OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN TOURCOING

“TANCREDI”

Atelier Lyrique de TourcoingMelodramma eroico van Gioacchino Rossini (muziek) en Gaetano Rossi (libretto) naar “Tancrède” van Voltaire (1760). Gecreëerd in het Teatro La Fenice te Venetië op 6 februari 1813. Bijgewoonde voorstelling door het Atelier Lyrique de Tourcoing in het Théâtre Municipal de Tourcoing op 6 december 2009.

Tancredi - Elena de la Merced als Amenaide en koor van soldaten (Foto: Danielle Pierre)Rossini was amper 21 jaar toen hij in 1813 “Tancredi” schreef voor het Carnaval van Venetië. De componist vond het jammer dat er geen castraten meer waren en liet de rol van Tancredi zingen door een mezzosopraan, waarbij hij schitterende duo’s voor twee vrouwenstemmen creëerde. Zijn voorliefde voor de mezzosopraanstem zou nog in vele van zijn latere werken blijken. In “Tancredi” zijn al alle kenmerken aanwezig van Rossini’s stijl, die bovenal te herkennen is aan een buitengewoon gevoel voor melodie, pittige, vinnige orkestraties en meeslepende “accelerando’s”.
Het Syracuse van het jaar 1000 vormt het decor van de opera. Twee rivaliserende families bundelen hun krachten om de vijand terug te slaan. Argirio biedt Orbazzano de hand van zijn dochter Amenaide aan om hun bondgenootschap in de strijd tegen Solamir, de koning van de Saracenen, te bezegelen. Amenaide heeft echter trouw gezworen aan haar geliefde, de jonge ridder Tancredi, die ooit door Orbazzano uit Syracuse verbannen werd.
Deze toestand zorgt voor heel wat verwikkelingen, die slechts opgelost geraken na drie volle uren muziek, van hartstochtelijke liefdesduo’s tot onstuimige wraakaria’s. Bij het slot worden de valsaards opgeruimd en Amenaide kan in het huwelijk treden met Tancredi. Dit “lieto fine”, “happy end” in het modern Nederlands, was niet naar de smaak van het toenmalige publiek. Rossini maakte er geen probleem van om later een nieuw slot te componeren, waarbij ook Tancredi sterft.
Tancredi - Nora Gubisch als Tancredi, Christian Helmer als Orbazzano,  Elena de la Merced als Amenaide, Gemma Coma Alabert als Isaura en Filippo Adami als Argirio (Foto: Danielle Pierre)In Tourcoing kregen wij de twee finales achter elkaar te horen. Als de met bloed overgoten Tancredi zijn laatste adem uitgeblazen heeft, wordt hem een vochtige doek op het voorhoofd gelegd, waardoor hij meteen terug springlevend wordt en tot de nieuwe koning van Siracuse bekroond wordt. Dat wekte wat hilariteit bij het publiek op, maar het paste perfect in het regieconcept van Jean-Philippe Delavault, die van dit “melodramma eroico” een “dramma giocoso” maakte. In de handeling werd niets met ernst genomen: Argirio leek wel een sprookjeskoning uit een Walt Disney film, de soldaten waren meer lach- dan schrikwekkend en zelfs Orbazzano, die getooid was met een helm als een draak (inclusief rode lichtjes voor de ogen) was met zijn opzichtig armgezwaai niet écht een angstaanjagende valsaard. De humor bleef steeds fijn en het werd absoluut geen grove klucht.
Ook vocaal was dit een voortreffelijke voorstelling. Filippo Adami hebben wij op het Rossini Festival te Wildbad al in verschillende aartsmoeilijke belcantowerken gehoord. Hij heeft nog niets van zijn uitstraling verloren en met zijn perfect legato en juist aangetipte hoge noten was zijn uitbeelding van Argirio om van te snoepen. In het begin van de tweede acte werd hij even in zijn elan gebroken door een elektriciteitsonderbreking die zowel de orkestbak als de toneelruimte in het duister zette. Gelukkig duurde dat niet te lang…
Zijn dochter Amenaide was de Spaanse sopraan Elena de la Merced. Zij had de ideale figuur voor de rol, acteerde met charme, maar helaas was haar vocale prestatie niet volmaakt. Naast enkele bijzonder mooie mezza-voce, produceerde zij ook geregeld schrille topnoten. Bovendien vonden wij haar timbre wat te blikkerig om écht te bekoren.
Tancredi - Nora Gubisch als Tancredi en koor van soldaten (Foto: Danielle Pierre)Meer begeesterd waren wij over haar geliefde Tancredi, met brio gezongen door de mezzosopraan Nora Gubisch. Een echte Rossini-specialiste kunnen wij haar niet noemen, daarvoor heeft zij een te uitgebreid repertoire in andere genres (zelfs La belle Hélène van Offenbach!), maar zij zondigde niet tegen de belcantostijl. Iets meer warmte en ronding in de stem was de uitbeelding misschien ten goede gekomen. De basbariton Christian Helmer had een stem als een klok en dat paste uitstekend bij de potsierlijke valsaard Orbazzano.
In de kleine rollen bekoorde vooral Gemma Coma Alabert als Isaura, de vertrouwelinge van Amenaide. Valérie Yeng-Seng was Roggiero, de page van Tancredi. Zij klonk onzuiver in de korte aria die zij in de tweede acte te zingen heeft. De regisseur gaf haar een levende witte duif in de hand, zodat het publiek meer aandacht had voor de duif dan van haar vocale tekortkomingen.
Jean-Claude Malgoire stond aan het hoofd van La Grande Ecurie et la Chambre du Roy en het Ensemble Vocal de l’Atelier Lyrique. Met pittige, strak vastgehouden tempi en een gedetailleerd orkestspel zorgde hij voor een goede synchrone begeleiding. Wij werden ook getroffen door de mooie virtuoze houtblazers en fluiten.

Een voltreffer die nog in het Théâtre Municipal in Tourcoing te beleven valt op 8 en 11 december 2009. Er is ook een concertante uitvoering in het Théâtre des Champs Elysées te Parijs op 16 december 2009.

G.M. (Gepubliceerd op 8/12/2009)

Foto's van boven naar onder:
1) Elena de la Merced als Amenaide en koor van soldaten.
2) Nora Gubisch als Tancredi, Christian Helmer als Orbazzano, Elena de la Merced als Amenaide, Gemma Coma Alabert als Isaura en Filippo Adami als Argirio.
3)
Nora Gubisch als Tancredi en koor van soldaten.
Copyright foto's ©
Danielle Pierre.

TERUG NAAR KEUZELIJST FRANKRIJK

“COSI FAN TUTTE”

Atelier Lyrique de TourcoingOpera van Wolfgang Amadeus Mozart op een libretto van Lorenzo Da Ponte. Gecreëerd in het Burgtheater te Wenen op 26 januari 1790. Première van deze reeks voorstellingen door het Atelier Lyrique de Tourcoing in het Théâtre Municipal de Tourcoing op 26 maart 2010. Bijgewoonde voorstelling op 28 maart 2010.

Cosi fan tutte - Rachel Nicholls als Fiordiligi, Lina Markeby als Dorabella en Nicolas Rivenq als Don Alfonso (Foto: Danielle Pierre)In Tourcoing beleefden wij al veel mooie voorstellingen, maar deze “Cosi fan tutte” hoort daar helaas niet bij. De grote boosdoener was dat alles veel te luid en te ongenuanceerd klonk, zowel het orkest als de zangers. Het is ons een raadsel waarom Jean-Claude Malgoire “La Grande Ecurie et la Chambre du Roy” en vooral de solisten niet meer in toom wist te houden. Het was absoluut geen Mozart naar onze smaak, al wist de dirigent toch wel een goede vaart in zijn orkest te houden. Wij waren ook wat teleurgesteld over de klank van de oude instrumenten en de wisselvallige virtuositeit van de muzikanten, vooral van de hoorns. “Cosi fan tutte” ligt ons nu eenmaal in het oor met de meer zalvende klanken van een hedendaags orkest.
Maar daarmee is de kous niet af. Wij werden ook gekweld door een ondermaatse Fiordiligi, gezongen door de sopraan Rachel Nicholls. Wij zijn er ons van bewust dat Mozart voor deze rol enkele aartsmoeilijke aria’s schreef, maar wie er de soepelheid en de virtuositeit voor mist, moet er maar van afblijven! Mozart verdraagt geen zwakheden. Bovendien detoneerde Nicholls geregeld, miste haar topnoten en dat alles met een veel te luid klankdebiet. De Zweedse Lina Markeby deed het als Dorabella veel beter. Het is nog een bijzonder jonge en zeker niet ongetalenteerde lichte mezzosopraan, maar de partij vraagt meer warmte om mooi te kunnen contrasteren met de sopraanstem van Fiordiligi in de wondermooie duo’s die Mozart voor de twee zusters schreef.
Als Despina hoorden wij Anne Catherine Gillet. Zij acteerde zeer intens en zong trefzeker met de heldere sopraanstem die wij van haar kennen. Ook zij zong helaas veel te luid!
Gelukkig kregen wij een gunstige compensatie bij de mannen. De bariton Joan Martin-Royo was een mooie Guglielmo, de enige die zijn partij écht wist te doseren. Wij hoorden deze Spanjaard amper een goede maand geleden in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel als een uitstekende Don Quichote in “El Retablo de Maese Pedro” van De Falla. Ook de Amerikaan Robert Getchell was verdienstelijk, een tenor met een bijzonder mooi timbre en glanzende hoogte, juist geschikt voor Ferrando, maar “doseren” bleek ook niet zijn sterkste kant.
Nicolas Rivenq was een wat stroeve, droge Don Alfonso. Iets meer warmte en humor was hier welkom geweest.
De regie van Pierre Constant bekoorde vooral door de mooie pastelkeurige decors (Robert Platé) en de smaakvolle kostuums (Jacques Schmidt & Emmanuel Peduzzi). Er was een degelijke personenregie, niet overdreven kinetisch. Er werd wel wat nutteloos over de grond gerold, maar wij hebben al erger meegemaakt…
Cosi fan tutte - Rachel Nicholls als Fiordiligi, Lina Markeby als Dorabella, Robert Getchell als Ferrando, Joan Martin-Royo als Guglielmo. Achteraan: Anne Catherine Gillet als Despina en Nicolas Rivenq als Don Alfonso (Foto: Danielle Pierre)Deze productie werd in 1995 bekroond met de “Prix du meilleur spectacle lyrique” en “Prix de la critique”. Behalve Nicolas Rivenq die Guglielmo zong, waren het toen allemaal andere solisten.
Wij verwachten een flinke revanche bij een volgende productie!

Het derde luik van de herneming van deze Da Ponte-trilogie: “Don Giovanni” wordt te Tourcoing opgevoerd op 16, 18 en 20 mei 2010.
Daarna worden de drie opera’s gespeeld in het Théâtre des Champs Elysées te Parijs. “Le nozze di Figaro” op 25 en 29 mei 2010, “Cosi fan tutte” op 2, 3 en 5 juni 2010 en “Don Giovanni” op 7, 9 en 11 juni 2010.

G.M. (Gepubliceerd op 30/3/2010)

Foto's van bove naar onder:
1) Rachel Nicholls als Fiordiligi, Lina Markeby als Dorabella en Nicolas Rivenq als Don Alfonso.
2) Op het bed: Rachel Nicholls als Fiordiligi en Lina Markeby als Dorabella. Links: Robert Getchell als Ferrando. Rechts: Joan Martin-Royo als Guglielmo. Achteraan: Anne Catherine Gillet als Despina en Nicolas Rivenq als Don Alfonso.
Copyright foto's © Danielle Pierre.

TRADUCTION FRANCAISE PAR GOOGLE

TERUG NAAR KEUZELIJST FRANKRIJK