OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN STUTTGART

“LUCIA DI LAMMERMOOR”

Staatsoper StuttgartOpera van Gaetano Donizetti op een libretto van Salvatore Cammarano naar Walter Scott’sBride of the Lammemoor”. Het werk kende zijn creatie op 26 september 1835 in het Teatro San Carlo te Napels. Wij woonden op 3 oktober 2009 de première bij van een nieuwe productie in de Staatsoper te Stuttgart, een voorstelling die ook het nieuwe seizoen inluidde.

Lucia di Lammermoor - Dmytro Popov (Edgardo), Alisa (Pia Liebhäuser), Joel Prieto (Arturo), Tito You (Enrico), Ana Durlovski (Lucia), Staatsopernchor Stuttgart (Foto: Thilo Nass)Van de zowat zeventig opera’s die Donizetti schreef is “Lucia di Lammermoor” het enige serieuze werk dat ook vandaag nog redelijk vaak opgevoerd wordt. De opera is een schoolvoorbeeld van het belcantogenre: schitterende melodieën, prachtige aria’s en ensembles en een virtuositeit die uiteindelijk culmineert in de gekende waanzinsscène. Dit soort muziek is zo geënt op de Italiaanse ziel dat opvoeringen in Duitstalige theaters ons een beetje afschrikken omdat onze oosterburen er zelden in slagen om de juiste sfeer en klankkleur, die het werk nodig hebben, op te roepen. We waren dan ook blij verrast dat de voorstelling die we in Stuttgart bijwoonden op dit punt verrassend sterk bleek te presteren.
Doorslaggevend voor het welslagen van de hele onderneming was ongetwijfeld de aanwezigheid van de Franse dirigent Patrick Fournillier in de orkestbak. De man, een specialist van het genre, is er in geslaagd om het orkest van de Opera van Stuttgart de partituur met voldoende warmte en “Italianità” te laten uitvoeren. Daarbij werden de solisten nooit uit het oog verloren: hun stemmen werden nooit door de orkestklank bedekt. Occasioneel was er een discrepantie tussen orkest en solisten door de vaak wisselende tempi die Fournillier hanteerde. Puik werk!
Lucia di Lammermoor - Alisa (Pia Liebhäuser), Tito You (Enrico), Ana Durlovski (Lucia), Joel Prieto (Arturo), Liang Li (Raimondo), Staatsopernchor Stuttgart (Foto: Thilo Nass)Hoewel we het belang van het orkest niet willen onderschatten draait het bij een belcanto-opera natuurlijk voornamelijk om de stemmen. Het gros van de zangers voor deze “Lucia di Lammermoor” werd gerekruteerd uit het eigen gezelschap en zoals we al bij eerdere bezoeken aan de Opera van Stuttgart opmerkten, is dit ensemble van een werkelijk schitterend niveau. De meest interessante zanger was voor ons de Chinese bas Liang Li die een vocaal perfecte Raimondo neerzette. Wat heeft die man een prachtig rond en over het gehele stembereik homogeen timbre en een vocale autoriteit die zijns gelijke niet kent. De Koreaanse bariton Tito You moest hiervoor niet ver onderdoen als Enrico Ashton, Lucia’s broer. Zijn stem heeft de klank en het volume voor een Verdi-bariton, wat hem uitstekend geschikt maakt voor deze rol, al mocht hij af en toe iets meer subtiliteit in zijn zang brengen. Hetzelfde kan gezegd worden van de Oekraïense tenor Dmytro Popov, die een erg geëngageerde en gepassioneerde Edgardo di Ravenswood neerzette, daarbij zijn best deed om zich wat in het houden (met als resultaat een paar heerlijke voix-mixtes) maar wiens jeugdig enthousiasme af en toe de bovenhand haalde. Ondanks deze detailkritiek was dit een prachtig trio mannenstemmen die stuk voor stuk ideaal waren in de voor hen bestemde rollen. Als we hier dan nog de namen van Joel Prieto (Arturo) en Hans Kittelmann (Normanno) toevoegen, twee jonge tenoren die duidelijk veel in hun mars hebben, zal de lezer begrijpen dat we mooie momenten beleefden in Stuttgart.
Maar “Lucia di Lammermoor” staat en valt natuurlijk met de vertolkster van de titelrol en helaas heeft de Opera van Stuttgart het op dat punt heel wat minder getroffen. In plaats van de oorspronkelijk voorziene Simone Schneider, die eveneens deel uitmaakt van het ensemble van het theater, werd de Macedonische sopraan Ana Durlovski geëngageerd en dit bleek niet echt een gelukstreffer. In de rol van Lucia worden immers alle foutjes en tekortkomingen erg uitvergroot. Of het nu gaat om af en toe slordig uitgevoerde coloraturen, intonatieproblemen in het hogere register of herhaaldelijke moeite om gelijke tred te houden met het orkest, in een belcanto-opera kunnen deze onvolkomenheden moeilijk met de mantel der liefde bedekt worden. Want het perfect uitvoeren van de zangpartijen maken nu net de essentie van het genre uit. We hopen dat de uitschuivers die we noteerden het gevolg waren van “première-stress” en dat de volgende voorstellingen beterschap zullen brengen. In elk geval toonde het publiek zich een pak meer vergevingsgezind dan wij, want Ana Durlovski oogstte veel bijval na afloop van de voorstelling.
Lucia di Lammermoor - Ana Durlovski (Lucia) (Foto: Thilo Nass)Regisseur Olga Motta behandelt het onderwerp niet als een romantisch verhaal, maar wil de psychoanalytische toer opgaan met haar enscenering. Ze heeft ervoor gekozen om niet het Schotse landschap uit te beelden, maar het publiek een inkijk te geven in de ziel van de protagonisten. In die interpretatie is de dood van Lucia een ontsnapping uit het leven dat haar enkel kommer en kwel bezorgde. Geen bijster originele visie, die bovendien de deur opent naar alle mogelijke vormen van onverklaarbare gebeurtenissen op de bühne. Bij Motta blijft alles echter erg braaf. Het resultaat is een voorstelling die op het punt van personenregie uiterst traditioneel is, maar zich afspeelt binnen een decor dat vol voor ons onbegrijpelijke symboliek zit, en geen meerwaarde biedt voor de opera.
Al bij al beleefden we in de Opera van Stuttgart een erg mooie muzikale avond, waarvan ons vooral de mannenstemmen zullen bijblijven.

Er zijn nog voostellingen op 6, 10 oktober, 3, 19, 23 november, 31 december 2009, 4, 9 en 15 januari 2010.

H.D. (Gepubliceerd op 6/10/2009)

Foto's van boven naar onder:
1) Dmytro Popov (Edgardo), Alisa (Pia Liebhäuser), Joel Prieto (Arturo), Tito You (Enrico), Ana Durlovski (Lucia) en Staatsopernchor Stuttgart.
2)
Alisa (Pia Liebhäuser), Tito You (Enrico), Ana Durlovski (Lucia), Joel Prieto (Arturo), Liang Li (Raimondo) en Staatsopernchor Stuttgart.
3)
Ana Durlovski (Lucia).
Copyright foto's ©
Thilo Nass.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“PARSIFAL”

Staatsoper StuttgartBühnenweihfestspiel in drie bedrijven van Richard Wagner op een tekst van de componist zelf, gebaseerd op het gelijknamige verhaal van Wolfram von Eschenbach. Het werk werd voor het eerst uitgevoerd op 26 juli 1882 in het Festspielhaus te Bayreuth. We zagen op 11 april 2010 een voorstelling in de Staatsoper Stuttgart.

Parsifal - Andrew Richards als Parsifal (Foto: Martin Sigmund)Voor deze nieuwe productie van “Parsifal” heeft het Staatstheater Stuttgart een beroep gedaan op de controversiële Catalaanse regisseur Calixto Bieito, zodat vooraf al op een boel publiciteit gerekend kon worden. Zoals te verwachten viel, gaf Bieito een erg persoonlijke interpretatie van Wagner’s opera. Bij hem speelt het verhaal van Parsifal zich af in een postapocalyptische omgeving op een onbepaald moment in de toekomst. De mens is op zoek naar nieuwe spirituele waarden en leiderschap in een wereld die schijnbaar geen toekomst meer heeft. God wordt vanzelfsprekend in vraag gesteld, hoe kon Hij, als Hij echt zou bestaan, dergelijke verwoesting van het leven toestaan? Tegelijk hebben de overlevenden nood aan houvast. Zo wil Gurnemanz als ex-priester het instituut “kerk” in ere herstellen omdat hij daarin een gevestigde rol speelde. Titurel en de Graalridders zijn op zoek naar een spirituele leider die de overlevenden kan doen geloven in een toekomst. Uiteindelijk zal de “verlossing” niet enkel van Parsifal zelf komen, maar ook van Kundry die aan het einde van de opera zwanger is en eigenlijk op die manier het voortbestaan van de mens garandeert. We kunnen leven met dit regieconcept dat misschien niet helemaal overeenkomt met de intenties van de componist, maar toch een plausibele hedendaagse interpretatie geeft aan het verhaal.
Parsifal - Andrew Richards als Parsifal en Christiane Iven Als Kundry (Foto: Martin Sigmund)Helaas is er een probleem: Bieito slaagt er slechts af en toe in om zijn visie in begrijpelijke beeldtaal om te zetten. Zeker, er zijn een paar goede vondsten, zoals de zwangerschap van Kundry of de verdeling van “gralen” aan de graalridders op het einde van het eerste bedrijf om aan te tonen dat God eigenlijk in elke mens gevonden moet worden. Ook het toneelbeeld dat voornamelijk bestaat uit verkoolde bomen en de restanten van wat eens een autosnelwegbrug was, kon onze goedkeuring wegdragen. Jammer genoeg bestaat de enscenering van Bieito voor het grootste deel uit aparte taferelen die onderling weinig verband houden en vaak choquerend zijn. Wat dat betreft verdenken we de Catalaanse regisseur er van te kwader trouw te zijn: het lijkt er op dat het choqueren in zijn regie geen deel uitmaakt van een groter geheel, maar in tegendeel een doel op zich wordt. Zo wil Bieito in het eerste bedrijf tijdens de monoloog van Gurnemanz iets meer vertellen over diens persoonlijkheid en verleden. Een nobele gedachte, maar waar hij het vandaan haalt Gurnemanz te typeren als een kindermolesteerder is ons onduidelijk, evenals het feit dat Parsifal niet opkomt met een zwaan die hij geschoten heeft, maar met een door Gurnemanz mishandelde koorknaap. Of de bloemenmeisjes die gekleed zijn in een soort plastiek en hun lichaam beginnen te beschilderen met lipstick. Dat Titurel opgeofferd wordt aan de toekomst van de graalridders tot daar aan toe, maar dat hij poedelnaakt wartaal uitslaand over de scène loopt om daarna als in een soort snuff-movie afgemaakt te worden met de botte bijl zou ontsproten kunnen zijn uit een zieke geest. In die zin lijkt de hele enscenering van Bieito eerder op een afrekening met de eigen duivels van de regisseur zelf dan met een coherente interpretatie van een meesterwerk.
Dat “Parsifal” wel degelijk een meesterwerk is werd in Stuttgart nochtans uitbundig in de verf gezet door muziekdirecteur Manfred Honeck en het Staatsorchester Stuttgart. Met een perfect uitgebalanceerde en dramatische vertolking van hoog niveau en een orkest dat op alle lessenaars perfect bezet lijkt, toont Honeck aan dat de kracht van “Parsifal” nog steeds in de partituur ligt en dat deze muziek door geen enkele regie, hoe controversieel ook, van het voorplan verdreven kan worden.
Parsifal - Andrew Richards als Parsifal en Stephen Milling als Gurnemanz (Foto: Martin Sigmund)Alle respect ook voor de zangers die ondanks de hersenkronkels van de regisseur stuk voor stuk tot een prachtvertolking kwamen. In de eerste plaats denken we aan de Amerikaanse tenor Andrew Richards die met autoriteit en een perfecte beheersing van de Duitse taal zowel vocaal als toneelmatig een geloofwaardige “reine dwaas” neerzette. Ook Johann Tilli leek de rol van Gurnemanz op het lijf geschreven. Met zijn indrukwekkende gestalte die gepaard gaat met een even imponerende basstem weet hij de nodige autoriteit aan zijn personage te geven. De wat rauwe bariton van de Oostenrijker Claudio Otelli past perfect bij de slechterik Klingsor. Christiane Iven was iets minder overtuigend dan haar collega’s. Hoewel haar vocaal niets te verwijten viel in de moeilijke rol van Kundry, had ze het wat moeilijk om zich voor te doen als verleidster – al speelt ook daar het regieconcept mogelijk een rol. Verder niets dan lof voor de kleinere rollen die stuk voor stuk sterk bezet zijn. Uitmuntend was ook het koor en het extrakoor van het Staatstheater.
Samengevat een voorstelling die voor zijn muzikale kwaliteit een verplaatsing naar Stuttgart waard is, maar helaas te lijden heeft van een slecht uitgewerkt regieconcept.

Er is nog één voorstelling dit seizoen op 17 april 2010 en de productie wordt het volgende seizoen hernomen.

H.D. (Gepubliceerd op 13/4/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Andrew Richards als Parsifal.
2) Andrew Richards als Parsifal en Christiane Iven als Kundry.
3) Andrew Richards als Parsifal en Stephen Milling als Gurnemanz.
Copyright foto's © Martin Sigmund.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

“PNIMA…INS INNERE”

Staatsoper StuttgartKameropera van Chaya Czernowin, vrij gebaseerd op de roman “Stichwort: Liebe” van David Grossman. Gecreëerd op de Münchner Musiktheater-Biennale 2000. Première van deze productie in het Staatstheater Stuttgart op 9 juli 2010. Bijgewoonde voorstelling op 20 juli 2010.

Pnima...ins Innere - v.l.n.r.  Daniel Gloger, Yuko Kakuta, Andreas Fischer, Statisten (Foto © Martin Sigmund)De romans van David Grossman zijn ons wel bekend en we waren benieuwd wat de componiste Chaya Czernowin gemaakt had van de verklanking van de roman “Zie onder: liefde”. Om goed voorbereid te zijn, hadden we wat informatie gezocht op Internet. Samengevat gaat de inhoud - zowel van de roman als van de opera - over een Israëlische jongen die het dagelijkse leven deelt met zijn grootvader, een overlevende van de concentratiekampen. De grootvader leeft verder in deze gruwelijke wereld en de jongen probeert ondanks alle moeilijkheden contact te krijgen met deze getekende man.
Deze eerste opera van de componiste is autobiografisch. Haar ouders hadden de Holocaust overleefd. Het trauma van haar ouders was onbespreekbaar en had uiteraard zijn invloed op haarzelf. Ook David Grossman leefde in dezelfde moeilijke situatie.
Chaya Czernowin, geboren te Haïfa in 1957, kreeg de nodige opleiding en haar loopbaan als toondichter werd begeleid met talrijke studiebeurzen en prijzen. Zij was professor in San Diego en Wenen. Sinds 2009 is zijn professor te Harvard. Zij stelde zich verscheidene vragen bij de toonzetting van dit muziektheater. Kan de Holocaust gereflecteerd worden in muziek? Kan muziek dit onverstaanbare wel begrijpelijk maken. Moet muziek zulke indringende vragen uit het verleden beantwoorden of zich houden aan hedendaagse thema’s? In deze opera worden herinneringen en trauma’s getransformeerd. Vermits de gruwelen niet te verwoorden zijn, worden er geen woorden gebruikt maar alleen klanken. Enkel de orkestklanken zijn in staat te spreken.
Door dit allemaal te lezen, waren onze verwachtingen hoog gesteld. Maar de vertoning was amper enkele minuten bezig en we wisten al dat deze niet ingelost zouden worden. Wat we hoorden was een opeenvolging van geluiden, het woord “muziek” onwaardig.
De dirigent Johannes Kalitzke is wereldwijd bekend als interpreet van hedendaagse muziek. Nauwgezet liet hij het orkest de partituur uitvoeren. We zaten op de eerste rij en bijna mee in het orkest. Gedurende zeventig minuten konden wij een contrabassist in het oog houden. Het was onvoorstelbaar wat hij zijn instrument allemaal aandeed. Gelukkig was het op het einde niet doorgezaagd en stuk getimmerd.
Pnima...ins Innere - Noah Frenkel, Statistin (Foto © Martin Sigmund)De regisseur Yona Kim toonde met deze opera haar eerste arbeid in het operahuis te Stuttgart. Zij moet het niet moeilijk gehad hebben: een aantal overlevenden toonden hun fobieën en wisten door hun afwijkend gedrag zich te handhaven. De decors van Herbert Murauer waren een mix van realisme en surrealisme. En dan waren er nog de zangers, die maar klanken moesten produceren. We hoorden Yuko Kakuta als een hoge vrouwenstem en Noa Frenkel als een diepe vrouwenstem. Bij de mannen nam Daniel Gloger de hoge tessituur voor zijn rekening, zijn collega Andreas Fischer liet de diepe tonen horen. Honderd kinderen deden mee als figuranten. Natuurlijk ontbrak het nodige naakt niet.
Wij vinden deze opera een belediging voor al de overlevenden van de concentratiekampen die er ondanks hun gebroken psyche toch in geslaagd zijn een aangepast sociaal leven te leiden.
Uiteraard was er veel applaus, want de Duitsers zitten nog altijd opgescheept met een groot schuldgevoel. In hoeverre dit gevoel klopt met de werkelijkheid laten we in het midden.

P.T. (Gepubliceerd op 25/7/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Daniel Gloger, Yuko Kakuta, Andreas Fischer, Statisten.
2) Noah Frenkel, Statistin.
Copyright foto's © Martin Sigmund.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND