OPERA GAZET
![]()
Opera van
Giuseppe Verdi (muziek) en Antonio
Ghislanzoni (libretto). Wereldpremière op 24 december 1871 te Cairo en op 8
februari 1872 in het Teatro alla Scala te Milaan. Première van deze
productie van de Staatsoper Hamburg op 16 mei 2010. Bijgewoonde voorstelling
op 22 mei 2010.
In Hamburg werd “Aida” voor het eerst uitgevoerd op
20 april 1876. Tot 16 mei 2010 waren er 592 voorstellingen!
Onze landgenoot Guy Joosten regisseerde deze populaire opera, zoals verwacht
in een sterk afwijkende enscenering. De voornaamste slachtoffers van zijn
visie waren de afwezige balletten! Een goed idee was de eerste scène te
laten beginnen met Aida en Radames in bed. Ze zijn tenslotte geliefden. Maar
waarom de hogepriester in de kamer daarnaast zit te wachten om zijn eerste
noten te zingen, was een raadsel. Het geheel werd uiteraard volledig uit
zijn tijd getrokken, vooral de kostuums, die eerder aan Zuid-Amerika deden
denken dan aan Egypte. Wel was er een zeer intensieve actie gecreëerd. Dit
was vooral merkbaar tussen Aida en Amneris en ook in de Nijlscène.
Anderzijds was er in de finale een heel expressief decor: een lange en brede
gang, maar toen Amneris daar op handen en voeten inkroop werd er wel
gelachen in de zaal. De meeste decors van Johannes Leiacker waren erg
functioneel en werden per scène telkens verschoven. De fakkels in de
veroordelingscène waren spectaculair. Ook was het een raadsel waarom het bed
de hele avond gewoon in het midden van het podium bleef staan, zelfs tijdens
de triomfscène, enkel voor de finale in de kerker werd het weggenomen.
Het enorme, versterkte koor was in de triomfscène dusdanig opgesteld dat een
groot deel ervan de dirigent helemaal niet kon zien. Het resultaat was dat
het even fout liep en uit de maat. Dit gold ook eventjes voor de trompetten
uit de zaal. Carlo Montanaro was een afwisselend sobere en meermaals
begeesterende dirigent die geweldig veel energie kon overbrengen op de
uitvoerders. Voor ons is de muziek nog steeds het belangrijkste in een opera
en op dat gebied werden we wel erg in de watten gelegd.
De titelrol werd gezongen door de sopraan Latonia Moore, die de juiste stem
en huidskleur bezat, maar nogal aan de zware kant was, zeker als figuur voor
een slavin. Zingen deed ze fantastisch en met veel dramatiek, van een
heldere piano tot een groots forte. De mezzosopraan Laura Brioli als Amneris
was voor ons het beste element van deze productie. Hier was alles prima in
orde tot en met haar laatste noten in de slotfinale. De sopraan Maria
Markina (uit de Internationale Operastudio) liet onzichtbaar een mooie
sopraanstem horen als de priesteres.
Bij de heren was Franco Farina een Radames met een krachtige stem en toch
enkele mooie piano’s. Ook acteerde hij heel geloofwaardig. De bariton
Andrzej Dobber was een goede Amonasro, maar kon het steeds forte zingen
moeilijk volhouden. De bas Wilhelm Schwinghammer zong de rol van de koning en de andere
bas, Diogenes Randes, was een geloofwaardige hogepriester Ramfis. De kleine
rol van de Messaggero werd gezongen door de tenor Dovlet Nurgeldiyev,
eveneens uit de Internationale Operastudio. Als bode van een slecht bericht,
werd hij na zijn korte scène onmiddellijk gestraft.
Het publiek was zeer enthousiast. Wij vonden het jammer dat de dirigent bij
het groeten zich nogal onwaardig gedroeg.
Er zijn nog voorstellingen op 2, 5, 10 juni, 3, 10, 13, 24 november 2010, 17, 20, 22 en 26 maart 2011.
H.V. (Gepubliceerd op 29/5/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Latonia Moore (Aida) en Laura Brioli (Amneris)
2) Latonia Moore (Aida), Andrzej Dobber (Amonasro), Chor der Hamburgischen
Staatsoper, Statisterie.
Copyright foto's
©
Forster
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera
van
Richard Wagner (muziek en libretto). Wereldpremière op 28 augustus 1850
te Weimar (o.l.v. Franz Liszt). Première van deze productie van de
Hamburgische Staatsoper op 18 januari 1998. Bijgewoonde voorstelling (de 34e
van deze productie) op 23 mei 2010.
Operaliefhebbers
kennen wel het verhaal van "Lohengrin",
de graalridder die vanuit Spanje komt om Elsa Van Brabant te verdedigen. Het
geheel speelt zich in de tiende eeuw af in Antwerpen, aan het hof van Koning
Heinrich Der Vogler.
Uiteraard zou regisseur Peter Konwitschny dit wel veranderen. We kunnen
gerust schrijven dat we een andere opera gezien hebben op muziek van Wagner
met andere personages die de originele namen droegen.
Er is een eenheidsdecor, beginnend in een klas met studenten,
zoals we ze kennen van “The Student Prince” in Heidelberg. Het koor en
diverse solisten lopen aan en af, ze springen ook op en af de schoolbanken.
De scènewisselingen gebeuren door deze banken telkens te verplaatsen. Alle heren,
behalve Lohengrin, dragen een korte broek, zoals wij vroeger in de lagere
school, ook de koning die blijkbaar hier de schoolmeester is, met een
verjaardagskroon op. Elsa is het schoolmeisje dat gepest wordt door
haar klasgenoot Ortrud, die hierin gesteund wordt door haar vriend
Telramund. Lohengrin is dan de held die Elsa komt helpen op voorwaarde dat
zij nooit naar zijn naam zal vragen. Wanneer zij tenslotte, opgestookt door
Ortrud, toch naar zijn naam vraagt, moet hij vertrekken en stuurt hij in
de plaats het kind dat de Hertog van Brabant moet voorstellen. Als men
daaraan kon wennen en de tekst volledig kon negeren, werd het wel een
aangename voorstelling. We moesten inderdaad vaststellen dat de
protagonisten erg vurig acteerden. Of dit aan de regisseur te danken was, is
niet duidelijk. In onze ogen was deze visie alleszins onaanvaardbaar en erg
ongelukkig.
Muzikaal werd het geheel voortreffelijk geleid door Mevrouw Karen Kamensek.
Wat een stijlgevoel, spanning en dramatiek kon ze zichtbaar en hoorbaar
verkrijgen tot en met de trommelaars en de koperblazers vanuit de zaal.
Anderzijds hoorden we mooie lyrische tot romantische zangprestaties van de
diverse solisten.
De
heldentenor Stephen Gould zong de titelrol met zijn heldere en krachtige
stem, maar ook erg lyrisch waar dit vereist was. Zijn voordracht bleef
indrukwekkend en moeiteloos, zelfs tot aan het slot van de laatste acte.
Verrassend waren ook de diverse piano’s in zijn vertolking. Een schitterende
prestatie! Janice Watson was een overtuigende Elsa, met een frisse stem en
een jeugdige verschijning. De bariton Jürgen Linn (Telramund) was ook een
gelukkige keuze: een volle stem, veel uitdrukking en “présence”. De
hoogdramatische sopraan Gabriele Schnaut zong en speelde zeer overtuigend
als Ortrud en gebruikte haar minder mooie stem zeer handig voor deze rol.
Ook Koning Heinrich was in goede handen bij de bas Diogenes Randes. De
bariton Jürgen Kurth zong de rol van de Heerrufer. Alle andere kleinere
rollen werden eveneens goed verdedigd.
Vocaal voldeden dus alle solisten en ook het grote koor dat voorbereid werd
door Florian Csizmadia.
Het publiek was uitermate enthousiast en bejubelde de solisten, het koor en vooral de dirigent met een zeer uitbundig applaus.
H.V. (Gepubliceerd op 27/5/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Chor der Hamburgischen Staatsoper.
2) Telramund, Ortrud, Elsa en Chor der Hamburgischen Staatsoper.
Copyright foto's
©
Jörg Landsberg
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()