OPERA GAZET
![]()
Opera van
Franz Schreker (muziek en libretto).
Gecreëerd in het Stadttheater Köln op 27 maart 1924. Première van deze
productie in het Theater Bonn op 7 november 2010. Bijgewoonde voorstelling
op 20 november 2010.
De opera
"Irrelohe"werd geschreven tussen 1919 en 1924, een
lange periode voor een componist als Schreker, maar er waren heel wat
sociale en economische veranderingen in deze tijd. De naam van deze opera
komt van een spoorwegstation. Schreker was in de trein in slaap gevallen en
hij schrok wakker toen de treinwachter “Irrloh” riep. In een flits kreeg hij
een briljant idee en het libretto was in enkele dagen klaar.
Maar wie was nu Franz Schreker? Hij werd in 1878 geboren in Monaco en kreeg
zijn muzikale opleiding in Wenen. Het is zeer moeilijk een musicologische
stempel op Schreker te plakken. Hij omschreef zichzelf als een
impressionist, een expressionist, een internationalist, een futurist, een
verist en een jood. Zijn muziek is tonaal. Inhoudelijk is seks en perversie
steeds aanwezig.
Het jaar 1924 was het begin van het nieuwe artistieke ideaal van de
twintigste eeuw. De componist was geen adept van de nieuwe Weense school
(Schönberg, Berg), hij was in feite al “démodé”. In deze opera krijgen we
een eenvoudige inhoud. We kunnen zelfs spreken van zijn meest naïef
muziekdrama. Heel deze compositie zit vol verwijzingen naar werken van
vroeger. Van het duistere innerlijke gaan de personages naar een gelouterde
lichtheid. Dit idealistisch concept vinden we ook terug bij Tamino en
Pamina in “Die Zauberflöte” en bij Max en Agathe in “Der Freischütz”. De
ideeën van vervloeking, broedertwist en vuur waren tachtig jaar vroeger al
te vinden bij Verdi o.a. in “Il Trovatore”.
Waar gaat het werk over? De cafébazin Lola zingt over haar verdwenen
schoonheid en haar verloren eer toen zij lang geleden verkracht werd. Haar
zoon Peter wil meer weten over zijn onwettige geboorte. Hij denkt dat er
verband is tussen zijn moeder en het Irrelohe kasteel. De stamvader was ooit
verliefd op een watergeest en hij kreeg een zoon. Deze wilde jongen en zijn
afstammelingen werden veroordeeld tot het verkrachten van de jonge bruiden
van het dorp. Er lopen ook nog drie muzikanten rond, die in feite pyromanen
zijn. Eva de jeugdvriendin van Peter heeft graaf Heinrich ontmoet. Deze man
maakt grote indruk op haar en het valt haar op dat Peter en Heinrich op
elkaar trekken. Uiteraard wordt Peter erg jaloers.
Via Christobald, een
muzikant gespecialiseerd in bruiloften, komt Peter te weten, dat zijn moeder
Lola het slachtoffer was van de oude graaf. Hij wil zijn moeder wreken. Eva
en Heinrich zien elkaar graag en willen trouwen. Tijdens de dans op het
huwelijkfeest daagt Peter de graaf uit tot een duel. Hij sterft en verneemt
zo dat hij de broer was van Heinrich. De vloek heeft zijn slachtoffer
gekregen in de persoon van Peter en niet van Heinrich. Terwijl het kasteel
afbrandt gaat het jonge koppel verder met hun leven vol jeugdige liefde.
Voor de voorstelling die wij bijwoonden, werd het Beethoven Orchester Bonn
geleid door de dirigent Stefan Blunier. Hij liet het orkest vaak fortissimo
spelen en in de instrumentale tussenspelen konden we de partituur maximaal
waarderen. Maar uiteraard was dit een hel voor de zangers. De rol van
Heinrich werd vertolkt door de tenor Roman Sadnik. Deze zanger sprak meer
dan hij zong en de hoge noten klonken vreselijk geknepen. Zijn bruid Eva
werd gebracht door de sopraan Ingeborg Greiner. Haar vertolking klonk niet
altijd helder en ook niet stralend, maar in vergelijking met haar bruidegom
was ze prettig om horen. De rol van Lola was in handen van de mezzosopraan
Daniela Denschlag. Buiten haar duidelijke dictie liet zij een gedoseerde
stem horen en haar tussenkomst was een verademing voor onze oren. Haar zoon
Peter werd gezongen door de bariton Mark Morouse. In de eerste akte was zijn
interventie niet te groot en was hij genietbaar, maar in de derde akte ging
hij ook op de “brultoer”. De tenor Mark Rosenthal stond in voor de rol van
Christobald, zijn volume was niet groot en hij bezondigde zich ook aan
geknepen noten. De drie pyromanen vormden een prettig trio, dat ons deed
denken aan Ping, Pang en Pong uit de opera “Turandot”. De rollen werden
welluidend gezongen door Valentin Jar, Piotr Micinski en Ramaz Chikviladze.
Het koor en extrakoor van de opera van Bonn klonk overweldigend.
Het was van 1985 in Bielefeld geleden dat deze opera nog werd opgevoerd. We
hadden gedacht dat een hommage aan Schreker scenisch anders zou verlopen. De
regie van Klaus Weise was niet steeds een lust voor het oog. De man is
bezeten van auto’s en camions en in elke scène waren wel de nodige oude
carrosserieën terug te vinden. De personenregie vonden wij ook niet
geloofwaardig, zeker in de context van het libretto. De kostuums van Fred
Fenner waren weinig smaakvol, vooral de outfits van Eva waren beneden
peil.
Het publiek was bij het slot niet erg enthousiast en het applaus was
tamelijk mager. Een niet zo geslaagde voorstelling waar met het gezelschap
van het Theater Bonn toch meer uit te halen was.
Er zijn nog voorstellingen op 2, 19/12/2010, 8, 21/1, 5 en 19/2/2011.
Er bestaat van deze opera een goede opname op CD onder leiding van Peter Gülke. Meer inlichtingen vindt U hier.
P.T. (Gepubliceerd op 22/11/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Ingeborg Greiner (Eva) en Mark Morouse (Peter)
2) Roman Sadnik (Heinrich, Graf von Irrelohe) en Ingeborg Greiner (Eva)
3) Ingeborg Greiner (Eva), Daniela
Denschlag (Lola), Roman Sadnik (Heinrich, Graf von Irrelohe) en Mark Morouse
(Peter) (Foto: Thilo Beu)
Copyright foto's
©
Thilo Beu.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Komische opera van
Albert Lortzing, die zelf de tekst schreef naar een “Lustspiel” van
August von Kotzebue. Wereldpremière op 31 december 1842 in het
Stadttheater Leipzig. Première van deze productie in het Theater Bonn op 8
mei 2011. Bijgewoonde voorstelling op 2 juli 2011.
Van
Lortzing kennen we uit de praktijk zeer goed “Der Waffenschmied”, zagen ook
al “Undine” en vaak “Zar und Zimmerman”. Op CD kennen we ook “Hans Sachs”!
Maar behalve op de Duitse podia wordt “Der
Wildschütz” weinig opgevoerd. We herinneren ons wel opvoeringen in de
Vlaamse Opera te Antwerpen in 1965 met Jef Vermeersch als Baculus, Jan Joris
als de Graaf, Sylvain Deruwe als Baron Kronthal en Rosette van de Cauter als
Nanette. We waren dus erg geïnteresseerd en achteraf gelukkig dat we de
tocht naar Bonn gemaakt hebben.
Wanneer het doek opgaat zit men dadelijk in de feestsfeer: er wordt immers
gevierd dat de niet meer zo jonge schoolmeester Baculus huwt met Gretchen,
zijn jonge bruid en, nog niet zo lang geleden, één van zijn leerlingen. Het
huwelijk wordt verstoord door een brief van de graaf, waarin hij ontslagen
wordt. Baculus heeft een slecht geweten daar hij de dag ervoor een reebok
had geschoten voor de gasten op het huwelijksfeest. Er komen twee studenten
aan (in werkelijkheid de vermomde barones Freimann en haar kamenier
Nanette). De barones wil in werkelijkheid een bezoek brengen aan haar broer
graaf von Eberbach, die zij al jaren niet meer gezien heeft. Zij kent hem
niet meer, evenmin als zijn echtgenote.
Er komt ruzie tussen Baculus en zijn jonge bruid, die hij naar de graaf wil
sturen om voor hem te bemiddelen. Om vrede te stichten tussen deze twee,
stelt de vermomde barones Freimann voor zich te verkleden als meisje en in
de plaats van Gretchen naar de graaf te gaan. Ondertussen komt er een
jachtgezelschap met graaf Eberbach aan in de herberg, hierbij is ook Baron
Kronthal, vermomd als stalmeester en in werkelijkheid de broer van Gravin
Eberbach. De graaf is gecharmeerd door de jonge bruid, terwijl de
stalmeester duidelijk zijn voorkeur voor Barones Freimann laat zien. Het
hele gezelschap wordt ’s anderendaags op het kasteel uitgenodigd om samen de
verjaardag van de Graaf te vieren.
In
de tweede akte bevinden we ons in het kasteel. De gravin is gecharmeerd door
de stalmeester (die ze niet herkent als haar broer). Deze laatste is echter
verliefd geworden op de mooie barones (waarvan hij denkt dat zij de bruid
Gretchen is). Baculus is nu ook op het kasteel, daar hij zijn vermeende
bruid kwam brengen. De baron stelt hem voor zijn bruid te verkopen voor 5000
daalders (de bekende aria) en wanneer dan het echte Gretchen komt, voelt hij
zich bedrogen en trekt zijn voorstel terug in. Maar na alle
verkleedpartijen, volgt uiteindelijk het slot: iedereen stelt iedereen voor,
broers en zussen worden verenigd en eind goed, al goed.
Voor een ongeveer half gevulde zaal werd er zeer goed gezongen en geacteerd.
De ingewikkelde geschiedenis, verkleedpartijen e.d. maakten voor ons, ook
door de geringe verstaanbaarheid van de gezongen gedeelten, het geheel nogal
onduidelijk. De regie van Dietrich W. Hilsdorf was wel zeer vlot en speels,
maar het voortdurende roken op het podium stuit ons niet alleen tegen de
borst maar is meestel enkel een (slechte) oplossing als men niets beter
weet.
Ook het orkest was ietwat slordig en soms ongelijk met het podium. De
dirigent was Ulrich Zippelius, die wel goede tempi hanteerde en het orkest
nooit te luid liet spelen, wat ook een verdienste is. Het decor van Dieter
Richter was mooi, beweeglijk en soms indrukwekkend. De bekendste fragmenten
voor ons waren de ouverture, de buffo aria “5.000 Thaler” en de baritonaria
“Wie Freundlich strahlt die holde Morgensonne”.
Voor de zangers niets dan lof. De dankbaarste rol is uiteraard deze van
Baculus, de schoolmeester, op alle gebied voortreffelijk gebracht door
Renatus Mészàr. Onmiddellijk daarna noemen we de bariton Giorgos Kanaris als
Graf von Eberbach. De rol van Baron Kronthal was ook in uitstekende handen
bij de tenor Mirko Roschkowski die zeer goed zong en acteerde. Helaas had
Lortzing geen aria voor hem voorzien. Een leuk personage bracht Carlos
Krause als de huishofmeester Pankratius. De herenrollen werden aangevuld
door Johannes Marx als een huisgast.
Bij
de dames waren er ook goede prestaties te melden: Anjara I.Bartz (de
gravin), Julia Kamenik (Barones Freimann), Charlotte Quadt (Nanette, het
kamermeisje) en Kathrin Leidig (Gretchen). Brigitte Jung, Marina Kellmann en
Marianne Freiburg waren de favorites van de graaf.
Het koor, voorbeid door Sibylle Wagner en het kinderkoor, voorbereid door
Ekaterina Kiewitz bewogen vlot en zongen goed.
Al bij al een goede voorstelling van een werk dat meer aandacht verdient in
de operawereld. In het Theater Bonn kan met het nog zien op 7, 15 en 24 juli
2011.
H.V. (Gepubliceerd op 6/7/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Charlotte Quadt (Nanette als student), Kathrin Leidig (Gretchen), Julia
Kamenik (Barones Freimann als student) en Renatus Meszar als Baculus.
2) Renatus Meszar als Baculus, Mirko Roschkowski als Baron Krontha, Anjara
I. Bartz als Gravin, Giorgos Kanaris als Graaf von Eberbach en Carlos Krause
als Pankratius.
3) Het kinderkoor met op de achtergrond Renatus Meszar als de leraar Baculus
en vooraan Giorgos Kanaris als Graaf von Eberbach en Anjara I.Bartz als de
gravin.
Copyright foto's © Thilo Beu.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera van
Vincenzo Bellini (muziek) en
Felice
Romani (libretto) naar
Eugène
Scribe’s “La Somnambule ou l’Arrivée d’un nouveau seigneur”.
Wereldpremière op 6 maart 1831 in het Teatro Carcano in Milaan. Bijgewoonde
première van deze productie in het Theater Bonn op 3 juli 2011.
In
een Zwitsers dorpje viert men de verloving van Amina (de pleegdochter van
Teresa) met de jonge boer Elvino. De herbergierster Lisa heeft zelf een
oogje op Elvino en laat duidelijk haar jaloezie merken. Zij weert dan ook de
avances van de boer Alessio af. Wanneer een vreemdeling in het dorp
arriveert, laat deze dadelijk zijn voorkeur voor Amina merken. Hij logeert
in de herberg van Lisa. Elvino is uiteraard jaloers op de voorkeur van de
vreemdeling voor zijn Amina. Niemand weet dat deze vreemdeling graaf Rodolfo
is, de zoon van de vier jaar eerder overleden kasteelheer. In werkelijkheid
is hij op weg naar het kasteel. Er doet een gerucht de ronde: ’s nachts ziet
men een schim ronddwalen in het dorp en niemand weet wie dit is.
In de tweede akte ziet men de kamer van Rodolfo in de herberg. Lisa heeft
ontdekt dat hij de echte graaf is en natuurlijk weet dan heel vlug het hele
dorp om wie het hier gaat. Doch dan slaat het noodlot toe: de schim komt
weer te voorschijn en belandt uiteindelijk in de slaapkamer van de graaf.
Deze begrijpt dat het hier om de slaapwandelende Amina gaat en laat haar
ongemoeid achter. Wanneer Elvino verneemt dat zij in het bed van de graaf
gevonden werd, besluit hij een einde te maken aan zijn verloving en het
huwelijk af te blazen. Lisa neemt de kans waar om nu Elvino tot een huwelijk
met haar te overtuigen.
In de derde akte komt de graaf getuigen dat Amina een slaapwandelaarster is.
Niemand gelooft hem. Teresa vertelt dat zij eindelijk met al haar verdriet
in slaap is gevallen. Amina verschijnt, blijkbaar volledig in trance. Als
Elvino dit ziet, verstoot hij Lisa en zal hij met zijn Amina huwen.
Het
verhaal is tamelijk duidelijk en geeft uitstekende mogelijkheden tot “mooie
zang”. De dromerige atmosfeer helpt hier uiteraard aan. De enscenering van
Roland Schwab was wel aangepast aan de muziek maar toch waren bepaalde zaken
onduidelijk. Er waren momenten dat we dachten: wat gebeurt hier en waarom?
Het toneelbeeld van Frank Fellmann was mooi en functioneel.
Gelukkig waren de prestaties van alle solisten zowel vocaal als scenisch
zeer goed. Alle rollen waren bezet door zangers die er geschikt voor waren
en aan alle behoeften van hun rollen voldeden. De titelrol Amina werd
gezongen door Julia Novikova. Ze bezit een lichte, heldere stemkleur en
virtuose mogelijkheden met zuivere topnoten. De andere sopraanrol Lisa werd
die avond gezongen door Emiliya Ivanova. Ook haar prestatie was zeer goed en
ze zal in latere voorstellingen alterneren met de huidige zangeres in de rol
van Amina. De pleegmoeder Teresa werd ook zeer goed gebracht door de
mezzosopraan Susanne Blattert.
Martin Tzonev was een uitstekende en zeer mannelijke graaf Rodolfo. Sven
Bakin leverde eveneens een goede prestatie als Alessio. Verder hoorden wij
nog Josef Michael Linnek (een notaris) en Harry Schnause (een skiptikologe).
Een speciale vermelding verdient onze landgenoot, de tenor
Marc Laho.
Zijn vertolking van Elvino was zeer vlot en tegelijkertijd toch erg
beheerst, waarbij het belcantoaspect uitstekend tot zijn recht kwam. We
hebben de indruk dat zijn stem nog gegroeid is. Het timbre is zeer helder en
de topnoten klinken erg gemakkelijk. Achteraf konden we even met deze
sympathieke tenor praten. We vernemen dat hij regelmatig bij Nicolaï Gedda
studeert. Zelf woont hij nu in Parijs, maar hij zal in Luik de
openingsvoorstelling van het gerenoveerde operagebouw zingen in 2012. Na
enig aandringen verklaarde hij dat Hoffman zijn favoriete rol is, maar alles
wat hij zingt doet hij met veel liefde, wat zeer merkbaar is!
Het
koor van het Theater Bonn werd voorbereid door Sibylle Wagner en leverde
uitstekend vocaal en scenisch werk. Het Beethoven Orchester Bonn zat in de
bak en speelde onder leiding van Robin Engelen. Helaas klonken ze vrij log
en werd er te luid gespeeld. Een kleinere bezetting was wellicht beter
geweest of een iets lichtere uitvoering. Er waren wel veel open doekjes en
de tot aan de nok gevulde zaal, gaf aan het slot een verdiende en langdurige
ovatie.
Deze productie is een aanrader waarvoor men in Bonn nog op 6 en 14 juli 2011
terecht kan. “La Sonnambula”staat ook het volgende speeljaar nog op het
programma vanaf 16 oktober 2011.
H.V. (Gepubliceerd op 6/7/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Julia Novikova als Amina met koor.
2) Martin Tzonev als Graaf Rodolfo, Julia Novikova als Amina en Harry
Schnause als Skioptikologe.
3) Martin Tzonev als Graaf Rodolfo, Julia Novikova als Amina, Marc Laho als
Elvino en Susanne Blattert als Teresa.
Copyright foto's © Thilo Beu.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()