OPERA GAZET
![]()
Kameroratorium
van
Frank Martin, gecomponeerd in 1938-1941. Het werk beleefde zijn première
in Zürich op 28 maart 1942. Première van deze productie door “Operadagen
Rotterdam” in het O.T. Theater op 29 mei 2010. Bijgewoonde voorstelling op 6
juni 2010.
"Le vin herbé" is gebaseerd op de roman “Tristan en
Isolde”(1900) van
Joseph Bédier. Isolde (Iseut) wordt uitgehuwelijkt aan
koning Marc. Onderweg naar zijn land drinkt ze samen met haar begeleider
Tristan per ongeluk van de betoverde wijn die bestemd was voor haar
huwelijksnacht. Onmiddellijk worden Isolde en Tristan hartstochtelijk
verliefd op elkaar en is hun droevig lot bezegeld.
Bij “Tristan en Isolde” denken wij vooral aan Wagner’s beroemde opera. Maar
ook de Zwitserse componist Frank Martin schreef een indringende versie van
dit liefdesdrama. In een meeslepend idioom schetst hij de ondergang van het
liefdespaar. Martin componeerde het oratorium “Le vin herbé” voor zeven
strijkinstrumenten, een piano en een ensemble van twaalf zangers, die
gezamenlijk het verhaal vertellen. Dit verhaal is meer uitgebreid dan bij
Wagner, zeker het tweede en het derde deel. Opvallend is de aanwezigheid van
twee Isoldes: “Iseut la Blonde” en “Iseut aux Blanches Mains”. De eerste is
de échte Isolde waarop Tristan verliefd wordt, de tweede wordt pas in het
derde deel van het oratorium in de actie betrokken. Tristan is dan al drie
jaar lang van zijn grote liefde gescheiden. Hij trouwt met Isolde met de
Blanke Handen. Het is echter een liefdeloos huwelijk en als Tristan dodelijk
gewond geraakt, is het Isolde de Blonde die hij wil terugzien. Te laat
echter, terwijl bij Wagner Isolde nog juist op tijd komt om de laatste snik
van Tristan te horen, komt ze hier te laat. Ze sterft van verdriet, maar
zonder een mooie “Liebestod” te zingen.
De muzikale stijl die Frank Martin in dit werk gebruikt, beviel ons
uitermate. Wij laten even de componist zelf aan het woord: Vanaf de proloog
is er een lage, lang aangehouden toon met akkoorden die daar omheen draaien.
Dat is een van de principes van mijn schriftuur waarop ik steeds weer
teruggrijp. Het is geen technisch foefje, maar de grondslag van mijn stijl.
Een aangehouden toon wordt vanzelf een melodie vanwege het feit dat, als de
melodie verandert, deze toon een steeds groter gewicht krijgt naarmate de
omringende harmonie zich verder van haar verwijdert.
Hans Werner Henze hoorde het werk tijdens W.O. II en was diep onder de
indruk: Zo kan 12-toons muziek dus ook klinken, zo mooi en zo teer, zo
betoverend. Achteraf bezien is natuurlijk maar heel oppervlakkig sprake van
die “twaalftonerij”, net als in de “Petite symphonie concertante”. Maar de
pasteltinten zijn zo subtiel, rijk genuanceerd, zo licht, haast
expressionistisch en met halfschaduwen dat het werk als geheel een krachtig,
bijna hypnotiserend karakter heeft.
De voorstelling die wij bijwoonden had plaats in het Rotterdamse O.T.
Theater. Het is een moderne, overwegend glazen constructie. De zaal is
klein, zonder balkons, met een sterk hellende zitruimte, waardoor er in
feite geen slechte plaatsen zijn.
De afwerking is volledig in hout –ook het
plafonnering- wat een uitstekende akoestiek oplevert.
Wij schrokken ons een bult toen het twaalfkoppige ensemble met volle borst
de inleidende verzen “Seigneurs, vous plaît-il d’entendre un beau conté
d’amour et de mort?” uitbazuinde. Dat was meteen ook het euvel dat de ganse
voorstelling teisterde en als het ware in tegenspraak was met de rustige,
steeds doorkabbelende muzikale achtergrond: te veel decibels! Zangers die
absoluut niet wisten te doseren en er maar op los zongen zonder rekening te
houden met de beperkte afmetingen van de zaal.
Nochtans hoorden wij enkele mooie stemmen, met bovendien een goede Franse
dictie. Yvette Bonner was een bijzonder vinnige en geloofwaardige Iseut, met
een fraaie, lyrische en trefzekere sopraanstem. Philippe Do is een
eersteklas Franse tenor van Vietnamese afkomst, die zijn sporen o.a. in
Lyon, Parijs en Compiègne verdiende. Met rollen als Nadir, Roméo, Don
Ottavio en Il Duca di Mantova op zijn actief, dachten wij dat de rol van
Tristan hem wel geen problemen zou opleveren. Toch had hij het lastig in de
hogere regionen, maar dat deed geen afbreuk aan het feit dat wij konden
genieten van zijn mooi bronzen timbre, zijn uitstekend tekstbesef en
voorbeeldige dictie.
De andere rollen waren meer bescheiden, maar wij willen toch de sterk
dramatische Branghien van de sopraan Nicola Mills en de kernachtige koning
Marc van de bariton Frans Fiselier vermelden. Ook de alt Virpi
Räisänen-Midth wist ons te bekoren in de ondankbare partij van Iseut aux
Blanches Mains. Deze zangers maakten ook steeds deel uit van het
koorensemble dat verder goed aangevuld werd door Elisa Roep, Marieke Koster,
Lien Haegeman, Tom Raskin, Kevin Skelton, Hubert Claessens en Jan Willem
Baljet.
De enscenering van Mirjam Koen en Gerrit Timmers was bijzonder sober, met
een modern, sfeerloos decor en uniforme grijze kostuums. De personenregie
was efficiënt. Het zwaard van koning Marc heeft hier een sterke symbolische
betekenis en wordt ook aanhoudend in de tekst vermeld. De regisseurs vonden
het nodig om dit zwaard te vervangen door een revolver, wat geen enkel
dramatisch voordeel inhield. Integendeel, het wekte hilariteit op en vloekte
met de tekst. De hersenkronkels van regisseurs zijn
ondoordringbaar…
Wat ons bij deze opvoering het meeste plezier verschafte, was het
kamerorkest Domestica Rotterdam, samengesteld uit leden van het Rotterdams
Philharmonisch Orkest. Onder de bezielende leiding van Wim Steinmann klonk
dit ensemble bijzonder warm en stijlvol. Opvallend waren ook de
voortreffelijke individuele technische beheersing en de perfecte
ensembletechniek. Jammer dat de dirigent er niet in geslaagd is de zangers
beter in toom te houden. Met goed gedoseerde zangprestaties, was dit een
muzikaal voorbeeldige voorstelling geweest.
In september wordt “Le vin herbé” nog tweemaal in
het O.T. Theater opgevoerd, waarna de productie op tournee gaat door
Nederland.
Er bestaat een mooie opname van het werk op CD met Sandrine Piau (Iseut), Steve Davislim (Tristan), Jonathan de la Paz (Roi Marc), Hildegard Wiedemann (Iseut aux Blanches Mains) en Jutta Böhnert (Branghien) met het RIAS kamerkoor en het Scharoun ensemble Berlijn o.l.v. Daniel Reuss. (Harmonia Mundi) 2007.
Er is ook nog een goede oudere opname op CD met Nata Tuscher (Iseut), Adrienne Comte (Branghien), Helen Morath (Iseut aux Blanches Mains), Eric Tappy (Tristan), Hans Jonelli (Kaherdin) en Heinz Rehfuss (le roi Marc). Stadtorchester Winterthur o.l.v.Victor Desarzens. (Jecklin Discs) 1961.
G.M. (Gepubliceerd op 8/6/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Yvette Bonner als Iseut en Philippe Do als Tristan in de eerste scène.
2) Yvette Bonner als Iseut en het volledige ensemble.
3) Slotscène met Yvette Bonner als
Iseut en Philippe Do als de dodeTristan.
Copyright foto's
©
Ben van Duin.
TERUG NAAR KEUZELIJST NEDERLAND
![]()