OPERA GAZET
![]()
Opera in vier bedrijven van Franco Alfano op een libretto van Cesare Hanau naar de gelijknamige roman (“Opstanding”) van Leo Tolstoi. Het werk werd voor het eerst opgevoerd in het Teatro Vittorio Emanuele te Turijn op 30 november 1904. We zagen op 17 april 2010 de première van een nieuwe productie van deze minder bekende opera in het Mittelsächsisches Theater te Freiberg.
Het
Mittelsächsisches Theater, dat opvoeringen geeft in Freiberg en Döbeln, wil
zich graag profileren met zogenaamde “opgravingen”, een praktijk die in het
seizoen 1998/99 begon met “Der Trompeter von Säckingen” van Nessler.
Ondertussen werden al heel wat vergeten werken van onder het stof gehaald,
zoals “Rolands Knappen” van Lortzing of “Die Vögel” van Braunfels. De
klemtoon is daarbij verschoven van de negentiende naar het begin van de
twintigste eeuw. Dit seizoen werd geopteerd voor de opera “Risurrezione” van
Franco Alfano.
Franco Alfano is vandaag enkel nog bekend als de componist die na Puccini’s
overlijden diens opera “Turandot” van een finale voorzag. Nochtans heeft
Alfano zelf een twaalftal opera’s geschreven, waarvan op dit moment enkel
nog “Cyrano de Bergerac” gespeeld wordt op verzoek van bekende tenoren zoals
Roberto Alagna en Placido Domingo. Ooit was het anders. Hoewel nooit echt
populair in zijn geboorteland - misschien zit zijn sympathie voor Mussolini
daar voor iets tussen - kenden zijn werken, en dan vooral “Risurrezione”,
redelijk wat bijval. In de jaren zeventig waren er nog een aantal
voorstellingen door de bekende sopraan
Magda
Olivero, die overigens dit jaar haar honderdste verjaardag viert. Alfano
is een typisch product van de verismo-school. In zijn muziek overheersen
dramatische effecten en emotionele uitbarstingen op melodische schoonheid.
Het
verhaal omvat eigenlijk drie fases uit het leven van Katyusha, een
dienstmeisje dat verliefd is geworden op de prins Dmitri. Alfano slaagt er
wonderwel in om elk van deze fases muzikaal een gepaste klankkleur mee te
geven, zodat bijna vier “mini-opera’s” ontstaan.
Het Mittelsächsische Theater heeft geopteerd om de opera te geven in de
Duitse versie die Alfred Brüggemann maakte voor opvoeringen in de Berlijnse
Volksoper in 1938. De theaterleiding gaat er van uit dat hun publiek niet
uit “die-hard” operafans bestaat, maar uit een mengeling van muziek- en
dramaliefhebbers. Door de vertaling wint de opera inderdaad aan dramatische
kracht voor een Duits publiek, vooral ook omdat het gaat om een aangepaste
tekst en niet om een letterlijke vertaling van het originele libretto.
Bovendien maken de kleine dimensies van het theater dat elk woord dat op het
toneel gezongen wordt perfect verstaanbaar is. En hoewel we voor de
voorstelling zo onze twijfels hadden over deze keuze, moeten we toegeven dat
het resultaat onze verwachtingen overtrof: op geen enkel moment leken de
Italiaanse muziek en de Duitse tekst met elkaar in conflict te komen. In
tegendeel, het zorgde af en toe voor een spankracht die een voorstelling
ongemeen boeiend kan maken.
De
grote troef van een kleiner gezelschap zoals dat van het Mittelsächsisches
Theater ligt in het teamwerk. Dat bleek ook duidelijk bij deze voorstelling
van “Auferstehung”. Het enthousiasme waarmee regisseur Judica Semler en
vooral dirigent Jan Michael Horstmann deze productie op poten hebben gezet,
heeft ook de protagonisten aangetast en is op elk moment voelbaar in de
zaal. Horstmann geeft aan het hoofd van de Mittelsächsische Philharmonie een
gedreven, technisch bijna perfecte lezing van Alfano’s partituur. Bovendien
slaagt hij erin om, ondanks het feit dat er in het Duits gezongen wordt,
zijn vertolking een “italianità” mee te geven die we zelden aantroffen in
een Duits theater – wat ons dan eigenlijk weer een beetje doet betreuren dat
niet voor de originele Italiaanse versie geopteerd werd. Semler zorgde voor
een enscenering die gelukkig geen raakpunten heeft met het moderne
regietheater. In een eenheidsdecor van grijze wanden die door kleine
aanpassingen achtereenvolgens een kamer, een stationshal, een
vrouwengevangenis en Siberië moeten uitbeelden, slaagt zij er in om haar
solisten om te vormen tot geloofwaardige personages binnen Tolstoi’s drama.
En is dat uiteindelijk niet de kerntaak van de regisseur?
De zangpartijen waren bovendien meer dan redelijk bezet. We denken dan in de
eerste plaats aan Lilia Milek die uitblonk als Katyusha. Niet alleen vocaal
kon zij het nodige gevoel in haar vertolking leggen, ze is ook een echt
scènebeest dat elk facet van haar personage, en de duidelijk aanwezige
psychologische evolutie ervan, geloofwaardig weet te maken. Toch houden we
ons hart vast. Deze jonge sopraan, die kort voor de première moest invallen
wegens ziekte van Katharina Wingen, heeft een grote breuk tussen haar
registers. Bovendien weerhoudt haar temperament haar ervan om haar zang te
doseren.
Erg
genietbaar was ook de prestatie van Christian S. Malchow als haar
tegenspeler prins Dmitri. Hij is geen groot acteur, maar weet zijn
beperkingen op dat punt uitstekend te compenseren door een zang vol
subtiliteit. Zijn arioso in het derde bedrijf was één van de aangrijpendste
momenten van de avond. Niet helemaal op het zelfde niveau vonden we de
prestatie van Guido Kunze als Simonson. De stem heeft een mooi timbre, maar
bij de minste forte-passage verliest ze alle glans. Nochtans werd zijn
eerder korte rol door Alfano met prachtige muziek bedacht, waardoor deze
handicap meer ging opvallen. Onder de talrijke andere rollen waren er
verscheidene dubbele bezettingen. Opvallend vonden we daar de prestatie van
Susanne Engelhardt die in elk bedrijf een ander personage neerzette zonder
een moment de geloofwaardigheid aan te tasten.
We waren aangenaam verrast door de kwaliteit en het enthousiasme dat we
terugvonden in deze productie van “Auferstehung” en kijken met ongeduld uit
naar de volgende “opgraving” van het Mittelsächsisches Theater.
Er zijn nog voorstellingen te Freiberg op 25, 27 april 2010 en te Döbeln op
8 mei 2010.
H.D. (Gepubliceerd op 20/4/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Lilia Milek als Katyusha en Christian S. Malchow als Dmitri.
2) Kathrin Moschke, Lilia Milek als Katyusha en Susanne Engelhardt.
3) Lilia Milek als Katyusha en
Christian S. Malchow als Dmitri.
Copyright foto's
©
Detlev Müller.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()