OPERA GAZET
![]()
Opera van Richard Strauss op een libretto van Hugo von Hofmannsthal. Gecreëerd in de Hofoper te Dresden op 26 januari 1911. Première van deze productie in het Badisches Staatstheater te Karlsruhe op 10 juli 2010. Bijgewoonde voorstelling op 21 juli 2010.
“Der
Rosenkavalier” moeten wij aan onze lezers niet meer voorstellen. Welke
operaliefhebber heeft deze heerlijke muziek nog niet gehoord? Wat is er nu
prettiger dan de adellijke, oude en boerse Ochs een blauwtje te zien lopen.
Niet hij krijgt het fijne Sophietje, maar de jonge, stijlvolle graaf
Octavian gaat met de buit lopen. En Sophie krijgt een tedere minnaar, die
zijn vak geleerd heeft bij de oudere Feldmarschallin. Zij geeft deze twee
mensen haar zege en dat is van het grootste belang, want zij is een heel
voorname persoon in de Weense maatschappij.
Natuurlijk zijn we verwend door de vele opnames van dit meesterwerk, van de
oude LP tot de gloednieuwe Blu-Ray en dit met de beste zangers en meest
waardevolle orkesten ter wereld.
Dan is een live-opname wel een hele aanpassing. De dirigent Justin Brown
ging van start met een hevig klankvolume en dan nog met een blazersgroep die
regelmatig detoneerde. Maar naargelang de actie verder ging, wist hij de
Badische Staatskapelle te temperen zodat de zangers ook gehoord werden. In
de rol van Octavian hoorden wij Daniela Sindram. Deze mezzosopraan is
gezegend met een hemels geluid en zij heeft daarbij een rijk klankvolume.
Verder heeft zij de look van een echte jongen, zodat wij honderd procent in
haar uitbeelding konden geloven. De Feldmarschallin werd vertolkt door de
sopraan Christina Niessen. In de eerste akte wist zij ons te bekoren door
haar mooi timbre en haar gedoseerde vertolking, maar in de derde akte moest
zij meer kracht gebruiken en dat klonk minder hemels. De coloratuurpartij
van Sophie was toevertrouwd aan Ina Schlingensiepen. Zij wist ons steeds te
boeien in haar dialoog met Octavian. Zij bezit het juiste stemtimbre en zij
heeft een mooie slanke figuur.
De
bariton Edward Gauntt was een indrukwekkende Faninal. Hij wist zijn dochter
steeds te domineren door zijn grote gestalte en zijn luide stem. Jürgen Linn
ontgoochelde in de rol van Baron Ochs. De rol van deze adellijke nietsnut
heeft meer te bieden dan het zingen van enkele super diepe noten. Een heel
geslaagde voorstelling kregen we van de mezzosopraan Anna Maria Dur in de
rol van Annina, die samen met de Valzacchi van Andreas Heideker een heerlijk
intrigantenpaar vormden. Zij zorgen, dankzij de centen van Octavian, dat de
baron het onderspit moet delven. Wij kregen ook mooie prestaties van de
tenor Keith Ikaia-Purdy als de operazanger en de sopraan Daniela Köhler als
Jungfer Marianne.
De regie was in handen van Dominique Mentha. In de eerste en de tweede aktes
kregen we een mooi en sfeervol bühnebeeld. Met gaasdoeken, de juiste
belichting en smaakvolle rekwisieten kwamen de gemoedstoestanden van de
verschillende protagonisten maximaal tot hun recht. De kostuums van Ute
Frühling waren verzorgd en situeerden de actie in de pruikentijd. Natuurlijk
ontbraken de hyperkinetische momenten alsook de seksuele lichamelijke
standjes niet.
Ook de personenregie tussen Sophie en Octavian was goed doordacht. In het
begin van de tweede akte zag Octavian duidelijk op tegen de aflevering van
de zilveren roos. Tot hij Sophie eens goed bekijkt en hij de liefde van zijn
leven ontdekt. In de derde akte waren de intenties van de regisseur echter
doodgebloed en de opera eindigde in een sfeerloos parcours. In plaats van
het intieme vertrek dat Ochs uitgekozen heeft om Mariandel te versieren, had
de actie plaats in een open ruimte, waar bestendig en nutteloos te veel volk
rondliep. Niets boeide nog en wij keken enkel nog uit naar de hemelse finale
tussen Sophie, Octavian en de vorstin. Deze finale was gelukkig bijzonder
genietbaar, al gaven de zangers wel blijk van vermoeidheid. Vooral Christina
Niessen slaagde er niet in om haar laatste noten genietbaar te laten
klinken.
We
waren blij deze opera weer eens gehoord te hebben, zeker voor de bijzonder
mooie Octavian van Daniela Sindram waarvan wij in de toekomst beslist nog
zullen horen.
Dit was de laatste voorstelling van het huidige speeljaar, maar "Der Rosenkavalier" wordt volgend speeljaar terug opgevoerd vanaf 10 oktober 2010.
P.T. (Gepubliceerd op 25/7/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Christina Niessen (Die Feldmarschallin) en Daniela Sindram (Octavian)
2) Ina Schlingensiepen (Sophie) en Daniela Sindram (Octavian)
3) Ina Schlingensiepen (Sophie),
Daniela Sindram (Octavian) en Christina Niessen (Die Feldmarschallin)
Copyright foto's
©
Jacqueline Krause-Burberg.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera van
Ludwig van Beethoven (muziek) en Josef Sonnleithner & Georg Friedrich
Treitschke naar “Léonore ou l’Amour conjugal” van Jean Nicolas Bouilly.
Proloog met een tekst van Walter Jens uit “Roccos Erzählung”. In 1803 begon
Beethoven met het componeren van “Leonore” (de oudste versie) op de tekst
van Sonnleithner. In 1805 werd de eerste versie van “Fidelio” uitgevoerd. In
1806 bewerkte Stephan von Beuning de originele drie akten tot de eerste
versie in twee akten. In 1814 werd eindelijk de definitieve derde versie
onder de naam “Fidelio”
in première opgevoerd in het Wiener Kärtnertor Theater. Première van deze
productie in het Badisches Staatstheater te Karlsruhe op 30 oktober 2009.
Bijgewoonde voorstelling op 22 juli 2010.
Florestan zit gevangen. Zijn vrouw Leonore
verkleedt zich als man onder de naam Fidelio en hoopt op die manier hem te
kunnen vinden en bevrijden. De dochter van de gevangenisbewaarder Rocco wordt
verliefd op Fidelio, terwijl Jaquino vruchteloos tracht Marzelline voor zich
te winnen. Pizzaro geeft opdracht om de gevangen Florestan te doden, maar
door de komst van Don Fernando, de vriend van Florestan, wordt dit op het
laatste moment verijdeld. De opera besluit met een jubelzang door alle
solisten en koor.
Het was hier de bedoeling dat de gevangenisbewaarder Rocco het hele verhaal
vertelt. Er werd dus met een gesproken tekst geopend, waarbij alle solisten
al op het podium aanwezig waren, ook Florestan in een rolstoel (!) en Don
Pizarro met zijn rug naar de anderen en met het koor (der gevangenen) in een
U-vorm hoog boven op het decor. Zij mochten wel op en af, steeds bovenaan.
Rocco vraagt op een moment “Ist Fidelio schon da?”, Marzelline antwoordt
“Nein” alhoewel Leonore (als Fidelio) naast haar staat.
Het mooie koor der gevangen “O welche Lust”, wanneer deze voor het eerst
buiten in de zon mogen, had dus weinig zin daar ze de hele tijd zichtbaar en
gedeeltelijk weer onzichtbaar waren. Het primitieve decor bleef gewoon
steeds staan. Tot daar enkele staaltjes van de regie. De personenregie
bestond uit zitten, staan of een beetje rondlopen.
Gelukkig was er muzikaal wel wat te beleven. Zowat alle zangstemmen waren
van hoge kwaliteit. Bij de sopraan Christiane Libor als Leonore/Fidelio
hadden enkele topnoten misschien iets ronder gekund, maar verder was alles
van de bovenste plank. De tenor Michael Baba die de hele eerste acte in een
rolstoel op het podium had gezeten, mocht ook zo de tweede acte aanvatten.
Hij begon met een prachtige piano inzet van “Gott, welch Dunkel hier” en
liet de toon mooi aanzwellen. Hij zong met heldere stem de hele
aartsmoeilijke aria, maar had wel ritmeproblemen met de dirigent. De rol
benaderde wel een beetje de grens van zijn mogelijkheden.
De stem van de
tenor Matthias Wohbrecht klonk zeer mooi als Jaquino, maar de figuur was
nogal anders dan we normaal verwachten. Ook de Marzelline van sopraan Berit
Barfred Jensen was excellent. De Pizarro van bariton Walter Donati had veel
karakter en hij had de juiste stem en uitdrukking. Ook de bas Ulrich
Schneider was uitstekend als Rocco met een zeer mooie basstem. Hij had ook
een zeer sprekende mimiek.
De kleinere rol van de minister Don Fernando was
in goede handen bij Kammersänger Tero Hannula. Zeer aangenaam waren ook de
stemmen van tenor Gideon Poppe en Florian Kontschak als de eerste en tweede
gevangenen. Vocaal was het Badischer Staatsopernchor en Extrachor heel goed,
mede te danken aan de voorbereiding door Ulrich Wagner.
Er werd weinig geapplaudisseerd tussen de nummers. Enkel het kwartet in de
eerste acte, dat zeer mooi klonk, en de aria van Leonore kregen een
enthousiast applaus. Aan het slot werd wel zeer hartstochtelijk
geapplaudisseerd.
De Badische Staatskapelle onder leiding van Christoph Gedschold klonk
uitstekend maar had ritmische problemen, spijts de zeer duidelijke dirigent.
Ook enkele kwakjes van de hoorns waren jammer.
De grote boosdoener was voor ons de onlogische regie van Robert Tannenbaum.
H.V. (Gepubliceerd op 12/8/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Christiane Libor (Leonore/Fidelio)
2) Beriti Barfred Jensen (Marzelline) (Foto: Jochen Klenk)
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()