OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN PESARO

“ZELMIRA”

Rossini Opera FestivalDramma per Musica in twee bedrijven gecomponeerd door Gioacchino Rossini op een libretto van Andrea Leone Tottola. Het werk werd voor het eerst opgevoerd in het Taetro San Carlo te Napels op 16 februari 1822. We waren op 18 augustus 2009 aanwezig bij een opvoering in de “Adriatic Arena” even buiten Pesaro. Bij deze opvoering werd gekozen voor een versie van de partituur die Rossini bewerkte voor uitvoeringen in Parijs in 1826.

Zelmira - Alex Esposito, Kate Aldrich en Juan Diego Florez (Foto: ROF)Het verhaal van “Zelmira” is vrij complex en eigenlijk het gevolg van een aantal gebeurtenissen die de opera vooraf gingen. Azorre heeft Lesbos veroverd en denkt dat de rechtmatige heerser Polidoro dood is. Antenore vermoordt Azorre om zo zelf de macht te grijpen, maar wordt uiteindelijk overwonnen door Zelmira, Polidoro’s dochter, en haar echtgenoot Ilo.
Toen Zelmira in 1995 voor het eerst uitgevoerd werd tijdens het ROF, bestond er van de opera nog geen kritische versie, zodat de versie die dit jaar gespeeld werd enigszins afwijkt van wat dertien jaar geleden te horen was en van wat begin jaren negentig door Erato op plaat vastgelegd werd. De voornaamste verschillen met de originele versie uit 1826 bestaan uit het invoegen van twee taferelen: de aria “Ciel pietoso, ciel clemente” voor Emma aan het begin van het tweede bedrijf (geschreven voor Venetië in 1822) en de aria “Da te spero, o ciel clemente” voor Zelmira net voor de finale (toegevoegd voor Parijs in 1826) die eigenlijk overgenomen is uit de finale van “Ermione” uit 1819. Verder werden er nog wat wijzigingen aangebracht aan de vocale lijnen van bepaalde ensembles, waarbij vooral Ilo beter geworden is.
Regisseur Giorgio Barberio Corsetti koos voor een donker toneelbeeld, gedomineerd door een grote, schuin opgestelde spiegel achteraan, die weerspiegelde wat zich in werkelijkheid onder het toneel gebeurde. Zo zagen we onder andere een graf en een gevangenis. Eigenlijk leidde dit tot heel rare effecten: de gedaanten die via de spiegel leken te klimmen, kropen in werkelijkheid onder het toneel over de grond. En wanneer Zelmira in het tweede bedrijf haar gebed zingt lijkt ze achteraan op het toneel te staan, maar in werkelijkheid ligt ze onder de scène. Corsetti is ook dol op videobeelden, die hij handig verwerkte in het tweede bedrijf. Minder geslaagd vonden we dan weer de moderne kostuums, die het erg onduidelijk maken in welk conflict de regisseur de opera wilde situeren. De andere toneelattributen lieten er dan weer geen twijfel over bestaan dat het verhaal zich in Lesbos afspeelt.
Zelmira - Kate Aldrich, Mirco Palazzi, Gregory Kunde en Juan Diego Florez (Foto: ROF)Hoewel heel wat van Rosssini’s serieuze werken na de Rossini-renaissance van de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw een soort tweede adem gevonden hebben, blijven opvoeringen van “Zelmira” uiterst zeldzaam. We denken dat dit komt door de moeilijk te bezetten rollen, vooral bij de mannen. Zo is Antenore bedoeld voor een “baritenor” met een uitzonderlijk stembereik, zowel in de hoogte als in de laagte. In Pesaro werd deze rol waargenomen door Gregory Kunde. Hoewel we ons vandaag niemand anders in deze rol kunnen inbeelden, is zijn interpretatie ver van perfect. De lage noten missen kracht en resonantie, bij de hoge noten heeft deze Amerikaanse tenor de neiging om te gaan roepen. Daar staat tegenover dat de man een enorme toneelpersoonlijkheid is, en zich dan ook zowel toneelmatig als vocaal als een leeuw op zijn rol stort, wat door het publiek zeker gesmaakt werd. Zijn tegenspeler, ook vocaal, is Ilo. Deze rol vraagt een lichter stemtype met een uitzonderlijke hoogte en een haast onmenselijke virtuositeit. De partij lijkt dan ook wel op het lijf geschreven van Juan Diego Florez die hem met veel aplomb zingt. Helaas blijft het bij zingen, liefst vooraan op het toneel, en komt er weinig vertolking aan te pas. Zelmira zelf is een rol geschreven voor Isabella Colbran en houdt dus wat het midden tussen een sopraan en een mezzosopraan. Wat dat betreft, was Kate Aldrich zeker een goede keuze, maar we vonden haar tijdens een groot deel van de opera wat op de achtergrond blijvend. Enkel aan het einde van de opera scheen er een last van haar schouders te vallen en kwam haar vertolking pas echt los. We waren onder de indruk van Marianna Pizzolato als Emma, de vriendin van Zelmira. Het is een mezzosopraan die elke keer wanneer we haar horen, vooruitgang geboekt lijkt te hebben. Haar aria aan het begin van het tweede bedrijf was hét hoogtepunt van de avond. Alex Esposito was erg genietbaar als Polidoro en Mirco Palazzi een adequate Leucippo, de handlanger van Antenore.
Zelmira - Marianna Pizzolato,  Kate Aldrich en Gregory Kunde (Foto: ROF)De grootste verdienste voor het welslagen van deze “Zelmira” stond echter in de orkestbak. Roberto Abbado dirigeerde, net als bij “Ermione” vorig jaar, met strakke hand deze mooie partituur, liet de muziek ademen en de solisten schitteren. Hierbij werd hij voorbeeldig geholpen door Orchestra del Teatro Comunale di Bologna. Correct was het koor uit datzelfde theater.
Al bij al een geslaagde uitvoering van een ten onrechte maar al te zelden opgevoerde opera, die er niet in slaagt op haar eentje het niveau van het ROF 2009 naar een aanvaardbaar niveau te tillen.

H.D. (Gepubliceerd op 23/8/2009)

Foto's van boven naar onder:
1) Alex Esposito, Kate Aldrich en Juan Diego Florez.
2) Kate Aldrich, Mirco Palazzi, Gregory Kunde en Juan Diego Florez
3)
Marianna Pizzolato, Kate Aldrich en Gregory Kunde
Copyright foto's © ROF

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIË

CONCERTI DI BELCANTO

Rossini Opera FestivalHet samenstellen van het programma voor een recital is niet zo moeilijk: je kiest aan het begin een werk dat het publiek onmiddellijk in de juiste sfeer brengt, zingt vervolgens wat minder moeilijke stukken en eindigt met één of meer spetterende fragmenten die het nodige vocale vuurwerk bieden om het publiek met een euforisch gevoel naar huis te sturen. Ondertussen zorg je er natuurlijk voor dat je je repertoire zo kiest dat de sterke punten van je stem in de verf gezet worden, terwijl je dingen die je minder liggen angstvalling mijdt. Of stellen we de dingen nu iets te simplistisch voor?
Hoe dan ook, van de vier recitals die we tijdens het Rossini Opera Festival bijwoonden, beantwoordde slechts één aan bovenstaande beschrijving. Waarom? Sommige zangers lijken zich niet bewust van hun sterke en minder sterke kanten. Anderen trekken zich niks aan van wat het publiek hoopt te horen en trachten krampachtig de muziek die ze graag willen zingen op te dringen aan een publiek dat, toegegeven, soms iets te weinig open staat voor het onbekende. Een publiek dat het, in onze herinnering, voor het eerst massaal liet afweten, waardoor bij elk van de recitals zowat dertig procent van de stoelen leeg bleef. Overigens heeft ook de festivalleiding wat dat betreft boter op het hoofd: op het moment dat de kaartenverkoop startte, waren de namen van de solisten voor de recitals nog onbekend.
In elk geval stegen ook de recitals, die in het verleden al heel wat onverhoopte momenten van puur genot opleverden, dit jaar nauwelijks boven de middenmaat uit.

MARIOLA CANTARERO - Auditorium Pedrotti, 13 augustus 2009.

Mariola CantareroWe kennen deze jonge Spaanse sopraan, die in Pesaro zowat haar eerste stappen op het podium zette, al enkele jaren en hebben altijd een zekere sympathie gehad voor haar zang. We kunnen ons voorstellen dat niet iedereen warm loopt voor het wat wollige stemgeluid en de wat schreeuwerige topnoten, maar de dame heeft een zekere “présence” op het toneel en haar aanwezigheid staat steeds garant voor een eerlijke en gemotiveerde vertolking.
Dat we niet zo begeesterd waren door haar prestatie op 13 augustus in Pesaro, heeft meerdere oorzaken. Een publiek boeien tijdens een opera is één ding, dat zelfde publiek vijfenzeventig minuten lang op je eentje aandachtig houden een ander. Cantarero koos als enige voor een puur “belcanto”-programma, maar dat was nu net haar zwakte: om een avond te kunnen vullen met muziek van het trio Rossini-Bellini-Donizetti moet een zangeres niet alleen in staat zijn zich geloofwaardig te transformeren tot al die verschillende romantische personages, ze moet bovendien voldoende variatie kunnen leggen in haar zang en in de stemkleuring om te vermijden dat het programma afglijdt naar een soort eenheidsworst. Helaas bleek dit voor de charmante Mariola een stap te ver en begon al snel de verveling toe te slaan bij het publiek. Bovendien bleek de keuze van de aria’s niet altijd even verstandig. Zo accentueerde de aria “O luce di quest’anima” uit “Linda di Chamounix” van Donizetti op een pijnlijke manier hoe onaangenaam het hoge register klinkt.
Uit het voorgaande zou ten onrechte de indruk kunnen ontstaan dat alles kommer en kwel was tijdens dit recital. Er waren ook een paar mooie momenten. Zo bleken de Belliniaanse cantilena’s in “I Puritani” en “La Sonnambula” Cantarero beter te liggen dat de Rossiniaanse coloraturen in “Semiramide”. Maar echt tot haar recht kwam de zangeres pas bij haar toegiften: een zarzuela-aria die ze zelf begeleidde met de castagnetten en Magda’s aria uit Puccini’s “La Rondine”, wat ons doet vermoeden dat haar stem volop naar een ander repertoire evolueert.
Al bij al verlieten we het theater met gemengde gevoelens.

JOSE MANUAL ZAPATA - Auditorium Pedrotti, 14 augustus 2009.

José Manuel ZapataMisschien is de naam “Concerto di Belcanto” wat misleidend gekozen. Het grote publiek, in Pesaro allemaal Rossini-liefhebbers, verwacht zich daarbij immers aan bekende en minder bekende aria’s uit de eerste helft van de negentiende eeuw, die de technische mogelijkheden van de stemmen in de verf (of soms ook hun blootje) kunnen zetten. Niets was echter minder waar tijdens het recital van Zapata: de zangers krijgen van artistiek leider Alberto Zedda carte-blanche bij het samenstellen van hun programma. Sommige zangers, we denken wat dat betreft nog met plezier terug aan Lawrence Brownlee vorig jaar, grijpen die kans om met een gevarieerd programma een soort visitekaartje met al hun vocale mogelijkheden af te geven. Anderen trachten de muziek van hun vaderland te promoten.
Zapata behoort duidelijk tot de tweede groep. Geen spektakel, geen bekende deuntjes, enkel Spaanse liederen die hem waarschijnlijk nauw aan het hart liggen, maar een operapubliek Siberisch koud laten, hoe hard de zanger ook zijn best doet om uit te leggen wat hij zingt. Op de duur gaan ook al die stukjes erg op elkaar lijken (of hadden we toen al lang onze aandacht verloren).
Er is echter nog een probleem. Hoewel in dit lichtere repertoire duidelijk minder dan in “La Scala di seta”, komt bij de minste hoogte het gebrek aan stabiliteit van de stem pijnlijk naar boven, wat ons doet vrezen voor de verdere carrière van deze overigens erg sympathieke zanger.
Een recital dat we liefst zo snel mogelijk vergeten - of eigenlijk al vergeten waren nog voor we de zaal verlieten.

GREGORY KUNDE - Auditorium Pedrotti, 17 augustus 2009.

Gregory KundeGregory Kunde is een zanger die bewondering afdwingt. Na een harde strijd tegen kanker is hij enkele jaren geleden een soort tweede carrière begonnen die hem al enkele jaren na elkaar naar Pesaro bracht. Dit jaar zong hij de rol van Antenore in “Zelmira”, en we kunnen dan ook begrijpen dat de Amerikaan zich een beetje inhield voor dit recital aan de vooravond van de laatste voorstelling van die opera.
Ook vrijwel geen belcanto- of andere operamuziek in dit recital, daarvoor was het wachten op het laatste nummer van het programma, “Asile héréditaire” uit “Guillaume Tell” dat het tot dan toe wat koele publiek in extase bracht. Tot op dat moment had het publiek zich tevreden moeten stellen met liederen van onder andere Respighi (prachtige pianomuziek trouwens, schitterend gespeeld door Beryl Garver !), Hahn, Chausson en enkele anderen.
Hoewel we moeten toegeven geen liefhebbers te zijn van het “lied” in welke taal ook, moeten we toch toegeven dat Kunde zich een echt goede vertolker van het genre toont, en dat hij voldoende variatie in zijn zang kan brengen om het publiek wakker te houden.
Zoals gezegd, werden de registers alleen op het einde even open getrokken, wat voor het overgrote deel van het publiek voldoende was om tevreden huiswaarts te keren.

OLGA PERETYATKO - Auditorium Pedrotti, 19 augustus 2009.

Olga PeretyatkoAls er één eigenschap is waarin deze knappe Russische sopraan de meeste van haar collega’s achter zich laat, dan is het intelligentie. Intelligentie bij het samenstellen van haar programma, waarbij ze bekend en minder bekend repertoire mengt en naar een climax toewerkt. Intelligent genoeg ook om aan te voelen dat het publiek niet écht gelukkig was met de recitals van haar collega’s en daarom bij aanvang van haar eigen recital aan het publiek duidelijk maakte wat haar bedoeling was: haar publiek op een boeiende manier bezighouden en waar kan: aangenaam verrassen.
Centraal in Peretyatko’s programma staat de nachtegaal, met muziek van Saint-Saëns en Stravinsky, maar ook enkele door ons erg gesmaakte Russische liederen van Rimsky-Korsakov en Rachmaninov. Het is daarbij opmerkelijk hoeveel gevoel de jonge sopraan in al deze muziek kan leggen.
Naast deze liederen werden we ook vergast op een paar schitterende opera aria’s van Mozart (Entführung), Verdi (Rigoletto) en Rossini (Il Signor Bruschino). Bij al deze fragmenten gaf Peretyatko niet alleen blijk van een perfecte techniek en dito voorbereiding, maar ook bewees zij over een fenomenale hoogte en een hemels mooi timbre te beschikken. Bovendien had zij geen moeite om zich in al deze muziek in te leven. De zangeres is duidelijk in positieve zin aan het evolueren. Toch één opmerking: het lage register is niet erg goed ontwikkeld, wat duidelijk naar voren kwam bij de aria “Ah, donate il caro sposo” uit “Il Signor Bruschino” en bijna voor een uitschuiver zorgde.
Uiteindelijk waren we erg gelukkig met dit vierde en laatste concert, het enige dat aan onze verwachtingen beantwoordde. We verheugden ons er ook over dat Peretyatko ons na een minder geslaagde “La Scala di Seta” opnieuw wist te overtuigen van haar ontegensprekelijke talent.

H.D. (Gepubliceerd op 23/8/2009)

Foto's van boven naar onder:
1) Mariola Cantarero.
2) José Manuel Zapata.
3)
Gregory Kunde.
4) Olga Peretyatko.

TERUG NAAR KEUZELIJST ITALIËVorige