OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN ESSEN

"DER RING DES NIBELUNGEN" - "SIEGFRIED"

Aalto Theater EssenOpera van Richard Wagner (muziek en libretto). Gecreëerd in het Festspielhaus te Bayreuth op 16 augustus 1876. Première van deze productie in het Aalto-Musiktheater te Essen op 10 oktober 2009. Bijgewoonde voorstelling op 18 oktober 2009.

Na de smakeloze vooravond van “Das Rheingold”, geregisseerd door Tilman Knabe, en de grootse, ruime opvatting van Dietrich Hilsdorf voor “Die Walküre”, was het nu de beurt aan Anselm Weber om zijn visie op “Siegfried” te geven.
Siegfried - v. l. n. r.: Almas Svilpa (Der Wanderer) en Johnny van Hal (Siegfried) (Foto: Thomas Aurin)Wij waren aangenaam verrast dat de vertellijn trouw gevolgd werd en dat ons geen al te absurde plotwendingen opgedrongen werden. Bovendien werd door alle solisten lovenswaardig gezongen, wat in zijn geheel een aangename avond opleverde.
Gedurende de prelude bleef het doek gesloten. Zo hoort het ook. Donker, aards, mistig en mysterieus zwevend waren de klanken die het orkest ons voortoverde en meer hadden wij niet nodig om in de juiste sfeer te komen.
Het doek opende op een ruim decor, een moderne smidse van Mime, waarvan de bodem volledig bedekt was met grote, halve bollen, zoals de foto hiernaast aantoont. Het nut van deze hemisferen ontging ons. De zangers konden er uiteraard moeilijk op lopen en er was geregeld een uitschuiver. Mime werd gezongen door Rainer Maria Röhr, een tenor met het vereiste slanke stemtimbre en scherpe hoogte. Zijn vertolking was ons iets te bescheiden en hij bleef volledig in de schaduw van de exuberante Siegfried van Johnny van Hal. Deze bijzonder heldhaftige tenor, jeugdig en slank van gestalte hoorden wij vorig jaar al in de “Ring” te Weimar. Hij had er geen moeite mee om van de éne bol op de andere te wippen. Hij spaarde zich niet en zong er flink op los, wat ons een mooie eerste acte bezorgde. In de laatste acte zou hij daar echter de rekening moeten voor betalen…
Het smeden van het zwaard verliep volledig “volgens het boekje”, inclusief het splijten van het aambeeld als slot van de acte. Almas Svilpa, Wotan in “Das Rheingold”, die in “Die Walküre” de plaats moest ruimen voor een weinig overtuigende Thomas J. Mayer, nam de fakkel terug over als Der Wanderer. Zijn donker, warm timbre was ideaal voor de rol. Enkel aan frasering en vocale autoriteit zou de vertolking nog kunnen winnen.
Het decorbeeld van de tweede acte was wat teleurstellend. Dezelfde bollen bedekten de bodem. Later zou blijken dat deze bollen het lichaam van Fafner voorstelden, want zij bewogen gedurende de strijd met Siegfried en produceerden ook wat rook. Siegfried had er trouwens niet veel moeite mee om de “draak” te doden door Nothung in de weerloze bollen te steken. De bas Marcel Rosca in de partij van Fanfner, kregen wij niet te zien. Wij hoorden enkel zijn stem, versterkt door luidsprekers.
Siegfried - v. l. n. r.: Oskar Hillebrandt (Alberich) en Almas Svilpa (Der Wanderer) (Foto: Thomas Aurin)Wij maakten hier ook kennis met Alberich, die zich voortbewoog met twee krukken, wat hier, gezien de bodembedekking, geen sinecure was. De rol werd toevertrouwd aan Oskar Hillebrandt, ooit een fenomenale vertolker van Telramund en andere Wagnerrollen. De stem heeft echter met de jaren haar oorspronkelijke glans verloren en hij riep nu meer dan hij zong. Jammer.
Wij kregen ook een bijzonder sexy woudvogeltje te zien. In een strak kleedje gehuld en met sierlijke hoge hakken, gaf Christina Clark met een fijn, gestileerd coloratuurstemmetje de nodige instructies aan Siegfried om Brünnhilde te vinden. Zelf zouden wij Brünnhilde nooit gevonden hebben, want haar Duits was onverstaanbaar, zelfs met het volgen van de boventiteling!
Het eerste tafereel van de derde acte had plaats voor een gesloten doek. Het bleek wel of de derde acte concertant ging verlopen, want buiten vier stoelen, mooi op een rijtje, was er geen decor te bespeuren. Ljubov Sokolova kwam van achter het doek tevoorschijn. De slaperigheid van Erda werd hier wel heel letterlijk genomen, want zij vleide zich meteen op het proscenium en zong haar dialoog met Wotan grotendeels vanuit deze liggende positie. Niet meteen ideaal, maar de warme stem van Sokolova bleef toch in alle registers en lichaamshoudingen bekoren.
De foto’s van het laatste tafereel waren veelbelovend, zoals hiernaast duidelijk te zien is. Onze verwachtingen waren dan ook erg gespannen om de letterlijk in gloeiende aarde of kolen liggende Brünnhilde te zien/horen ontwaken.
De overgang naar dit mooie beeld was echter teleurstellend. In plaats van de gloeiende vuuraard in het geprojecteerde decor te integreren en door lichteffecten langzaam zichtbaar te maken, kwam het zoals in een barokopera “deus ex machina” uit de lucht gezweefd om als een losliggende klomp, los in het midden van de scène terecht te komen. De magie was meteen verbroken.
Siegfried - v. l. n. r.: Johnny van Hal (Siegfried) en Kirsi Tiihonen (Brünnhilde) (Foto: Thomas Aurin)Brünnhilde werd gezongen door Kirsi Tiihonen, een zwaar dramatische sopraan die blijkbaar geen enkele moeite had met de hoge en de lage tessituur van de rol. Het is ook een bijzonder krachtige en volumineuze stem, naar onze smaak met iets te weinig glans. Het contrast met Siegfried, die al zijn kruit verschoten had in de vorige bedrijven, kon niet groter zijn. Dat leidde tot een weinig evenwichtig duo waar Brünnhilde de krachteloze Siegfried volkomen domineerde. De sublieme finale was ondanks deze discrepantie toch genietbaar.
Dankzij Stefan Soltesz, die aan het hoofd van de Essener Philharmoniker voor een uiterst spannende lezing zorgde. De orkestklank was hartstochtelijk en toch helder. Daardoor bleef de structuur van de partituur steeds waarneembaar en de details die daardoor aan het licht kwamen waren ontelbaar.

Al bij al toch wel een mooie avond.

Er zijn nog voorstellingen op 25 oktober, 8 november 2009, 28 maart, 23 mei en 17 juli 2010.

G.M. (Gepubliceerd op 20/10/2009)

Foto's van boven naar onder:
1) Almas Svilpa (Der Wanderer) en Johnny van Hal (Siegfried)
2) Oskar Hillebrandt (Alberich) en Almas Svilpa (Der Wanderer)
3)
Johnny van Hal (Siegfried) und Kirsi Tiihonen (Brünnhilde)
Copyright foto's ©
Thomas Aurin

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“I PURITANI”

Aalto Theater EssenOpera in drie bedrijven van Vincenzo Bellini op een tekst van Carlo Pepoli naar  Walter Scott. Het werk werd voor het eerst opgevoerd in het Théâtre des Italiens te Parijs op 25 januari 1835. We zagen een voorstelling in het Aalto Theater te Essen op 24 oktober 2009.

I Puritani (Foto: Aalto Theater)I Puritani” is niet alleen één van de mooiste belcanto-opera’s, het is ook een van de moeilijkste om te casten. De première werd gezongen door Giulia Grisi, Giovanni Rubini, Antonio Tamburini en Luigi Lablache, die de geschiedenis ingingen als het “Puritani-kwartet”. Het is dan ook voor elk theater een echte uitdaging om het werk op de planken te brengen.
Regisseur Stefan Herheim had de actie verplaatst van het Engeland uit de Cromwell jaren naar het Parijs van 1835. Dit is niet alleen het jaar waarin de opera gecreëerd werd, maar ook het jaar waarin Bellini op vierendertigjarige leeftijd stierf. Binnen het kader van een Parijs salon laat Herheim een soort “gothic novel” afspelen. Arturo is eigenlijk de componist Bellini, die verliefd is op de ballerina Elvira en tijdens het verhaal zijn opera componeert. Enrichetta wordt een slechte geest die verantwoordelijk is voor al het ongeluk dat het paar treft. Op het einde van de opera sterft Bellini/Arturo. We vonden deze benadering hoogst genietbaar, al was het maar omdat het ons een alternatief bood voor de vaak afgrijselijke uitwassen van het hedendaagse regietheater die ons vaker dan ons lief is voorgeschoteld worden, zonder daarbij te vervallen in een gekostumeerd concert. Bovendien bevatte de regie een aantal mooie vondsten, zoals de tussenkomst van een corps de ballet en het gebruik van een maquette van het decor.
I Puritani (Foto: Aalto Theater)Helaas wist de muzikale kwaliteit van de voorstelling ons minder te overtuigen. Hoofdverantwoordelijke hiervoor was dirigent Guillermo Garcia Calvo die er niet in slaagde zijn orkest voldoende te bedwingen. Bellini’s fijngevoelige cantilena’s en zwevende melodieën werden door het orkest uitgevoerd als ging het om muziek van Wagner. Solisten en zelfs het koor werden dan ook herhaaldelijk overstemd, onvergeeflijk in een werk waar het eigenlijk allemaal om de zang hoort te gaan. Maar ook wat de zang betreft waanden we ons vaak in een andere opera. Vooral de bariton Heiko Trinsinger in de rol van Riccardo gaf ons de indruk dat “I Puritani” een werk uit het verismo is. Slordige versieringen, een monotone stem en een constante neiging tot roepen maakte zijn prestatie ondraaglijk. Hetzelfde zouden we kunnen zeggen van Almas Svilpa, al beschikt deze bas over een veel rijkere stem dan Trinsinger. Dat neemt niet weg dat hun duet “Suoni la tromba”, één van de succesnummers uit Bellini’s partituur, verwerd tot een ordinaire brulpartij, ontsierd door ongelijke inzetten en andere slordigheden.
I Puritani (Foto: Aalto Theater)Gelukkig kon het centrale liefdespaar ons meer plezier bieden: de Bulgaarse sopraan Petya Ivanova heeft de nodige belcantocultuur om de rol van Elvira geloofwaardig te vertolken en trakteerde ons op een paar originele versieringen in haar aria’s. Maar het was de Griekse tenor Mario Zeffiri die ons écht op het topje van onze stoel bracht. Legato, morbidezza, stijlgevoel, deze man heeft het allemaal te over. Hij is bovendien één van de weinigen op deze planeet die de hoge partij van Arturo weet te zingen. Meer nog, hij verraste ons, naast de befaamde hoge F, met nog een aantal extra hoge C’s en D’s. Werkelijk schitterend! Dat laatste kan ook gezegd worden van het koor van het Aalto Theater.
Duits publiek en belcanto-opera, het zal altijd wel een soort haat-liefdeverhouding blijven. Zo waren er nog veel lege plaatsen in de zaal en was de reactie van het publiek aan het einde van de opera nogal moeilijk te begrijpen. Zo kregen bas, bariton en dirigent een ovatie en was er voor Mario Zeffiri zowaar hier en daar boegeroep.

Er zijn nog voorstellingen van “I Puritani” op 7, 22 november, 19 december 2009 en 13 januari 2010.

H.D. (Gepubliceerd op 27/10/2009)

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“ELEGIE FÜR JUNGE LIEBENDE”

Aalto Theater EssenOpera van Hans Werner Henze op een libretto van W.H. Auden en Chester Kalman. Duitse vertaling van Ludwig Landgraf. Gecreëerd door de Bayerische Staatsoper in het Rokoko-Theater te Schwetzingen op 20 mei 1961. Première van deze productie in het Aalto Theater te Essen op 24 april 2010. Bijgewoonde voorstelling op 2 mei 2010.

Elegie für junge Liebende - v. l. n. r.: Michael Haag (Dr. Wilhelm Reischmann, ein Arzt), Ildiko Szönyi (Carolina Gräfin von Kirchstetten) en Astrid Kropp-Menéndez (Hilda Mack, eine Witwe) (Foto: Kathrin Holighaus)De hoofdpersoon van “Elegie für junge Liebende”, een rol die in 1961 gezongen werd door niet minder dan Dietrich Fischer-Dieskau, is de oudere, ziekelijk met zichzelf ingenomen dichter Gregor Mittenhofer die van zijn omgeving slechts lofuitingen verwacht en zijn intrek neemt in een Oostenrijks “Alpengasthof”. Hij is vergezeld van de rijke gravin Caroline von Kirchstätten, zijn secretaresse, zijn jonge minnares Elisabeth Zimmer, dokter Wilhelm Reischmann en diens jonge zoon Toni, de enige die niet deelt in de algemene bewondering voor de dichter. Een personage dat niets met dit gezelschap te maken heeft, maar de ganse opera de handeling blijft doorkruisen, is de wat hysterische eigenares van het gasthof Hilda Mack, die sinds veertig jaar op de terugkomst van haar echtgenoot wacht. Deze is kort na haar huwelijk in de bergen verdwenen.
Elisabeth en Toni worden op elkaar verliefd en als Gregor daar van in kennis gesteld wordt door zijn secretaresse veinst hij een zekere blijmoedigheid. Als dank voor zijn zelfverloochening, verlangt de dichter van Toni en Elisabeth slechts een symbolische daad: zij zullen een edelweiss op de hellingen van de Hammerhorn plukken. Door het verzwijgen van het aangekondigde noodweer is hij indirect schuldig aan het omkomen van het jonge paar. Voor de dichter is dit slechts de aanleiding om een nieuw werk te schrijven: “Elegie für junge Liebende”.
Henze gebruikte voor dit werk een kamerorkest, waarin xylofoon, vibrafoon, klokken en celesta een belangrijke rol spelen naast de obligate strijkers en blazers. Door de muziek heen speelt een bandopname van piano- en elektronische klanken.
Elegie für junge Liebende - v. l. n. r.: Francisca Devos (Elisabeth Zimmer), Claudio Otelli (Gregor Mittenhofer, ein Dichter), Michael Haag (Dr. Wilhelm Reischmann, ein Arzt) en Andreas Hermann (Toni Reischmann, sein Sohn) (Foto: Kathrin Holighaus)Deze opera is beslist niet het sterkste opus van Henze. Melodieën zijn er amper in waar te nemen en echt pakkende, lyrische momenten zijn bijzonder schaars. Bovendien werd de voorstelling in Essen geteisterd door een idiote enscenering. Het feit dat het gasthof de naam “Der schwarze Adler” draagt, dat Mittenhofer bij zijn ontbijt twee gekookte eitjes eet en hij in zijn dichtbundels vogeltjes en vlindertjes vermeldt, was voor regisseur Karoline Gruber voldoende om de scène te sieren met enkele reusachtige eieren en vogels. Zij dreef de symboliek nog verder door. Gedurende het verloop van de opera liet zij al de personages een metamorfose ondergaan. Reischmann, bijvoorbeeld, ziet er in de eerste acte uit alsof hij naar de kapper van Heinrich Himmler geweest is. Daarna krijgt hij een hanenkam op zijn hoofd en een hanenpoot. (zie eerste en tweede foto's). Zo ging het ook met de andere personages: plots stonden zij daar met vleugels van vogels of vlinders. Slechte karakters kregen geen vleugels maar klauwen. Mittenhofer zag er zelfs even uit als Edward Scissorhands. Een bijzonder mooie kostumering die helaas niets met het gegeven te maken heeft en een onjuiste sfeer creëerde.
Ondanks al die nutteloze poespas werd er tamelijk mooi gezongen. De gezalfde baritonstem van Claudio Otelli was juist geschikt voor de rol van de dichter en door de boventiteling aandachtig te volgen in plaats van de uitbeelding op de scène, konden wij ook soms in het personage geloven. Onze landgenote Francisca Devos was een voorbeeldige Elisabeth. Haar heldere, lyrische sopraanstem contrasteerde mooi met het wat genepen tenorgeluid van Andreas Hermann als Toni. Minder opgetogen waren wij over de onstabiele en weinig welluidende mezzosopraanstem van Ildoko Szönyi in de rol van de secretaresse. Astrid Kropp-Menéndez moest opboksen tegen de onmenselijk hoge tessituur van Hilda Mack. Het roept bewondering op dat zij al die muzikale valstrikken wist te overbruggen, maar écht mooi klonk het niet. De bas Michael Haag was verdienstelijk zonder meer als Dr. Reischmann.
Elegie für junge Liebende - Claudio Otelli (Gregor Mittenhofer, ein Dichter) (Foto: Kathrin Holighaus)Revelatie van de avond was de jonge Israëlische dirigent Noam Zur die de Essener Philharmoniker probleemloos door de complexe partituur loodste. Hij wist in het orkest een sterke innerlijke spanning op te bouwen die vooral in de tussenspelen tot haar recht kwam.

Er zijn nog voorstellingen op 8 mei, 7 en 16 juli 2010.

G.M. (Gepubliceerd op 4/5/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Michael Haag (Dr. Wilhelm Reischmann, ein Arzt), Ildiko Szönyi (Carolina Gräfin von Kirchstetten) und Astrid Kropp-Menéndez (Hilda Mack, eine Witwe)
2) Francisca Devos (Elisabeth Zimmer), Claudio Otelli (Gregor Mittenhofer, ein Dichter), Michael Haag (Dr. Wilhelm Reischmann, ein Arzt) en Andreas Hermann (Toni Reischmann, sein Sohn)
3) Claudio Otelli (Gregor Mittenhofer, ein Dichter)
Copyright foto's © Kathrin Holighaus.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND