OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN ST. MARGARETHEN

Opern Festspiele St. Margarethen

“DIE ZAUBERFLÖTE”

Opera van Wolfgang Amadeus Mozart (muziek) en Emanuel Schikaneder (libretto). Wereldpremière op 30 september 1791 in het Freihaus-Theater auf der Wieden in Wenen. Première van deze productie door de Opernfestspiele St. Margarethen op 14 juli 2010. Bijgewoonde voorstelling op 31 juli 2010.

Die Zauberflöte - Karl-Michael Ebner als Monostatos en Kristiane Kaiser als Pamina (Foto: OFS)In een oude steengroeve werd hier een reusachtig openluchttheater gebouwd. Het is werkelijk formidabel op minder dan 20 km afstand deze Bühne en die van Mörbisch te vinden, temeer daar beide volledig vol zaten bij onze bezoeken. Via een behendig aangelegde wandelweg kon men rustig vanuit de grote parkeerplaats naar het theatergedeelte lopen. De voorstelling begon op tijd. Dit wil zeggen dat eerst 15 minuten verloren gingen aan allerlei mededelingen, een uitvoerige korte inhoud en een hulde aan de dirigent Koen Schoots die er mee ophoudt.
Het orkest zat onzichtbaar in een stijlvol gebouw naast het podium. De zangers zagen de dirigent, geprojecteerd op een reusachtig scherm achter het publiek. Het decor voor deze "Zauberflöte" had fenomenale afmetingen en was gedeeltelijk geïnspireerd op de tempel in Petra (Jordanië). De regie, het toneelbeeld en de kostuums waren verzorgd door Manfred Waba. Uiteraard was het decor reusachtig groot. Het was gedeeltelijk wendbaar en kon ook opengeschoven worden. Er was de toren van het rijk van de Koningin van de Nacht en een kasteeltje boven op een berg, waaruit de drie knapen met een lift in de vorm van een bootje neergelaten werden. Dit bootje was dan blijkbaar een elektrisch wagentje waarmee ze op en af reden. Er was ook een apart huisje voor Papageno voorzien, dat op een bepaald moment gewoon omgedraaid werd. Het centrale decor was een reusachtige leeuwenkop, verwerkt in dit decor. Als de Koningin van de Nacht haar aria zong, stond er een stand-in hoog op een paal boven het volledige decor, terwijl zij zelf niet zichtbaar was voor het publiek. Een leuke stunt was het opbrengen van twee reusachtige eieren voor het duet Papageno/Papagena. Telkens er sprake was van het aantal en het geslacht van hun toekomstige kinderen, kwamen er kleine kinderen uit de achterzijde, wat resulteerde in drie jongens en drie meisjes. De drie dames droegen bij hun eerste optreden een Romeinse helm, een lange broek en een speer. Met Tamino en Papageno voerden ze in het kwintet een aantal vlotte operettepasjes uit. Dit accentueerde wel het vlotte karakter van deze figuren. In het geheel was de personenregie meestal vrij rustig maar er werden nogal veel knaleffecten gebruikt.
Die Zauberflöte - Paul Armin Edelmann als Papageno (Foto: OFS)Het Festspielorchester der Stad Arad werd gedirigeerd door de Nederlander Koen Schoots. We hoorden alles in de goede stijl en de begeleiding was zeer soepel. Het Festspielchor der Stadt Arad was voorbereid door Robert Daniel Radoias en voldeed volkomen.
Bij de zangsolisten was Ekaterina Michailova als de koningin van de Nacht de ster van de avond. Ze koppelde een heerlijk volle stem aan duidelijke accenten en zong lyrisch waar nodig. De verschillende hoge F’s waren dan weer zo heerlijk licht dat ze moeiteloos overkwamen. Anne Ellersiek was een mooi klinkende Pamina die ook vlot acteerde. De drie dames hadden een goede samenklank, maar soms was niet alles ritmisch perfect samen. Het waren Luisa Albrechtova, Rita-Lucia Schneider en Christina Khosrowi. De drie knapen werden speels vertolkt door de dames Verena te Best, Elisbeth Fruhmann en Ida Aldrian.
Bij de heren sprong vooral Karl-Michael Ebner als Monostatos eruit. Wat hij vocaal en scenisch van deze kleine rol maakte, was zeer artistiek. Als Papageno kregen wij Stefan Zenkl die zeer goed presteerde en samen met de Papagena van Elisabeth Pratscher, zoals al gezegd, voor leuke toneeltjes met de kinderen zorgde. Sarastro werd waardig en met volle basstem gezongen door Albert Pesendorfer. Sebastian Holecek was een duidelijke Sprecher en vormde met Otoniel Gonzaga het duo der priesters. Gonzaga zong met Krum Galabov de geharnasten. Alle rollen waren duidelijk getypeerd en hadden de vereiste stemkwaliteiten. Eén zanger heeft ons teleurgesteld. Uit de drie voorziene Tamino’s kregen wij Andreas Schager. Vanaf de aanvang en vooral in de Bildnis-aria was hij ofwel “indisponiert” ofwel ongeschikt voor deze tenorrol.
Die Zauberflöte - Albert Pesendorfer als Sarastro met mannenkoor (Foto: OFS)Nog een kleine opmerking: de decorwisselingen waren wel efficiënt maar duurden telkens lang, waardoor de actie onderbroken werd. We hebben er wel begrip voor, een dergelijk reusachtig decor laten open gaan en sluiten vraagt natuurlijk de nodige omzichtigheid, maar op deze manier werd het wel heel laat voor het doek viel.
Alle solisten werden met evenveel enthousiasme toegejuicht, behalve een ietsje meer voor de Koningin van de Nacht.
Het was een imposante, lange avond (van halfnegen tot twintig minuten na middernacht!) en toch een aanrader voor wie de harde stoeltjes erbij neemt.
Voor, tussen en nadien werd er veel gegeten en gedronken. Nadien kon men rustig naar de parking en onder politietoezicht veilig vertrekken.

Er zijn nog voorstellingen tot 29 augustus 2010.

H.V. (Gepubliceerd op 16/8/2010)

Foto's van boven naar onder:
1) Karl-Michael Ebner als Monostatos en Kristiane Kaiser als Pamina.
2) Paul Armin Edelmann als Papageno.
3)
Albert Pesendorfer als Sarastro met mannenkoor.
Copyright foto's © OFS

TERUG NAAR KEUZELIJST OOSTENRIJK