OPERA GAZET
![]()
Operette van Leo Fall (muziek) en Victor Léon (libretto). Wereldpremière op 27 juli 1907 te Mannheim tijdens de Operettenfestspiele. Première van deze productie in het Kongress & Theater Haus te Bad Ischl op 24 juli 2010. Bijgewoonde voorstelling op 3 augustus 2010.
"Der
fidele Bauer" (de lustige boer) speelt in het dorp Oberwang en in Wenen. De arme boer Scheichelroither
heeft zijn vrouw beloofd zoon Stefan te laten verder studeren. Hij krijgt
hiervoor de hulp van de rijke boer Lindoberer, de peter van de jongen. Na
elf jaar wacht de oude boer op zijn zoon en bij aankomst zegt hij zijn vader
dat hij maar eventjes blijft, want hij moet zijn huwelijk met Friederike, de
dochter van Geheimrat von Grumow gaan voorbereiden. Zijn vader en zuster
zijn niet uitgenodigd op deze bruiloft. Enkele maanden later regelt
Lindoberer een bezoek van vader aan de zoon in Wenen, samen met zus
Annamirl. Zij ontmoeten hier de “fijne lui”, die geschokt zijn door het zien
van de boer. Deze laatste realiseert zich dat hij niet past in dit
gezelschap en verklaart zijn zoon nooit meer te willen zien. Deze woorden
maken een zodanige indruk, dat men zich verzoent. Ondertussen is er een
romance gegroeid tussen Vincenz (zoon van Lindoberer) en Annamirl (de zuster
van Stefan) en ook dit komt tot een goed einde.
De intendant Dr. Michael Lakner begroet altijd de aanwezigen maar had nu de
onaangename melding dat de tenor Eugene Amesmann (Stefan) “ganz
indisponiert” was en praktisch stemloos. Hij zou wel de voorstelling zingen.
Met veel moed begon hij eraan. Het werd een heel voorzichtige eerste akte in
pp. Voor de tweede en de derde aktes had men een loopmicro voorzien. We
kennen deze tenor uit een vroegere opvoering van “Wiener Blut” (Bad Ischl)
en “Der fidele Bauer” (Bad Hall) en we weten dat hij over een goede
tenorstem beschikt, dus alle begrip voor het toch redden van de
voorstelling. Ook de sopraan Romana Noack (Friederike) bleek voor het eerst
na drie weken ziekte weer op te treden. Zij onderscheidde zich in de derde
akte met een aangename “Einlage”. Ze heeft een zeer uitgebreide staat van
dienst in opera en operette. Weldra is ze te horen op CD in “Der fidele
Bauer” en “Frasquita”.
Ook de dirigent was vervangen. We hoorden nu Michael Zehetner. Hij had
stevig de teugels in handen en het Franz Lehar-Orchester gaf meestal een
vinnige lezing van de muziek. Ook begeleidde hij de solisten zeer volgzaam.
Volgend speeljaar is hij verbonden aan het Theater Erfurth.
Op
een zeer vlotte en romantische manier riep de enscenering van Dolores
Schmidinger de tijdsgeest op waarin het werk geschreven werd. Ook de humor
werd goed gebracht en de dansevoluties waren showstoppers. We denken dan
vooral aan het herentrio over “de artillerist, de infanterist en de
cavalerist ” door de drie boeren. Ook het trio van de twee boeren met
Annamirl “zijn we ook maar boeren” was zeer goed gebracht. We herinneren ons
deze Vlaamse teksten van vele opvoeringen, jaren geleden in Vlaanderen.
De titelrol van Mathaeus Scheichelroither werd gebracht door de bekende
acteur Franz Suhrada. Hij speelde een ideale boer in alle facetten van de
rol. Ondanks het feit dat hij geen zanger is, wist hij toch zeer gevoelig
het ontroerende “ieder huisje draagt zijn kruisje” te brengen. De rol van
rode Lisa werd gezongen door Christine Ornetsmüller, die samen met haar zoon
Heinerle hun bekende duetje zeer schattig bracht. Voor deze voorstelling was
het Anton-Josef Puscha die het knaapje speelde. Hij was voorzien van een
micro, maar klonk toch erg zwak. De andere boer Lindoberer werd gebracht
door Rupert Bergmann, een ideale figuur met een volle baritonstem. Ook was
de tenor Robert Maszl een goed zingende en acterende Vincenz, de zoon van
Lindoberer. Annamirl werd heel lief vertolkt door Laura Scherwitzl. Ook de
rol van Zopf vond een goede vertolker in de bariton Thomas Zisterer. Deze
laatste speelde ook een zeer goede Horst, broer van Frederike in de derde
akte.
In
deze versie had de regisseur sommige rollen enigszins samengesteld uit
diverse andere partijen. Het resultaat was echter prima. Verschillende
andere kleine rollen waren ook goed getypeerd en op gelijk niveau: Karl
Herbst (een boer), Dorli Buchinger (Loise mit der Harmonika), Walter Witzany
(von Grunow) Uschi Plautz (Victoria, moeder van Frederike) en vooral
Christian Kosis (de butler).
Jammer en helaas voor Eugene Amesmann en voor ons werd de mooie aria “O
frag’ mich nicht” van Stefan begrijpelijk gecoupeerd.
De organisatoren moeten wel oppassen, als ze ook vreemde toeristen willen
aantrekken, niet te overdrijven met het gebruik van een dialect, dat voor
ons onverstaanbaar was. Gelukkig maakte het acteren het meeste wel
duidelijk. Er was een verdiend lang applaus aan het slot voor deze zeer
goede en aangename productie.
Samen met “Die Csardasfürstin” en “Frasquita” loopt het seizoen nog tot 5 september 2010.
Voor 2011 zijn “Paganini” en “Im weissen Rössl” gepland.
H.V. (Gepubliceerd op 19/8/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Eugene Amesmann als Stefan en Laura Scherwitzl als Annamirl.
2) Franz Suhrada als Scheichelroither, Thomas Zisterer als Zopf en Rupert
Bergmann als Lindoberer.
3) Rupert Bergmann als Lindoberer en
Franz Suhrada als Scheichelroither.
Copyright foto's
©
FotoHofer
TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK
![]()
Operette van Emmerich Kálmán (muziek) en Leo Stein & Béla Jenbach (tekst). Wereldpremière op 17 november 1915 in het Johann-Strauss-Theater te Wenen. Première van deze productie in het Kongress & Theater Haus Bad Ischl op 17 juli 2010. Bijgewoonde voorstelling op 4 augustus 2010.
Edwin Ronald is verliefd op de cabaretière Sylva Varescu,
die klaar staat om op tournée te vertrekken naar Amerika. Graf Boni zal haar
begeleiden. Edwin wil haar niet verliezen en tekent een verklaring dat hij
binnen de drie maanden met haar zal huwen. Ondertussen hebben zijn ouders
het plan opgevat de verloving van Edwin aan te kondigen met gravin Stasi,
een nichtje. Edwin weigert hierop in te gaan en hoopt nog steeds op de
terugkomst van Sylva. Wanneer deze dan aankomt, wordt duidelijk dat zijn
ouders niet opgezet zijn met het plan van Edwin om met deze csardasvorstin
te huwen. Sylva verlaat dan vernederd het feest bij Edwin’s ouders en
verklaart nooit meer te zullen optreden. Na enkele verwikkelingen waaruit
blijkt dat Edwin’s moeder zelf ooit in een cabaret heeft gewerkt, geeft de
vader toe en loopt alles goed af. Ondertussen zijn Boni en Stasi op elkaar
verliefd geworden en is er ook voor dit paar een happy-end.
Een zeer populaire en overbekende operette zoals "Die
Csardasfürstin" vraagt uiteraard een
goede leiding en een uitstekende bezetting. Hierin is intendant Dr. Michael
Lakner overtuigend geslaagd. De titelrol van Sylva Varescu was in veilige
handen bij de zeer bekende Miriam Portmann. Deze sopraan liet haar mooie
volle stem heerlijk klinken. Ze is ook erg beweeglijk en levert goede
danspassen. Ook bracht ze een gevoelige vertolking met veel charme. Haar
partner was de tenor Matjaz Stopinsek als Edwin. Zijn krachtige en aangename
stem voldeed in deze voor een tenor vrij lage rol. We kenden hem van
de hoofdrol in “Der Zigeunerbaron”, die hij vorig seizoen in Baden zong.
De
soubretterol van Stasi was eveneens in goede handen bij Yvonne Friedli:
zowel vocaal als acterend een heerlijke vertolking. Haar partner was dan
weer de zeer bekende buffo-tenor Roman Martin. Samen met vele andere
operetteliefhebbers vragen we ons af waarin hij het meest uitblinkt: als
zanger, danser of acteur. Zijn interpretaties zijn altijd zeer goed, maar we
hadden de indruk dat hij deze keer zichzelf nog overtrof!
Dan de oudere “jeune premier” in de rol van Feri von Kerekes! De zeer
bekende en populaire Kurt Schreibmayer leverde hier een prestatie van het
hoogste niveau. Ook hij is een aangename zanger, vlot acteur en prima
danser. Het bekende trio in de derde akte met Sylva en Boni moest
noodgedwongen en verdiend gebisseerd worden. De overige vertolkers waren op
hetzelfde hoge niveau: Gerhard Balluch en de overbekende Helga Papouschek
als de ouders van Edwin. Deze mensen kunnen zelfs acteren zonder iets te
doen, enkel hun uitstraling is voldoende. Ook de nogal venijnige rol van
Eugen von Rohnsdorff was zeer goed gebracht door Benjamin Plautz. We
vermelden nog Karl Herbst (Notaris Kiss), Bardo Bayvertian (Miksa), Chrisian
Kotsis (Zeitungsjunge), Tomaz Kovacic (Ausrufer), Mandy Garbrecht (Juliska,
Tänzerin) en Dezsö Salasovics (Zigeunerprimas).
Het koor (voorbereid door Lászlo Gyükér) zong voorbeeldig. Ze leverden ook
kleine solopartijen en klonken zeer stevig. Het ballet met de choreografie
van Mandy Garbrecht was goed voorbereid en vervulde zijn opdrachten met veel
kleur. Ook zongen ze zelf één nummertje al dansend.
We waren zeer gelukkig met de regie van Wolfgang Dosch, ook doordat de
originele bedoelingen gerespecteerd werden. Het Bühnenbild werd voor het
eerst ook met een draaitoneel uitgerust, voorzien van vele trappen waar de
solisten en de dansers bijna probleemloos overvlogen.
Het Franz Lehar-Orchester werd stevig en kleurrijk geleid door de jonge
dirigent Marius Burkert. Hier en daar (bv. in het voorspel) was de muziek
een beetje aangepast op een gelukkige en zeker niet storende wijze. De
rolverdeling was bijna ideaal te noemen en allen kregen een verdiend applaus
met blijkbaar een tikkeltje meer voor Roman Martin.
Een prachtige voorstelling, zeker een aanrader voor wie nog die richting uitgaat. De laatste voorstelling is voorzien op zondag 5 september om 15.30 uur.
H.V. (Gepubliceerd op 19/8/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Kurt Schreibmayer als Feri en Miriam Portmann als Sylva met ballet en
koor.
2) Helga Papouchek en Gerhard Balluch als de ouders met Matjaz Stopinsek als
Edwin in het midden.
3) Roman Martin als Boni en Yvonne Friedli als Stasi.
Copyright foto's
©
FotoHofer
TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK
![]()