OPERA GAZET
![]()
Komisch-utopische
opera van
Peter Eötvös (muziek) en Albert Ostermaier (libretto). Bezochte
wereldcreatie in de Bayerische Staatsoper te München op 22 februari 2010.
Dit was de vijfde opera van deze Hongaarse componist Peter Eötvös waarvan
wij een vertoning bijwoonden.
Over de inhoud van "Die Tragödie des Teufels" willen wij wel wat vertellen.
De actie begint in het aards paradijs met het verschijnen van Adam en Eva.
De slang en de appel zijn er ook, evenals Lucifer die uit de hemel werd
verbannen. God plaatst een vrouw, Lucy, naast Lucifer. Lucy wil met Lucifer
een bezoek brengen aan de hof van Eden. Hierop volgen een hele reeks
gebeurtenissen die er op toegespitst zijn om Adam en Eva het leven moeilijk
te maken. Na de hof van Eden volgen bezoeken aan de meest diverse oorden:
een woestijn, een piramidehotel, Athene, Rome, Bagdad, een magazijn, het dak
van de wereld, opnieuw een woestijn en tenslotte terug de hof van Eden. Op
verzoek van Lucy vermoordt Adam dan Eva en haar ongeboren kind. De ware
identiteit van Lucy komt nu aan het licht. Zij is de vrouwelijke demon
Lilith, de vrouw die oorspronkelijk aan Adam toegewezen was. Er is geen
plaats meer voor nieuw leven op de wereld en Lucifer voelt zich door
iedereen verraden. Dit alles lijkt ons een erg ongewone opera. Wat te
onthouden valt van deze gecompliceerde inhoud is dat Lucifer het koppel Adam
en Eva op een reis door verschillende werelden (realiteit, virtualiteit en
science fiction) stuurt. Het drama voor de duivel is, dat er ook een
duivelin is en dat het boze niet meer gemakkelijk te identificeren en te
personaliseren is.
Voor de uitvoering van dit werk waren twee orkesten nodig: een in de
orkestbak en een achter de scene met als dirigenten respectievelijk de
componist Peter Eötvös en Christopher Ward. De regie van Balazs Kovalik was
uiterst spannend en veranderlijk door de vele plaatsen waar de actie plaats
vond.
Erg degelijke zangprestaties werden gebracht door de Nederlandse sopraan
Cora Burggraaf als Eva, de Duitse mezzo Ursula Hesse von den Steinen als
Lucy, de Australische tenor Topi Lehtipuu als een prachtige Adam en een
specialist voor moderne werken, de Oostenrijkse bariton Georg Nigl als
Lucifer.
In kleinere rollen waren nog actief de sopranen Julie Kaufmann en Elena
Tsallagova, de mezzosopranen Heike Grötzinger en Annamaria Kovacs, de tenor
Kevin Conners, de bas Wolfgang Bankl en de baritons Christoph Pohl, Nikolay
Borchev en Christian Rieger.
Bij het vallen van het doek genoten alle medewerkers van een welverdiende
ovatie door de rijk gevulde zaal.
Van dit ongewone werk zijn er te München nog opvoeringen gepland op 5 en 9 maart evenals op 7 juli 2010.
W.V. (Gepubliceerd op 7/3/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Topi Lehtipuu als Adam en Cora Burggraaf als
Eva.
2) Georg Nigl als Lucifer.
Copyright foto's
© Bayerische Staatsoper.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera in twee bedrijven van Giovanni Simone Mayr op een libretto van Felice Romani. Het werk werd voor het eerst opgevoerd in het Teatro San Carlo te Napels op 28 november 1813. We zagen op 16 juni 2010 een opvoering in de Bayerische Staatsoper te München.
Als een filmliefhebber een bioscoopticket
koopt heeft hij door recensies en trailers een goed idee van wat hem te
wachten staat. Een museumbezoeker weet wat hij kan verwachten. Vergeleken
met deze cultuurfanaten is de operaliefhebber kwetsbaar. Door de wet van
teveel vraag en te weinig aanbod is hij genoodzaakt kaarten maanden op
voorhand te bestellen, lang voor hij weet wat hij te zien zal krijgen. Hij
kan zich enkel baseren op de namen op de affiche, in de veronderstelling dat
deze mensen niet afzeggen. Voor de regie moet hij met een bang hart
afwachten. Het risico op teleurstellingen is reëel en dat ondanks de vaak
exuberante toegangsprijzen.
We begrijpen dat het de taak is van de operaregisseur om een werk te
“interpreteren”. Daarmee wordt, alleszins wat ons betreft, bedoeld dat hij
het werk moet vorm geven op een manier die het publiek boeit en die het
dramatische gegeven, waar nodig, verduidelijkt. Hij mag daarbij een
persoonlijke visie ontwikkelen, zolang hij respect toont voor de auteur van
het werk en de visie ook consequent kan gevolgd worden. Helaas hebben we van
dit alles niets gemerkt in deze “Medea in Corinto”. Regisseur
Hans Neuenfels
confronteert zijn publiek met een aaneenrijging van mishandeling,
verkrachting en moord die op geen enkel moment verband houdt met het verhaal
of met de sublieme muziek van Mayr. Zijn walgelijke “ideeën” worden bijna
drie uur lang als emmers stront uitgegoten over een publiek dat eerst
sprakeloos blijft bij zoveel wansmaak, misschien in de ijdele hoop op
beterschap, en vervolgens manifest zijn ongenoegen uit.
Het verhaal van Medea, waarvan in de regie van Neuenfels niets meer te
bespeuren valt, is genoegzaam bekend. Om zich te wreken op haar ontrouwe
minnaar Jason doodt Medea eerst zijn nieuwe bruid en vervolgens de kinderen
die ze met Jason heeft. Vooral dit laatste leidt naar een dramatisch
hoogtepunt, wat door Neuenfels vakkundig de nek wordt omgewrongen. Door de
aaneenschakeling van executies op het toneel verdwijnt het effect van de
kindermoord bijna volledig. De toeschouwer blijft apathisch.
Wat heeft
Ivor Bolton bezield om mee te gaan met de perversiteiten van
Neuenfels? Waarom was hij akkoord om de ouverture niet enkel te herleiden
tot een fragment (het origneel duurt zowat 9 minuten), maar dit stukje pas
te laten spelen na de eerste scène? We moeten toegeven dat we de partituur
onvoldoende kennen om te kunnen beoordelen of nog andere wijzigingen
aangebracht werden. Welke muzikale of dramatische meerwaarde biedt
dergelijke aanpak? Nochtans moeten we toegeven dat Bolton het orkest van de
Bayerische Staatsoper met enthousiasme en vakmanschap leidt. Hij weet de
muziek van begin tot einde de nodige spanning mee te geven. Af en toe
slaagde hij er zelfs in om ons de perversiteiten die zich op het toneel
afspeelden te doen vergeten.
Wat de solisten betreft werden we in München verwend. Vooral de prestatie
van Nadja Michael, eerder al in de Munt te zien in Cherubini’s “Medea”, zal
ons nog lang heugen. Ooit begonnen als mezzosopraan maar nu vooral actief in
het sopraanvak, beschikt Michael over een stem met een enorme omvang en een
aanzienlijk volume. Zij spaart zich geen moment en zet de titelrol met grote
geloofwaardigheid neer. Af en toe wordt haar zang ontsierd door een
onzuiverheid, maar eigenlijk is dit zeker in deze rol niet echt een
probleem. Bovendien schikt zij zich probleemloos naar de wensen van de
regisseur. Of ze tijdens het zingen moet liggen, rollen, springen of wat
ook, ze doet het allemaal zonder dat haar muzikale prestatie er onder lijdt.
Grote klasse !
Ook de andere solisten varieerden van excellent tot degelijk. Misschien was
de Mexicaanse tenor
Ramon Vargas, op papier de bekendste solist in de cast,
wel het minst op dreef in de rol van Jason. De stem lijkt wel kleiner
geworden en heeft het moeilijk om door het nochtans niet zo luid spelende
orkest te dringen. Ook de topnoten hadden een gebrek aan helderheid.
Vermoedelijk de tol die deze elegante zanger moet betalen voor de al te
zware rollen die hij de laatste jaren op zijn repertoire nam.
We gaven de
voorkeur aan de andere tenor, de Amerikaan
Alek Schrader, die als Egeo zijn
twee virtuoze aria’s met veel bravoure bracht. Coloraturen en trillers
stellen hem geen probleem en de stem heeft een prachtig timbre. Misschien
ontbreekt het hem nog een beetje aan kracht om echt indruk te maken in een
zaal met de omvang van het Nationaltheater, maar in elk geval een naam om te
volgen. De Russische
Elena Tsallagova zong de rol van Creusa met haar
elegante en soepele sopraanstem en de veteraan
Alastair Miles was ideaal
gecast als Creonte. De kleinere rollen waren bevredigend bezet met zangers
van het ensemble van de Bayerische Staatsoper en ook het koor presteerde op
hoog niveau.
Duitse theaters zijn vaak trots op hun “opgravingen”, vergeten werken die
terug van onder het stof gehaald worden. We vrezen dat deze productie in
München voor “Medea in Corinto” hooguit een nieuwe begrafenis betekent voor
een opera die, mits een goede bezetting, zeker meer bekendheid verdient.
Maar misschien was dat van aanvang het doel van Neuenfels?
Er zijn nog voorstellingen op 20 en 29 juni
2010. De productie wordt hernomen tijdens het seizoen 2010/11 in oktober
2010.
We raden de geïnteresseerden echter aan om kennis te maken met deze
schitterende opera via één van de twee CD-opnamen die verkrijgbaar zijn.
H.D. (Gepubliceerd op 20/6/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Nadja Michael (Medea)
2) Elena Tsallagova (Creusa), Damenchor und
Statisterie der Bayerischen Staatsoper.
3) Kenneth Roberson (Evandro), Alastair Miles (Creonte), Elena Tsallagova
(Creusa), Chor und Statisterie der Bayerischen Staatsoper.
Copyright foto's
© Bayerische Staatsoper.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera
van Benjamin Britten (muziek) en Myfanwy Piper (libretto) naar de novelle
“Death in Venice” van Thomas Mann. Wereldpremière op 16 juni 1973 te Sneep
Maltings (Aldeburgh, Engeland). Première van deze productie in het
Staatstheater am Gärtnerplatz te München op 20 juni 2009. Bijgewoonde
voorstelling op 23 juli 2010.
Het verhaal van “Death in Venice” is zeer
complex: kleine scènes wisselen elkaar af en de vele rollen worden verdeeld
over diverse zangers, die verschillende partijen voor hun rekening nemen.
Een inhoud van dit werk geven, is dus niet zo eenvoudig: Het handelt over de
beroemde Duitse schrijver Aschenbach, die geen inspiratie meer vindt. Op één
van zijn wandelingen ontmoet hij “De Reiziger” die hem de raad geeft een
reis te maken om nieuwe ideeën op te doen. Hij vertrekt dan naar Venetië met
de nodige avonturen op de bootreis. Daar aangekomen begeeft hij zich naar
het Lido. Hij wordt begroet door de hotelportier en later wordt zijn
aandacht getrokken door een jonge Poolse jongen die op het strand speelt. De
jongen negeert hem. Tijdens een wandeling door Venetië wordt Achenbach door
bedelaars aangevallen, hij vindt de stad vuil en besluit terug te
vertrekken. Bij aankomst op het station blijkt zijn bagage verdwenen en dan
ziet hij de jongen weer, waardoor hij besluit toch te blijven. Later op het
strand ziet hij de jongen met vrienden spelen en Aschenbach wordt
geïnspireerd door zijn schoonheid. Hij realiseert zich dat hij van de jongen
houdt. Aschenbach gaat naar de kapper in Venetië en verneemt dat er een
ziekte heerst, maar bij navraag wordt de zaak als van geen belang afgedaan.
Hij herkent echter de geur van ontsmettingsmiddelen en begrijpt dat er wel
degelijk iets fout zit. Aschenbach wil niet dat het Poolse gezin zou te
weten komen dat er cholera is uitgebroken, uit angst dat zij zouden
vertrekken. Ondertussen is duidelijk dat het om Aziatische Cholera gaat.
Aschenbach wil de moeder van de Poolse jongen waarschuwen, maar besluit
uiteindelijk dit niet te doen. Nu begint hij te dromen over Apollo en
Dionysus en realiseert zich dat er van zijn oorspronkelijke strengheid en
onthechting niet veel overblijft. Hij mijmert weer aan het strand als hij de
jongen ziet spelen. Hij geeft de barbier opdracht hem met make-up en
haarverf te verjongen en neemt dan de boot naar Venetië. Daar staat de
Poolse familie klaar om te vertrekken en Aschenbach is blij dat de jongen
niet verraden heeft aan de moeder wat hij voor hem voelt. Terwijl de
jongeren spelen, zakt Aschenbach dood in elkaar in zijn strandstoel.
Met veel zorg en zonder aanstootgevende scènes werden de homofiele neigingen
van Aschenbach duidelijk gemaakt. Zowel Thomas Mann als Benjamin Britten
waren homoseksueel en dit werk werd door Britten geschreven voor zijn vriend
Peter Pears in de rol van Gustav von Aschenbach.
Hier werd Aschenbach gezongen door de tenor Hans-Jürgen Schöpflin. Deze
leverde zowel vocaal als scenisch een formidabele en sterk doorleefde
prestatie. De uitstekende bariton Gary Martin speelde achtereenvolgens der
Reisende, Alter Geck, Gondoliere, Hotelmanager, Friseur, Anführer
Strassensänger en Stimme des Dionysos. Yosemeh Adjei is de enige andere
solist die maar één rol toebedeeld kreeg, n.l. Apollo, maar Cornel Frey werd
Junger Mann en Hotelportier, Holger Ohlmann mocht de andere Junger Mann
spelen en eveneens de Stadtführer, Priester en Angestellter im Reisebüro.
Daniel Fiolka werd dan weer de derde Junger Mann, Bootsmann, Kellner en
Hotelkellner, terwijl Sybilla Duffe de Erdbeerverkäuferin, de
Zeitungsverkäuferin en Strassensängerin voor haar rekening nam. Robert
Sellier werd achtereenvolgens een Junger Mann, Gondoliere, Glasbläser en
Strassensänger, Frances Lucey was de Englische Lady, Spitzenverkäufering en
ook een Erdbeerverkäuferin. De jonge Poolse jongen Tadzio werd vertolkt door
de balletdanser Anton Bolvaschenkov en zijn vriend Jaschiu werd gedanst en
gespeeld door een andere balletdanser: Onur Birsoy. Allen waren uitstekend
in hun diverse rollen.
Er was ook een extraballet en er waren 18 koorsolisten, die duidelijk de
vereiste capaciteiten hadden voor de vele kleine rollen. Het groot koor,
voorbereid door Jörn Hinnerk Andresen, zong uitstekend en werd
verdienstelijk opgenomen in de regie. Deze regie van Immo Karaman was zeer
intens en hij kreeg van alle uitvoerders een zeer duidelijke respons met
veel uitdrukking.
Ook de choreografie van Fabian Posca sloot zich hierbij
aan en het toneelbeeld van Kaspar Zwimpfer was eveneens erg duidelijk. Het
decor schilderde ook de eenzaamheid van Aschenbach door zijn klein kamertje,
waarin hij zich telkens terugtrekt. Dit kamertje kwam naar beneden of werd
terug omhooggetrokken, zoals een lift. Alles paste uitstekend bij de muziek.
Soms deed het geheel zelfs dromerig aan en leek alles slechts te gebeuren in
de geest van Aschenbach.
De muziek van Benjamin Britten is uiteraard niet de eenvoudigste en houdt
het midden tussen lyrische en moderne klanken die het verhaal ondersteunen.
Dit alles werd zuiver vertolkt door het Orkest van het Theater am
Gärtnetplatz o.l.v. de chef-dirigent David Stahl.
Een zeer interessante en boeiende voorstelling van dit moeilijke werk. Dergelijke prestaties kan men alleen in operahuizen zoals dit verwachten.
H.V. (Gepubliceerd op 17/8/2010)
Foto's van oven naar onder:
1) Gary Martin als der Reisende.
2) Gary Martin als Hotelmanager en Hans-Jürgen Schöpflin als Gustav von
Aschenbach.
3) Yosemeh Adjei als Apollo.
Copyright foto's © Staatstheater am
Gärtnerplatz.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()