OPERA GAZET
![]()
Opera
in drie bedrijven van
Nicolai Rimski-Korsakov op
een tekst van de componist naar een toneelstuk van
Lev Alexandrovich Mei. De première had plaats in Moskou op 3
november 1899. We zagen op 19 september 2009 een voorstelling in het Theater
Osnabrück.
De moed
(en soms overmoed) waarmee sommige kleine operagezelschappen het minder bekende
repertoire verdedigen wekt onze bewondering. We kregen op die manier al vaak de
kans om voorstellingen van tot dan toe onbekende en door het grote publiek
onbeminde pareltjes uit de operaliteratuur bij te wonen. Dat deze theaters niet
altijd over de nodige middelen beschikken om hun soms ambitieuze projecten tot
een groots resultaat te brengen, nemen we er dan probleemloos bij.
Zo heeft het Theater Osnabruck aan het einde van het seizoen 2008/09 “De
Tsarenbruid” van Rimski-Korsakov op zijn repertoire genomen. Het is een mooi
werk waarin Rimski-Korsakov eens te meer toont dat hij een meester is in het
orkestreren en hoe hij steeds weer inspiratie vindt in de Russische volksmuziek.
Helaas is zijn muziek vaak eerder beschrijvend, waardoor muziek en drama bij
momenten naast elkaar bestaan. Maar al bij al valt er in “De Tsarenbruid” veel
te genieten.
De opritchnik Grjasnoi is zijn geliefde Liubasha beu en richt zijn pijlen op de
jonge Marfa. Zonder succes echter, want Marfa heeft al een minnaar gevonden in
de bojaar Lykov. Daarom wil Grjasnoi haar een liefdeselixir toedienen. Liubasha,
die achter de bedoelingen van Gjashnoj gekomen is, wil Marfa uit de weg ruimen
met een vergif. Uiteindelijk is het Liubasha die er in slaagt het vergif toe te
dienen. Wanneer Marfa, die ondertussen door de tsaar tot zijn bruid gekozen is,
stervende is, wordt Lykov op aanwijzen van Grjashnoi gevangen genomen als dader.
Vervolgens krijgt Grjasnoi wroeging omdat hij denkt dat zijn liefdesdrank de
oorzaak is van Marfa’s dood, maar wanneer Liubasha hem triomfantelijk meldt dat
zij Marfa vermoordde, steekt Grjasnoi haar dood.
Regisseur Kay Kuntze behoort duidelijk tot de ondertussen erg dominant geworden
strekking die meent dat een opera enkel in “geactualiseerde” vorm opgevoerd kan
worden. Vaak is het resultaat dan twijfelachtig, maar zonder tot buitengewone
resultaten te komen is Kuntze er in geslaagd om de sfeer van het werk te vatten.
De
opritchniks waren de
lijfwachten van
Ivan de Verschrikkelijke en
in die hoedanigheid onaantastbaar. Ze zijn dan ook vooral bekend gebleven voor
hun losbandigheid en hun wreedheden. In de visie van Kuntze wordt hun plaats
ingenomen door een soort bier en wodka zuipende, cocaïnesnuivende Hell’s Angels.
Het is duidelijk dat Liubasha niet enkel de geliefde is van Grashnoi, maar dat
hij haar deelt met de ganse bende. De soms expliciete wijze waarop dit
geïllustreerd wordt, choqueert. Zo wordt er overgegeven, geürineerd en verkracht.
Een koorlid gaat met zijn hand onder het kleed van Liubasha en laat vervolgens
zijn trawanten aan z’n hand ruiken. Dit alles gebeurt tegen een achtergrond van
iconen, ter illustratie van de hypocrisie: tussen hun wandaden door gaan de
opritchniks wel gewoon naar de kerk.
De opera vraagt een buitengewoon sterk kwartet solisten. Het Theater Osnabrück
is er wat ons betreft meer dan redelijk in geslaagd om een bevredigende cast te
verzamelen. Om te beginnen met de bariton Daniel Moon die niet alleen vocaal
maar ook toneelmatig een overtuigende Grjasnoi neerzette en die wist te
overtuigen als geweldenaar die naar het einde toe wroeging krijgt. Mooie
prestatie ook van de tenor Yoonki Baek die in de wat ondankbare rol van Lykov
blijk geeft van veel muzikaal gevoel dat zijn wat baritonale tenor erg
genietbaar maakt. Natalia Atamanchuk als Marfa ontgoochelde een beetje in het
tweede bedrijf waar haar monoloog wat monotoon klonk, maar ze herpakte zich
volledig aan het einde in een aangrijpende waanzinscène. Frank Färber pakte als
Sobakin, de vader van Marfa, uit met sonore laagten. Hij was volgens ons het
beste element in de rolbezetting.
We waren wat minder gecharmeerd door de
prestatie van Eva Schneidereit als Liubasha. De stem klinkt wat schril in de
hoogte en is moeilijk hoorbaar in de laagte. Bovendien heeft ze een wel een erg
persoonlijke visie op hoe de Russische taal moet klinken. Bevredigend was de
prestatie van de solisten in de kleinere rollen, ondermeer Gennadijus Bergorulko
als Skuratow en Natalya Myzyuk als Dunjasha.
Dat de voorstelling niet geheel aan onze eisen beantwoordde, lag vooral aan het
slordige spel van het orkest, met enkele serieuze uitschuivers bij de
koperblazers. Occasionaal had dirigent Peter Sommerer het ook wat moeilijk om
orkest en vocalisten samen te houden. Ook wat wisselvallig was het koor.
Uiteindelijk een voorstelling die ons kennis liet maken met een mooie partituur
die helaas iets te hoog gegrepen bleek voor het Osnabrücker Symphonieorchester.
Er zijn
nog voorstellingen op 4, 17 oktober, en 6 november 2009.
H.D.
(Gepubliceerd op 23 september 2009)
Foto's van boven naar onder:
1) Ensemble.
2) Marfa (Natalia Atamanchuk) en ensemble.
3) Bomeli (Christophe Mortagne) en
Ljubascha (Eva Schneidereit).
Copyright foto's
©
Uwe Lewandowski.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera van Nader Mashayekhi (muziek) en Nadja Kayali & Angelika Messner (libretto). Bezochte wereldcreatie in het Theater am Domhof te Osnabrück op 13 maart 2010.
Nader Mashayekhi werd geboren in Teheran in
1958. Hij studeerde in Iran en nadien aan de Musikhochschule te Wenen. Hij
zet zich in om werken van eigentijdse westerse componisten zoals John Cage,
Moton Feldman en Frank Zappa kenbaar te maken in het Iranese muziekleven.
Het uitgangspunt van "Neda-Der Ruf" is een biografie van de dichter Nizami
(1141-1209). Deze laatste krijgt van de vorst een slavin, Apak, wiens
zelfbewustzijn en intelligentie hij vlug naar waarde weet te schatten. Apak
sterft echter en uit verdriet schrijft Nizami enkele van de mooiste
liefdesromans uit de Perzische literatuur. Nizami is gefascineerd door
vrouwenfiguren zoals de amazonekoningin Nuschabe, prinses Turandot en de
slavin Fitna. Deze laten de koning weten dat zij niet tevreden zijn over het
lot van vrouwen. Door een pleidooi van Nizami krijgt koning Bahram een
ruimer inzicht.
De muzikale leiding van dit uiterst ongewone werk was in stevige handen bij
de dirigent Daniel Inbal die in april 2010 te Antwerpen de wereldcreatie van
"Rage of Life" van Elena Kats-Chernin zal dirigeren. Indrukwekkend was de
regie van Carin Marquardt, gesteund door de toneelbeelden en de kostuums van
Martin Fischer.
Het Theater am Domhof te Osnabrück beschikt over een ideaal “eigen
gezelschap” dat hier zijn beste beentjes kon voorzetten. De bezetting
bestond uit de bariton Marco Vassalli als Nizami, de sopraan Anja Meyer als
Apak, Lina Liu als Turandot, de mezzo Eva Schneidereit als Nuschabe, de
sopraan Natalia Atamanchuk als Fitna, de tenor Mark Hamman als de vriend, de
basbariton Genadijus Bergorulko als de oudste en Sang-Eun Shim als een
geleerde.
Van dit succesvol werk zijn er te Osnabrück nog voorstellingen gepland op 30
maart, 4, 23 april,11, 21 en 27 mei 2010.
W.V. (Gepubliceerd op 25/3/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Eva Schneidereit (Nuschabe), Natalia Atamanchuk (Fitna), Anja Meyer
(Apak), Marco Vassalli (Nizami), Lina Liu (Turandot), Damenchor.
2) Lina Liu (Turandot), Natalia Atamanchuk (Fitna), Eva Schneidereit
(Nuschabe), Anja Meyer (Apak), Chor, Statisterie.
Copyright foto's
©
Foto: Klaus Fröhlich.
GOOGLE ÜBERSETZUNG AUF DEUTSCH
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()