opera “opvoerbaar” wilde maken (hij had dringend geld nodig) snoeide hij
drastisch in het aantal personages die in het originele verhaal voorkomen.
Dit mocht niet baten. Na het debacle van Tannhaüser” was Parijs niet echt
een optie. Karlsruhe bleek niet geïnteresseerd en de Weense Hofoper besliste
na niet minder dan 70 repetities in de periode 1862-64 dat het werk niet
speelbaar was. Uiteindelijk kon de opera dankzij de steun van Ludwig II van
Beieren toch gecreëerd worden in München.
Vandaag meer dan ooit blijft “Tristan und Isolde” een stuk dat, door zijn
lengte en de zware zangpartijen, niet eenvoudig uit te voeren is. We waren
dan ook erg blij te moeten vaststellen dat de Deutsche Opera am Rhein er in
geslaagd is een productie te brengen die muzikaal en scenisch van hoog
niveau is. Axel Kober aan het hoofd van de Düsseldorfer Symphoniker toonde
een grote affiniteit met Wagner’s muziek. De klankrijkdom van de partituur
kwam onder zijn leiding mooi tot haar recht. Bij momenten klonk het orkest
echt voluptueus, wat misschien af en toe een beetje ten koste ging van de
spanning en op sommige momenten de zangers wat in de problemen bracht.
Niet
vaak overigens, want de Deutsche Opera m Rhein is er in geslaagd om voor de
twee hoofdrollen twee zangers van wereldformaat te engageren. Om te beginnen
een schijnbaar onvermoeibare Janice Baird die op autoritaire wijze Isolde
neerzet als een sterke vrouw en haar vocale prestatie laat culmineren in een
pakkende “Liebestod”. De stem is niet zo mooi en er is een duidelijke
registerbreuk, maar de zangeres gebruikt dit vakkundig om haar interpretatie
te versterken. Ook de Britse tenor Ian Storey, een oudgediende in de partij
van Tristan, wist vocaal te imponeren met een schitterend contrast tussen de
lyrische en dramatische passages, maar als toneelspeler kwam hij toch iets
te kort om een geloofwaardig personage neer te zetten. Voor de overige
rollen werden zangers uit het vaste gezelschap ingezet. Annette Seiltgen
klonk mooi als Brangäne maar was wat licht van stem in vergelijking met haar
collega’s. Voor de bariton Oleg Bryjak in de rol van Kurwenal gold net het
tegenovergestelde: zijn stem heeft op geen enkel moment enige moeite om door
de dikke orkestklank te dringen, maar het geluid dat ze produceert is van
bedenkelijke kwaliteit en, erger, intonatie. Hans-Peter Köning zette een
geloofwaardige Koning Marke neer en zijn monoloog in het tweede bedrijf was
zeker een van de hoogtepunten van de avond. De tussenkomsten van de andere
personages zijn niet van dien aard dat ze het werkelijke potentieel van de
betrokken zangers kunnen tonen, maar vooral de bariton Dmitri Vargin willen
we graag nog een keer terug horen in een meer belangrijke partij dan die van
Melot.
De enscenering van Claus Guth werd door een aanzienlijk deel van het publiek
sterk gecontesteerd, volgens ons ten onrechte. Uiteraard stapt Guth af van
het heldenepos en verandert de opera in een soort “kamertheater”. Hij laat
het verhaal spelen in de villa Wesendonck, die door Wagner zelf bestempeld
werd als zijn “vluchtoord op de groene heuvel” en waar hij veel tijd
doorbracht met Mathilde.
Zonder
het koppel Tristan en Isolde te gaan verpersoonlijken met Richard Wagner en
Mathilde Wesendonck, gebruikt de regisseur de opera voor het uitbeelden van
een (buitenechtelijke) relatie en de manier waarop die onaanvaardbaar is
voor de gemeenschap. De facto bevinden Tristan en Isolde zich ook steeds los
van de andere personages in de opera. Vermoedelijk is deze visie van de
regisseur ook ten dele ingegeven door het feit dat de oorspronkelijke
première van deze productie plaats had in de opera van Zürich, die op een
zucht van de villa Wesendonck ligt. Het decor bestaat uit meerdere kamers
uit de villa, die op een draaiplatform gemonteerd zijn. Deze techniek zorgt
ervoor dat de personages ongestoord van de ene naar de andere ruimte kunnen
bewegen zonder dat decorwisselingen nodig zijn. We vonden dat de
interpretatie van Guth aanvaardbaar was, zonder dat we het over een
“aha-Erlebnis” willen hebben.
We denken dat het moeilijk zal zijn binnen redelijke afstand een betere
uitvoering van “Tristan und “Isolde” bij te wonen. We kunnen deze productie
van de “Deutsche Opera am Rhein” dan ook warm aanbevelen aan de liefhebbers
van het genre.
Er zijn nog voorstellingen in Düsseldorf op 3, 20, 26 juni, 11 en 18 juli 2010.
H.D. (Gepubliceerd op 2/6/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Annette Seiltgen (Brangäne) en Janice Baird (Isolde)
2) Hans-Peter König (König Marke), Janice Baird (Isolde), Ian Storey
(Tristan) en Oleg Bryjak (Kurwenal)
3) Ian Storey (Tristan), Markus Müller (Ein Hirt) en Oleg Bryjak (Kurwenal)
Copyright foto's
©
Hans Jörg Michel.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()