OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN BREDA

“EL GATO CON BOTAS” (DE GELAARSDE KAT)

Opera TrionfoOpera van Xavier Montsalvatge (1912-2002) op een libretto van Nestor Lujan y Fernandez (1922-1995), gebaseerd op "De gelaarsde kat" uit “Sprookjes van Moeder de Gans” van Charles Perrault. Orkestbewerking van Albert Guinovart. Wereldpremière op 10 januari 1948 in het Gran Teatre del Liceu te Barcelona. Nederlandse première door Opera Trionfo op 20 oktober 2009 in de Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Bijgewoonde try-out voorstelling op 18 oktober 2009 in het Chassé Theater te Breda.

El gato con botas - Laila Sbaiti als El Gato (Foto: J. Stekelenburg)Het programmaboekje noemt het werk een familieopera. Inderdaad bestond het publiek hoofdzakelijk uit zeer jonge toeschouwers met hun ouders. Helaas werd het werk in de originele Spaanse taal gezongen met per scène enkele zinnetjes uitleg in de boventiteling. Dit had tot resultaat dat er bestendig fluisterende kinderstemmen uitleg vroegen aan hun begeleiders.
De muziek bevat wel een reeks aangenaam klinkende thema’s met een vurig voorspel en later soms herinnerend aan Satie. Toch verviel het soms even in het kleurloze, afgewisseld met fragmenten waarin de piano bijna solistisch de hoofdbrok speelde.
Het orkest bestond uit vijf strijkers en vijf blazers met slagwerk en de al genoemde piano. Onder leiding van Robbert van Steijn liet dit ensemble een mooie samenklank horen.
In de rij van de zangers was de tenor Erik Slik de zwakste, wat wellicht te wijten viel aan de vrij lage ligging van de partij. Zijn rol als molenaarszoon die met de kat optrekt, speelde hij wel op het gewenste niveau voor kinderen. De titelrol was in handen van de sopraan Laila Sbaiti, die zeer goed zong en de diverse situaties duidelijk in de hand hield. De andere sopraanrol was voor de prinses en werd eveneens goed gezongen door Sonja Volten. De koning werd overtuigend gebracht door bariton Wiebe-Pier Cnossen. Hoewel enkele lage noten minder goed doorkwamen, was het een zeer kleurrijke vertolking. Alle zangers waren Nederlanders, behalve Niklaus Kost uit Zürich die wel zijn studie in Nederland volbracht. Zijn imposante figuur versterkte nog zijn overtuigende vertolking van de tovenaar (in het programma vermeld als het monster). Drie mimespelers: Femke Snel, Bas Dorlandt en Angel Liegent vormden een zeer goede aanvulling. Alle respect voor de scènes waarin ze gewoon op hun knieën liepen om kleiner te lijken als leden van het hof.
El gato con botas - Niklaus Kost als de tovenaar (midden)  (Foto: J. Stekelenburg)De regie van Susanne Knapp was goed uitgedokterd en kleine ideetjes kruidden het geheel met enkele grapjes. Ook hielpen de zeer kleurrijke kostuums van Martina Fehmer om het verhaal te verduidelijken voor grote en kleine kinderen. De belichting van Michel van Reijn was functioneel maar had soms wel iets meer de gelaatsuitdrukkingen mogen accentueren.
Het applaus achteraf wees o.i. uit dat de kinderen niet zo heel enthousiast waren. Voor ons was het alleszins een verdienstelijke voorstelling.

Er zijn voorstellingen tot 30 december 2009 in verschillende steden in Nederland. De juiste locaties en datums vindt u op de site van Opera Trionfo: http://www.operatrionfo.eu/

H.V. (Gepubliceerd op 20/10/2009)

Foto's van boven naar onder:
1) Laila Sbaiti als El Gato.
2) Niklaus Kost als de tovenaar (midden)
Copyright foto's © Jurjen Stekelenburg

TERUG NAAR KEUZELIJST NEDERLAND

“DER ZIGEUNERBARON”

Internationale Opera ProductiesOperette van Johann Strauss jr. (muziek) en Ignaz Schnitzer (libretto) naar de novelle “Saffi” van Móric Jokay. Wereldpremière op 24 oktober 1885 in het Theater an der Wien te Wenen. Première van deze Internationale Opera Productie op 19 januari 2010 in Tiel (NL). Bijgewoonde voorstelling op 2 februari 2010 in het Chassé Theater te Breda.

Der Zigeunerbaron - Bert Simhoffer als Kalman Zsupan, Svea Johnsen als Arsena, Stan Lambregts als Conte Canero, Andreas Schagerl als Sandor Barinkay en Daniella Buijck als Mirabella (Foto: Eujeniy Kulyk)Als een regisseur, zoals hier Marc Krone, in een persmap of in het programmaboekje zeven bladzijden tekst nodig heeft om zijn opvattingen te verklaren, dan worden we onmiddellijk wantrouwig. Wij wonen jaarlijks in Duitsland en Oostenrijk diverse operettes bij op festivals en in operatheaters en weten maar al te goed hoe "Der Zigeunerbaron", zelfs in de huidige vernieuwingswoede, moet uitgevoerd worden.
Tijdens de ouverture zat het koor op het podium, wat rond te lopen, wat te discuteren, een beetje te vechten, enz. Dan vertrokken ze om achter het podium een koortje te zingen om iets later weer terug op te wandelen!!! Het vinden van de goudblokken door Barinkay werd rondom ons op gelach begroet! De vondst om Barinkay te laten zien door de ogen van zichzelf als kind, leek ons ook nogal ver gezocht… Humor ontbrak praktisch volledig. Ook dit hebben we al beter gezien.
Over de choreografie van Thao Nguyen kunnen we zeggen dat deze zeer passend en vlot was. Helaas klopte één en ander niet altijd met de tempi van het orkest.
Het kleine orkest van het Staatsopera- en Ballettheater van Kharkov (Oekraïne) klonk mooi en gedisciplineerd, maar niet altijd “Weens”. De dirigent Pieter Cox kon ook niet beletten dat door diverse solisten erg uit de maat gezongen werd. Het koor van het Muziektheater van Cherkassy klonk afwisselend dun en pas krachtig als ze gesteund werden door de solisten.
Der Zigeunerbaron - Dieter Goffing als Graaf Homonay en Daniella Buijck als Mirabella (Foto: Eujeniy Kulyk)Aan het hoofd van de solisten stond de titelrolvertolker Sandor Barinkay. De Oostenrijkse tenor Andreas Schagerl heeft het figuur, de vlotheid en het uiterlijk mee voor deze “jeune-premier” rol. De stem is mooi en krachtig, spijtig dat de hoge C, die niet in de partituur staat, een beetje wankel was. De belangrijke rol van Saffi was dubbel bezet en wij hoorden de Nederlandse sopraan Maartje Rammeloo. Dikwijls wordt deze rol door een lyrische sopraan gezongen, maar we hoorden en zagen deze lichte sopraan graag aan het werk. Ook de Weense mezzosopraan Rita Lucia Schneider liet een mooie stemkleur horen als Czipra. De andere vertolkers konden ons minder overtuigen: Daniella Buijck was de gouvernante Mirabella en ofwel was deze rol ingekort, ofwel bewust zeer zwak gehouden. Van de Duitse sopraan Svea Johnsen had men uiterlijk bijna een toverheks gemaakt en haar zangklank was tamelijk scherp. De kleine rol van Ottokar verraste door de zeer mooie tenorstem van Rik van de Rijdt, die er echter als een punker uitzag. Conte Canero werd gebracht door Stan Lambregts die vlot acteerde en ook de pauze tussen de tweede en derde actes opvulde. Dit was zelfs bijna komisch. De Duitse bariton Dieter Goffing was een bleke Graaf Homonay met een raar kostuum voor die rol. De Nederlandse bariton Bert Simhoffer had wel het goede figuur voor Kalman Zsupan, maar kon vocaal niet overtuigen, vooral niet in de hoge tonen en we hoorden ook diverse valse noten.
Een leuk jongetje Chris van der Lee was een schattig doch overbodig zoontje van Barinkay of de jeugdige Barinkay zelf.

Er zijn nog voorstellingen in Nederland en België tot 8 februari 2010. De juiste locaties en speeldatums vindt U onder deze link.

H.V. (Gepubliceerd op 4/2/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) .Bert Simhoffer als Kalman Zsupan, Svea Johnsen als Arsena, Stan Lambregts als Conte Canero, Andreas Schagerl als Sandor Barinkay en Daniella Buijck als Mirabella.
2) Dieter Goffing als Graaf Homonay en Daniella Buijck als Mirabella.
Copyright foto's © Eujeniy Kulyk.

TERUG NAAR KEUZELIJST NEDERLAND

“LA CENERENTOLA”

Nationale ReisoperaOpera van Gioacchino Rossini (muziek) en Jacopo Ferretti (libretto). Wereldpremière op 25 januari 1817 in het Teatro Valle te Rome. Première van deze productie door de Nationale Reisopera Nederland op 20 maart 2010 te Enschede. Bijgewoonde voorstelling op 13 april 2010 in het Chassé-Theater te Breda.

La Cenrentola - Alidoro (Philippe Kahn), Clorinde (Machteld Baumans), Don Magnifico (Piotr Micinski), Tisbe (Ceri Williams) en Dandini als prins (André Morsch) (Foto: Marco Borggreve)De inhoud van "La Cenerentola" is hoofdzakelijk het sprookje van Assepoester, weliswaar met enkele andere personages, zoals de fee die vervangen is door Alidoro, een filosoof. Hier kent men geen moeder, maar een vader die zijn dochters moet zien uit te huwelijken. Ook wordt het glazen schoentje nu een armband. Behalve het romantische koppel Prins en Assepoester (nu Angelina) worden alle anderen grappige personages.
De ouverture, zoals het Gelders Orkest deze speelde, was een voorbeeld van de echte Rossini-stijl. De 24-jarige dirigent Trisdee na Patalung uit Bangkok haalde een ongelooflijk aantal muzikale schatten te voorschijn uit een werk dat toch repertoire is geworden. Ook de passages die louter begeleidend waren, klonken zeer stijlvol en brachten de vertolkers nooit in de problemen, hoe vlug sommige tempi ook waren. Een kleine opmerking over de regie: er werd soms nogal wat achteraan gezongen wat in deze grote zaal soms nadelig uitviel voor enkele zangers. Verder was de enscenering van Michiel Dijkema zeer speels en vlot en zat vol hilarische vondsten. Enkele voorbeelden waren de wandelende zetel en het computerspelletje via de boventiteling tijdens het intermezzo. Het decor dat soms groter werd, soms schuin ging hangen, Angelina die via de kachel naar boven werd gezonden om daar de gedaanteverwisseling voor het bal te krijgen, de koets van de prins die verongelukt vlak bij het huis van Angelina, verrijkten met veel humor het geheel.
La Cenrentola - Prins (Philippe Talbot), Angelina in haar baljurk (Francesca Provvisionato), er achter Clorinde (Machteld Baumans) en Tisbe (Ceri Williams) Kleiner ernaast: Dandini (André Morsch), Alidoro (Philippe Kahn) en Don Magnifico (Piotr Micinski) (Foto: Marco Borggreve)Het herenkoor van de Nationale Reisopera (voorbereid door Alistair Lilley) zong zeer evenwichtig en werd zeer effectief ingeschakeld in de actie.
Over de solisten niets dan lof. Bij de dames genoten we van de Nederlandse sopraan Machteld Baumans als Clorinde en vooral van de mezzosopraan Ceri Williams uit Wales als Tisbe. De Italiaanse mezzo Francesca Provvisionato (Angelina) met een eerder licht timbre, zong uitstekend en acteerde ongelooflijk vlot en waar nodig met veel charme. Haar slotaria “Nacqui all’affanno al pianto” stond zeker naast uitvoeringen door de allergrootsten. Haar ideale partner was de Franse tenor Philippe Talbot. Zijn mooie stem en zijn speelse vertolking van Prins Ramiro werden opgesmukt met veel hoge “C’s” en zelfs een vrij lang gehouden “D”. De beide hoofdvertolkers deden ons denken aan een uitvoering te Pesaro met Vesselina Kasarova en Juan Diego Florez. De huidige vertolkers konden daar zeer goed naast staan. Verder hoorden we de Poolse bas Piotr Micinski als vader Don Magnifico, de Franse bas Philippe Kahn als Alidoro en de Duitse bariton André Morsch als Dandini. Alle drie leverden zowel vocaal als scenisch zeer goede prestaties. Vermelden we nog Jan-Paul Grijpink die de recitatieven vlot begeleidde aan de piano en voor een goede aansluiting met de orkestrale nummers zorgde.
La Cenrentola - Dandini als prins (André Morsch), de prins als de knecht (Philippe Talbot) (Foto: Marco Borggreve)Het publiek vonden we deze keer erg lauw reageren vooral in het slotapplaus. Voor ons was het een hoogtepunt voor dit seizoen!

Er zijn nog voorstelling op 15 april te Utrecht en op 17 april 2010 te Arnhem.

H.V. (Gepubliceerd op 15/4/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Alidoro (Philippe Kahn), Clorinde (Machteld Baumans), Don Magnifico (Piotr Micinski), Tisbe (Ceri Williams) en Dandini als prins (André Morsch)
2)
Prins (Philippe Talbot), Angelina in haar baljurk (Francesca Provvisionato), er achter Clorinde (Machteld Baumans) en Tisbe (Ceri Williams) Kleiner ernaast: Dandini (André Morsch), Alidoro (Philippe Kahn) en Don Magnifico (Piotr Micinski)
3) Dandini als prins (André Morsch), de prins als de knecht (Philippe Talbot)
Copyright foto's ©
Marco Borggreve

TERUG NAAR KEUZELIJST NEDERLAND