OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN FRANKFURT

“L’ORACOLO” & “LE VILLI”

Oper FrankfurtIn de Oper Frankfurt woonden we op 31 oktober 2009 een opvoering bij van deze twee minder bekende en daarom ook minder beminde werken. We vonden de voorstelling vooral muzikaal erg interessant en hopen dat er nog vaker dergelijke originele combinaties van eenakters gespeeld zullen worden. Het hoeft wat ons betreft niet altijd “Pagliacci” en “Cavalleria Rusticana” te zijn.
L'Oracolo - Marcus Hosch, Ingrid El Sigai (Moderatoren, rechts vor der Treppe und auf der Leinwand) sowie Chor, Kinderchor und Statisterie der Oper Frankfurt, Aktuelle Besetzung, © Wolfgang RunkelRegisseur Sandra Leupold heeft getracht in haar enscenering een visie te ontwikkelen die op beide werken toegepast kan worden zodat in hetzelfde decor gespeeld kan worden. In haar interpretatie zijn de twee opera’s een soort van “reality” televisie, waarbij personen in een specifieke situatie gezet worden en hun emotionele reactie op de gebeurtenissen uitvergroot worden voor het grote publiek (het koor). Het regieteam is er bovendien niet vies van om af en toe een handje (of een rekwisiet) toe te steken om de boel te manipuleren. De “verliezer” wordt dan aan het einde aan een soort moderne schandpaal vastgemaakt, of in het geval van “Le Villi”, gelyncht door het publiek dat alle zin voor relativeren verloren heeft. We konden Leupolds visie, hoewel niet echt origineel, tot op zekere hoogte waarderen. Helaas vonden we de manier waarop één en ander uitgewerkt werd op het toneel een stuk minder geslaagd: tribunes die in stukken breken en op een draaiplatform ronddraaien of idioot dansende koristen zijn maar een paar elementen die een gebrek aan goede ideeën verraadden.
“L’Oracolo” is een compositie van Franco Leoni op een tekst van Camillo Zanoni naar een verhaal van Chester Bailey Fernald en werd voor het eerst opgevoerd in Covent Garden op 28 juni 1905. Het werk is zowel thematisch als muzikaal typisch veristisch. De opera kende een tijdje succes met de bariton Antonio Scotti in de hoofdrol en werd vervolgens vergeten. Halfweg de jaren zeventig werd het werk door Decca op plaat vastgelegd met Joan Sutherland en Tito Gobbi in de belangrijkste partijen. Het verhaal speelt zich af in Chinatown, Chicago, omstreeks 1900.
L'Oracolo - In der Bildmitte Peter Sidhom (Cim-Fen, stehend), Katharina Magiera (Hua-Quî, liegend, auch auf der Leinwand), Statisterie der Oper Frankfurt, Aktuelle Besetzung, © Wolfgang RunkelDe opiumhandelaar Cim-Fen wil zich graag opwerken in de maatschappij, maar wordt niet aanvaard door het “establishment”. Wanneer hem de hand geweigerd wordt van Ah-Joe, het nichtje van de rijke koopman Hu-Tsin, ontvoert hij Hu-Tsins zoontje. San-Lui, de geliefde van Ah-Joe ontdekt het kind bij Cim-Fen en wordt door deze laatste vermoord. San-Lui’s vader Uin-Sci wreekt zijn zoon en doet zo de voorspelling van het orakel in vervulling gaan dat twee mannen zouden sterven en dat één ziel naar de hemel zou gaan en de andere naar de hel.
“Le Villi” is de eerste opera van Giacomo Puccini en werd gecreëerd op 31 mei 1884 in het Teatro del Verne in Milaan. Ferdinando Fontana schreef de tekst naar het gelijknamige verhaal van Alphonse Karr. De geschiedenis speelt in het Zwarte Woud. Roberto verlaat zijn geliefde Anna om in de stad een erfenis op te halen. Anna en haar vader Guglielmo zijn er niet erg gerust in, maar Roberto belooft hen snel terug te keren. In de stad maakt hij echter kennis met de verkeerde vrienden en wanneer dit nieuws Anna bereikt sterft ze van verdriet. In overeenstemming met een plaatselijke legende keert ze echter terug als een “Villi”, een geest die ontrouwe mannen straft. Wanneer Roberto uiteindelijk terugkeert naar zijn dorp zorgen Anna en de andere Villi’s ervoor dat hij niet kan stoppen tot hij er dood bij neer valt. De opera is een typisch jeugdwerk van een groot componist waarin al tekenen van zijn genie te horen zijn, maar dat in zijn geheel een beetje onevenwichtig is. “Le Villi” kende dan ook niet veel succes bij zijn creatie. Nochtans vonden we de melodieuze rijkdom van het werk te prefereren boven de minder geïnspireerde partituur van Leoni.
Het orkest van de Frankfurtse Opera kon zich onder leiding van Stefan Solyom uitleven in muziek die blijkbaar beter aansluit bij de esthetiek van een Duits orkest dan de partituren van sommige andere Italiaanse componisten die we nog recentelijk op teleurstellende wijze hoorden vertolken. We genoten ook van de prestaties van de solisten, waarvan de belangrijksten in beide opera’s zongen.
Le Villi - Annalisa Raspagliosi (Anna), Carlo Ventre (Roberto), Aktuelle Besetzung, © Wolfgang RunkelZo was Annalisa Raspagliosi een erg mooie Ah-Joe, en een gepast dramatische Anna met een wel erg aangenaam timbre. De Uruguayaanse tenor Carlo Ventre kon zijn bronzen stem de vrije loop laten in de rollen van San-Lui en, meer nog, Roberto. Peter Sidhom was vocaal perfect als de slechterik Cim-Fen, maar de lyriek van Puccini ligt hem duidelijk minder wat in zijn aria in “Le Villi” duidelijk werd. De overige kleinere rollen in “L’Oracolo” werden goed bezet met leden van het ensemble van de Frankfurtse Opera, met vooral een uitmuntende Katharina Magiera als Hua-Qui en een imposante Ashley Holland als Uin-Sci.
Hoewel geen van beide opera’s meesterwerken genoemd kunnen worden, kunnen ze een publiek toch boeien, getuige de ovatie van een enthousiast publiek.

Er zijn nog voorstellingen op 5, 8, 13 november 2009, 3, 8 en 17 april 2010.
De Vlaamse Opera voert “Le Villi” trouwens concertant op in Gent op 20 november 2009 en te Antwerpen op 22 november 2009.

H.D. (Gepubliceerd op 4/11/2009)

Foto's van boven naar onder:
1) L'Oracolo -
Marcus Hosch, Ingrid El Sigai, Chor, Kinderchor und Statisterie der Oper Frankfurt
2)
L'Oracolo - Peter Sidhom (Cim-Fen), Katharina Magiera (Hua-Quî), Statisterie der Oper Frankfurt.
3)
Le Villi - Annalisa Raspagliosi (Anna), Carlo Ventre (Roberto)
Copyright foto's ©
Wolfgang Runkel.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“DIE TOTE STADT”

Oper FrankfurtOpera in drie bedrijven van Erich Wolfgang Korngold op een tekst van Paul Schott, vrij gebaseerd op “Bruges-la-morte” van Georges Rodenbach. De opera werd voor het eerst uitgevoerd op 4 december 1920 gelijktijdig in het Stadttheater te Hamburg en de Oper Köln. We waren op 10 december 2009 aanwezig bij een voorstelling in de Oper Frankfurt.

Die tote Stadt - Tatiana Pavlovskaya (Marietta / Marie), Klaus Florian Vogt (Paul) (Foto © Barbara Aumüller)Het leven van Korngold kent een aantal parallellen met dat van Mozart: ook hij werd bestempeld als wonderkind en reisde samen met zijn vader, de gevreesde muziekcriticus Julius Korngold, de Europese concertpodia af. Daar eindigt helaas de gelijkenis: waar Mozart een aanzienlijk oeuvre van overwegend grote kwaliteit heeft achtergelaten, heeft Korngold de verwachtingen nooit echt waar kunnen maken. Wat de opera betreft componeerde hij slechts een viertal werken waarvan er slechts twee, “Violanta” en “Die tote Stadt”, succesvol waren. Het tweede deel van zijn carrière bracht Korngold door in Hollywood, waar hij een zekere reputatie verwierf met het schrijven van filmmuziek.
De muziek van Korngold is modern maar tegelijk wijkt de componist niet af van de tonaliteit, zodat zijn werk vaak dichter aanleunt bij Richard Strauss of zelfs Giacomo Puccini dan bij bvb Franz Schreker. Wel heeft Korngold wat neiging naar het bombastische, wat tot uiting komt in de, hoewel meesterlijk uitgevoerde, soms wat zware orkestratie. Bij een opera als “Die tote Stadt” zorgt dit enerzijds voor een spannende partituur, maar anderzijds krijgen de zangers het moeilijk om zich vocaal boven deze sterke orkestklanken te verheffen.
Het succes van “Die tote Stadt” is ongetwijfeld niet alleen te danken aan de schitterende muziek van Korngold, maar ook aan het onderwerp: 1920 is kort na de eerste wereldoorlog en in die periode moesten velen het verlies van een geliefde en andere trauma’s verwerken. Dat het werk vanaf de jaren ’30 van de affiche verdween heeft een andere reden: na de opkomst van het nationaalsocialisme in Europa werd de muziek van een componist met Joodse “roots” moeilijk uitvoerbaar.
Die tote Stadt - Tatiana Pavlovskaya (Marietta / Marie) omgeven v.l.n.r. door Alan Barnes (Gaston), Julian Prégardien (Victorin), Anna Ryberg (Juliette), Jenny Carlstedt (Lucienne), Michael Nagy (Fritz) en Ensemble (Foto © Barbara Aumüller)Het verhaal beschrijft eigenlijk het verwerkingsproces van Paul bij het overlijden van zijn vrouw Marie, bij het begin van de opera toch al enkele jaren geleden. Desondanks heeft Paul nog steeds een mausoleum met een portret en een haartres van Marie. Paul vertelt zijn vriend Frank dat hij een vrouw gezien heeft die als twee druppels water lijkt op Marie en dat hij deze dubbelgangster bij hem heeft uitgenodigd. Frank raadt zijn vriend aan het verleden te vergeten en opnieuw te beginnen leven. De vrouw, die een rondreizende danseres met de naam Mariette blijkt te zijn, komt inderdaad op bezoek en nodigt Paul uit op een voorstelling van haar toneelgezelschap. Wanneer ze vertrekt vergeet ze haar paraplu. Paul valt in slaap en heeft twee dromen: eerst van de toneelgroep van Mariette die een passage uit “Robert le Diable” van Meyerbeer uitvoeren en waarbij dode nonnen opnieuw tot leven gewekt worden. Vervolgens is hij, nog steeds in een droom, getuige van een poging van Mariette om alle sporen van Marie uit te wissen. Dit maakt hem zo woedend dat hij Mariette wurgt met Marie’s haarlok. Wanneer Frank opnieuw op bezoek komt zegt Paul dat hij het verleden achter zich laat en Brugge verlaat. Wanneer Mariette haar paraplu komt halen stuurt Paul haar weg.
We zagen al eerder in Essen een productie van “Der Rosenkavalier” van de hand van Anselm Weber en net als toen zijn we erg te spreken over het resultaat. Het verhaal speelt zich af tussen hoge muren. Het enige decorstuk is een kubus die langs de vier zijkanten open kan en waarin zich het schrijn van Marie bevindt – in deze moderne visie bestaat dat vooral uit beeldschermen die videofilms met Marie afspelen. Verder maakt Weber enkel gebruik van wat luiken in de vloer tijdens het tafereel met de toneelspelers en een aantal deuren in de muren waarin onder andere de verschijning van Marie tijdens Paul’s droom te zien is. Deze relatief eenvoudige setting focust de toeschouwer volledig op de personages. We vonden ook een aantal invalshoeken van Weber interessant: zo wordt Marietta niet vermoord door Paul zelf, maar door een tiental kopieën van Marie. Bepaalde taferelen worden ook met een videocamera opgenomen en gelijktijding afgespeeld met groot effect. Maar het belangrijkste pluspunt van deze regie is ongetwijfeld de subtiele personenregie.
Bij de Duiste tenor Klaus Florian Vogt is Paul een fanatieke zonderling – je kunt je afvragen wat een mooie vrouw als Marie in hem zag – die langzaam een metamorfose ondergaat, een evolutie die hij op geloofwaardige manier weet te vertolken. Maar zijn scenische prestatie wordt nog overtroffen door zijn muzikale bijdrage. De aartsmoeilijke partij vraagt een tenor die niet alleen over een aanzienlijk volume beschikt, maar ook een sterk hoog register heeft. Vogt benadert de rol vanuit een belcantoperspectief: enerzijds zingt hij zonder zich te forceren, zijn stem lijkt soms wel te “drijven” op de muziek. Anderzijds weet hij de hogere passages te brengen met schitterende "messa-di-voce" en falsetto-klanken. Een grootse vocale prestatie die door een dankbaar publiek erg gewaardeerd werd, al hadden we de indruk dat deze rol voor Vogt, van nature een lyrische tenor, toch wat op het randje van de mogelijkheden ligt.
Die tote Stadt - Klaus Florian Vogt (Paul), Michael Nagy (Frank) en Tatiana Pavlovskaya (Marietta / Marie, op de schermen) (Foto © Barbara Aumüller)Het contrast met de Marietta van de Russische sopraan Tatiana Povlavskaya kon dan ook moeilijk groter zijn. De dame beschikt over een klok van een stem die ze echter volledig weet te beheersen, wat zeker nodig was in passages met Paul. Deze ongelijkheid in vocale benadering van beide personages leidde echter helemaal niet tot een onevenwicht in de opera – in tegendeel, het had een positieve bijdrage aan de dramatische spanning binnen de opera. De andere rollen zijn eerder kort, met een schitterend lyrische Michael Nagy als Frank – zijn aria in het tweede bedrijf was één van de vele hoogtepunten van de avond. Verder hoorden we onder andere Hedwig Fassbaender als Paul’s huishoudster Brigitta en Hans-Jürgen Lazar als graaf Albert.
Uiteraard zou ons geluk niet compleet geweest zijn zonder de prachtige prestatie van Sebastian Weigle aan het hoofd van het orkest van de Frankfurtse Opera. Hij laat de muziek ademen en schitteren zonder enige brutaliteit, dit laatste in tegenstelling tot bepaalde van zijn collega’s.

Kortom, een onvergetelijke opera-avond die enkel nog overgedaan wordt op 17 en 20 december 2009.

H.D. (Gepubliceerd op 13/12/2009)

Foto's van boven naar onder:
1) Tatiana Pavlovskaya (Marietta / Marie) en Klaus Florian Vogt (Paul).
2) Tatiana Pavlovskaya (Marietta / Marie) omgeven v.l.n.r. door Alan Barnes (Gaston), Julian Prégardien (Victorin), Anna Ryberg (Juliette), Jenny Carlstedt (Lucienne), Michael Nagy (Fritz) en Ensemble.
3) Klaus Florian Vogt (Paul), Michael Nagy (Frank) en Tatiana Pavlovskaya (Marietta / Marie, op de schermen).
Copyright foto's © Barbara Aumüller

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“DAPHNE”

Oper FrankfurtBucolische tragedie in één bedrijf van Richard Strauss op een libretto van Joseph Gregor naar o.a. Ovidius’ “Metamorfosen”. De creatie vond plaats in de Dresdener Semperoper op 15 oktober 1938. De muzikale leiding lag toen in de handen van Karl Böhm, aan wie de componist het werk opdroeg. We woonden op 28 maart 2010 in de Oper Frankfurt de première bij van een nieuwe productie.

Daphne - Maria Bengtsson als Daphne (Foto: Barbara Aumüller)Na de dood van Hugo von Hofmannsthal moest Strauss op zoek naar een nieuwe librettist. Uiteindelijk kwam hij terecht bij de Oostenrijkse cultuurhistoricus Joseph Gregor waarmee de componist samenwerkte voor zijn laatste drie werken. Hoewel Gregor’s teksten zeker niet minderwaardig zijn, wekten ze bij Strauss nooit dezelfde vorm van inspiratie op als de libretti van von Hofmannsthal. In het geval van “Daphne” moest Gregor overigens twee keer opnieuw aan zijn libretto werken alvorens Strauss tevreden was.
Daphne” is zeker niet Strauss’ beste werk, maar de partituur kent toch en aantal momenten van intense schoonheid en Richard Strauss blijft natuurlijk een fenomenaal orchestrator. Zo denken we aan de drie soloscènes van Daphne of de transformatiemuziek die van een ongekende muzikale schoonheid zijn. Ondanks de grote instrumentale bezetting blijft de muziek bovendien erg transparant en de expressionistische uitbarstingen uit de vroegere werken komen niet voor. Dit alles maakt dat het werk misschien wat minder diepgang heeft dan andere opera’s van Strauss, maar een grotere melodieuze rijkdom bevat. Het was overigens ook op dit punt dat de voorstelling in de Oper Frankfurt de hoogste toppen bereikte: dirigent Sebastian Weigle creëerde met zijn orkest werkelijk de prachtigste klankbogen. Het kleinste detail in de muziek maakte hij hoorbaar. En de ganse voorstelling werd gedirigeerd met een voorbeeldig respect voor de zangers die op geen enkel moment moeite moesten doen om zich hoorbaar te maken. Werkelijk een glansprestatie die ons deed denken aan de opvoering van “Die tote Stadt” die we enkele maanden geleden in hetzelfde theater zagen en recenseerden.
Daphne - Daniel Behle als Leukippos en Maria Bengtsson als Daphne (Foto: Barbara Aumüller)Regisseur Claus Guth koos voor een moderne maar sluitende enscenering. Hij vertelt het verhaal vanuit het standpunt van een oudere vrouw die terugkeert naar een oud, vervallen gebouw en zo aan haar jeugd herinnerd wordt. Guth ontdoet het verhaal van alle symboliek. Daphne woont in een wereld waar zij misbruikt wordt door haar vader en waar andere mannen als Leukippos enkel uit zijn op haar lichaam. Wanneer ook Apollo, die ze eerst voor haar verlosser houdt, via leugens in haar leven is binnengedrongen trekt ze zich terug in een soort fantasiewereld.
Richard Strauss maakt het zijn zangers niet steeds gemakkelijk en dat geldt dan zeker voor de twee tenoren die gestalte moeten geven aan Apollo en Leukippos. Helaas was Lance Ryan, die voorzien was de aartsmoeilijke partij van Apollo te zingen, enkele uren voor de voorstelling ziek gevallen. Hij werd zo goed en zo kwaad als dat ging opgelapt, maar het zou dan ook oneerlijk zijn hem op zijn prestatie te beoordelen. Laat het volstaan te stellen dat we door hetgeen we hoorden zin kregen om hem een keer terug te horen in volle glorie. Daniel Behle was wel in topvorm als Leukippos, waarbij hij niet alleen de moeilijkheden van zijn rol overwon, maar ook nog een geloofwaardig personage neerzette. Misschien op een iets minder niveau dan de anderen was de bas Matthew Best als Peneios. Zijn stem komt wat te diep uit de keel en vertoont een eerder storend vibrato in de luidere passages. Perfect bezet waren de kleinere rollen met vooral Tanja Ariane Baumgartner als Gaea, Daphne’s moeder en Nina Tarandek als één van de maagden.
Daphne - Corinna Schnabel (Die alte Daphne), Lance Ryan (Apollo in de hoek van de kamer), Daniel Behle (Leukippos) en Maria Bengtsson (Daphne)  (Foto: Barbara Aumüller)Grote triomfator van de avond was zeker de jonge Zweedse sopraan Maria Bengtsson die een werkelijk fenomenale titelrol neerzette. Haar inlevingsvermogen in de rol, het gemak waarmee ze haar partij zong, de schoonheid van de stem, de melancholie in haar vertolking, loepzuivere coloraturen en perfecte registerovergangen, we kennen niet voldoende superlatieven om haar prestatie te beschrijven. Enkel haar aanwezigheid is een trip naar Frankfurt waard!

Eens te meer moeten we vaststellen dat de Oper Frankfurt “the place to be” is voor muziek uit de eerste helft van de 20e eeuw. Voor "Daphne" kan je er nog terecht op 1, 4, 10, 18, 23, 25 april, 19 en 26 juni 2010. Let wel op: in juni wordt de titelrol vertolkt door Angelina Ruzzafante.

H.D. (Gepubliceerd op 31/3/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Maria Bengtsson als Daphne.
2) Daniel Behle als Leukippos en Maria Bengtsson als Daphne.
3) Corinna Schnabel (Die alte Daphne), Lance Ryan (Apollo in de hoek van de kamer), Daniel Behle (Leukippos) en Maria Bengtsson (Daphne)
Copyright foto's © Barbara Aumüller

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND