OPERA GAZET
![]()
Opera
in vijf bedrijven van
Richard Wagner. De componist schreef zelf het libretto en baseerde zich
daarvoor op een roman van Edward Bulwer-Lytton. Het werk werd gecreëerd in
Dresden op 20 oktober 1842. Op 18 april 2010 zagen we het werk opgevoerd in
de Oper Leipzig.
Wagner schreef een drietal werken waarvoor de echte
“Wagneriaan” een afkeer heeft: “Die Feen” (1833), “Das Liebesverbot” (1836)
en Rienzi (1842). Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat deze drie werken
uiterst zeldzaam opgevoerd worden en ook hun weg naar Bayreuth nog niet
vonden. Al zou dat laatste wel eens snel kunnen veranderen, want de leiding
van het festival heeft al de intentie getoond om tegen het Wagnerjaar
(1813-2013) alle werken van de componist op het repertoire te nemen. We zijn
benieuwd.
“Rienzi”
is inderdaad niet typisch Wagner - het is een zuivere “grand-opéra” in de
lijn van Meyerbeer, Halévy en Spontini: vijf bedrijven, een ballet en een
liefdesgeschiedenis die zich afspeelt tegen een historische achtergrond die
de mogelijkheid schept om grote massascènes te componeren. Bij Wagner haalt
het spektakel het wel op het intiemere. Hoogtepunten in de partituur zijn
dan ook de uitgebreide finales aan het einde van elk van de vijf bedrijven.
Rienzi wil de macht terug aan het volk geven ten nadele van de door twist
verdeelde adel. Dit zal hem ook lukken, maar zijn zuster Irene heeft een
affaire met Adriano, de zoon van één van de belangrijkste edelen, wat zijn
oordeel beïnvloedt en hem er steeds weer toe aanzet om de rebellerende
edellieden gratie te schenken. Uiteindelijk zullen zijn eigen volgelingen
zich tegen hem keren en wanneer hij in de kerkban geslagen wordt, is zijn
lot bezegeld. Adriano sterft bij zijn poging om Irene te redden.
Grand opéra opvoeren is tegenwoordig niet zo evident. Niet alleen is er de
nood aan een hele schare solisten van topformaat, ook wat betreft decors en
omvang van het koor zijn de eisen zo groot dat de kosten voor een theater al
snel de pan uit swingen. Bovendien heeft “Rienzi” zoals reeds gezegd de
bijkomende handicap dat het werk wel van Wagner is maar tegelijkertijd
atypisch is voor de componist. Ook de associatie van het werk met Adolf
Hitler speelt ongetwijfeld een rol. Het blijft dus meestal wachten op een
speciale gelegenheid om dit meesterwerk te kunnen zien. We waren dan ook
blij verrast toen de Oper Leipzig het werk in 2007 programmeerde voor de
heropening van het huis na een renovatie. De productie van
Nicolas
Joel is bovendien de laatste drie seizoenen op het repertoire gebleven
in Leipzig.
Wat
wel een associatie oproept aan latere werken van de componist is de lengte
van de partituur. De eerste voorstellingen duurden ongeveer 6 uur inclusief
de pauzes. Wagner zag zelf in dat dit te lang was en al in 1843 had hij een
versie met redelijkere proporties klaar. Ook later bleef hij nog aan de
partituur sleutelen, zodat het vandaag moeilijk te bepalen is wat de
werkelijke bedoelingen van de componist waren. De Oper Leipzig heeft ervoor
gekozen om de versie van 1843 op te voeren, met één coupure: het ballet werd
niet uitgevoerd.
Joel heeft voor zijn “Rienzi” gekozen voor een ietwat abstracte enscenering.
Het eerste bedrijf speelt zich af voor een scherm dat met een grondplan van
de stad Rome beschilderd is. In de volgende bedrijven is dit grondplan terug
te vinden op een draaiplatform en in het laatste bedrijf worden op dit
platform kleine replica’s geplaatst van de belangrijkste gebouwen in de
stad. De kostuums zijn modern (eerste helft 20e eeuw) en het lijkt alsof de
edelen in de stad een soort oorlog tussen gangsters uitvechten. Enkel Rienzi
zelf is in traditionele Romeinse klederdracht. Alle decorelementen zijn wit.
De personenregie beperkt zich tot het minimum. Het geheel komt nooit als
storend over, maar voor een voorstelling die vier uur duurt is iets meer
actie toch geen overbodige luxe.
Het grootste plezier moest dan ook van de musici komen en dat deed het ook,
al startte de voorstelling onder een slecht gesternte. Marika Schönberg,
voorzien om de rol van Irene te zingen, had vastgezeten in Zweden door de
opschorting van het vliegverkeer en was per boot en trein in allerijl naar
Leipzig afgezakt. Helaas had de stress ervoor gezorgd dat zij haar stem
tijdelijk verloren had. Gelukkig vond de Oper Leipzig een vervangster in de
Zwitserse Carola
Glaser die de rol opzij van het toneel van de partituur zong. Verre van
ideaal, door het gebrek aan oogcontact met de andere solisten en de dirigent
liep het in de samenzang wel eens mis, maar we zijn Mevrouw Glaser dankbaar
dat ze de voorstelling gered heeft. Chariklia Mavropoulou was een levendige,
dramatische Adriano die echter haar stem te veel onder druk zette om te
imponeren in de grote zaal. Miklos Sebestyén en Jürgen Kurth waren gepast
dreigend als de rivaliserende edelen Steffano Colonna en Paolo Orsini.
De
echte ster van de voorstelling was echter de Duitse heldentenor Stefan
Vinke. Wagner heeft zijn avond niet gemakkelijk gemaakt: met een afwisseling
van heroïsche en intieme momenten, een voor zijn stemtype onaangenaam hoog
liggende tessituur en een haast onmenselijke lengte lijkt de rol van Rienzi
haast onzingbaar. Vinke voldoet moeiteloos aan al deze vereisten en lijkt
aan het einde van de voorstelling nog fris als een hoentje. Grote klasse!
De tweede protagonist in deze “Rienzi” was ongetwijfeld het koor en
extrakoor van de Oper Leipzig die een perfecte prestatie neerzetten, en
hiervoor terecht met een open doekje door het publiek bedankt werden.
Het Gewandhausorchester stond onder leiding van Matthias Foremny. Het orkest
bewees eens te meer zijn grote kwaliteiten, vooral bij de koperblazers. Wel
vonden we dat Foremny zijn orkest af en toe te luid liet spelen. Wanneer een
koor van zowat honderd mensen overstemd wordt, klopt er wat ons betreft iets
niet.
Volgens de overlevering gaf Beethoven ooit aan Rossini de raad om “meer
Barbiere’s” te schrijven. We betreuren het feit dat niemand Richard Wagner
aangespoord heeft om “meer Rienzi’s” te componeren.
H.D. (Gepubliceerd op 21/4/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Stefan Vinke als Rienzi.
2) Stefan Vinke als Rienzi en Marika Schönberg als Irene.
3) Stefan Vinke als Rienzi en
Ensemble.
Copyright foto's
©
Oper Leipzig.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()