OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN WILDBAD

Festival Rossini in Wildbad

“IL SIGNOR BRUSCHINO”

Farsa giocosa per musica van Gioacchino Rossini op een libetto van Giuseppe Maria Foppa. Gecreëerd in het Teatro San Moisè te Venetië op 27 januari 1813. Première van deze productie in het Kurhaus te Wildbad op 10 juli 2009. Bijgewoonde voorstelling op 17 juli 2009.

Il Signor Bruschino - Ugo Guagliardo, Bruno Praticò, Filippo Adami en Wakako Ono (Foto: Annette Wandel)Over het ontstaan van “Il Signor Bruschino”, zoals ook voor de vroegere “farse”, is maar weinig bekend. Na het grandioze succes van “L’inganno felice” in het Teatro San Moisè, werd Rossini door de impresario Antonio Cera gecontracteerd voor het schrijven van drie éénakters. Wat in het begin van het jaar 1812 een meevaller was, bleek op het einde van ditzelfde jaar al een last te zijn. Na de bijval van “La Pietra del Paragone” in de Scala van Milaan op 26 september 1812, stond de operawereld voor Rossini open. Hij beschouwde zijn verplichtingen aan het kleine Teatro San Moisè nu meer als een last en de “farse” werden dan ook in allerijl gecomponeerd. Recordhouder werd “L’occasione fa il ladro” dat op amper 15 dagen op papier gezet werd! “Il Signor Bruschino” was de laatste van deze drie “farse” en kan ook als de rijpste beschouwd worden.
Inhoudelijk gaat deze “farsa” over twee jonge verliefde mensen die in de problemen zitten. Sofia is de dochter van de rijke Gaudenzio. Zij houdt van Florville, de zoon van een vroegere vijand van haar vader. Natuurlijk heeft Gaudenzio een andere keuze gedaan voor zijn dochter. Zij zal trouwen met Bruschino junior die een lichtzinnig leven leidt en tijdelijk vastgehouden wordt door Filiberto, een herbergier uit de omgeving aan wie hij een aanzienlijk bedrag schuldig is. Florville doet zich nu voor als Bruschino junior, maar dat leidt tot heel wat verwikkelingen als ook Bruschino senior komt opdagen en in Florville zijn zoon niet wil herkennen. Na heel wat intriges komt het natuurlijk tot een goed einde en kan Sofia met Florville trouwen.
Il Signor Bruschino - Bruno Praticò en Filippo Adami (Foto:Annette Wandel)
De opvoering in Wildbad liet er geen twijfel over bestaan dat het hier om een “farsa”ging. De vrolijke toon werd al meteen gezet toen dirigent Antonino Fogliani de zaal betrad in een badjas en met een open paraplu. Zowel de dirigent als de orkestleden van de Virtuosi Brunensis hadden tijdens de ouverture plastic badmutsen op. Dat paste bij het open decor dat de actie plaatste in de kuur- of ontspanningsoord: “Bagni Gioacchino”. De beroemde ouverture met het tikken van de strijkstokken werd trouwens met veel schwung gespeeld en liet het beste vermoeden voor het verdere verloop van de avond.
Filippo Adami was een sierlijke Florville en zijn strakke, goed geleide tenorstem kon ons bij zijn eerste aria beslist bekoren. Verder werden onze verwachtingen helaas niet helemaal ingelost. De sopraan Stefania Bonfadelli moet betere tijden gekend hebben dan wat wij hier van haar te horen kregen. Getuige haar mooie Violetta in de integrale opname op DVD van “
La Traviata” onder leiding van Placido Domingo, een opname uit Busseto in 2002. Haar Sofia was hier ronduit catastrofaal. Een opeenvolging van vuile inzetten en gemiste noten ontsierden haar vertolking. Was zij misschien in een slechte dag? Hoe dan ook, haar vinnig acteren en de mooie gestroomlijnde vormen waarvan zij ons in haar badpak liet genieten, konden geen compensatie bieden voor haar vocale tekortkomingen.
Er waren nog meer teleurstellingen. De bas Ugo Guagliardo ontplooide als Gaudenzio, de voogd van Sofia, een klankvolume om de zaal van de Metropolitan Opera in New York te vullen. Wij zouden de man liefst eens terughoren in een serieuze basrol, in een groot operahuis. Het moet dan wel een uitgesproken basrol zijn, want de stem wordt flinterdun en blikkerig in de hoge regionen. Hij miste hier ook de “feeling” voor de rol en hoort gewoonweg niet thuis in een komisch werk.
Il Signor Bruschino - Ugo Guagliardo, Filippo Adami en Stefania Bonfadelli (Foto: Annette Wandel)
Op dat punt was Bruno Pratico natuurlijk veel beter. Hij is een rasacteur, een geboren komiek met de juiste ronde figuur die zich bij Rossini thuis voelt als een vis in het water. Als vader Bruschino domineerde hij moeiteloos de rest van de bezetting. Vocaal zat het ook allemaal niet zo comfortabel, maar als oude rot wist hij dat meesterlijk te verdoezelen.
De bezetting werd er verdienstelijk aangevuld door de lichte mezzosopraan
 Wakako Ono als de meid Marianna, de tenor Pablo Cameselle als Bruschino junior, de tenor Stefan Cifolelli als een politiecommissaris en de bariton Armando Ariostini als de waard Filiberto.
Regisseur Jochen Schönleber verplaatste de actie naar onze tijd, maar dat verdraagt een dergelijk komisch werk wel. Hij liet de zangers ook bijzonder vinnig acteren en zorgde voor hilarische momenten.
Ondanks de vocale tekortkomingen, was dit een bijzonder ontspannende avond. De zaal was trouwens bij het slot zeer opgetogen en applaudisseerde als gek toen Bruno Pratico ook nog kwam groeten met een klein hondje in zijn arm en de dirigent, fier als een gieter, zijn zoontje aan het publiek presenteerde.
 

Wij woonden de laatste van drie voorstellingen bij. 

G.M. (Gepubliceerd op 26 juli 2009)

Foto's van boven naar onder: 1) Ugo Guagliardo, Bruno Praticò, Filippo Adami en Wakako Ono. 2) Bruno Praticò en Filippo Adami. 3) Ugo Guagliardo, Filippo Adami en Stefania Bonfadelli.
Copyright foto'
s © Annette Wandel.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Festival Rossini in Wildbad

LA SPOSA DI MESSINA”

Drama tragico van Nicola Vaccaj op een libretto van Jacopo Cabianca naar Schiller’s drama “Die Braut von Messina”. Gecreëerd in het Teatro La Fenice te Venetië op 2 maart 1839. Bijgewoonde concertante uitvoering in het Kurhaus te Wildbad op 18 juli 2009.

Jessica PrattFriedrich Schiller schreef deze tragedie om aan te tonen dat het noodlot niet te ontlopen is. De prins van Messina wil zijn derde kind, Beatrice, laten vermoorden omdat hij bij haar geboorte had gedroomd dat zij de oorzaak zou zijn van de ondergang van zijn twee zonen Emanuele en Cesare. Zijn vrouw Isabella kan haar dochter redden en laat haar naar een verlaten gebied brengen. Daar groeit ze op zonder haar ware afkomst te kennen. Jaren later, door puur toeval, leren de beide broers haar kennen. Zij worden beiden op haar verliefd. Hun lang durende rivaliteit en jaloezie cumuleert in de moord op Emanuele door Cesare. Als deze ontdekt dat ze beiden op hun zuster verliefd waren en dat hij ook nog zijn broer vermoordde, pleegt hij zelfmoord. Isabella blijft alleen achter en beklaagt en vervloekt het noodlot dat haar familie vernietigde en haar beide zonen doodde.
De Italiaanse componist Nicola Vaccaj was voor ons volkomen onbekend, maar zijn muzikale stijl klonk zeer vertrouwd. De bijzonder melodieuze aria’s en ensembles die wij hier te horen kregen hadden even goed uit de pen van de jonge Verdi of Donizetti kunnen gevloeid zijn.
De bezetting werd gedomineerd door Jessica Pratt, een sopraan met een fenomenale stemtechniek die wij hier vorig jaar als Desdemona in “Otello” van Rossini hoorden. Ze schenkt geraffineerd aandacht aan nuances, voorziet de muziek met een grote rijkdom aan kleuren en ze is een meester in het doseren van haar ongekende vocale mogelijkheden. Vooraf werd aangekondigd dat zij door een verkoudheid niet over haar volledige vocale middelen beschikte, maar daar was –afgezien van het bestendig naar een flesje water grijpen- niet veel van te merken.
Zij werd waardig van repliek gediend door Filippo Adami die wij de dag ervoor als Florville in “Il Signor Bruschino” konden waarderen. Als Don Emanuele was hij zeer overtuigend en hij hanteerde zijn mooie, lichte tenorstem met veel passie. Jammer dat Armando Ariostini als zijn broer Don Cesare niet hetzelfde niveau haalde. Het is een bariton met een mooi bronzen timbre, maar zijn beste jaren zijn blijkbaar voorbij. De stem mist steun, heeft absoluut geen legato meer en de noten werden er gehakt uitgestoten, al moeten wij toegeven dat hij dat trefzeker deed. Een échte heldenbariton was hier welkom geweest.
Wakako Ono was een verdienstelijke Beatrice. Haar lichte mezzosopraanstem miste echter wat glans en vooral resonantie. Verrassend goed was de bas Maurizio Lo Piccolo in het kleine rolletje van de dienaar Diego.
Het Classica Kammerchor Brno telde amper tien vrouwelijke en elf mannelijke stemmen die ondanks dit geringe aantal niet tot een degelijke samenzang kwamen. Een groter koorensemble zou uiteraard beter geklonken hebben, maar wij zijn er ons van bewust dat er voor hen geen plaats zou zijn op de kleine scène van het Kurhaus.
Dirigent Antonino Fogliani dirigeerde met veel gloed en enthousiasme. Zijn inzet was maximaal en het orkest volgde hem probleemloos. Opvallend was ook hoe magistraal hij de zangers ondersteunde.
Het was een énige uitvoering die gelukkig op CD zal vastgelegd worden. Jammer toch, dat deze wederontdekking niet scenisch en in coproductie met enkele andere theaters kon gerealiseerd worden.
Uiteraard werd aan het slot eindeloos geapplaudisseerd, vooral voor Jessica Prat. In het programmaboekje lazen wij dat Christian Thielemann haar engageerde om Kundry te zingen in een productie van “Parsifal” in de Wiener Staatsoper. Wij stellen ons oprecht de vraag of dit wel een wijze beslissing is.

G.M. (Gepubliceerd op 26/7/2009)

Foto: Jessica Pratt.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND

Festival Rossini in Wildbad

"LA GAZZA LADRA"

Melodramma van Gioacchino Rossini op een libretto van Giovanni Gherardini. Gecreëerd in het Teatro alla Scala te Milaan op 31 mei 1817. Première van deze productie in het Kurhaus te Wildbad op 4 juli 2009. Bijgewoonde voorstelling op 19 juli 2009.

La gazza ladra - Sandra Pastrana (Ninetta) (Foto: Annettne Wandel)"La gazza ladra” behoort tot de bekendste opera’s van Rossini alleen al door de ouverture. De opera zelf wordt niet zoveel meer gespeeld, maar in de 19e eeuw was dit anders. Deze partituur behoorde tot de meest uitgevoerde werken van Rossini.
Het libretto van Giovanni Gherardini is gebaseerd op het Franse toneelstuk “La pie voleuse” van Jean-Marie Théodore-Baudouin d’Aubigny en Louis-Charles Caignez dat in april
1815 in Parijs werd opgevoerd. Rossini werkte erg lang aan deze opera, namelijk drie maanden en hij nam bijna geen muziek over uit oudere werken. De eerste opvoering in de Scala van Milaan werd op een triomfantelijke manier onthaald en dat had Rossini zelden meegemaakt. De opera werd een hit overal ter wereld.
Deze opera semiseria vertelt de geschiedenis van een meid die, onder beschuldiging van diefstal van een zilveren lepel, ter dood veroordeeld wordt. Kort voor het uitvoeren van het vonnis komt iedereen tot de ontdekking dat de ware dievegge een stelende ekster is.
De muzikale leiding van deze avond was in handen van Ryuichiro Sonoda. Hij sluisde de protagonisten, het koor en het orkest vlot door deze uitgebreide partituur. Hij ondersteunde vol inzet de solisten en dat was onontbeerlijk. De sopraan Sandra Pastrana liet na een korte opwarmingsperiode een indringende en ontroerende vertolking horen van de dienstmaagd Ninetta. De rijke pachtboer Fabrizio werd vlot vertolkt door de bariton Giulio Mastrototaro. Zijn echtgenote Lucia was in handen van de mezzosopraan Elsa Giannoulidou. Zij liet een aangenaam stemgeluid horen maar leek wat soepelheid te missen. Hun zoon Giannetto, tot over zijn oren verliefd op Ninetta ondanks het grote klassenverschil, werd gezongen door de Antwerpse tenor Stefan Cifolelli. We hoorden geen groot en vrij stemgeluid. Ondanks een vlotte vertolking was het geen verademing hem te horen zingen. Alles klonk toch zo genepen, zeker in de hoge tessituur.
La gazza ladra - Luisa Islam-Ali-Zade, Elsa Giannoulidou (Lucia), Giulio Mastrototaro (Fabrizio) (Foto: Annette Wandel)De burgemeester en valsaard van dienst was genietbaar door de zalvende stem van de basbariton Maurizio Lo Piccolo. Zijn familienaam is in grote contradictie met het stemgeluid dat hij weet te produceren. Hij geeft de indruk moeiteloos deze partituur onder de knie te hebben. Zijn tegenstander, de vader van Ninetta, was toevertrouwd aan de bas Ugo Guagliardo. Zoals al beschreven in “Il Signor Bruschino” kan hij zijn stem niet doseren. Opmerkelijk was ook de vertolking van Pippo, gezongen door de mezzosopraan Luisa Islam-Ali-Zade. Zij is niet alleen begenadigd met een warme stem, zij bezit technisch ook de nodige soepelheid. De rest van de cast klonk genietbaar in hun kleine interventies.
De flop van de avond was de regie. Anke Rauthman had, zoals verwacht, een reeks absurde invallen. Hoe kun je anders tegenwoordig nog het etiket van regisseur krijgen? Tijdens de ouverture vond zij het nodig om ons te trakteren op filmflitsen uit oorlogdocumentaires. Het idee om op deze muziek agressie en de verkrachting van een meisje te tonen is alleszins niet nieuw. Stanley Kubrick liet al in de film “A clockworld orange” een vrouw verkrachten en haar man ver doodtrappen op de ritmische klanken van deze ouverture. Rossini heeft nooit kunnen denken dat zijn muziek ooit nog gebruikt zou worden voor zulke aberraties.
Het zilverwerk van de pachtboerin hing aan een lange ruwe balk. De ekster werd uitgebeeld door een boezemrijke ballerina die ook nog lawaai maakte en danste met een boer. En zo kunnen we nog heel wat andere belachelijke regieaanwijzingen opsommen.
La gazza ladra - Giulio Mastrototaro (Fabrizio), Maurizio Lo Piccolo (Podestà) en Kornelia Gocalek (gazza) (Foto: Annette Wandel)Daarbij kwamen nog het onesthetische decor van Anton Lukas en de lelijke kostuums van Claudia Möbius. Zij gaf de indruk gesnuffeld te hebben tussen de stock kostuums van de voorbije speeljaren. Het was een bont samenraapsel uit allerlei tijdperken: uniformen uit de tijd van doges in Venetië voor de rechters, kledij van de Italiaanse maffia voor de burgemeester en zijn secretaris, een beulskap uit de tijd van de inquisitie. Wanneer worden de inspanningen van de zangers en de dirigent nu eens terug het belangrijkste?
Het publiek was heel enthousiast over de rigoureus integrale opvoering van deze opera.

Wij woonden de laatste van drie voorstellingen bij.

P.T. (Gepubliceerd op 26/7/2009)

Foto's van boven naar onder: 1) Sandra Pastrana (Ninetta) 2) Luisa Islam-Ali-Zade, Elsa Giannoulidou (Lucia) en Giulio Mastrototaro (Fabrizio) 3) Giulio Mastrototaro (Fabrizio), Maurizio Lo Piccolo (Podestà) en Kornelia Gocalek (gazza). Copyright foto's © Annette Wandel.

TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND