OPERA GAZET
![]()
“IL TABARRO”
Samen
met “Suor
Angelica” en “Gianni
Schicchi” vormt “Il
Tabarro” een
drieluik.
Het gebeurt tegenwoordig echter steeds vaker dat theaters zich enige vrijheid
permitteren bij het combineren van éénakters. Zo werd in Hagen “Il Tabarro”
gekoppeld aan Leoncavallo’s “Pagliacci”.
Geen onlogische zet, daar beide werken eigenlijk mooie voorbeelden zijn van
verisme.
Bovendien krijgt het publiek op die manier op één avond zowel een repertoirestuk
als een minder gespeeld werk te zien.
“Il Tabarro” is zeker geen gemakkelijke opera. Hoewel de hand van Puccini
herkenbaar in de muziek aanwezig is, is er weinig plaats voor de typische
meeslepende melodieën en de befaamde passionele aria’s. Geen romantische
liefdesrelatie, geen exotische locaties maar wel het harde leven van de werkman.
Dat weerhoudt Puccini er niet van om één van zijn meest dramatische partituren
te schrijven waarbij het drama meer dan ook centraal staat.
Parijs, begin 20e eeuw. Giorgetta, de vrouw van schipper Michele, heeft een
affaire met de dekknecht Luigi. Ze willen er ’s avonds samen vandoor gaan.
Wanneer de kust veilig is zal Giorgetta een lucifer aanstrijken. Michele, die al
langer vermoedt dat zijn vrouw het met een ander doet, beklaagt zich met een
jongere vrouw getrouwd te zijn. Wanneer hij zijn pijp aansteekt komt Luigi, die
denkt dat Giorgetta het afgesproken signaal gegeven heeft, aan boord en wordt
overmeesterd door Michele. Wanneer Luigi onder dwang toegeeft dat Giorgetta en
hij geliefden zijn, steekt Michele hem neer, en verstopt het lijk onder zijn
jas. Wanneer Giorgetta op het dek komt zoekt ze troost bij Michele, die haar
voorstelt om zoals vroeger mee onder zijn jas te komen zitten. Met afgrijzen
vindt Giorgetta daar het lijk van haar minnaar.
Het
niet zo subtiele verhaal werd door Puccini perfect vertaald naar muziek. Het
hoeft dan ook niet te verbazen dat voor “Il Tabarro” zangers nodig zijn die het
eerder moeten hebben van hun vocale slagkracht en een goede dictie dan van
muzikale verfijning. Op dit vlak voldeed de cast die het Theater Hagen
verzamelde globaal genomen zeer goed. Bjorn Waag heeft niet de mooiste stem,
maar als Michele weet deze bariton indruk te maken door zijn vocale autoriteit.
Hij wordt hierin enkel overtroffen door de tenor Ricardo Tamura die wist te
overtuigen in de eerder episodische rol van Luigi en die waarschijnlijk een
mooie carrière tegemoet gaat wanneer hij in het juiste repertoire blijft. Dagmar
Hesse miste soms wat volume om Puccini’s zware orkestratie te overwinnen (al had
dirigent Bernhard Steiner die zijn troepen nogal luid liet spelen hier ook wel
wat schuld aan) maar kon ons toch overtuigen als Giorgetta. Ook de kleinere
rollen waren meer dan behoorlijk bezet. We denken dan vooral aan Marlyn Bennett
als Frugola en Nicolai Miassojedov als haar man Talpa. Enkel Richard van Gemert
(is die man een tenor of een bariton?) viel wat uit de toon.
Het Philharmonisches Orchester Hagen stond zoals gezegd onder de leiding van
Bernhard Steiner, die wat ons betreft zijn orkest af en toe wat meer in bedwang
had mogen houden. Wat zeker niet wil zeggen dat er slecht gemusiceerd werd:
Puccini werd alle eer aangedaan, maar iets meer subtiliteit zou het leven van de
solisten wat gemakkelijker gemaakt hebben.
Foto's van boven naar onder:
1) Dagmar Hesse als Giorgetta en Ricardo Tamura als haar minnaar Luigi.
2) Bjorn Waag als Michele.
Copyright foto's
©
Theater Hagen.
“PAGLIACCI”
“Pagliacci”
is het ideale werk voor een beginnende operaliefhebber of voor een eerste
kennismaking met het genre: kort, een eenvoudig verhaal zonder onverwachte
wendingen, erg dramatisch en bovendien een mooie partituur met bevattelijke,
melodieuze muziek en prachtige koorpassages. Ook als doorwinterd operaliefhebber
kunnen we telkens opnieuw genieten van dit meesterwerk van het verisme.
We zijn het niet echt gewoon in Duitsland, maar regisseur Norbert Hilchenbach
had gekozen voor een traditionele enscenering van deze klassieker uit het
repertoire. Geen choquerende beelden, geen gore toestanden, nee, gewoon een
dorpspleintje met een geïmproviseerde bühne. Een levendig, mooi geacteerd
“toneel-in-toneel”-tafereel zonder onbegrijpelijke toestanden, waar men echt in
kon geloven. Of hoe verfrissend een traditionele regie kan zijn.
Wat het vocale aspect van de voorstelling betreft, zijn we iets minder
geestdriftig. “Pagliacci” is dan ook niet zo eenvoudig te bezetten. Het
verbaasde ons eigenlijk wel dat de tenor Ricardo Tamura in de loodzware rol van
Canio het beste element uitmaakte van de rolbezetting, temeer daar de man
dezelfde namiddag al de rol van Luigi zong in “Il Tabarro”. Deze nog jonge tenor
met Braziliaanse “roots” wist ons te overtuigen met een mooi timbre, een
stralende hoogte en voldoende volume en uithoudingsvermogen. Nochtans denken we
dat deze sympathieke man vocaal beter tot zijn recht zou komen in een meer
lyrisch repertoire.
Als
bariton Bjorn Waag in het quasi “sprechgesang” van “Il Tabarro” nog enigszins
aanvaardbaar was, vonden wij zijn prestatie als Tonio ronduit onaanvaardbaar. De
man verwart roepen met zingen en zijn interpretatie mankeert net als zijn zang
elke vorm van nuancering, wat vooral in de proloog pijnlijk duidelijk werd.
Jennifer Bird in de rol van Nedda heeft zeker potentieel, maar helaas spelen
intonatieproblemen haar maar al te vaak parten, waardoor haar vertolking niet
steeds even genietbaar is. In de rol van Silvio gaf de bariton Dorin Mara blijk
van veel muzikaliteit, maar helaas is de kwaliteit van de stem wat minder.
Het orkest van de opera van Hagen speelde voortreffelijk onder leiding van
Bernhard Steiner hoewel we af en toe een wat meer ingetogen spel geprefereerd
zouden hebben. Puik werk ook van het koor dat zelfs in de
moeilijkere passages een meer dan behoorlijk niveau haalde.
Er zijn
in Hagen nog voorstellingen van het tweeluik “Il Tabarro” en ”Pagliacci” op 10,
25 oktober , 1 en 11 december 2009.
Foto's van boven naar onder:
1) Jennifer Bird als Nedda.
2) Ricardo Tamura als Canio.
Copyright foto's
©
Theater Hagen.
H.D. (Gepubliceerd op 23/9/2009)
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()