OPERA GAZET
![]()
SOMMERKONZERTE 2010: "HEINRICH STRECKER"
Op zondagmiddag 1 augustus 2010 waren we
uitgenodigd in de
Villa
Strecker te Baden. Wij kregen eerst een korte “Führung” door de tuin en
het kleine huisje waarin de componist
Heinrich Strecker (1893 - 1981) verbleef als hij componeerde. Dan waren
er interessante oude klankopnames te beluisteren en beeldopnames te bekijken
uit werken van deze componist. Het waren de heren Herbert Fischerauer
(voorzitter van het Heinrich Strecker Gezellschaft) en de tenor Beppo Binder
die tekst en uitleg gaven.
Deze componist bleef bij ons bekend door zijn liederen “Drunt in der Lobau”,
“Ja, ja, der Wein ist gut” en “Sing mir das Lied noch einmal”. Fragmenten
uit zijn operettes “Loreley” en “Ännchen von Tharau” zijn ons bekend dankzij
WDR 4. De muziek van Strecker klinkt Weens, volks en soms als
cabaretschlagers en zou wellicht meer aan de beurt moeten komen.
Hier vernamen we ook dat hij als jongeling zeven jaar verbleef en studeerde
in het Lazaristen-college te Theux, bij ons in België. Daar ontdekte men
zijn talent. Hij leerde o.a. zeer goed viool spelen en kon zelfs de
moeilijkste werken van Paganini aan. Hij componeerde zelf een “Konzert für
Violine und Orchester in A-dur”. In 1905 mocht hij dit werk uitvoeren bij
Koning Albert I. Deze laatste schonk hem daarvoor een gouden medaille.
Het tweede deel van ons bezoek met een vijftigtal belangstellenden, was een
klein concert in de villa. Herbert Fischerauer en Beppo Binder zetten het
geheel in. Vooral de tenor Binder (bekend door zijn vele rollen in het
Stadttheater Baden) interpreteerde zeer sterk. Vocaal was de prestatie van
de sopraan Gabriele Kridl heel degelijk. Dezelfde avond zong zij een rol
in “La vie Parisienne”. Een speciale gast was de zeer jonge sopraan Anita
Götz, die we later in Bad Hall zagen in Paganini. Ze won o.a. de eerste
prijs en de publieksprijs in het “Internationale Badener Operetten
Wettbewerbes Heinrich Strecker”. Ze zal vanaf deze herfst ook optreden in de
Wiener Volksoper en gaf dan ook een stralende uitvoering op dit intieme
concert.
Een aangename kennismaking met deze zangers en het werk van deze bij ons weinig bekende componist.
H.V. (Gepubliceerd op 17/8/2010)
Foto: Heinrich Strecker.
TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK
![]()
"PARISER LEBEN” (LA VIE PARISIENNE)
Operette van Jacques Offenbach (muziek) en Henri Meilhac & Ludovic Halévy (libretto). Bewerking en Duitse vertaling (met gebruik van een tekst van Karl Treumann) door Robert Herzl. Wereldpremière op 31 oktober 1866 in het Théâtre du Palais-Royal te Parijs. Première van de huidige productie in de Sommerarena te Baden op 10 juli 2010. Bijgewoonde voorstelling op 1 augustus 2010.
Na de opvoeringen van “Hoffmans Erzählungen”
(Offenbach) in het Stadtheater te Baden gedurende het speeljaar 2009/2010,
was het nu de beurt aan de vooral in Frankrijk populaire Parijse operette “La
vie Parisienne”.
De regie van artistiek leider Prof. Dr. Robert Herzl was een meesterwerk van
vlotheid, finesse en humor. Het toneelbeeld van Pantelis Dessyllas maakte
handig gebruik van een praktisch eenheidsdecor met wisselende achtergrond.
De gesofisticeerde belichting van Michael Heidinger creëerde de juiste
atmosfeer. Leuke, gepaste en vooral zeer vinnige balletjes, werden verzorgd
door het vaste balletkorps in een goed gelukte choreografie van Matyas
Jurkovics. Ook de solisten kregen heel wat voetwerk te verrichten, waarvan
ze zich allen zeer behoorlijk, volgens hun rol, kweten.
Baron von Grondremark, komt met zijn echtgenote Christine naar Parijs en wil
er het frivole Parijse leven leren kennen. Zij worden “begeleid” door Raoul
de Gardefeu. Zij ontmoeten er allerlei volk, dat zich als graven en
gravinnen, baronnen en baronessen uitgeeft. Bobinet, een vriend van Raoul
verschijnt zelfs in admiraalsuniform. De ganse operette is een feest waarin
iedereen een rol speelt. Men ontmoet er Jean Francois Bobinet, Metella,
Gabriele Favart, Hans Frick, Pompa di Matadores, Clara de Folle-Verdure
e.v.a.
Alles draait rond de Baron von Gondremark, zeer succesvol gespeeld en met
volle baritonstem gezongen door Jochen Schmeckenbecher. Als zijn vrouw
Christine trok Frauke Schäfer de vrouwelijke bezetting aan. Het tweetal
Raoul de Gardefeu en Jean Francois Bobinet waren een koppel heerlijk
zingende en acterende levensgenieters in de voortreffelijke vertolkingen van
Darius Merstein-MacLeod en Reinhard Alessandri. René Rumpold was een
bijzonder opgewekte Pompa di Matadores (Le Brésilien) en plaatste zich met
deze vrij kleine rol toch zeer verdienstelijk op de voorgrond. Ook de
courtisane Metella was een pareltje, zoals ze gespeeld werd door Hege
Gustava Tjøenn. Het was prettig Gabriele Kridl aan het werk te zien na haar
medewerking aan een Heinrich Strecker concert, diezelfde namiddag. Ook de
weduwe Leonie Quimper-Karadec was een zeer gekleurd personage dankzij
Franziska Stanner. De grote bezetting was vrij egaal en goed gekozen met
Julia Koci (Gabriele Favart), Thomas Markus (Hans Frick), Horst Lamnek
(Urbain), Kerstin Grotian (Pauline Denis), Robert Sadil (Alphonse), Franz
Födinger (Philippe Gontran) en Heinz Hartel (Bahnbeamter). Aan de koorleden
werden ook heel wat eisen gesteld, die ze zeer efficiënt invulden.
Het orkest stond op deze voorstelling voor het eerst o.l.v. Eva Caspari. De
tempi waren zeer vlot en alles verliep correct en met veel schwung. Niet
enkel het publiek, maar ook de vertolkers zelf gaven haar aan het slot een
verdiende ovatie.
Deze voorstelling is op zichzelf al een goede reden om naar Baden te reizen.
H.V. (Gepubliceerd op 17/8/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Jochen Schmeckenbecher (Baron von Gondremark), Darius Merstein-MacLeod (Raoul
de Gardefeu)
2) Thomas Markus (Hans Frick)
3) Horst Lamnek (Urbain), Jochen
Schmeckenbecher (Baron von Gondremark)
Copyright foto's
©
www.christian-husar.com
TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK
![]()