OPERA GAZET
![]()
Operette van
Johann Strauss (muziek), Josef Braun
(libretto) en Richard Genée (zangteksten). Tussenteksten van Susanne
Felicitas Wolf. Wereldpremière op 1 maart 1873 in het Theater an der Wien te
Wenen. Première van de geënsceneerde productie door de Staatsoperette
Dresden in 2004. Eenmalige concertante uitvoering in het kader van het
Johann Strauss Festival Dresden 2011 op 27 april 2011.
“Der Carnaval in Rom” gaat over het jonge meisje Marie dat al een jaar op de
schilder Arthur Bryk wacht. Op doorreis naar Italië had hij haar geschilderd
en beloofd met haar te trouwen. In Rome was Arthur haar vlug vergeten. Marie
had hem echter geloofd en wacht nog steeds. Dan komen nog twee andere
schilders voorbij in haar dorp en ook een baron met zijn echtgenote. Wanneer
Marie verneemt dat Arthur in Rome is, verkoopt ze haar schilderij aan de
twee schilders om geld te hebben voor haar reis naar Rome. Ook de graaf en
gravin gaan naar Rome. Uiteindelijk ontmoeten allen elkaar en na vele
verwikkelingen herkent Arthur Marie en volgt er een happy-end.
Geïnteresseerden kunnen zich een uitstekende nieuwe CD opname aanschaffen
met de dirigent en de voornaamste vertolkers van dit concert. In het
bijgevoegde boekje staat een uitgebreid verslag over het ontstaan van de
operette met een ruime inhoud van de actie en foto’s uit de gespeelde
versie. Deze concertante uitvoering werd met veel charme en humor verteld en
gepresenteerd door Désirée Nick. Ook zorgden alle solisten voor een sober en
miniem spel.
Het voortreffelijke orkest van de Staatsoperette Dresden zette met veel
bravoure en passie de ouverture in. Dit onder de stevige en duidelijke
leiding van chef dirigent Ernst Theis, die trouwens alle voorstellingen van
dit festival leidde. Deze sympathieke man wist veel nuances te brengen en
hield het geheel goed in handen. Zelfs de ingelaste Polka “Vergnügungszug”
ging in een duizelingwekkende vaart die niet klopt met het echte treintje in
het Weense Praterpark. Met de glimlach steunde hij de solisten en wat heel
belangrijk is: hij genoot er zelf heel duidelijk van.
Het koor, dat voorbereid was door Thomas Runge, klonk ook zeer goed en
levendig.
Marie werd gezongen door Iris Stefanie Maier. Ze bezit een mooie
stem, enkel de topnoten mochten iets meer kleur en vibrato hebben. Jessica
Glatte was zeer goed als Gravin Falconi. Het kleine rolletje van Therese was
in handen van Jeannette Oswald. De schilder Arthur Bryk werd vertolkt door
de uitstekende tenor
Michael Heim. Deze zanger kenden we al van diverse
concerten in Antwerpen. Hij bezit de juiste stem en de nodige uitstraling
voor een “operette-jeune-premier”. Ook Manfred Equiluz is ons bekend en hij
zong zeer vlot de belangrijke rol van Graaf Falconi. De twee andere
schilders Robert Hesse en Benvenuto Rafaeli waren eveneens zeer goed bezet
door de bariton Marcus Günzel en de tenor Bern Könnes. De comprimariopartij
vanToni was in handen van Jens-Uwe Mürner.
In dezelfde week werd ook “Das Spitzentuch der Königin” van Johann Strauss
concertant uitgevoerd. Hiervan werd ook door dit gezelschap een CD opname
gemaakt. Proficiat voor de Staatsoperette Dresden om dergelijke onbekende
werken uit te voeren!
H.V. (Gepubliceerd op 4/5/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) CD opname van "Der Carnaval in Rom".
2)
Iris Stefanie Maier.
3) Michael Heim.
Copyright foto's
©
Staatsoperette Dresden.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera-bouffe van
Jacques Offenbach (muziek) en
Ludovic Halévy & Henri Meilhac (tekst). Wereldpremière van de versie in twee
bedrijven op 6 oktober 1868 in het Théâtre des Variétés te Parijs. De
herwerkte versie tot drie bedrijven ging in première op 25 april 1874 in
datzelfde theater. Op 9 januari 1869 ging een Duitse versie van Richard
Genée in première in het Theater an der Wien te Wenen. In 1882 werd het
opgevoerd als “Die Volkssängerin” in het Residenztheater te Dresden. De
versie van Heinrich Voigt en Conny Odd werd voor het eerst opgevoerd op 23
februari 1960 in het Operettentheater te Leipzig. Première van deze
productie in de Staatsoperette Dresden in een nieuwe Duitse vertaling van
Peter Ensikat op 15 januari 2011. Bijgewoonde voorstelling op 28 april 2011.
Behalve een Duitse uitvoering in Aken, kennen we de Franse versie van “La
Périchole” van CD-opnames, uitzendingen op TV en een productie in Roubaix
(Frankrijk). Het is duidelijk een werk met een Franse gedachtenwereld en
Spaanse invloeden, daar de geschiedenis zich in Lima speelt. Hier in Dresden
gaf het ons aanvankelijk het idee dat we met een volledig Duitse versie te
maken hadden. Dit evolueerde wel en deze “andere” visie vonden we helemaal
niet slecht en zelfs uiteindelijk zeer goed!
Ernst Theis leidde weer zeer enthousiast en gepassioneerd het orkest, met
een vinnige inleiding, zelfs op de grens van “te” vlug. Alles bleef wel
muzikaal binnen het concept en de begeleiding was weer zeer intens op de
actie ingesteld.
De belevenissen van de straatzangeres Périchole en haar vriend Piquillo zit
vol leuke intriges. De vice-koning, geassisteerd door Don Pedro en Graaf
Panatellas beleeft allerlei grappige toestanden. Périchole wordt aan het hof
opgenomen om de minnares van de vice-koning te worden, maar moet hiervoor
gehuwd zijn. Piquillo wordt dronken gevoerd en moet huwen met Périchole,
zodat ze ter beschikking kan staan (of beter liggen) voor de vice-koning.
Zij weigert en uiteindelijk belanden ze beiden in de gevangenis, maar alles
eindigt tenslotte met een happy-end. De situaties zijn zeer grappig: zoals
de twee zangers die zich voorstellen, het dronkemanslied van Périchole, het
stretta als Piquillo woedend wordt, het gevangenis trio: et tintintin, enz.
Een bravo voor de zeer intense, beweeglijke en uiterst grappige regie van
Michiel Dijkema. Ook ontwierp hij het Bühnenbild, waarbij praktisch alles
zich rond en in het Staatstheater leek af te spelen.
Zeventien medewerkers vulden 21 rollen in, dus noemen we enkel de
voornaamste.
De titelrol werd op een zeer bewuste wijze sterk en vlot gedragen door
Sabine Brohm. Haar partner Piquillo was de uitstekende tenor Ralf Simon die
ook een goede uitbeelding gaf. De derde hoofdrol is Don Andres, de vice-roi
van Peru en die werd kostelijk vertolkt door Gerd Wiemer, bijna in “Mister
Bean” stijl. Zeer grappig waren de twee types die gespeeld werden door
Timothy Oliver (graaf Panatellas) en Marcus Günzel (Don Pedro). Deze waren
echt goede parodieën op bestaande figuren uit de echte overheid.
Het koor zong heel behoorlijk en vervulde ook heel wat grappige taken. De
muzikale instudering was weer van Thomas Runge.
Dus veel mooie stemmen, veel humor en veel plezier op en voor het podium!
H.V. (Gepubliceerd op 5/5/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Ralf Simon als Piquillo met koor.
2) Sabine Brohm als La Périchole en Marc Horus als Piquillo.
3) Ralf Simon als Piquillo, Gerd Wiermer als Vice Koning Don Andres en Britt
Gnauch als La Périchole.
Copyright foto's
©
Kai-Uwe Schulte-Bunert.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Komische operette van
Johann Strauss (muziek), Viktor Wilder en Alfred Delacour (tekst) in de
bewerking van Carl Treumann. Nieuwe teksten van Peter Ensikat.
Wereldpremière op 3 januari 1877 in het Wiener Carl Theater. Première van
deze productie van de Staatsoperette Dresden op 9 september 2010.
Bijgewoonde voorstelling op 29 april 2011.
De muziek van deze operette is anders dan deze van “Der Carnaval in Rom” die
we drie dagen ervoor bijwoonden. De partituur is zeer rijk en toch
lichtvoetig en stelt wel hoge eisen aan de zangers. Ook heeft men daarnaast
vertolkers nodig die goede acteurs zijn.
De twee kleine landjes Trocadero en Rikarak zijn aartsvijanden en beide
bankroet! Koning Sigismund van Trocadero vindt dat zijn land teveel
kunstenaars heeft en had liever een groot leger gehad. Koning Cyprian van
Rikarak beklaagt zich dat hij een overschot aan soldaten heeft, terwijl hijzelf zich vooral aan kunst interesseert. Beiden zien een oplossing: Prins
Methusalem (Rikarak) zou met prinses Pulcinella (Trocadero) trouwen en zo
een alliantie bouwen om beide landen een toekomst te verzekeren. Allerlei
typische operettesituaties ontstaan. De twee jongelui hebben echter voor
zichzelf al een oplossing gevonden en samen een nacht doorgebracht.
Uiteindelijk distantieert het jonge koppeltje zich van alle intriges van hun
ouders. Tenslotte is de oplossing dat Sigismund koning wordt van… Rikarak en
Cyprian van…Trocadero.
De uitstekende regie van Adriana Altaras zat vol vondsten en er was zelfs
een heel sexy scène tussen prins Methusalem en prinses Pulcinella. Zelfs
daarin werd de humor niet vergeten. Sinds de wereldpremière was het lied van
koning Sigismund “Tipferl auf dem I” (de puntjes op de i) een succes en ook
nu, dankzij de goede vertolking door de tenor Frank Ernst. Bij de
allereerste opvoeringen zag men liever een dame als prins Methusalem in een
zgn. “Hosenrolle”, een vrouw in een mannenrol. Voorbeelden hier zijn o.a.
Cherubino (Le Nozze de Figaro), Octavian (Der Rosenkavalier) en de originele
Boccaccio. Dresden bracht op 23 april ll. deze versie met Jana Frey. Bij
onze voorstelling werd de rol door een bariton gespeeld. Christian Grygas
was de zeer goede zangeracteur die deze rol grandioos vertolkte. Pulcinella,
de toekomstige bruid van de prins, werd op alle terreinen schitterend
vertolkt door Jessica Glatte. De rol van de andere koning Cyprian was ook in
goede handen bij Gerd Wiemer, evenals Inka Lange als Sophistika, zijn
echtgenote. Verder niets dan goede prestaties: Herbert G. Adami (Marchese
Carbonazzi), Elmar Andree (Graf Vulcanio), Timothy Oliver (Trombonius,
Hofkomponist), Christoph Simon (Dirigatius, dirigent). Bijzonder grappig
vonden we verder Dietrich Seydlitz en Hans-Jürgen Wiese als twee agenten.
Het koor was weer voorbereid door Thomas Runge en presteerde zeer goed op
alle gebied. Het decor van Yashi Tabassomi was zeer functioneel en
beweeglijk waar nodig. De blijkbaar onvermoeibare dirigent Ernst Theis gaf
met zijn uitstekend orkest weer een uitvoering van de bovenste plank.
Een volledige CD opname verschijnt weldra en is een aanrader. De volledige
uitvoering bij eventuele hernemingen uiteraard ook.
H.V. (Gepubliceerd op 5/5/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) H.G.Adami als Carbonazzi, E. Andree als Vulcanio, C. Grygas als Prinz
Methusalem, I. Lange als Sophistika, F. Ernst als Sigismund, G. Wiemer als
Cyprian, J. Glatte als Pulcinella, T. Oliver als Trombonius en C. Simon als
Dirigatius
2) .Isaballa Schmidt als Pulcinella en C. Grygos als Prins Methusalem
3) Gert Wiemer als Cyprian, Inka Lange als Sophistika en Frank Ernst als
Sigismund.
Copyright foto's
©
Kai-Uwe Schulte-Bunert.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()