OPERA GAZET

RECENSIES

OPERAVOORSTELLINGEN IN LUIK

"SALOME"

Opéra Royal de WallonieOpera van Richard Strauss (Muziek) en Oscar Wilde (Libretto). Gecreëerd te Dresden op 9 december 1905. Franse versie van de componist naar de originele tekst van Oscar Wilde. Première van deze productie door de Opéra Royal de Wallonie in het Palais Opéra de Liège op 7 juni 2011. Bijgewoonde voorstelling op 12 juni 2011.

Salomé - June Anderson als Salomé en Vincent Le Texier als Jochanaan (Foto: Jacques Croisier)Op 5 juli 1905, kort na de voltooiing van de partituur van “Salome” en ruim vóór de creatie in Dresden, schreef Strauss al naar zijn uitgever Adolf Fürstner dat hij zelf voor een Franse versie zou zorgen. Deze vertaling zou de bestaande orkestratie respecteren, maar de vocale lijnen aanpassen aan de originele Franse tekst van Oscar Wilde. Dezelfde dag schreef hij een brief naar zijn vriend Romain Rolland waarbij hij hem zijn project uiteenzette en diens hulp vroeg. Er volgde een uitvoerige briefwisseling waarbij Strauss duidelijk maakte dat hij een Franse uitgave van zijn opera wenste die niet de indruk zou wekken van een vertaling, maar een authentieke Franse opera moest worden. Het grote probleem waren natuurlijk de klemtonen op de woorden, die in het Duits heel anders liggen dan in het Frans. Romain Rolland raadde Strauss aan om de vocale partituur van “Pelléas et Mélisande” van Debussy te bestuderen om aan te voelen hoe de Franse taal gezongen moet worden. Dat bracht Strauss aanvankelijk in verwarring en de uitvoerige briefwisseling tussen de twee vrienden maakt dit meer dan duidelijk. Wie er meer wil over weten, vindt het uitvoerig in boeken en essays over “Romain Rolland et Richard Strauss”.

Ondanks de literaire problemen, brachten Strauss en Rolland hun werk tot een goed einde en de definitieve Franse tekst werd al naar uitgever Fürster gestuurd in november 1905. Het is waarschijnlijk deze Franse versie die gebruikt werd bij de creatie van “Salomé” in het Petit-Théâtre te Parijs in maart 1907 en nog dezelfde maand in het Théâtre Royal de la Monnaie te Brussel. Toch had deze uitgave verder geen succes, waarschijnlijk omdat de zangers die met de Duitse tekst vertrouwd waren, er geen boodschap aan hadden om de afwijkende vocale lijnen van deze Franse versie aan te leren. In 1909 kwam er dan ook een nieuwe Franse vertaling vanuit het Duits, die verder door de Franse operahuizen gebruikt werd en de moeizaam tot stand gebrachte versie van Strauss zelf verdween onder het stof.
Salomé - June Anderson als Salomé, Donald Kaasch als Hérode en de vijf joden. Boven: Mara Zampieri als Hérodiade (Foto: Jacques Croisier)Tot in juli 1989 het Festival van Montpellier, na veel research werk, de Franse versie van Strauss terug aan het licht bracht, gevolgd door een reeks opvoeringen in de Opéra de Lyon in mei 1990 onder de muzikale leiding van Kent Nagano. De opera werd vastgelegd op CD met Karen Huffstodt als Salomé, Jean Dupouy als Hérode en José van Dam als Jochanaan. De Franse uitgave was hierdoor voor verdere vergetelheid gevrijwaard!

Het was een uitstekend idee van de Opéra Royal de Wallonie om, na meer dan twintig jaar, nog eens de aandacht op deze originele Franse versie te vestigen, al betwijfelen wij dat het veel navolging zal vinden. Het is inderdaad overal gebruikelijk geworden dat opera’s niet meer in de landstaal, maar in de originele taal gezongen worden, zelfs in de kleine operahuizen.
Misschien hadden ze er ook beter mee gewacht tot er terug in het Théâtre Royal gespeeld werd, want het Palais Opéra was door het ontbreken van een orkestbak absoluut niet de ideale plaats. Het grote orkest was nu ter hoogte en voor het podium over de volledige breedte van de zaal opgesteld. Het was voor de zangers een hele karwei om zich boven dat enorme klankapparaat hoorbaar te maken. Paolo Arrivabeni is geen dirigent die zijn zangers zomaar in de steek laat en hij stond voor het dilemma om zijn orkest geregeld in te tomen en het op andere momenten zijn vrije gang te laten gaan. Het was dan ook in de zuiver orkestrale passages dat wij het best konden genieten van de stuwende kracht van de partituur en van de felheid die zich ontlaadt in snauwende, bijtende attaques. Niets dan lof trouwens voor de goede technische beheersing van het Orchestre de l’Opéra Royal de Wallonie in een werk waar zij per slot van rekening weinig mee vertrouwd zijn.

Salomé - June Anderson als Salomé, Mara Zampieri als Hérodiade en  Donald Kaasch als Hérode (Foto: Jacques Croisier)Trekpleister van deze voorstelling was June Anderson in de rol van Salomé. Wij moeten deze Amerikaanse coloratuursopraan niet meer voorstellen, zij heeft decennialang alle grote operapodia beheerst in het Franse en het Italiaanse belcanto repertoire. Waarom zij zich nu, bijna op haar zestigste, nog aan een dramatische partij als deze van Salomé waagt, is ons een raadsel. Onze verwachtingen waren dan ook niet zeer hoog, maar zoals het al meer gebeurt in dergelijk geval, viel het nog mee. Aanvankelijk was zij amper hoorbaar, maar vanaf haar confrontatie met Jochanaan won haar uitbeelding aan kracht. In de hoge regionen is haar stem nog steeds strak en stralend, maar haar medium is wat floers en heeft weinig resonantie. Haar inzetten waren ook niet steeds even zuiver, maar dat is een euvel waar zij al vanaf het begin van haar carrière mee kampt, daarom werd zij ook al eens betiteld als een “vuile JoanSutherland”.
Bariton Vincent Le Texier was de enige die steeds moeiteloos boven het orkest te horen was. Hij was een bijzonder kernachtige en welluidende Jochanaan. Ook over Donald Kaasch waren wij tevreden. Hij is een tenor die de partij van Hérode nu niet eens benadert als een karikatuur, maar er zangtechnisch mooie dingen weet in te leggen.
Mara Zampieri is een sopraan waar wij mooie herinneringen aan hebben: “Simon Boccanegra” en “Il Trovatore” in de Munt”, “La Fanciulla del West” in de Scala… Zij is amper twee jaar ouder dan June Anderson, maar haar vocale middelen zijn blijkbaar volledig uitgeput. Zij is nu overgestapt naar het mezzovak, maar de kreten die zij slaakte als Herodiade, voorspellen niet veel goeds voor de toekomst.
De kleinere partijen waren doorgaans goed bezet. Wij vermelden de tenor Jean-Noël Briend als Narraboth, de mezzosopraan Julie Bailly als de page van Hérodiade, Gabriele Nani en Stefano De Rosa als twee Nazareeërs, Marc Tissons en Alexei Gorbatchev als twee soldaten en Pierre Nypers als een Cappadociër. De vijf joden werden verdienstelijk gezongen door leden van het koor.

Salomé - June Anderson als Salomé (Foto: Jacques Croisier)De enscenering van Marguerite Borie was bijzonder sober zoals blijkt uit de foto's. De kerker van Jochanaan was geen duister oord, maar een zee van licht die de toeschouwers vaak verblindde en de zangers door het tegenlicht als duistere figuren aftekende. De zeven sluierdans werd uitgevoerd door June Anderson zelf, zoals het nu gebruikelijk is, maar dat was niet meer dan wat heen en weergeloop. Daar kwamen heel wat sluiers en ander textiel bij te pas. Gelukkig voelde zij zich niet verplicht om uit de kleren te gaan, maar toch had het iets meer suggestief gekund.
De kledij was een beetje van alle tijden, zonder een vast tijdperk na te streven.


Al bij al toch wel een hele prestatie van de ORW. De ruime zaal van het Palais Opéra was zo goed als volzet en bij het slot drukte het publiek haar tevredenheid uit door een lang ovationeel applaus.

Er zijn nog voorstellingen op 15 en 18 juni 2011.

G.M. (Gepubliceerd op 14/6/2011)

Foto's van boven naar onder:

1) June Anderson als Salomé en Vincent Le Texier als Jochanaan.
2) June Anderson als Salomé, Donald Kaasch als Hérode en de vijf joden. Boven: Mara Zampieri als Hérodiade.
3) June Anderson als Salomé, Mara Zampieri als Hérodiade en Donald Kaasch als Hérode.
4) June Anderson als Salomé.

Copyright foto's © Jacques Croisier.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË

“THERESE”

Opéra Royal de WallonieOpera van Jules Massenet op een libretto van Jules Claretie. Gecreëerd in het Théâtre de Monte Carlo op 7 februari 1907. Première van deze productie door Pôle Lyrique in het Palais des Beaux-Arts de Charleroi op 13 november 2010. Bijgewoonde voorstelling in het Palais Opéra de Liège op 21 juni 2011.

Thérèse” is een korte opera van circa 75 minuten, gecomponeerd tussen de twee fiasco’s “Ariane” en “Bacchus”. Dit kleine muzikale drama in twee bedrijven werd bij zijn creatie in Monte Carlo in 1907 en daarna in 1911 in de Opéra-Comique te Parijs met succes opgevoerd. Dan werd het werk zo goed als vergeten. Tot Richard Bonynge er in 1973 een uitvoering van bracht op Decca, met Huguette Tourangeau, Ryland Davies en Louis Quilico. Later verscheen nog een opname op Orfeo, gedirigeerd door Gerd Albrecht.

Thérèse - Albane Carrère als Thérèse, Denis Boudart als als André en Sébastien Romignon-Ercolini als Armand (Foto: S. Walnier)Het libretto van Jules Claretie is opmerkelijk beknopt en dramatisch indringend. De eerste acte van de opera speelt zich af te Parijs in de herfst van 1792, tijdens het terreurbewind. André Thorel, een girondijn, verblijft met zijn vrouw Thérèse in het kasteel van zijn vriend Armand de Clerval, een adellijke vluchteling in ballingschap. Armand was de eerste liefde van Thérèse. Op gevaar van zijn leven komt de jonge markies terug en wordt opgevangen door het paar. De liefde tussen Thérèse en Armand flakkert terug op
De tweede acte speelt zich af in juni 1793. De Terreur is heviger dan ooit en Armand verblijft nog steeds clandestien in het kasteel. André geeft zijn vriend een paspoort, dat hem kan redden, want ook de girondijnen (gematigde republikeinen) worden nu bedreigd. Armand wil vluchten met Thérèse, maar op het moment dat zij toegeeft, verneemt zij de arrestatie van haar man. Zij laat Armand alleen ontsnappen, roept "Leve de koning" naar de menigte en wordt met haar man naar de guillotine gebracht.

De voorstelling die wij bijwoonden in het Palais Opéra te Luik kon ons maar matig boeien. De productie was op het randje van het armzalige af. Het decor bestond uit enkele rechtlijnige, grijze blokken en een rode doek als achterwand. Enkel de smaakvolle kostuums bevielen ons. Ook de personenregie van Daniel Donies was niet om over naar huis te schrijven.

De lichte mezzosopraan Albane Carrère was een geloofwaardige Thérèse. Zij beschikte over een welluidende stem, met een romig timbre, dat echter onaangenaam verkleurde in de hoogte. Ook Sébastien Romignon-Ercolini was niet ideaal. Hij had wel de juiste, heldere tenorstem voor de rol van Armand, met zijn slanke gestalte en zijn passionele allures was hij alleszins een geloofwaardige minnaar. Maar zijn klankdebiet doofde uit in de hoogte, die nog wel gezongen werd, maar zo stil en voorzichtig dat ze bijna onhoorbaar was. Van bravoure zal deze tenor het nooit moeten hebben.
Thérèse - Albane Carrère als Thérèse en Sébastien Romignon-Ercolini als Armand (Foto: S. Walnier)De bariton Denis Bouchart was als André nog de meest verdienstelijke stem van het trio. Hij was ook de enige die duidelijk hoorbaar was boven het orkest. Zijn hoogte was mooi strak, maar zijn stem miste helaas wat warmte.
De basbariton Philippe Sarrouy klonk wisselvallig in het kleine rolletje van de dienaar Morel en ook de groep van vijf soldaten was niet echt overtuigend.

Het Aria Orkest onder leiding van David Miller klonk wat rommelig, maar liet wel een sectie mooie strijkers horen in de prelude van de tweede acte.

Deze enige voorstelling van “Thérèse” te Luik zou beter tot haar recht gekomen zijn in een kleinere ruimte, met een betere akoestiek dan de grote tent waar de ORW thans en ook nog volgend speeljaar optreedt. Spijtig, want de muziek die Massenet voor dit verwaarloosde, kleine drama schreef, is bijzonder mooi. Een gemiste kans!

G.M. (Gepubliceerd op 23/6/2011)

Foto's van boven naar onder:

1) Albane Carrère als Thérèse, Denis Boudart als als André en Sébastien Romignon-Ercolini als Armand.
2) Albane Carrère als Thérèse en Sébastien Romignon-Ercolini als Armand.

Copyright foto's © S. Walnier.

TERUG NAAR KEUZELIJST BELGIË