OPERA GAZET
![]()
Opera van Gioacchino Rossini (muziek) en Jacopo Ferretti (libretto). Wereldpremière op 25 januari 1817 in het Teatro Valle te Rome. Première van deze productie in de Trinkhalle te Wildbad op 15 juli 2010. Bijgewoonde voorstelling op 22 juli 2010.
Volgens
de folder van “Rossini in Wildbad 2010” kregen we tijdens dit festival drie
opera’s uit de verschillende creatieperiodes van Rossini te horen. Verder
zouden we verwend worden met een nieuwe operazaal. De gerenoveerde
Trinkhalle zou meer comfort bieden aan de bezoekers en de foyer zou
uitgebreider zijn. De waarheid gebiedt ons te zeggen dat de zaal inderdaad
groter was, waardoor er nog meer operabezoekers in geperst konden worden.
Comfort kwam echter niet aan bod. Airco was er nog steeds niet en zoals bij
de vorige festivals betekende dat: “zweten en oncomfortabel zitten”.
Ten tijde van Rossini was het huwelijk tussen een dienstmeisje en een
kroonprins een sprookje. In onze tijd gebeurt het geregeld dat een
burgermeisje een adellijke persoon aan de haak slaagt. Er zijn geen
sprookjes meer.
Regisseur Jochen Schönleber situeert het gebeuren van "La
Cenerenola" in het
heden en het nu. Er zijn drie zusters met drie verschillende karakters.
Clorinda is enkel geïnteresseerd in de modeboekjes, Tisbe heeft alleen
aandacht voor haar fitness programma en Angelina heeft enkel interesse voor
boeken en droomt van de ware liefde. In een corrupt gezelschap dat alleen
aan macht, geld, eten en zuipen denkt, zoekt prins Ramiro ook de ware
liefde. Uiteraard wint Angelina het hart van de kroonprins. Zij neemt haar
man mee en samen laten ze het hofleven achter zich. Deze opvatting is
werkelijk een sprookje.
De dirigent Antonino Fogliani leidde met veel passie en dynamiek het
Orchester Virtuosi Brunensis. Wat ons opviel was de zuiverheid en de
virtuositeit van de blazerssectie. Fogliani is een echte operadirigent die
zich volledig inzet voor alle medewerkers: koor, orkest en solisten. Voor de
continuo en de begeleiding van de recitatieven was een Pleyel piano
voorzien. Dit instrument, zo geliefd door Chopin, werd nog nooit gebruikt
tijdens een live operavoorstelling. Angelo Michele Errico leefde zich
volledig uit tijdens zijn interventies.
De
prins werd gezongen door de tenor Edgar Ernesto Ramirez. Volgens het
programmaboekje is hij een revelatie in de operawereld. Voor ons is hij geen
optimale Rossini tenor, zijn coloraturen zijn niet echt soepel en zijn hoge
noten waren alleen maar krachtpatserij. Zijn tegenspeelster Angelina werd
vertolkt door de mezzosopraan Serena Malfi. Zij heeft een heerlijk warm
timbre en haar voordracht was één en al soepelheid. Ook de diepe noten waren
genietbaar, maar zij heeft helaas een schrille hoogte. Dandini, de knecht
van de prins, werd gezongen door Bernhard Hansky. Deze bariton heeft heel
wat stemtechnische vaardigheden en ook als acteur is hij niet te
onderschatten. De zusters van Angelina werden vertolkt door Isabel Rodriguez
Garcia en Svetlana Smolentseva. Als sopraan en als mezzosopraan waren zij
erg genietbaar, zeker in de ensembles. Alidoro, de leraar van de prins, werd
stijlvol gezongen door de bas Ugo Rabec. Deze zanger heeft geen groot
klankdebiet, maar hij gebruikte zijn beperkte mogelijkheden op een slimme
manier. En dan is er nog de buffobas Bruno Pratico. Als hij erbij is, zorgt
hij ervoor de ster van de avond te zijn. In de rol van Don Magnifico, de
vader van de drie meisjes, schitterde hij weergaloos. Zijn vocale voordracht
is nochtans meer roepen dan zingen, maar acteren doet hij probleemloos. Zijn
optreden is zeer stereotiep en in de werken van Rossini voelt hij zich
honderd procent thuis.
Er was een boventiteling in het Italiaans en het Duits waardoor de actie
zeer goed te volgen was.
Deze
voorstelling was een onderhoudend tussendoortje, licht en luchtig. Het
hoeven niet altijd drama’s te zijn. De toeschouwers, een typisch kritiekloos
festivalpubliek, gingen bij het slot ongeremd uit de bol, waarbij alle
medewerkers eindeloos toegejuicht werden.
Er is nog één voorstelkling op 25 juli 2010.
P.T. (Gepubliceerd op 25/10/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Bruno Pratico als Don Magnifico, Serena Malfi als Angelina, Isabel Rodriguez
Garcia als Clorinda en Svetlana Smolentseva als Tisbe.
2) Vooraan: Edgar Ernesto Ramirez als Don Ramiro, Serena Malfi als Angelina en
Bernhard Hansky als Dandini. Achteraan: Isabel Rodriguez Garcia als Clorinda en
Svetlana Smolentseva als Tisbe.
3) Edgar Ernesto Ramirez als Don
Ramiro en Serena Malfi als Angelina.
Copyright foto's
©
Volker Winkler
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera van Gioacchino Rossini op een Frans libretto van Luigi Balocchi en Alexandre Soumet. Gecreëerd in het Théâtre de l’Academie Royale de Musique in Parijs op 9 oktober 1826. Première van deze productie in de Trinkhalle te Wildbad op 18 juli 2010. Bijgewoonde concertante uitvoering op 23 juli 2010.
“Le
siège de Corinthe” is in feite niet veel meer dan een Franse versie van
“Maometto II”. Toen Rossini in 1824 door een enorm honorarium naar Parijs
gelokt werd om het operaleven daar nieuw leven in te blazen, had hij niet
meteen de tijd (of de inspiratie?) om een nieuwe opera te schrijven. Hij
gebruikte dan maar de bestaande partituur van “Maometto Secondo” uit 1820,
voegde er het voor Parijs verplichte ballet bij, gaf de personages nieuwe
namen en het werk kon als “Le siège de Corinthe” in 1826 van start gaan.
Het Rossini Festival in Wildbad voerde in 2002 de opera “Maometto II” op.
Het waren bijzonder succesvolle opvoeringen die ons kennis lieten maken met
een fenomenale jonge bas in de titelrol: Denis Sedov. Het was dus geen
slecht idee om nu als tegenpool de Franse versie te brengen. Minder
aanlokkelijk was het feit dat wij ons thans tevreden moesten stellen met een
concertante uitvoering. Wij weten natuurlijk niet hoe de organisatie van het
festival in elkaar zit en wat er gebeurt met de decors en de kostuums van
voorbije producties. Logisch gezien konden alle scenische attributen van
“Maometto II” hier terug gebruikt worden. Dat zou veel aantrekkelijker
geweest zijn dan een steriele concertante uitvoering.
De laatste jaren worden concertante optredens wat levendiger gemaakt door de
partituren achterwege te laten en de personages te laten acteren. Wij denken
vooral aan uitvoeringen onder leiding van René Jacobs en William Christie,
die ons op dit gebied bijzonder verwend hebben. Maar ook dat was hier niet
het geval. De opstelling en het op- en aftreden van de zangers was vaak
onhandig. Het koor stond er onwennig bij. Iedereen zat met zijn neus in de
partituur en van inleving in de actie was nauwelijks sprake. Er had ook
kunnen geopteerd worden voor een semiscenische opvoering. Dat hoeft toch
niet meteen veel te kosten. Projecties op de achtergrond en enkele
attributen op de scène kunnen wonderen doen . Als de solisten zich nog de
moeite getroost hadden om hun partij van buiten te leren, dan was dit een
veel aangenamere voorstelling geweest.
Bij de solisten wist vooral Majella Cullagh als Pamyra ons te bekoren. Het
is een sopraan met een bijzonder mooi timbre, een vrije, open stem die in
alle registers even mooi klinkt. Iets meer bravoure in de topnoten was nog
welkom geweest. Als Mahomet II hoorden wij de Italiaanse bas Lorenzo
Regazzo. Hij kwam op met bijzonder veel allures, op en top de zegevierende
krijger die voortaan de wetten stelt. Vocaal imponeerde hij minder. De stem
had wel de nodige donkere resonantie, maar miste het overweldigende gezag
dat in 2002 Denis Sedov uitstraalde.
Rossini zonder tenors zou geen Rossini zijn. Wij kregen er hier drie te
horen. In de eerste plaats was er Michael Spyres die te Wildbad in 2008 een
bijzonder verdienstelijke Otello zong. Nu was hij de Griekse officier
Néoclès, een rol die bij de creatie gezongen werd door Adolphe Nourrit. Hij
kon zich pas écht duidelijk profileren in de derde akte, in een aria waar
niet alleen de astronomisch hoge noten, maar ook zijn mooi baritonaal legato
tot uiting kwamen. Marc Sala als Cléomène en Gustavo Quaresma Ramos als
Adraste hadden het in hun kleinere partijen, veel gemakkelijker.
De bariton Matthieu Lécroart was de enige Fransman in de bezetting en meteen
ook de enige die niet te kampen had met de moeilijke uitspraak van de Franse
taal. Met beperkte vocale mogelijkheden bracht hij een bijzonder stijlvolle
Hiéros. De bezetting werd vervolledigd met een verdienstelijke Marco Filippo
Romano in de rol van Omar en de mezzospraan Silvia Beltrami die haar beste
beentje voorzette als Ismène.
Het Orchester Virtuosi Brunensis stond onder de leiding van de Franse
dirigent Jean-Luc Tingaud. Het orkestspel muntte weer uit door precisie en
helderheid, met veel virtuositeit bij de lichte blazers. Maar ook het
heroïsche ontbrak niet, zeker bij het slagwerk dat soms wat overdonderend
klonk.
Er was een Franse en een Duitse boventiteling, die bij deze concertante
uitvoering absoluut nodig was om de actie te kunnen volgen.
Al bij al een verdienstelijke uitvoering die door de SWR opgenomen werd. Echt boeiend was de avond echter niet, daarvoor kwam het geheel wat te rommelig en visueel zelfs onprofessioneel over.
G.M. (Gepubliceerd op 25/10/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Majella Cullagh.
2) Michael Spyres.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera van Pietro Generali (muziek) en Gaetano Rossi (libretto). Gecreëerd in het Teatro San Mosè te Venetië op 15 september 1810. Première van deze productie in het Königliches Kurtheater te Wildbad op 16 juli 2010. Bijgewoonde voorstelling op 24 juli 2010.
Zoals
elk jaar, werd naast de opera’s van Rossini een werk geprogrammeerd van een
tijdgenoot die de “tand des tijds” minder succesvol doorstaan heeft dan de
zwaan van Pesaro. Van Pietro Generali zullen weinig lezers al gehoord
hebben, maar in zijn tijd was hij een gevierde componist.
De handeling van zijn eenakter “Adelina” heeft plaats in Zwitserland en kwam
ons voor de tijd gedurfd over. Adelina heeft zich laten versieren door een
zekere Erneville, die haar met een baby opgescheept heeft, terwijl hijzelf
met de Noorderzon verdwenen is. Zij keert met het kind terug naar haar vader
(Varner) die haar echter verstoot. Erneville komt opdagen als koper van de
woning van vader Varner. Hij heeft fortuin gemaakt in Amerika en is
aanvankelijk niet opgetogen als hij zijn oude geliefde met een baby
terugziet. Als hij echter verneemt dat hij de vader is van het kind, wakkert
hun liefde terug aan. Met de hulp van buurman Simone en Carlotta, de zuster
van Adelina, wordt een heel scenario op touw gezet om Varner met zijn nieuwe
familie te verzoenen. Natuurlijk lukt dat en de opera eindigt met een dubbel
huwelijk, want intussen heeft ook Firmino, de vriend van Erneville, zich met
Carlotta verloofd.
De
opera werd door regisseur Kay Link in een modern kleedje gestoken. Het decor
is een grote puzzel die een idyllisch Zwitsers landschap voorstelt.
Naargelang de actie vordert, vallen er (met veel lawaai!) stukken uit de
puzzel waardoor een achterwand met veel appartementsgebouwen zichtbaar
wordt. Wij vonden het een bijzonder originele manier om de degradatie van de
natuur ten gunste van de stedenbouw af te schilderen. De toekomst van
Zwitserland? Wat het met de inhoud van de opera te maken heeft is echter
niet duidelijk. Er was ook een bijzonder vinnige personenregie. Opgewekt,
maar niet overdreven kinetisch.
Vocaal werden wij eveneens verwend. De sopraan Dusica Bijelic was een vlotte
Adelina. Zij zong met veel brio en charme. Haar geliefde Erneville was de
lichte tenor Gustavo Quaresma Ramos, zeer jeugdig van klank maar met een
nogal wisselvallige hoogte. Twee kernachtige baritons vertegenwoordigden de
oudere generatie: Gabriele Nani als Varner en Elier Munoz als Simone. Vrij
goed waren ook de mezzosopraan Silvia Beltrami als Carlotta en Ugo Rabec als
Firminio.
Giovanni Battista Rigon stond aan het hoofd van het Orchester Virtuosi
Brunensis en zorgde voor pittige, strak vastgehouden tempi en een
gedetailleerd orkestspel.
Vooraf
werd “Rossini erobert die Oper” gespeeld. Wij zagen Rossini als scholier in
Bologna en als jonge componist in Venetië. Hierbij hoorden wij fragmenten
uit “L’Equivoco stravagante”, “La cambiale di matrimonio” en “L’inganno
felice” met zangers die wij de vorige avonden gehoord hadden. Het was niet
écht een boeiend spektakel. “Adelina” duurt ongeveer anderhalf uur en vraagt
in feite niet om aangevuld te worden door een complementair programma.
Bovendien zijn de bouwwerken aan het kleine Kurtheater nog steeds niet
voltooid, waardoor de toegang tot de zaal moeizaam verloopt. Voorstellingen
met een pauze zijn daarom een hele beproeving.
Alle voorstellingen die wij bijwoonden waren volledig uitverkocht.
Proficiat voor de goed gedocumenteerde programmaboekjes.
G.M. (Gepubliceerd op 27/7/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Elier Munoz als Simone, Gabriele Nani als Varner en Silvia Beltrami als
Carlotta.
2) Dusica Bijelic als Adelina, Gustavo Quaresma Ramos als Erneville en Elier
Munoz als Simone.
3) Dusica Bijelic als Adelina.
Copyright foto's
©
Volker Winkler
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()