OPERA GAZET
![]()
Melodramma
eroico van
Gioacchino Rossini (muziek) en Gaetano Rossi (libretto) naar “Tancrède”
van Voltaire (1760). Gecreëerd in het Teatro
Rossini
was amper 21 jaar toen hij in 1813 “Tancredi” schreef voor het Carnaval van
Venetië. De componist vond het jammer dat er geen castraten meer waren en liet
de rol van Tancredi zingen door een mezzosopraan, waarbij hij schitterende duo’s
voor twee vrouwenstemmen creëerde. Zijn voorliefde voor de mezzosopraanstem zou
nog in vele van zijn latere werken blijken. In “Tancredi” zijn al alle kenmerken
aanwezig van Rossini’s stijl, die bovenal te herkennen is aan een buitengewoon
gevoel voor melodie, pittige, vinnige orkestraties en meeslepende “accelerando’s”.
Het Syracuse van het jaar 1000 vormt het decor van de opera. Twee rivaliserende
families bundelen hun krachten om de vijand terug te slaan. Argirio biedt
Orbazzano de hand van zijn dochter Amenaide aan om hun bondgenootschap in de
strijd tegen Solamir, de koning van de Saracenen, te bezegelen. Amenaide heeft
echter trouw gezworen aan haar geliefde, de jonge ridder Tancredi, die ooit door
Orbazzano uit Syracuse verbannen werd.
Deze toestand zorgt voor heel wat verwikkelingen, die slechts opgelost geraken
na drie volle uren muziek, van hartstochtelijke liefdesduo’s tot onstuimige
wraakaria’s. Bij het slot worden de valsaards opgeruimd en Amenaide kan in het
huwelijk treden met Tancredi. Dit “lieto fine”, “happy end” in het modern
Nederlands, was niet naar de smaak van het toenmalige publiek. Rossini maakte er
geen probleem van om later een nieuw slot te componeren, waarbij ook Tancredi
sterft.
In
Tourcoing kregen wij de twee finales achter elkaar te horen. Als de met bloed
overgoten Tancredi zijn laatste adem uitgeblazen heeft, wordt hem een vochtige
doek op het voorhoofd gelegd, waardoor hij meteen terug springlevend wordt en
tot de nieuwe koning van Siracuse bekroond wordt. Dat wekte wat hilariteit bij
het publiek op, maar het paste perfect in het regieconcept van Jean-Philippe
Delavault, die van dit “melodramma eroico” een “dramma giocoso” maakte. In de
handeling werd niets met ernst genomen: Argirio leek wel een sprookjeskoning uit
een Walt Disney film, de soldaten waren meer lach- dan schrikwekkend en zelfs
Orbazzano, die getooid was met een helm als een draak (inclusief rode lichtjes
voor de ogen) was met zijn opzichtig armgezwaai niet écht een angstaanjagende
valsaard. De humor bleef steeds fijn en het werd absoluut geen grove klucht.
Ook vocaal was dit een voortreffelijke voorstelling. Filippo Adami hebben wij op
het Rossini Festival te Wildbad al in verschillende aartsmoeilijke
belcantowerken gehoord. Hij heeft nog niets van zijn uitstraling verloren en met
zijn perfect legato en juist aangetipte hoge noten was zijn uitbeelding van
Argirio om van te snoepen. In het begin van de tweede acte werd hij even in zijn
elan gebroken door een elektriciteitsonderbreking die zowel de orkestbak als de
toneelruimte in het duister zette. Gelukkig duurde dat niet te lang…
Zijn dochter Amenaide was de Spaanse sopraan Elena de
Meer
begeesterd waren wij over haar geliefde Tancredi, met brio gezongen door de
mezzosopraan Nora Gubisch. Een echte Rossini-specialiste kunnen wij haar niet
noemen, daarvoor heeft zij een te uitgebreid repertoire in andere genres (zelfs
La belle Hélène van Offenbach!), maar zij zondigde niet tegen de belcantostijl.
Iets meer warmte en ronding in de stem was de uitbeelding misschien ten goede
gekomen. De basbariton Christian Helmer had een stem als een klok en dat paste
uitstekend bij de potsierlijke valsaard Orbazzano.
In de kleine rollen bekoorde vooral Gemma Coma Alabert als Isaura, de
vertrouwelinge van Amenaide. Valérie Yeng-Seng was Roggiero, de page van
Tancredi. Zij klonk onzuiver in de korte aria die zij in de tweede acte te
zingen heeft. De regisseur gaf haar een levende witte duif in de hand, zodat het
publiek meer aandacht had voor de duif dan van haar vocale tekortkomingen.
Jean-Claude Malgoire stond aan het hoofd van
Een voltreffer die nog in
het Théâtre Municipal in Tourcoing te beleven valt op 8 en 11 december 2009. Er
is ook een concertante uitvoering in het Théâtre des Champs Elysées te Parijs op
16 december 2009.
G.M. (Gepubliceerd op
8/12/2009)
Foto's van boven naar onder:
1) Elena de la Merced als Amenaide en koor van soldaten.
2) Nora Gubisch als Tancredi, Christian Helmer als Orbazzano, Elena de la Merced
als Amenaide, Gemma Coma Alabert als Isaura en Filippo Adami als Argirio.
3) Nora Gubisch als Tancredi en koor
van soldaten.
Copyright foto's
©
Danielle Pierre.
TERUG NAAR KEUZELIJST FRANKRIJK
![]()
Opera
van
Wolfgang Amadeus Mozart op een libretto van Lorenzo Da Ponte. Gecreëerd
in het Burgtheater te Wenen op 26 januari 1790. Première van deze reeks
voorstellingen door het Atelier Lyrique de Tourcoing in het Théâtre
Municipal de Tourcoing op 26 maart 2010. Bijgewoonde voorstelling op 28
maart 2010.
In
Tourcoing beleefden wij al veel mooie voorstellingen, maar deze “Cosi
fan tutte” hoort daar helaas niet bij. De grote boosdoener was dat alles
veel te luid en te ongenuanceerd klonk, zowel het orkest als de zangers. Het
is ons een raadsel waarom Jean-Claude Malgoire “La Grande Ecurie et la
Chambre du Roy” en vooral de solisten niet meer in toom wist te houden. Het
was absoluut geen Mozart naar onze smaak, al wist de dirigent toch wel een
goede vaart in zijn orkest te houden. Wij waren ook wat teleurgesteld over
de klank van de oude instrumenten en de wisselvallige virtuositeit van de
muzikanten, vooral van de hoorns. “Cosi fan tutte” ligt ons nu eenmaal in
het oor met de meer zalvende klanken van een hedendaags orkest.
Maar daarmee is de kous niet af. Wij werden ook gekweld door een ondermaatse
Fiordiligi, gezongen door de sopraan Rachel Nicholls. Wij zijn er ons van
bewust dat Mozart voor deze rol enkele aartsmoeilijke aria’s schreef, maar
wie er de soepelheid en de virtuositeit voor mist, moet er maar van
afblijven! Mozart verdraagt geen zwakheden. Bovendien detoneerde Nicholls
geregeld, miste haar topnoten en dat alles met een veel te luid klankdebiet.
De Zweedse Lina Markeby deed het als Dorabella veel beter. Het is nog een
bijzonder jonge en zeker niet ongetalenteerde lichte mezzosopraan, maar de
partij vraagt meer warmte om mooi te kunnen contrasteren met de sopraanstem
van Fiordiligi in de wondermooie duo’s die Mozart voor de twee zusters
schreef.
Als Despina hoorden wij Anne Catherine Gillet. Zij acteerde zeer intens en
zong trefzeker met de heldere sopraanstem die wij van haar kennen. Ook zij
zong helaas veel te luid!
Gelukkig kregen wij een gunstige compensatie bij de mannen. De bariton Joan
Martin-Royo was een mooie Guglielmo, de enige die zijn partij écht wist te
doseren. Wij hoorden deze Spanjaard amper een goede maand geleden in het
Paleis voor Schone Kunsten te Brussel als een uitstekende Don Quichote in
“El Retablo de Maese Pedro” van De Falla. Ook de Amerikaan Robert Getchell
was verdienstelijk, een tenor met een bijzonder mooi timbre en glanzende
hoogte, juist geschikt voor Ferrando, maar “doseren” bleek ook niet zijn
sterkste kant.
Nicolas Rivenq was een wat stroeve, droge Don Alfonso. Iets meer warmte en
humor was hier welkom geweest.
De regie van Pierre Constant bekoorde vooral door de mooie pastelkeurige
decors (Robert Platé) en de smaakvolle kostuums (Jacques Schmidt & Emmanuel
Peduzzi). Er was een degelijke personenregie, niet overdreven kinetisch. Er
werd wel wat nutteloos over de grond gerold, maar wij hebben al erger
meegemaakt…
Deze
productie werd in 1995 bekroond met de “Prix du meilleur spectacle lyrique”
en “Prix de la critique”. Behalve Nicolas Rivenq die Guglielmo zong, waren
het toen allemaal andere solisten.
Wij verwachten een flinke revanche bij een volgende productie!
Het derde luik van de herneming van deze Da
Ponte-trilogie: “Don Giovanni” wordt te Tourcoing opgevoerd op 16, 18 en 20
mei 2010.
Daarna worden de drie opera’s gespeeld in het Théâtre des Champs Elysées te
Parijs. “Le nozze di Figaro” op 25 en 29 mei 2010, “Cosi fan tutte” op 2, 3
en 5 juni 2010 en “Don Giovanni” op 7, 9 en 11 juni 2010.
G.M. (Gepubliceerd op 30/3/2010)
Foto's van bove naar onder:
1) Rachel Nicholls als Fiordiligi, Lina Markeby als Dorabella en Nicolas
Rivenq als Don Alfonso.
2) Op het bed: Rachel Nicholls als Fiordiligi
en Lina Markeby als Dorabella. Links: Robert Getchell als Ferrando. Rechts:
Joan Martin-Royo als Guglielmo. Achteraan: Anne Catherine Gillet als Despina
en Nicolas Rivenq als Don Alfonso.
Copyright foto's
©
Danielle Pierre.
TRADUCTION FRANCAISE PAR GOOGLE
TERUG NAAR KEUZELIJST FRANKRIJK
![]()