OPERA GAZET
![]()

Farsa giocosa per musica van Gioacchino Rossini op een libetto van Giuseppe Maria Foppa. Gecreëerd in het Teatro San Moisè te Venetië op 27 januari 1813. Première van deze productie in het Kurhaus te Wildbad op 10 juli 2009. Bijgewoonde voorstelling op 17 juli 2009.
Over het ontstaan van “Il
Signor Bruschino”, zoals ook voor de vroegere “farse”, is maar weinig bekend. Na
het grandioze succes van “L’inganno felice” in het Teatro San Moisè, werd
Rossini door de impresario Antonio Cera gecontracteerd voor het schrijven van
drie éénakters. Wat in het begin van het jaar 1812 een meevaller was, bleek op
het einde van ditzelfde jaar al een last te zijn. Na de bijval van “
Inhoudelijk gaat deze “farsa” over twee jonge verliefde mensen die in de
problemen zitten. Sofia is de dochter van de rijke Gaudenzio. Zij houdt van
Florville, de zoon van een vroegere vijand van haar vader. Natuurlijk heeft
Gaudenzio een andere keuze gedaan voor zijn dochter. Zij zal trouwen met
Bruschino junior die een lichtzinnig leven leidt en tijdelijk vastgehouden wordt
door Filiberto, een herbergier uit de omgeving aan wie hij een aanzienlijk
bedrag schuldig is. Florville doet zich nu voor als Bruschino junior, maar dat
leidt tot heel wat verwikkelingen als ook Bruschino senior komt opdagen en in
Florville zijn zoon niet wil herkennen. Na heel wat intriges komt het natuurlijk
tot een goed einde en kan Sofia met Florville trouwen.
De opvoering in Wildbad liet er geen twijfel over bestaan dat het hier om een
“farsa”ging. De vrolijke toon werd al meteen gezet toen dirigent Antonino
Fogliani de zaal betrad in een badjas en met een open paraplu. Zowel de dirigent
als de orkestleden van de Virtuosi Brunensis hadden tijdens de ouverture plastic
badmutsen op. Dat paste bij het open decor dat de actie plaatste in de kuur- of
ontspanningsoord: “Bagni Gioacchino”. De beroemde ouverture met het tikken van
de strijkstokken werd trouwens met veel schwung gespeeld en liet het beste
vermoeden voor het verdere verloop van de avond.
Filippo Adami was een sierlijke Florville en zijn strakke, goed geleide
tenorstem kon ons bij zijn eerste aria beslist bekoren. Verder werden onze
verwachtingen helaas niet helemaal ingelost. De sopraan Stefania Bonfadelli moet
betere tijden gekend hebben dan wat wij hier van haar te horen kregen. Getuige
haar mooie Violetta in de integrale opname op DVD van “
Er waren nog meer teleurstellingen. De bas Ugo Guagliardo ontplooide als
Gaudenzio, de voogd van Sofia, een klankvolume om de zaal van de Metropolitan
Opera in New York te vullen. Wij zouden de man liefst eens terughoren in een
serieuze basrol, in een groot operahuis. Het moet dan wel een uitgesproken
basrol zijn, want de stem wordt flinterdun en blikkerig in de hoge regionen. Hij
miste hier ook de “feeling” voor de rol en hoort gewoonweg niet thuis in een
komisch werk.
Op dat punt was Bruno Pratico natuurlijk veel beter. Hij is een rasacteur, een
geboren komiek met de juiste ronde figuur die zich bij Rossini thuis voelt als
een vis in het water. Als vader Bruschino domineerde hij moeiteloos de rest van
de bezetting. Vocaal zat het ook allemaal niet zo comfortabel, maar als oude rot
wist hij dat meesterlijk te verdoezelen.
De bezetting werd er verdienstelijk aangevuld door de lichte mezzosopraan Wakako Ono als de meid Marianna, de tenor Pablo
Cameselle als Bruschino junior, de tenor Stefan Cifolelli als een
politiecommissaris en de bariton Armando Ariostini als de waard Filiberto.
Regisseur Jochen Schönleber verplaatste de actie naar onze tijd, maar dat
verdraagt een dergelijk komisch werk wel. Hij liet de zangers ook bijzonder
vinnig acteren en zorgde voor hilarische momenten.
Ondanks de vocale tekortkomingen, was dit een bijzonder ontspannende avond. De
zaal was trouwens bij het slot zeer opgetogen en applaudisseerde als gek toen
Bruno Pratico ook nog kwam groeten met een klein hondje in zijn arm en de
dirigent, fier als een gieter, zijn zoontje aan het publiek presenteerde.
Wij woonden de laatste van drie voorstellingen bij.
G.M. (Gepubliceerd op 26 juli 2009)
Foto's van boven naar onder:
1) Ugo Guagliardo, Bruno Praticò, Filippo Adami en Wakako Ono.
2) Bruno Praticò en Filippo Adami.
3)
Ugo Guagliardo, Filippo Adami en Stefania Bonfadelli.
Copyright foto's © Annette
Wandel.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()

Drama tragico van
Nicola Vaccaj op een libretto van
Jacopo Cabianca naar Schiller’s drama “Die Braut von Messina”. Gecreëerd in het
Teatro
Friedrich Schiller schreef deze tragedie om aan te
tonen dat het noodlot niet te ontlopen is. De prins van Messina wil zijn derde
kind, Beatrice, laten vermoorden omdat hij bij haar geboorte had gedroomd dat
zij de oorzaak zou zijn van de ondergang van zijn twee zonen Emanuele en Cesare.
Zijn vrouw Isabella kan haar dochter redden en laat haar naar een verlaten
gebied brengen. Daar groeit ze op zonder haar ware afkomst te kennen. Jaren
later, door puur toeval, leren de beide broers haar kennen. Zij worden beiden op
haar verliefd. Hun lang durende rivaliteit en jaloezie cumuleert in de moord op
Emanuele door Cesare. Als deze ontdekt dat ze beiden op hun zuster verliefd
waren en dat hij ook nog zijn broer vermoordde, pleegt hij zelfmoord. Isabella
blijft alleen achter en beklaagt en vervloekt het noodlot dat haar familie
vernietigde en haar beide zonen doodde.
De Italiaanse componist Nicola Vaccaj was voor ons volkomen onbekend, maar zijn
muzikale stijl klonk zeer vertrouwd. De bijzonder melodieuze aria’s en ensembles
die wij hier te horen kregen hadden even goed uit de pen van de jonge Verdi of
Donizetti kunnen gevloeid zijn.
De bezetting werd gedomineerd door Jessica Pratt, een sopraan met een fenomenale
stemtechniek die wij hier vorig jaar als Desdemona in “Otello” van Rossini
hoorden. Ze schenkt geraffineerd aandacht aan nuances, voorziet de muziek met
een grote rijkdom aan kleuren en ze is een meester in het doseren van haar
ongekende vocale mogelijkheden. Vooraf werd aangekondigd dat zij door een
verkoudheid niet over haar volledige vocale middelen beschikte, maar daar was
–afgezien van het bestendig naar een flesje water grijpen- niet veel van te
merken.
Zij werd waardig van repliek gediend door Filippo Adami die wij de dag ervoor
als Florville in “Il Signor Bruschino” konden waarderen. Als Don Emanuele was
hij zeer overtuigend en hij hanteerde zijn mooie, lichte tenorstem met veel
passie. Jammer dat Armando Ariostini als zijn broer Don Cesare niet hetzelfde
niveau haalde. Het is een bariton met een mooi bronzen timbre, maar zijn beste
jaren zijn blijkbaar voorbij. De stem mist steun, heeft absoluut geen legato
meer en de noten werden er gehakt uitgestoten, al moeten wij toegeven dat hij
dat trefzeker deed. Een échte heldenbariton was hier welkom geweest.
Wakako Ono was een verdienstelijke Beatrice. Haar lichte mezzosopraanstem miste
echter wat glans en vooral resonantie. Verrassend goed was de bas Maurizio Lo
Piccolo in het kleine rolletje van de dienaar Diego.
Het Classica Kammerchor Brno telde amper tien vrouwelijke en elf mannelijke
stemmen die ondanks dit geringe aantal niet tot een degelijke samenzang kwamen.
Een groter koorensemble zou uiteraard beter geklonken hebben, maar wij zijn er
ons van bewust dat er voor hen geen plaats zou zijn op de kleine scène van het
Kurhaus.
Dirigent Antonino Fogliani dirigeerde met veel gloed en enthousiasme. Zijn inzet
was maximaal en het orkest volgde hem probleemloos. Opvallend was ook hoe
magistraal hij de zangers ondersteunde.
Het was een énige uitvoering die gelukkig op CD zal vastgelegd worden. Jammer
toch, dat deze wederontdekking niet scenisch en in coproductie met enkele andere
theaters kon gerealiseerd worden.
Uiteraard werd aan het slot eindeloos geapplaudisseerd, vooral voor Jessica
Prat. In het programmaboekje lazen wij dat Christian Thielemann haar engageerde
om Kundry te zingen in een productie van “Parsifal” in de Wiener Staatsoper. Wij
stellen ons oprecht de vraag of dit wel een wijze beslissing is.
G.M. (Gepubliceerd op 26/7/2009)
Foto: Jessica Pratt.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()

Melodramma van Gioacchino Rossini op een libretto van Giovanni Gherardini. Gecreëerd in het Teatro alla Scala te Milaan op 31 mei 1817. Première van deze productie in het Kurhaus te Wildbad op 4 juli 2009. Bijgewoonde voorstelling op 19 juli 2009.
"La
gazza ladra” behoort tot de bekendste opera’s van Rossini alleen al door de
ouverture. De opera zelf wordt niet zoveel meer gespeeld, maar in de 19e eeuw
was dit anders. Deze partituur behoorde tot de meest uitgevoerde werken van
Rossini.
Het libretto van Giovanni Gherardini is gebaseerd op het Franse toneelstuk “La
pie voleuse” van Jean-Marie Théodore-Baudouin d’Aubigny en Louis-Charles Caignez
dat in april
Deze opera semiseria vertelt de geschiedenis van een meid die, onder
beschuldiging van diefstal van een zilveren lepel, ter dood veroordeeld wordt.
Kort voor het uitvoeren van het vonnis komt iedereen tot de ontdekking dat de
ware dievegge een stelende ekster is.
De muzikale leiding van deze avond was in handen van Ryuichiro Sonoda. Hij
sluisde de protagonisten, het koor en het orkest vlot door deze uitgebreide
partituur. Hij ondersteunde vol inzet de solisten en dat was onontbeerlijk. De
sopraan Sandra Pastrana liet na een korte opwarmingsperiode een indringende en
ontroerende vertolking horen van de dienstmaagd Ninetta. De rijke pachtboer
Fabrizio werd vlot vertolkt door de bariton Giulio Mastrototaro. Zijn echtgenote
Lucia was in handen van de mezzosopraan Elsa Giannoulidou. Zij liet een
aangenaam stemgeluid horen maar leek wat soepelheid te missen. Hun zoon
Giannetto, tot over zijn oren verliefd op Ninetta ondanks het grote
klassenverschil, werd gezongen door de Antwerpse tenor Stefan Cifolelli. We
hoorden geen groot en vrij stemgeluid. Ondanks een vlotte vertolking was het
geen verademing hem te horen zingen. Alles klonk toch zo genepen, zeker in de
hoge tessituur.
De
burgemeester en valsaard van dienst was genietbaar door de zalvende stem van de
basbariton Maurizio Lo Piccolo. Zijn familienaam is in grote contradictie met
het stemgeluid dat hij weet te produceren. Hij geeft de indruk moeiteloos deze
partituur onder de knie te hebben. Zijn tegenstander, de vader van Ninetta, was
toevertrouwd aan de bas Ugo Guagliardo. Zoals al beschreven in “Il Signor
Bruschino” kan hij zijn stem niet doseren. Opmerkelijk was ook de vertolking van
Pippo, gezongen door de mezzosopraan Luisa Islam-Ali-Zade. Zij is niet alleen
begenadigd met een warme stem, zij bezit technisch ook de nodige soepelheid. De
rest van de cast klonk genietbaar in hun kleine interventies.
De flop van de avond was de regie. Anke Rauthman had, zoals verwacht, een reeks
absurde invallen. Hoe kun je anders tegenwoordig nog het etiket van regisseur
krijgen? Tijdens de ouverture vond zij het nodig om ons te trakteren op
filmflitsen uit oorlogdocumentaires. Het idee om op deze muziek agressie en de
verkrachting van een meisje te tonen is alleszins niet nieuw. Stanley Kubrick
liet al in de film “A clockworld orange” een vrouw verkrachten en haar man ver
doodtrappen op de ritmische klanken van deze ouverture. Rossini heeft nooit
kunnen denken dat zijn muziek ooit nog gebruikt zou worden voor zulke
aberraties.
Het zilverwerk van de pachtboerin hing aan een lange ruwe balk. De ekster werd
uitgebeeld door een boezemrijke ballerina die ook nog lawaai maakte en danste
met een boer. En zo kunnen we nog heel wat andere belachelijke regieaanwijzingen
opsommen.
Daarbij
kwamen nog het onesthetische decor van Anton Lukas en de lelijke kostuums van
Claudia Möbius. Zij gaf de indruk gesnuffeld te hebben tussen de stock kostuums
van de voorbije speeljaren. Het was een bont samenraapsel uit allerlei
tijdperken: uniformen uit de tijd van doges in Venetië voor de rechters, kledij
van de Italiaanse maffia voor de burgemeester en zijn secretaris, een beulskap
uit de tijd van de inquisitie. Wanneer worden de inspanningen van de zangers en
de dirigent nu eens terug het belangrijkste?
Het publiek was heel enthousiast over de rigoureus integrale opvoering van deze
opera.
Wij woonden de laatste van drie voorstellingen bij.
P.T. (Gepubliceerd op 26/7/2009)
Foto's van boven naar onder: 1) Sandra Pastrana (Ninetta) 2) Luisa Islam-Ali-Zade, Elsa Giannoulidou (Lucia) en Giulio Mastrototaro (Fabrizio) 3) Giulio Mastrototaro (Fabrizio), Maurizio Lo Piccolo (Podestà) en Kornelia Gocalek (gazza). Copyright foto's © Annette Wandel.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()