OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN LUIK

“L’INIMICO DELLE DONNE”

Opéra Royal de WallonieOpera van Baldassare Galuppi op een libretto van Giovanni Bertati naar "Zon-zon, principe di Kibin-kan-ka" van Giovanni Gazzaniga. Gecreëerd in het Teatro San Samuele te Venetië in de lente van 1771. Première van deze productie door de Opéra Royal de Wallonie” in het Palais Opéra op 28 januari 2011. Bijgewoonde voorstelling op 30 januari 2011.

Galuppi is meer bekend door de muziekencyclopedieën dan door wezenlijke opvoeringen. Buiten “Il filosofo di campagna” dat vooral door kleine gezelschappen gespeeld wordt, kennen wij nog slechts “L’Olimpiade” dat in 2006 te Venetië werd opgevoerd en op DVD werd vastgelegd. Nochtans heeft de man heel wat geschreven. In een boek dat wij sinds decennia koesteren: “I Teatri Musicali Veneziani del Settecento” van Taddeo Wiel worden tientallen opera’s van Galuppi vermeld. Zij werden gecomponeerd aan een razendsnel tempo van verschillende werken per jaar en waren allemaal bestemd voor een hele reeks operahuizen in Venetië.

L'inimico delle donne - Juri Gorodezki als Ly-Lam, Daniele Zanfardino als Si-Sin, Priscille Laplace als Kam-Si, Liesbeth Devos als Xunchia en Federica Carnevale als Zyda (Foto: Jacques Croisier)De laatste jaren trachtten enkele theaters de opera’s van Galuppi wat nieuw leven in te blazen, zoals het Theater Bazel met “Arcifanfano – Re dei matti” (1749), het Nationaltheater Weimar met “Il mondo alla roversa” (1750) en de Musikfestspiele Potsdam Sanssouci met “Le nozze di Dorinda” (1755) en “La Diavolessa” (1755). Het mocht niet baten, want na een korte reeks opvoeringen door deze gezelschappen verhuisden ze terug naar de vergetelheid.

Hetzelfde lot zal waarschijnlijk “L’inimico delle donne” beschoren zijn. Voor een barokopera is het gegeven nochtans bijzonder origineel. De actie heeft plaats in de streek Ki-Bin-Kin-Ka in China. Prins Zon-Zon verafschuwt vrouwen en enkel het feit dat zijn ministers hem aanzetten tot een huwelijk, maakt hem misselijk. Als de Italiaanse Agnesina en haar oom Geminiano door een schipbreuk op de stranden van Ki-Bin-Kin-Ka aanspoelen, zorgt dat voor heel wat oproer bij de Chinezen. Agnesina is het tegenbeeld van Zon-Zon: zij haat grondig alle mannen. Aanvankelijk botert het dan ook niet tussen haar en Zon-Zon, maar toch bezwijkt de prins voor het eerst in zijn leven voor de charmes van een vrouw en na heel wat verwikkelingen wordt het zelfs een paar. Ook oom Geminiano treedt in het huwelijk en nog wel met de prinses die aanvankelijk aan Zon-Zon toegewezen was.

L'inimico delle donne - Anna Maria Panzarella als Agnesina en Filippo Adami als Zon-Zon (Foto: Jacques Croisier)Jammer dat deze pittige inhoud niet ondersteund werd door een even pittige partituur. Ondanks enkele vinnige ensembles, kwam de muziek ons als routineus maatwerk over. Het klonk allemaal wel melodieus, maar het was weinig verrassend georkestreerd en er zat absoluut geen dramatische stuwkracht in. Het orkest onder leiding van Rinaldo Alessandrini deed nochtans zijn best door met veel vitaliteit en overgave te spelen. Het geheel klonk echter te compact, niet lenig genoeg en weinig transparant. Een kleiner barokorkest was hier meer op zijn plaats geweest.

Regisseur Stefano Mazzonis di Pralafera trachtte de lege momenten in de partituur wat in te vullen door de aandacht af te leiden naar de scene, o.a. door er wat meer volk op te zetten zoals de bedienden van Agnesina en Geminiano. Voor ons hoefde dat niet, want de enscenering was op zichzelf bijzonder sprookjesachtig, zoals de Venetianen zich het Verre Oosten in de achttiende eeuw moeten voorgesteld hebben. Zoals blijkt op bijgaande foto’s waren de decors van Jean-Guy Lecat en de kostuums van Frédéric Pineau om van te snoepen.

Bij de zangers bekoorde vooral de lichte tenor Filippo Adami in de rol van Zon-Zon. Wij waren gecharmeerd voor zijn stijlvolle voordracht en zijn bijzonder mooi timbre dat ondanks de lichtheid van zijn stem een “baritonale” kleur heeft. Jammer dat Anna Maria Panzarella niet even bekoorlijk was. Haar sopraanstem klonk ons iets te hard, ongenuanceerd en zij miste de soepelheid voor de rol van Agnesina. Alberto Rinaldi was haar oom Geminiano. Wij hebben bijzonder goede herinneringen aan deze bariton die decennia lang furore gemaakt heeft in opera’s van Donizetti en Rossini. Ondanks zijn ouderdom, klonk de stem nog bijzonder gaaf en sonoor. In de hoge regionen was hij echter niet meer genietbaar.
De twee ministers Ly-Lam en Si-Sin werden verdienstelijk vertolkt door de twee lichte tenors Juri Gorodezki en Daniele Zanfardino. Er waren ook verschillende Chinese vrouwen die tevergeefs om de hand van Zon-Zon wedijverden. Zij werden lofwaardig gezongen door de sopranen Priscille Laplace (Kam-Si), Liesbeth Devos (Xunchia) en de mezzosopraan Federica Carnevale (Zyda).

L'inimico delle donne - Anna Maria Panzarella als Agnesina, Filippo Adami als Zon-Zon en ensemble (Foto: Jacques Croisier)Zoals steeds bij de ORW, kregen wij een boventiteling in de drie landstalen en werd gratis een goed gedocumenteerd programmaboekje aangeboden.

Ondanks de goede bezetting en de fraaie enscenering, was dit geen boeiende voorstelling. Toch zou het aangewezen zijn om deze productie op DVD/BD uit te brengen, al was het maar om het werk uit de vergetelheid te houden.

Er zijn nog voorstellingen op 1, 3 en 5 februari 2011. Op 3 februari te 20 uur wordt de opera live uitgezonden op www.dailymotion.com/orw

G.M. (Gepubliceerd op 1/2/2011)

Foto's van boven naar onder:

1) Juri Gorodezki als Ly-Lam, Daniele Zanfardino als Si-Sin, Priscille Laplace als Kam-Si, Liesbeth Devos als Xunchia en Federica Carnevale als Zyda.
2) Anna Maria Panzarella als Agnesina en Filippo Adami als Zon-Zon.
3)
Anna Maria Panzarella als Agnesina, Filippo Adami als Zon-Zon en ensemble.

Copyright foto's © Jacques Croisier.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“Il BARBIERE DI SIVIGLIA”

Opéra Royal de WallonieOpera in twee bedrijven van Gioacchino Rossini op een tekst van Cesare Sterbini naar het gelijknamige toneelstuk van Beaumarchais. De opera kende zijn eerste uitvoering te Rome op 20 februari 1816. We woonden op 17 maart 2011 in Luik een voorstelling bij door de Opéra Royal de Wallonie.

Il barbiere di Siviglia - Sumi Jo als Rosina en Sergei Romanovsky als Almaviva (Foto:Jacques Croisier)Het lijkt nu moeilijk te geloven, maar bij zijn creatie was “Il barbiere di Siviglia” een fiasco. Niet alleen viel bij die eerste voorstelling zowat alles tegen, de zaal was bovendien gevuld met aanhangers van Giovanni Paisiello, een nu bijna vergeten componist die niet lang voor Rossini een opera met dezelfde titel geschreven had. Vandaag weten we echter beter en wordt “de barbier” terecht beschouwd als de perfecte komische opera en Rossini als de meest komische onder de Italiaanse operacomponisten. En dat laatste zou zijn tijdgenoten dan weer verbazen, voor wie de faam van de componist vooral steunde op zijn prestaties in de “opera seria.

De ORW had de productie uit 2008, toen gespeeld in het operatheater, opnieuw uit de kast gehaald. De transitie naar het "Palais Opéra", een tijdelijke tentconstructie niet ver van het Luikse centrum, is vlekkeloos verlopen. Ook op de grotere bühne werkte de traditionele enscenering van directeur Stefano Mazzonis di Pralafera. Hoewel de humor af en toe wat goedkoop is (en voorspelbaar voor wie eerdere producties van de opera zag), weet Mazzonis mede door de inzet van enkele dansers een erg levende en boeiende voorstelling te creëren.

Il barbiere di Siviglia - Bruno De Simone als Don Bartolo en Carlo Lepore als Don Basilio (Foto: Jacques Croisier)Mee verantwoordelijk voor de geslaagde avond was zeker muziekdirecteur Paolo Arrivabeni die van het eerste moment, een sprankelend gespeelde ouverture, de juiste toon wist te vinden. Deze uitstekende dirigent lijkt bij elke productie die hij in Luik dirigeert meer en meer samen te smelten met zijn orkest tot een perfect samenwerkend team. De ganse voorstelling toont hij zich de ideale begeleider van de solisten. Alle ensembles pasten vlekkeloos in elkaar, uitschuivers vielen niet te noteren.

Van de solisten uit de vorige reeks opvoeringen, nochtans van een meer dan behoorlijk niveau, werd niemand weerhouden. Bovendien werd deze keer geopteerd voor de versie voor sopraan, wat we niet echt de ideale keuze vonden. Zeker omdat met Sumi Jo niet alleen een zangeres gecontracteerd werd die wat over haar hoogtepunt heen is (bedenkelijke topnoten, vibrato, …) maar wiens overigens perfect gezongen coloraturen te mechanisch overkomen. Prettig was wel dat zij in het tweede bedrijf de alternatieve aria “Ah se ver, l’innocenza di Lindoro” zong, een aria die Rossini achteraf toevoegde.

Is Almaviva een geschikte rol voor de jonge Russische tenor Sergei Romanovsky? Hij beschikt alleszins over de geschikte fysiek voor de rol en kan ook in zijn spel overtuigen. De stem projecteert goed, maar wanneer het op vocalises aankomt, gaat het allemaal een beetje moeilijk en lijkt het dat de stem onvoldoende ondersteund is. Hij weet dan ook meer te overtuigen in de meer lyrische delen van de rol. Het verwonderde ons dan ook dat hij aan het einde van de opera de aartsmoeilijke aria “Cessa di piu resistere” zong omdat hij daarmee eerder zijn zwakke dan zijn sterke punten demonstreerde. Dit neemt niet weg dat Romanovsky een belofte is voor de toekomst, zij het in een ander repertoire.

Il barbiere di Siviglia - Finale met alle solisten (Foto: Jacques Croisier)Wat de andere solisten betreft, was de uitvoering van de ORW van topniveau. Zo was de jonge Italiaanse bariton Nicola Alaimo een perfecte Figaro. Hij weet zijn enorme stem te beheersen, coloraturen te zingen en overtuigt ook als acteur. Een zanger met een grote toekomst als hij zich niet te snel laat overhalen om het zwaardere repertoire te zingen. Hij staat overigens ook als Figaro op de affiche van het Rossini Opera Festival. Niet minder genietbaar vonden we de prestatie van Bruno De Simone die zich een waardig opvolger van Enzo Dara en Bruno Pratico toont, waarbij hij het komische talent en de perfecte timing van zijn voorgangers combineert met een expressievollere en kwalitatievere stem. De bas Carlo Lepore was een indrukwekkende Don Basilio, een rol die hij speelde als een soort maffiafiguur.

Samengevat is de productie van de ORW een plezier voor de ogen en de oren. Aan het slot voert Mazzonis Figaro nog op als Rossini: de componist kwam en zag ongetwijfeld dat het goed was.

U kan “Il barbiere di Siviglia” nog gaan bekijken in Luik op 19 en 22 maart, en in Heerlen op 25 maart 2011.

H.D. (Gepubliceerd op 19 maart 2011)

Foto's van boven naar onder:

1) Sumi Jo als Rosina en Sergei Romanovsky als Almaviva.
2) Bruno De Simone als Don Bartolo en Carlo Lepore als Don Basilio.
3) Finale met alle solisten.

Copyright foto's © Jacques Croisier.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“OTELLO”

Opéra Royal de WallonieOpera in vier bedrijven van Giuseppe Verdi op een libretto van Arrigo Boito naar een gelijknamig toneelstuk van William Shakespeare. De opera werd voor het eerst opgevoerd in het Teatro alla Scala te Milano op 5 februari 1887. We woonden op zondag 1 mei 2011 een voorstelling bij door de Opéra Royal de Wallonie in het Palis Opéra de Liège.

Terecht wordt "Otello" aanzien als één van de grootste werken uit het oeuvre van Verdi en bij uitbreiding het hele operarepertoire. Nergens wist de geniale Italiaanse componist een perfectere symbiose te creëren tussen muziek en tekst, een resultaat dat waarschijnlijk mede te danken is aan de meesterlijke librettist Arrigo Boito.

Otello - Fabio Armiliato in de titelrol (Foto: Jacques Croisier)Regisseur Stefano Mazzonis di Pralafera ziet de intrigant Jago als de centrale spil van het verhaal dat uitgebeeld wordt als “theater in het theater”. In de Luikse enscenering wordt hij de regisseur in een decor dat hoofdzakelijk bestaat uit een theatervormige metalen constructie. Op zijn bevel worden de personages op wagentjes aan- en afgevoerd. Als we dit laatste even wegdenken blijft de productie echter uiterst traditioneel met kostuums en rekwisieten aangepast aan de originele tijdzetting. En dit laatste is zeker bedoeld als een compliment als we denken aan de “interpretaties” van het Otello-verhaal die we in het verleden al mochten meemaken. Dat Jago aan het einde van de opera door Cassio neergestoken wordt staat dan misschien niet in het libretto, het is een logisch gevolg van de gebeurtenissen.

Op papier had de Luikse opera een prachtige bezetting bij elkaar gebracht. De titelrol in deze opera is één van de moeilijkste die voor tenor geschreven werd. Niemand minder dan Fabio Armiliato maakte in Luik zijn debuut als Otello. We herinneren ons Armiliato nog van een tiental jaren geleden toen hij indruk maakte in de Vlaamse Opera, waar hij inviel voor Alberto Cupido als Don Carlo in Vedri's gelijknamige opera. Sinds die tijd heeft de Italiaanse tenor een prachtige carrière opgebouwd die hem naar de grootste operahuizen voerde. De laatste jaren nam hij ook zwaardere rollen op zijn repertoire met als voorlopig eindpunt Otello. De vraag die we ons voor de voorstelling stelden, was of dit wel een verstandige beslissing was. Na afloop konden we de vraag helaas enkel met “neen” beantwoorden. Armiliato moet vanaf het eerste (een redelijk geslaagde “Esultate!") tot het laatste ogenblik (“Niun mi tema”) zijn stem onder druk zetten om het vereiste volume te creëren. Hij lijkt met twee stemmen te zingen, met forte-passages die meer dan eens wat weg hebben van een rauw gebrul waarbij het timbre van de stem, nochtans mooi, volledig de mist ingaat zonder dat het vereiste muziekdramatische effect bereikt wordt. Midden in het tweede bedrijf sloeg bovendien de vermoeidheid toe met enkele uitschuivers tot gevolg. We kunnen enkel hopen dat Armiliato tot inkeer zal komen en deze rol niet meer zal hernemen. We vernamen trouwens dat hij voor de generale repetitie vervangen diende te worden. Een teken aan de wand?

Otello - Fabio Armiliato als Otello en Daniela Dessi als Desdemona (Foto: Jacques Croisier)De rol van Desdemona werd vertolkt door de Italiaanse sopraan Daniela Dessi, in het dagelijkse leven mevrouw Armiliato. Na zowat dertig jaar carrière klinkt haar stem vermoeid en ongelijk in alle registers. Bovendien is haar timbre te dramatisch voor het jonge, naïeve personage dat ze vertolt.

Het was dus niet alleen in het regieconcept maar ook in de muziek dat Jago de centrale figuur van de voorstelling was. Met zijn voor de rol aan het ideaalbeeld beantwoordende baritonstem wist de Italiaanse bariton Giovanni Meoni indruk te maken. Zijn stem overstijgt zonder enige moeite de orkestklanken en ook interpretatief zit het allemaal snor. Zijn Jago is geen kleinzielige intrigant, maar een figuur die waardigheid en betrouwbaarheid uitstraalt - wat ook meteen duidelijk maakt waarom hij Otello en Desdemona probleemloos in zijn netten kan strikken.

De andere solisten, wiens tussenkomsten zonder uitzondering kort zijn, voldoen probleemloos met vooral een geloofwaardige Cristiano Comencini als Cassio en een empathische Sophie Fournier als Emilia.

Zoals gebruikelijk kon muziekdirecteur Paolo Arrivabeni zijn orkest de mooiste klanken ontlokken. Met een perfecte afwisseling in de tempi wist hij als geen ander de spanning op te bouwen. Zoals steeds toonde hij zich een repectvol begeleider van zijn solisten waar mogelijk. Bij het koor, nochtans goed in vorm, vielen enkele decalages te betreuren.

Otello - Giovanni Meoni als Jago, Fabio Armiliato als Otello en Daniela Dessi als Desdemona (Foto: Jacques Croisier)Eens te meer werd in de Opéra Royal de Wallonie bewezen dat grote namen op de affiche niet noodzakelijk tot een perfecte voorstelling leiden. Wat niet wegneemt dat we een spannende voorstelling bijwoonden. Het aanwezige publiek reageerde in elk geval dolenthousiast.

Het bekende operakoppel Fabio Armiliato - Daniela Dessi openen samen met Giovanni Meoni het Luikse seizoen 2011-12 in “Il trovatore” van Verdi.

Er zijn nog voorstellingen op 7 en 11 mei 2011.

H.D. (Gepubliceerd op 2 mei 2011)

Foto's van boven naar onder:

1) Fabio Armiliato in de titelrol.
2) Fabio Armiliato als Otello en Daniela Dessi als Desdemona.
3) Giovanni Meoni als Jago, Fabio Armiliato als Otello en Daniela Dessi als Desdemona.

Copyright foto's © Jacques Croisier.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË