OPERA GAZET
![]()
“DIE ENTFÜHRUNG AUS DEM SERAIL”
Opera
van
Wolfgang Amadeus Mozart (muziek) en Christoph Bretzner (libretto).
Gecreëerd op 16 juli
Toen
het doek openging, dachten we dat we in Mannheim aan het rondwandelen waren.
We maakten kennis met de binnenkoer van een appartementsgebouw. We zagen de
keuken van een Turks restaurant en we kregen zicht in een bureel van een
Turks reisbureau. Een Turks vlag hing aan het balkon van het terras van een
appartement. Schotelantennes ontbraken ook niet. Vrouwen met hoofdbedekking
met de nodige kinderen waren ook aanwezig. Alleen lagen er tapijten in de
binnenkoer, waren we dan toch niet in Duitsland? Waren de vier Westerse
protagonisten in Turkije in de horeca terecht gekomen? Nochtans weten we dat
er 750 000 Turken in Duitsland leven. Dus heel de poespas van de Bühne kon
evengoed gesitueerd worden in Mannheim of in om het even welke Duitse stad.
Deze enscenering van Jens-Daniel Herzog zorgde verder voor een levendige
personenregie.
Het Nationaltheater-Orchester Mannheim onder leiding van dirigent Attilio
Tomasello bracht een stoere, maar weinig sierlijke verklanking van dit
Duitse zangspel. Dit jonge werk van Mozart moet borrelen van spiritualiteit
en dat was met deze interpretatie ver te zoeken. Tenslotte was een Turks
element in de tijd van Mozart een exquise aangelegenheid. Nu leven ze in
Duitsland met een indigestie van Turkse elementen.
Belmonte is de geliefde van Konstanze en Pedrillo is de vrijer van Blonde.
Osmin is een Turk met weinig eervolle bedoelingen en Selim Bassa probeert
objectiever tegenover de vier vreemdelingen te staan.
Iris
Kupke zong de aartsmoeilijke partij van Konstanze. Deze sopraan probeerde
met haar technische mogelijkheden het maximale uit de partituur te halen.
Zij heeft een staalharde stem waarvan uiteraard weinig warmte uitging. De
sopraan Anja Kaftan als Blonde gaf weinig uitstraling aan haar nochtans
pittige rol. Zij draait de mannen en vooral Osmin rond haar vinger. De tenor
Maximillian Schmitt bracht de meest gedoseerde vertolking als Belmonte. De
tenor Pedrillo, gezongen door Uwe Eikötter, klonk werkelijk beneden peil.
Selim Bassa werd gesproken en gespeeld door Wilhelm Eilers. Hij wist maar
weinig te overtuigen. De rol van Osmin was in handen van Runi Brattaberg.
Deze bas kon pronken met zijn diepe noten, maar verder maakte hij te veel
lawaai. Het ergste was dan nog dat de zangers, als ze spraken, geen
resonantie hadden. Boventiteling ontbrak, zodat de toeschouwers de actie
weinig konden volgen.
Het koor onder leiding van
Tilman Michael zorgde voor de nodige vlotte tussenkomsten.
Dit repertoirestuk laat een heerlijk stukje Mozart horen, maar in deze
hedendaagse interpretatie werd het herleid tot een boers boulevardstuk.
P.T.
(Gepubliceerd op 25/7/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Anja Kaftan als Blonde en Runi Brattaberg als Osmin.
2 Iris Kupke als Konstanze, Maximilian Schmitt als Belmonte, Uwe Eikötter als
Pedrillo en Anja Kaftan als Blonde.
Copyright foto's
©
Hans Jörg Michel.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera
van
Wolfgang
Amadeus Mozart (muziek) en
Pietro Metastasio & Caterino Mazzola (libretto). Gecreëerd te Praag op 6
september 1791. Bijgewoonde première in het kader van de Mannheimer
Mozartsommer door het Nationaltheater Mannheim in het Rokokotheater te
Schwetzingen op 18 juli 2010.
Vooraleer
we het hebben over de welwillendheid van Titus, belichten we toch even de
historische feiten. Toen Titus in het jaar 79 keizer werd, wilde het
Romeinse volk geen keizerin uit een land van de vijand. Zo moest Titus zijn
geliefde Bérénice achterlaten. Maar Titus zelf stond ook niet in hoog
aanzien. De bevolking was de verwoesting van de tempel van Jerusalem en het
bloedbad dat hiermee samen ging niet vergeten. Dit was het begin van de
Joodse diaspora. Hij werd zelfs de tweede Nero genoemd. Hij had gemoord,
vernield en geplunderd.
Bij het begin van de opera heeft de keizer geen vrouw. Hij wil Servilia, de
zuster van Sesto, maar die heeft de moed haar liefde voor Annio te bekennen.
Dan laat de keizer zijn oog vallen op Vitellia, een heel machtsbeluste
vrouw. Maar die voelt zich gekrenkt omdat de keizer eerst zijn voorkeur
toonde voor Servilia. Zij jut Sesto zo op dat hij het nodige doet om de
keizer te vermoorden. Uiteraard mislukt de aanslag en moet de schuldige
sterven. Maar Titus wil een begripsvolle en vergevingsgezinde keizer zijn.
Want hij moet het Romeinse volk ook wat paaien. Uiteindelijk bekent Vitellia
haar aandeel in het complot. Titus schenkt iedereen vergiffenis en gaat de
geschiedenis in als de barmhartige, want over het verleden wordt de spons
geveegd.
Volgens
het programmaboekje gaat het bij Titus vooral om persoonlijke vragen: waarom
moet een keizer luisteren naar zijn volk, waarom mag een keizer de vrouw
niet huwen die hij wil, speelt het een rol welke Romeinse vrouw hij trouwt
vermits hij zijn geliefde Bérénice toch niet mag houden.
We begrepen dat regisseur Günter Krämer het weer bont zou maken. De man is
bezeten van sexuele standjes en hyperkinetische acties. Als een protagonist
een beschouwende aria zingt, moeten twee andere personages dansen of
pirouettes draaien. Gelukkig kregen we een doordacht Bühnebeeld van Herbert
Schäfer. De kostuums van Falk Bauer waren hedendaags, maar stoorden in het
geheel niet.
Mozart had bij het componeren van
“La Clemenza di
Tito” al deze overpeinzingen niet nodig. Hij zat in geldnood (weeral een
baby meer te onderhouden en een vrouw die steeds naar een kuuroord moest) en
het Nationaltheater van Praag gaf hem de kans bijkomende inkomsten te
verwerven door de opdracht van deze nieuwe opera. “Die Zauberflöte” en het
“Requiem” werden even opzij gelegd en Mozart begon als tussendoortje aan “La
clemenza di Tito”.
Het koor en orkest van het Nationaltheater Mannheim stonden onder leiding
van Dan Ettinger. In het stemmige kleine Rokokotheater werd gespeeld met een
onvoorstelbaar volume. Dit schijnt werkelijk een ziekte te zijn van de
Duitse orkesten. Waarschijnlijk op vraag van Krämer waren er ook veel te
veel stille momenten. Gelukkig hoorden we enkele mooie stemmen. De
uitschieter van de avond was de contratenor Yuriy Mynenko in de rol van
Annio. Technisch was hij fenomenaal, zowel in de aria’s als in de
versieringen. Zijn geliefde Servilia werd gezongen door de sopraan Katharina
Göres. Zij was een klasse minder, maar wist te bekoren door haar jeugdig
uiterlijk. In de rol van Sesto hoorden wij de contratenor Valer
Barna-Sabadus. Hij verklankte deze aartsmoeilijke rol met de inzet van al
zijn lichamelijke krachten. Maar wij geven de voorkeur aan een mezzosopraan,
die een warmer stemgeluid kan laten horen.
De
rol van Tito was in handen van de tenor Lothar Odinius. Vooral in de stille
passages en in de recitatieven was hij heel genietbaar. De aria’s klonken
soms wel geforceerd. Zijn tegenspeelster Vitellia werd gezongen door de
mezzosopraan Marie-Belle Sandis. Ook zij gebruikte heel wat kracht in haar
voordracht, waardoor er een gebrek aan klasse was. De bas Frank van Hove was
voortreffelijk ijn de kleine rol van Publio.
Jammer dat alles zo luid en weinig gedoseerd klonk, zowel de zangers als het
orkest. Mozart vraagt niet om al die krachtpatserij!
Uiteraard zorgde
het premièrepubliek voor een overdonderend applaus.
Er waren dit
speeljaar nog slechts twee voorstellingen op 21 en 24 juli 2010.
1) Marie-Belle Sandis als Vitellia, Katharina Göres als Servilia, Yurly
Mynenko als Annio en Frank van Hove als Publio.
2) Lothar Odinius als Tito, Valer Barna-Sabadus als Sesto en Ensemble.
3) Lothar Odinius als Tito.
Copyright foto's
©
Hans Jörg Michel.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()