OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN AMSTERDAM

LA JUIVE

De Nederlandse OperaOpera in vijf bedrijven van Jacques Fromental Halévy op een libretto van Eugène Scribe. De wereldpremière had plaats op 23 februari 1835 in de Opéra te Parijs. We woonden een voorstelling bij in het Muziektheater te Amsterdam op 27 september 2009. Het ging om een coproductie met de Opéra National de Paris.

La Juive - Dennis O'Neill (Le Juif Éléazar) en Angeles Blancas Gulín (Rachel) (Foto: Ruth Walz)De Franse “Grand opéra” zal altijd wel een beetje het zorgenkind van de operaliteratuur blijven. Om te beginnen is er de tegenstelling dat deze ambitieuze werken zich trachten los te werken van de bestaande conventies. Er is de grootschaligheid, zwaardere orkestraties en dramatische zangpartijen. Aan de andere kant blijven de werken wat betreft indeling trouw aan de oude nummerstructuur. Bepaalde rollen, zoals Léopold en Euxodie, zijn duidelijk afkomstig uit het belcantogenre. Ander probleem is de hoge kost om een grand opéra op een waardige manier op te voeren, niet in het minst omdat zangers die de vaak loodzware partijen aankunnen erg dun gezaaid zijn. Voornoemde factoren zorgen er dan ook voor dat opvoeringen van “La Juive”, maar ook van de opera’s van Meyerbeer, tegenwoordig erg zeldzaam zijn. Nochtans is al herhaaldelijk gebleken dat wel degelijk een publiek bestaat voor het genre. Zo moest de opera van Stuttgart een tweetal seizoenen geleden door de grote publieke belangstelling extra voorstellingen inlassen van hun productie van “La Juive”.
Het zal zeker niet aan de muziek van Halévy liggen dat dit werk zo weinig in de operahuizen gespeeld wordt. Zijn partituur blinkt uit in dramatische spankracht, weet ook te boeien in de intiemere taferelen, maar kent zijn echte hoogtepunt in de massascènes die het werk rijk is. Bij dat alles blijkt uit de muziek een respect voor de stemmen die zelden of nooit afgedekt worden door het orkest. De aandachtige luisteraar zal in deze opera trouwens muziek horen die andere toekomstige grootheden als Berlioz, Gounod maar ook Verdi al aankondigen. Met deze wetenschap vinden we het dan ook onbegrijpelijk dat in Amsterdam, net zoals in de meeste andere theaters, de man met de schaar zijn lusten ongebreideld heeft mogen botvieren op de partituur. De al vermelde voorstellingen in Stuttgart waren 99% compleet, en hebben bewezen dat de muziek van Halévy van de eerste tot de laatste minuut blijft boeien. Bovendien wordt de dramatische samenhang ongunstig beïnvloed door het weglaten van (delen van) bepaalde taferelen. We vragen ons af waaraan Halévy deze behandeling verdiend heeft, temeer daar werken van andere componisten die minstens even lang zijn als “La Juive” en niet noodzakelijk boeiender, wel steeds volledig gespeeld worden. Echt Jammer!
La Juive - Alastair Miles (Le Cardinal Jean-François de Brogni), Dennis O'Neill (Le Juif Éléazar) en Angeles Blancas Gulín (Rachel) (Foto: Ruth Walz)Regisseur Pierre Audi, een vaste waarde in Amsterdam, laat het grootste deel van de opera spelen in een metalen constructie die het dakgebinte zou kunnen zijn van een kerk en/of een synagoog. Deze spectaculaire constructie is zeer aannemelijk in het eerste bedrijf dat zich afspeelt op een kerkplein, maar wordt een pak minder efficiënt in de intiemere scènes. Zo kunnen we ons moeilijk voorstellen dat Eléazar en zijn familie Pesach vieren onder het dak van de synagoge. Bovendien leed de ganse voorstelling aan een gebrek aan geloofwaardige personenregie. Zo kwamen de personages, op Rachel na, eerder slecht tot hun recht. Aan het einde van het vierde bedrijf hadden we zelfs even de indruk een concertante uitvoering mee te maken, wanneer de zes solisten vooraan op het podium mooi op een rijtje stonden, terwijl het koor zich achteraan op een soort podium bevond. Ook de terechtstelling van Rachel en Eléazar aan het einde van de opera vonden we weinig overtuigend, laat staan dramatisch. Aan de andere kant zijn we de heer Audi dan weer dankbaar dat hij het werk niet gebruikt/misbruikt heeft voor het brengen van een of andere politieke boodschap.
Het zal de lezer ondertussen duidelijk zijn dat de grootste vreugde tijdens deze voorstelling van de musici moest komen en het moet gezegd, we werden op dat vlak niet teleurgesteld, wel in tegendeel. De eer daarvoor komt in de eerste plaats toe aan dirigent Carlo Rizzi, die het Nederlands Philharmonisch Orkest op meesterlijke wijze leidde, zijn muzikanten daarbij voldoende vrijheid liet, echter zonder dat dit ten koste ging van de homogeniteit.
Dennis O’Neill is niet meer zo jong, en dat laat zich horen. De stem is niet meer erg stabiel en wordt af en toe geplaagd door een traag vibrato. En laten het nu juist deze eigenschappen zijn die haar perfect doet passen bij de persoon Eléazar, een krenterige, kortzichtige en fanatieke joodse koopman naar het beeld van Shylock uit Shakespeare’s “The merchant of Venice”. Helaas was O’Neill wat vermoeid tegen het einde, waardoor zijn grote aria “Rachel, quand du Seigneur” (zonder cabaletta) een beetje onder de verwachtingen bleef.
La Juive - Annick Massis (La Princesse Eudoxie) en John Osborn (Léopold) (Foto: Ruth Walz)We waren erg onder de indruk van de Amerikaanse tenor John Osborn als Léopold, misschien wel de moeilijkst te bezetten rol. Zijn aria “Loin de son amie”, gezongen in een prachtige afwisseling van falset en voix-mixte was voor ons hét hoogtepunt van de voorstelling. Ook in de meer dramatische passages kon hij zich laten gelden, maar zonder daarbij zijn belcantoachtergrond te verloochenen. Grote klasse, die ons een paar minder geslaagde hoge noten probleemloos doen vergeten. Geen reserves ook bij de prestatie van de Franse coloratuursopraan Annick Massis die door de virtuoze passages in de rol van Eudoxie op geen enkel moment in verlegenheid gebracht werd. Helaas werd haar bolero om onbegrijpelijke redenen gecoupeerd. Prachtprestatie ook van Angeles Blancas Gulin die in de rol van Rachel niet alleen liet horen één van de betere dramatische sopranen van haar generatie te zijn, maar ook toonde dat ze op een geloofwaardige manier een personage weet neer te zetten. Iets minder indrukwekkend zonder daarom onverdienstelijk te zijn was de Engelse bas Alastair Miles, die in onze oren wat vocale autoriteit miste in de rol van kardinaal Brogni. Tenslotte kunnen we nog melden dat ook de kleinere rollen op een meer dan bevredigende manier bezet werden, met een speciale vermelding voor André Heyboer die in de rol van Ruggiero aantoonde klaar te zijn om heel wat belangrijkere rollen aan zijn repertoire toe te voegen.
Al bij al een zeer goede voorstelling, die echter een beetje leed onder de incapaciteit van de regisseur om de opera van Halévy op een interessante manier te visualiseren.

Er is nog een voorstelling op 30 september 2009.

H.D. (Gepubliceerd op 29/9/2009)

Foto's van boven naar onder:
1) Dennis O'Neill (Le Juif Éléazar) en Angeles Blancas Gulín (Rachel)
2) Alastair Miles (Le Cardinal Jean-François de Brogni), Dennis O'Neill (Le Juif Éléazar) en Angeles Blancas Gulín (Rachel)
3)
Annick Massis (La Princesse Eudoxie) en John Osborn (Léopold)
Copyright foto's © Foto: Ruth Walz.

TERUG NAAR KEUZELIJST NEDERLAND

Concertgebouw Amsterdam

“CATERINA CORNARO”

Lyrische tragedie in een proloog twee bedrijven van Gaetano Donizetti op een tekst van Giacomo Sacchero. De opera werd voor het eerst uitgevoerd op 12 januari 1844 in het Teatro San Carlo te Napels. We waren op 20 maart 2010 aanwezig bij een concertante uitvoering in het Amsterdamse Concertgebouw.

Nelly MiricioiuHoewel Donizetti slechts 51 jaar oud werd, schreef hij het niet onaardige aantal van 70 opera’s. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat niet al deze werken hoogvliegers zijn. Bovendien leed de componist aan de gevolgen van syfilis, een ziekte die uiteindelijk tot zijn dood zou leiden. Dit maakt dat veel van zijn latere werken, geschreven toen zijn lichamelijke en geestelijke vermogens achteruitgingen, zelden het niveau halen van de eerdere opera’s. “Caterina Cornaro” is in dat opzicht geen uitzondering. De partituur is weinig samenhangend en er zijn weinig memorabele momenten, misschien met uitzondering van Caterina’s aria in de proloog.
Het verhaal speelt in Venetië (proloog) en Nicosia (de 2 bedrijven). Caterina Cornaro staat op het punt te trouwen met haar geliefde, de Franse edelman Gerardo. De Venetiaanse “raad van tien” eist echter dat ze Gerardo afwijst en in het huwelijk treedt met de Cypriotische koning Lusignano. Anders zal Gerardo moeten sterven. Gerardo voelt zich uiteraard beledigd, maar later in de opera wordt hem alles verklaard door Lusignano, die beseft dat hij getrouwd is met een vrouw die niet van hem houdt. Wanneer een opstand uitbreekt schaart Gerardo zich bij Lusignano. Samen slagen ze er in de opstand neer te slagen, maar Lusignano wordt dodelijk gewond. Op verzoek van het volk regeert Caterina Cornaro vanaf dan alleen over Cyprus.
We nemen aan dat de organisatie van “De matinee op de vrije zaterdag” het werk programmeerde om de Brits-Roemeense sopraan Nelly Miricioiu ter wille te zijn. Deze zangeres vierde exact 25 jaar geleden als Thaïs in de gelijknamige opera van Massenet haar debuut in “De matinee” en trad ondertussen niet minder dan 17 keer op in deze concertenreeks, vooral in rollen van Rossini, Donizetti en Bellini. Helaas is de stem van Miricioiu ondertussen al erg op de terugweg. De prachtige legatolijnen van weleer, de zuivere coloraturen en de mooie topnoten zijn helaas grotendeels verdwenen. De sopraan heeft ingeboet aan virtuositeit en af en toe komt de ademhaling wat in de problemen. Een aantal inzetten was duidelijk beneden de toon en de hoge noten klonken schreeuwerig. Dat wil niet zeggen dat er niets te genieten viel bij Miricioiu’s optreden, de vrouw heeft een enorm charisma en weet als geen ander ook concertant een personage neer te zetten. Nicola AlaimoHet Nederlandse publiek, dat Miricioiu ondertussen de goddelijke status toegekend heeft, was in elk geval laaiend enthousiast.
Het mannelijke deel van de cast was voor het overgrote deel overtuigend. Enkel de Argentijnse tenor Dario Schmunck viel een beetje uit de toon. Hij heeft zeker stijlgevoel en een mooi timbre, maar is wat onzeker in de hoogte en ten opzichte van zijn collega’s kwam hij duidelijk volume te kort. Anderzijds moeten we hem dankbaar zijn dat hij deze rol op korte tijd heeft willen instuderen na het afzeggen van John Osborn. De Italiaanse bariton Nicola Alaimo stak letterlijk en figuurlijk met kop en schouders boven de anderen uit. Hij weet zijn grote stem perfect te gebruiken, met grote emotionele uitbarstingen waar nodig, maar ook met prachtige piano’s. De stem is bovendien egaal over de gehele lijn. Hij weet ook met de nodige nuances in zijn zang en de tekst een geloofwaardig karakter neer te zetten. Ook voor de bas Mirco Palazzi als de verrader Mocenigo heeft Donizetti’s muziek geen geheimen en we waren onder de indruk van de vocale mogelijkheden van Karoly Szemeredy als Caterina’s vader Andrea Cornaro.
Tijdens de jaren dat we de operavoorstellingen van “De matinee” bijwonen hebben we al heel wat voortreffelijke belcantodirigenten de revue zien passeren. Denken we maar aan mensen als Giuliano Carella of, recentelijk nog in “Guillaume Tell”, Paolo Olmi. We vragen ons dan ook af wat de organisatoren op het idee gebracht heeft om voor deze “Caterina Cornaro” de Engelse dirigent David Parry te engageren. Onder zijn leiding speelde de Radio Kamer Filharmonie constant te luid, wat de solisten meermaals in de problemen bracht, en wat naar onze mening vooral Nelly Miricioiu aanzette tot luider zingen dan wenselijk. Parry offert voortdurend de melodie op aan een allesoverheersend ritme, met onproportioneel gebruik van het slagwerk. Onder zijn leiding lijkt het wel of Donizetti zijn muziek schreef voor een of andere obscure harmonie. Parry’s inbreng tijdens de voorstelling beperkt zich tot het slaan van de maat, zonder enig contact met zijn orkest of de solisten. Miricioiu verdiende beter voor haar jubileum.
Al bij al een voorstelling van een niet zo interessant werk, die vooral te lijden had onder een onwaardige dirigent. En als we het over Miricioiu hebben denken we liever terug aan een aantal onvergetelijke voorstellingen die we vroeger met haar zagen in binnen- en buitenland, dan aan deze “Caterina Cornaro”.
Voor de Donizetti-adepten tenslotte nog dit: Miricioiu zingt op 13 februari 2011 in de Londense “Queen Elizabeth Hall” de rol van Antonina in Donizetti’s “Belisario”. Het concert wordt georganiseerd door de “Celsea Opera Group”. Meer info hier.

H.D. (Gepubliceerd op 21/3/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Nelly Miricioiu.
2) Nicola Ataimo.

TERUG NAAR KEUZELIJST NEDERLAND