OPERA GAZET
![]()
“DOM SEBASTIEN, ROI DE PORTUGAL”
Grand
opéra in vijf bedrijven van
Gaetano
Donizetti op een libretto van Eugène Scribe naar de gelijknamige roman van
Paul-Henri Foucher. De opera werd gecreëerd in de Parijse Opéra op 13 november
1843. We woonden een voorstelling bij in de Opera van Nürnberg op 27 november
2009.
Donizetti
staat bij de doorsnee operaliefhebber vooral in het geheugen gegrift als
componist van romantische belcantowerken zoals “Lucia di Lammermoor” of komische
opera’s genre “L’Elisir d’amore”. Nochtans heeft de componist, net zoals zijn
illustere voorganger Gioacchino Rossini, aan het einde van zijn carrière een
aantal werken geschreven voor Parijs. Na “La Favorite” en “Les Martyrs” besloot
Donizetti zich te wagen aan het genre van de “grand-opéra”
in de traditie van Meyerbeer en Auber. Resultaat waren deze “Dom
Sébastien, Roi de Portugal” en het onvoltooide “Le Duc d’Albe”.
In
Eugène
Scribe vond Donizetti de ideale librettist voor zijn nieuw te
componeren opera. Scribe was een specialist in het schrijven van libretti voor
grootschalige werken, wat hij bewees bij herhaaldelijke samenwerking met
componisten als Meyerbeer en later ook Donizetti en Verdi. Zijn grote kracht lag
niet zo zeer in het consequent vertellen van een verhaal of de subtiele
ontwikkeling van zijn personages, maar in de onnavolgbare wijze waarop hij grote
dramatische taferelen kon concipiëren. En dat laatste was natuurlijk een
noodzaak bij de compositie van een “grand-opéra.
Voor het verhaal van “Dom Sébastien” haalde Scribe zijn mosterd bij een boek
over de noodlottige militaire missie van deze Portugese koning naar Marokko.
Nadat Dom Sébastien verslagen is door de Moorse leider Abayaldos, wordt hij
gered door toedoen van twee mensen: zijn officier Dom Henrique die zich alvorens
te sterven uitgeeft voor de koning, en Zayda, de vrouw van Abayaldos die hij
ooit van de brandstapel redde. Wanneer Dom Sébastien terugkeert in Lissabon is
hij getuige van zijn eigen begrafenis. De macht werd tijdens zijn afwezigheid
overgenomen door Dom Antonio en de grootinquisiteur die eigenlijk in opdracht
van de Spaanse koning werken. Als de koning zich met de hulp van de dichter
Camoëns en Zayda bekend maakt, worden hij en Zayda gevangen genomen en ter dood
veroordeeld als bedriegers. Camoëns tracht hen te bevrijden uit de toren waarin
ze gevangen gehouden worden, maar wanneer het koord dat ze naar beneden liet
doorgesneden wordt, vallen Dom Sébastien en Zayda te pletter. Camoëns wordt
neergeschoten. In de verte nadert de Spaanse armada, wat het einde van de
Portugese onafhankelijkheid inluidt.
Toen
de Frans-Duitse regisseur David Hermann onlangs zijn visie op Verdi’s “Rigoletto”
wilde vertonen in de Deutsche Opera am Rhein, werd kort voor de première beslist
om het werk concertant te brengen. Nochtans kan dit operahuis er niet van
beticht worden conservatief te zijn waar het ensceneringen betreft. In Nürnberg
mocht Hermann in elk geval wel zijn gangetje gaan, met alle onprettige gevolgen
van dien. We hebben ondertussen al leren leven met moderne regie’s zodat een Dom
Sébastien gekleed als padvinder of een grootinquisiteur met spastische trekken
ons al lang niet meer deren. Er is meer nodig om ons te choqueren dan dat
diezelfde inquisiteur aan zijn collega’s inquisiteurs een soort communie
uitreikt in de vorm van bloederige vleesbrokken. Wat echter onaanvaardbaar is in
onze ogen, is de volledige afwezigheid van enige consequent gevolgde lijn of
concept. Hermann vuurt de ene rauwe en vaak absurde en absurdistische scène na
de andere af op zijn publiek zonder enige vorm van samenhang die een minimum aan
visie zou kunnen verraden. Ook de essentie van de “grand-opéra”, de grootse
taferelen, zijn aan Hermann niet besteed. Resultaat is een voorstelling die niet
choqueert maar enorm verveelt.
Helaas liet dirigent Christian Reuter deze brutale aanpak doordringen in de
uitvoering van Donizetti’s partituur. Zeker, de componist heeft zijn muziek
aangepast aan de verwachtingen van zijn publiek, maar we staan met “Dom
Sébastien” nog mijlenver af van het rauwe
verismo
in de stijl van Mascagni of Bruneau. Bovendien dreef hij met zijn ongenuanceerde
aanpak de solisten tot het uiterste van hun vocale mogelijkheden, een werkwijze
dat we verwachten bij opera’s van Richard Strauss of Wagner, maar niet bij
Donizetti. Het lijkt ons dan ook niet fair om de solisten op deze voorstelling
af te rekenen, al waren toch enkele onder hen beter bestand tegen de verleiding
om tegen het orkest te gaan brullen. Zo konden we genieten van de prestatie van
de bas
Nicolai Karnolsky als
inquisiteur en vooral van de mezzosopraan Rebecca Martin die op het laatste
nippertje inviel voor de zieke
Jordanka Milkova, en van de
zijkant van de bühne een gevoelige maar ook vocaal goed zittende Zayda neerzette
- en waarschijnlijk opgelucht dat ze niet moest deelnemen aan wat op het toneel
gebeurde. De Australische tenor
Christopher Lincoln gaf
aanvankelijk een goede indruk, maar ging in zijn aria “Seul sur la terre”
volledig de mist in, niet alleen met gekraakte topnoten, maar ook omdat hij een
groot deel van de tekst gewoon niet zong. Het koor van de Nürnbergse Opera
weerde zich goed maar werd al te vaak overspeeld door het orkest.
Het
Staatstheater Nürnberg verdient een pluim voor de moeite die het doet om een
minder bekend repertoire op te voeren. We vrezen echter dat producties als deze
er enkel voor zullen zorgen dat “Dom Sébastien, roi de Portugal” weer voor lange
tijd de kast in zal verdwijnen. Hopelijk niet voor altijd.
Er zijn nog voorstellingen op 17, 21 december 2009 en 8 januari 2010. Later dit seizoen wordt nog een nieuwe productie van Donizetti’s “Emilia di Liverpool” verwacht.
H.D.
(Gepubliceerd op 1/12/2009)
Foto's van boven naar onder:
1) Bastiaan Everink als Abayaldos.
2) Nicolai Karnolsky als grootinquisiteur en Christopher Lincoln als Dom
Sébastien.
3) Koor.
Copyright foto's
©
Ludwig Olah.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
“Drama
semi-seria” in twee bedrijven van
Gaetano Donizetti. De onbekende librettist baseerde zijn tekst op het
toneelstuk “Emilia, ossia La benedizione paterna” van
August von Kotzebue. Het werk werd gecreëerd op 28 juli 1824 in het
Teatro Nuovo te Napels. Op 27 maart 2010 waren we aanwezig op de première
van een nieuwe productie in het Staatstheater Nürnberg.
In
1824 had Donizetti nog niet de status bereikt die hem later ten deel zou
vallen. Wanneer hij een opdracht kreeg voor het componeren van een nieuwe
opera kwam die niet van het Teatro San Carlo, maar van het kleinere Teatro
Nuovo. Dit had onmiddellijk een invloed op het soort werk dat de componist
op muziek zette: niet alleen had het Teatro Nuovo geen toelating om ernstige
opera’s op te voeren, het was ondenkbaar om een opera te componeren zonder
daarin een rol te voorzien voor de komische bas Carlo Casaccia, een lokale
beroemdheid. Uiteindelijk werd ervoor geopteerd om een drama semi-seria te
schrijven op basis van een toneelstuk van August von Kotzebue. “Emilia
di Liverpool” was niet succesvol en kende slechts een handvol
opvoeringen. Desondanks besloot Donizetti al snel na de première om het werk
te herzien, maar wanneer in 1828 de nieuwe versie gecreëerd werd onder de
naam “L’Ermitaggio di Liverpool” was het publiek evenmin enthousiast. Voor
de opvoeringen in Nürnberg werd de partituur uit 1824 aangevuld met een
terzet uit de latere versie, evenals met een rondo-finale voor Emilia die
ook voorkomt in “L’Ermitaggio di Liverpool”, maar oorspronkelijk geschreven
werd voor de opera “Alahor in Granata”.
De opera semi-seria is een wat apart genre, waarbij komische en ernstige
gegevens op subtiele wijze met elkaar verweven dienen te worden zonder dat
één van beide te veel overwicht krijgt. Uiteindelijk moet de combinatie van
de twee leiden tot een happy end. Donizetti slaagt hier met “Emilia di
Liverpool” feilloos in, met muziek die nog veel aan zijn leermeester Simone
Mayr en aan Rossini doet denken. Het is nog te vroeg in Donizetti’s carrière
om al van een eigen stijl te kunnen spreken.
Wat
het verhaal betreft, is vooral wat aan de opera enkele jaren vooraf ging
belangrijk. Claudio di Liverpool vertrok voor een lange zeereis en droeg het
beheer van zijn fortuin over aan Federico. Deze laatste verbraste niet enkel
dit fortuin, hij verleidde ook Claudio’s dochter Emilia net toen die op het
punt stond te trouwen met de oudere edelman Don Romualdo. Nadien liet hij
haar in de steek. Tijdens de opera komen al deze personages samen met Don
Romualdo’s nieuwe bruid Luigia toevallig terecht in het huis dat door
Claudio werd gebouwd en waar Emilia zich ondertussen ophoudt, en worden ze
geconfronteerd met hun eigen gemeenschappelijke verleden. Uiteindelijke
verzoent iedereen zich, en zullen Emilia en Federico in het huwelijksbootje
stappen.
Regisseur Andreas Baesler baseert zich op de zogenaamde “Film Noir”, een
filmgenre dat vooral in de jaren ’40 en ’50 populair was. Hij laat het
verhaal afspelen kort na de tweede wereldoorlog in een Engels landhuis dat
gebruikt wordt als psychiatrische kliniek en waar Emilia als meid
tewerkgesteld is. Baesler steekt in zijn enscenering een paar schitterende
vondsten. Zo komt het gezelschap toevallig in het landhuis terecht nadat hun
auto slipte, en letterlijk door de muur het huis binnenvliegt. Op de
achtergrond worden af en toe sfeervolle zwart-witbeelden vertoond. De
voorstelling zit ook vol “practical jokes” die bij het premièrepubliek erg
in de smaak leken te vallen. Gecombineerd met het acteertalent is het
resultaat een bruisende vertoning die geen moment verveelt. Helaas hadden we
geen moment de indruk dat we naar een drama semi-seria aan het kijken waren.
Nergens konden we ook maar de schuchterste poging waarnemen om de komische
en dramatische elementen in symbiose te brengen. Door de overdaad aan -
toegegeven, soms goed gevonden - gags vervalt de voorstelling al snel naar
het niveau van een klucht. Als we er dan nog aan toevoegen dat de gesproken
dialogen uitgevoerd werden in het Duits zal de aandachtige lezer begrijpen
dat we eerder het gevoel hadden aanwezig te zijn bij de opvoering van een
operette van pakweg Léhar, of een “Spieloper” à la Lortzing dan bij de
Duitse première van een opera van Donizetti.
Ook
muzikaal hadden we de indruk in een andere voorstelling terecht gekomen te
zijn. Ondanks het sterk gereduceerde orkest slaagde dirigent Prof. Guido
Rumstadt erin een klankmassa te produceren die Wagner geen oneer zou aandoen
en die, hoeft het gezegd, de zangers meermaals in problemen bracht. Dat zijn
interpretatie gespeend is van het kleinste greintje “italianità” is dan ook
evident. Nochtans waren de meeste solisten van een meer dan behoorlijk
niveau. De voorstelling werd eigenlijk gedragen door een hilarische Rainer
Zaun als Don Romualdo. Hij heeft een ongeëvenaard gevoel voor humor en
timing en het Napolitaans dialect klinkt bij hem alsof hij het met de
moedermelk meekreeg. Dat hij niet echt een belcantozanger is stoort in deze
rol niet. Hrachuhi Bassenz voelt zich als een vis in het water in dit
repertoire. Met loepzuivere coloraturen en een schitterende hoogte heeft ze
alles om de titelrol eer aan te doen. Bariton Kurt Schober heeft een
indrukwekkend volume, maar ziet af bij de minste vocale versiering, een
eigenschap die zijn interpretatie van Claudio di Liverpool wat aantast.
Enkel Christopher Lincoln viel vocaal wat uit de toon - hij leek zijn rol te
markeren in plaats van voluit te zingen. De kleinere rollen waren
bevredigend bezet.
Al bij al een voorstelling met een grote spektakelwaarde die zeker de moeite
van het zien waard is. Enkel voor wie niet op zoek is naar een opera van
Donizetti.
“Emilia di Liverpool” wordt nog gespeeld op 4, 10, 25 april, 4, 10, 22 mei, 2 en 26 juni 2010.
H.D. (Gepubliceerd op 30/3/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Geslipte auto.
2) Hrachuhi Bassenz als Emilia.
3) Kurt Schober
als Claudio, Christopher Lincoln als Federico en Rainer Zaun als Don
Romualdo.
Copyright foto's © Jutta Missbach.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()