OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN KEULEN

Oper Köln

“DIE MEISTERSINGER VON NÜRNBERG”

Opera van Richard Wagner (muziek en libretto). Gecreëerd in het Königliches Hof- und National-Theater te München op 21 juni 1868. Première van deze productie in de Oper Köln op 20 september 2009. Bijgewoonde voorstelling op 1 oktober 2009.

Die Meistersinger von Nürnberg - Robert Holl (Hans Sachs) en Johannes Martin Kränzle (Sixtus Beckmesser) (Foto: Forster)Ridder Walther von Stolzing is verliefd op Eva, de dochter van goudsmid Pogner. Wanneer de ridder vraagt of zij nog vrij is, kan zij daar moeilijk op antwoorden. Zij zal de bruid worden van degene die de volgende dag de overwinnaar wordt van de zangwedstrijd. De ridder is vast van plan zich in te schrijven voor deze wedstrijd en moet zich daarvoor bij de gilde aansluiten. Dit eindigt in een ruzie tussen Stolzing en de gildeleden. Beckmesser verklaart dat hij niet geslaagd is in de zangproef en dus geen lid kan worden. Hans Sachs trekt partij voor Stolzing, maar niemand luistert. ’s Avonds komt Beckmesser een lied zingen onder het raam van Eva. De meid Magdalena heeft haar plaats ingenomen want Eva is van plan om met de ridder van huis weg te lopen. Sachs heeft dit door en verstoort de serenade van Beckmesser zodanig dat de slapende buren wakker worden. Beckmesser krijgt een flinke rammeling en in de wanorde sleurt Sachs de ridder zijn huis in. De nachtwacht brengt rust. Stolzing oefent bij Hans Sachs zijn lied. Terwijl iedereen zich gaat aankleden voor de feestelijke evenementen komt Beckmesser op bezoek bij Sachs en steelt de teksten die op het klavier klaar staan. Tijdens de zangwedstrijd weet Beckmesser deze echter niet juist te gebruiken, waarbij hij het zo bont maakt dat hij door het volk uitgelachen wordt en vernederd afdruipt. Het lied van Stolzing wordt een groot succes en Pogner geeft zijn dochter dan ook graag als bruid aan Stolzing.
Die Meistersinger von Nürnberg - Marco Jentzsch (Walther von Stolzing) en Astrid Weber (Eva)  (Foto: Forster)Op de enscenering van Uwe Eric Laufenberg kijken we met gemengde gevoelens terug. De eerste akte speelt in de historische tijd, met gepaste kleurrijke en tijdgebonden kledij. In de tweede akte zijn de kostuums uit de Sissi-periode. De derde akte wordt dan getransponeerd naar 1944, met allerlei beelden van het verwoeste Keulen, de armoede, de honger en de wreedheden. Deze derde akte speelt ook in de huidige tijd, met projecties van binnen en buiten het operagebouw. Waarom deze tijdsverschuiving gebeurde is ons niet duidelijk, maar met deze uitbeelding was het wel verdedigbaar. Alles moet nu éénmaal anders. De decors en de kostuums van Tobias Hoheisel waren mooi, functioneel en duidelijk. Zo zag men in het slot van de derde akte op de achtergrond het Huis van 4711 dat zich inderdaad vlak naast de opera bevindt.
Bij aanvang werd aangekondigd dat de sopraan Astrid Weber “indisponiert” was, maar daar hebben we niets van gemerkt. Ze zong en speelde de rol van Eva op een prachtige manier. De stem kwam waar nodig glansrijk boven het orkest uit en wij hoorden ook verrukkelijke piano’s. Haar voedster Magdalena was Dalia Schaechter die een goede tegenpool vormde door haar warme mezzostem. Wat ons ook opviel was dat alle rollen bezet waren met de beste en mooiste stemmen denkbaar. De rol van Hans Sachs werd op een waardige en bovenal volmaakte stemzetting en muzikaliteit gezongen door Robert Holl, terwijl Marco Jentzsch een verrukkelijke Walther von Stolzing bracht met volle warme tonen in zijn licht getimbreerde tenorstem . Allen waren ook fantastische acteurs, vooral de Beckmesser van Johannes Martin Kränzle stal de show.
Die Meistersinger von Nürnberg - Robert Holl (Hans Sachs) (Foto: Forster)We hoorden en zagen verder Bjarni Thor Kristinsson (vader Veit Pogner), Thorsten Scharnke (Kunz Vogelgesang), Wilfried Staber (Konrad Nachtigall), Martin Kronthaler (Fritz Kothner), Alexander Fedin (Balthasar Zorn), John Heuzenroeder (Ulrich Eisslinger), Werner Sindemann (Augustin Moser), Ulrich Hielscher ( Hermann Ortel), Nico Wouterse (Hans Schwarz), Greg Ryerson (Hans Foltz) en Dennis Wilgenhof (ein Nachtwächter).
Nog een speciale vermelding voor Carsten Süss die de moeilijke partij van David, de leerjongen van Hans Sachs, op een opvallend mooie manier vertolkte.
De dirigent Markus Stenz leidde met een meesterlijke hand het koor van de “Oper Köln” (instudering Andrew Ollivant) evenals het grote en voortreffelijke Gürzenich-Orchester Köln.
Muzikaal absoluut een aanrader. Ook de enscenering wist te boeien, al moet men daar wat breeddenkend voor zijn. Inclusief de pauzes duurde de voorstelling zes uur, maar die vlogen voorbij.

Er zijn nog voorstellingen op 4 oktober (16:00 u.), 9 oktober (18:00 u.), 17 oktober 2009 (17:00 u.), 5 april (17:00 u.) en 25 april 2010 (16:00 u.).

S.D.K. (Gepubliceerd op 3 oktober 2009)

Foto's van boven naar onder:
1) Robert Holl (Hans Sachs) en Johannes Martin Kränzle (Sixtus Beckmesser)
2) Marco Jentzsch (Walther von Stolzing) en Astrid Weber (Eva)
3)
Robert Holl (Hans Sachs)
Copyright foto's ©
Forster.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Oper Köln

“ORFEO ED EURIDICE”

Opera in drie van Christoph Willibald Gluck op een tekst van Ranieri de’Calzabigi. Voor het eerst opgevoerd in Wenen op 5 oktober 1762. We woonden een opvoering bij in de Oper Köln op 1 november 2009.

Orfeo ed Euridice - Maria Gortsevskaya als Orfeo (Foto: Klaus Lefebvre)Gluck is de geschiedenis ingegaan als een hervormer van de opera en “Orfeo ed Euridice” is de eerste exponent van de vernieuwing van het genre die de componist nastreefde. Teleurgesteld door de conventies van de Italiaanse opera in de achttiende eeuw die vorm en vocale virtuositeit steeds meer boven de dramatische actie was gaan plaatsen. Gluck zelf wilde terug naar de basis van het genre, de menselijke passie en wilde een nieuw evenwicht brengen tussen woord en muziek in een genre waar de zangers en hun grillen heer en meester waren. In die zin kan Gluck als een voorloper van Wagner beschouwd worden. Hij zou zijn hervormingen later trouwens nog verder uitwerken in onder andere “Alceste” uit 1767 en “Paride ed Elena” uit 1770.
Voor een hedendaags publiek is het moeilijker om te begrijpen wat Gluck voor de opera betekende en valt vooral het iets monotone en statische karakter van zijn werken op. Resultaat is dat opvoeringen van zijn opera’s geen dagelijkse kost zijn en zelfs als moedig beschouwd mogen worden. Of overmoedig, als we de beperkte opkomst in Keulen (ongeveer 50% van de zaal gevuld) als maatstaf mogen nemen. Spijtig want in een interessante regie en met de juiste solisten kan een voorstelling van een werk als “Orfeo ed Euridice” de toeschouwer een louterende ervaring bezorgen.
Regisseur Johannes Erath ging bij zijn enscenering in Keulen uit van twee basisideeën: Euridice is niet dood bij aanvang van de opera en het verhaal kan geen gelukkige afloop kennen. In zijn visie zijn Orfeo en Euridice twee echtelieden die naast elkaar leven, maar waarbij de passie al een tijdje gedoofd is. De zoektocht van Orfeo die in de onderwereld op zoek gaat naar Euridice, speelt zich dan ook af in het hoofd van Orfeo. Wanneer hij Euridice uiteindelijk terug vindt is het Amor die zelf verliefd is op Orfeo, die verantwoordelijk is voor de dood van Euridice om zo diens plaats te kunnen innemen.
Orfeo ed Euridice - Jutta Böhnert als Euridice (Foto: Klaus Lefebvre)In onze ogen wist Erath deze originele invalshoek van de Orfeo-sage niet echt duidelijk te maken naar het publiek toe, ondanks een prima gevoerde personenregie en een spektakel dat eigenlijk geen moment verveelde.
De rol van Orfeo, in Keulen bezet met een mezzosopraan, eist veel van zijn vertolker. Om te beginnen is het personage de ganse negentig minuten dat de opera duurt op het toneel aanwezig. In die periode ondergaat Orfeo een stortvloed van emoties die gaan van extase tot diepe droefheid. Die emoties moeten zowel scenisch als muzikaal geloofwaardig vertolkt worden. Geen sinecure, zeker met de psychoanalytische benadering van Johannes Erath. De Russische Maria Gortsevskaya slaagt grotendeels in deze opzet. Haar vertolking is emotioneel en doorleefd, eerlijk en geloofwaardig. Ze kan haar publiek de volle negentig minuten boeien door haar overtuigende spel. Ze slaagt er ook in om haar emoties om te zetten in zang, al hadden we de indruk dat de zaal wat groot uitviel voor haar vocale middelen. De andere zangpartijen in “Orfeo ed Euridice” zijn eerder episodisch. De sopraan Jutta Böhnert had als Euridice één grote aria te zingen en deed dit met verve, hoewel we haar wat scherp vonden klinken. Hetzelfde kan gezegd worden over de Moldavische sopraan Anna Palimina als Amore. Mooie prestatie ook van het koor van de Oper Köln dat niet enkel in muzikaal, maar ook in dramatisch opzicht zijn beste beentje voorzette.
Orfeo ed Euridice - Maria Gortsevskaya als Orfeo (Foto: Klaus Lefebvre)In Keulen zat geen barokorkest in de bak en eigenlijk hebben we ons dat geen moment beklaagd. Konrad Junghänel is een specialist in het genre en liet het orkest van de Keulse Opera op een overtuigende en stilistisch correcte manier de partituur vertolken, zonder de wat te doffe geluiden die originele instrumenten naar onze smaak te vaak produceren.

Er zijn nog voorstellingen op 7, 14 en 19 november 2009.

H.D. (Gepubliceerd op 5/11/2009)

Foto's van boven naar onder:
1) Maria Gortsevskaya als Orfeo.
2) Jutta Böhnert als Euridice.
3)
Maria Gortsevskaya als Orfeo en koor.
Copyright foto's © Klaus Lefebvre.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Oper Köln

“LOVE AND OTHER DEMONS”

Opera van Peter Eötvös op een libretto van Kornél Hamvai, gebaseerd op de roman “Del amor y otros demonios” (1994) van Gabriel Garcia Marquez. Gecreëerd op het Glyndebourne Festival op 10 augustus 2008. Première van deze productie in de Oper Köln op 29 april 2010. Bijgewoonde voorstelling op 24 mei 2010.

Love and other Demons - Dalia Schaechter als Josefa Miranda en Anna Palimina als Sierva María. (Foto: Paul Leclaire)De actie van "Love and other demons" vindt plaats in Columbia. Sierva Maria, de twaalfjarige dochter van Markies Don Ygnacio wordt op de slavenmarkt in Cartagena de Indias door een ogenschijnlijk dolle hond gebeten. Ze lijkt ongedeerd, maar in de sfeer van bijgeloof en godsdienstwaanzin die in de stad heerst, wordt haar uitbundig gedrag al vlug geassocieerd met hondsdolheid en een aanraking van Sierva roept zogezegd gevoelens van dierlijke wreedheid op. Niemand twijfelt er nog aan dat ze bezeten is door de duivel. Cayetano Delaura, de exorcist van de bisschop wordt belast met de uitzetting van haar demonen. Spoedig is het echter de geestelijke Delaura die geobsedeerd wordt en nog wel door de verschrikkelijkste aller demonen, een overweldigende liefde voor de jonge Sierva. (Een variatie op een bijzonder actueel thema…) Op dezelfde manier waarop zijn liefde groeit, groeit ook de bereidheid van de kerkelijke en gemeentelijke overheid om deze “ziekte” radicaal uit te roeien. Dat gebeurt met de middelen die toen in trek waren: bidden en martelen. Sierva wordt in een klooster gestopt, waar ze gedurende een liefdesscène met Delaura betrapt wordt. Bij de daaropvolgende duivelsuitdrijving gaan ook de nonnen hysterisch tekeer. Het twaalfjarige, aanvankelijk zo opgewekt meisje, sterft aan de verwondingen van dit exorcisme.
Een bijzonderheid van deze opera is de consequente meertaligheid. De verschillende niveaus van het verhaal hebben elk hun karakteristieke taal: Engels is de dagelijkse taal van de edelen. Latijn is de taal van de religieuze riten. Het Spaans wordt altijd gebruikt door Delaura als hij zijn persoonlijke gevoelens uitdrukt aan Sierva. Yoruba is de geheime taal van de slaven.
Love and other Demons - René Kollo als Don Ygnacio. (Foto: Paul Leclaire)Peter Eötvös zegt zelf over zijn muzikale stijl: “Mijn muziek is theatermuziek. Het is geen begeleidingsmuziek, maar theater op zich”. Wij zouden de overweldigende orkestrale kracht van deze opera niet beter kunnen omschrijven. Maar er waren ook tedere, bezinnende momenten, vooral in het begin van de tweede akte. Het zingen blijft echter volledig ondergeschikt aan de actie en de kreten die Sierva geregeld produceert hebben in ieder geval niets met “belcanto” te maken.
Dat wil niet zeggen dat de zangers geen mooie stemmen hadden, integendeel zelfs. Anna Palimina is een trefzekere coloratuursopraan die de Koningin van de nacht (Die Zauberflöte) en Olympia (Les contes d’Hoffmann) op haar repertoire heeft. Als Sierva was zij beslist geloofwaardig, ook scenisch. René Kollo in de rol van Don Ygnazio was voor ons een verrassing. De beroemde tenor heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij niet hoog oploopt met componisten die twaalftonentechniek hanteren, maar voor Eötvös maakt hij blijkbaar een uitzondering. Wat wij te horen kregen was alleszins niet om over naar huis te schrijven. De partij is niet meer dan een opeenvolging van hoge noten die dramatisch wel effect maken, maar niet mooi te zingen zijn.
Miljeno Turk werd als Caetano Delaura bedeeld met een mooiere, beter zingbare partij. Bovendien beschikt hij over een aantrekkelijke, nooit schrille baritonstem die hij met veel overtuiging wist te hanteren. Zeer lovend was ook de jonge Nederlandse bas Dennis Wilgenhof als de bisschop Don Toribio. Domingo de Adviento, de abdis van het klooster, werd met gezag gezongen door de mezzosopraan Jovita Vaskeviciute. Kleinere rollen werden verdienstelijk bezet door Dalia Schaechter (Josefa Miranda), Adriana Bastidas Gamboa (Martina Laborde) en John Heuzenroeder (Abrenuncio).
Love and other Demons - Jovita Vaskeviciute als Dominga de Adviento en Anna Palimina als Sierva María. (Foto: Paul Leclaire)Het Gürzenich-Orchester Köln onder leiding van Markus Stenz zorgde voor een bijzonder dramatische en accurate lezing van de partituur.
Silviu Purcarete tekende voor een boeiende en realistische enscenering, in een indrukwekkend decor en stijlvolle tijdskostuums van Helmut Stürmer.

Een bijzonder geslaagde voorstelling die volgend speeljaar echter niet meer hernomen wordt. Jammer.

G.M. (Gepubliceerd op 27/5/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Dalia Schaechter als Josefa Miranda en Anna Palimina als Sierva María.
2) René Kollo als Don Ygnacio.
3) Jovita Vaskeviciute als Dominga de Adviento en Anna Palimina als Sierva María.
Copyright foto's © Paul Leclaire

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND