OPERA GAZET
![]()
Melodrama
in twee bedrijven van
Gioacchino Rossini op een libretto van Giovanni Gherardini naar het
toneelstuk “La pie voleuse” van d’Aubigny en Caigniez. De eerste opvoering
vond plaats in het Teatro allaScala te Milaan op 31 maart 1817. We zagen op 13 mei 2011
een concertante uitvoering in de Semperoper
te Dresden.
Dat “La
gazza ladra” vandaag op de ouverture na vergeten is, ligt zeker niet aan
de kwaliteit van de muziek. We zijn hier ver van de farsen die Rossini aan
het begin van zijn carrière schreef en ook vergeleken met de Napolitaanse
opera’s die hij rond dezelfde tijd schreef, is de partituur van een ongekende
complexiteit en raffinement. Net zoals alle opera’s van Rossini is ook “La
gazza ladra” voor een modern theater moeilijk te bezetten, al was het maar
door het grote aantal rollen die het werk telt. Ook scenisch stelt de opera
grote uitdagingen, vooral de manier waarop de ekster uitgebeeld dient te
worden is voor elke regisseur een uitdaging.
Gek genoeg koos de Semperoper voor een concertante uitvoering van Rossini’s
briljante partituur. Een betwistbare keuze voor een opera waarin eigenlijk
heel veel gebeurt en die vrij lang duurt. Vooral om deze laatste reden werd
de partituur dan ook vrij sterk ingekort. Niet alleen werden zowat alle
recitatieven weggelaten, ook een twintigtal minuten muziek werden geknipt.
En dat is jammer voor een prachtig werk, zeker wanneer het, zoals “La gazza
ladra”, überhaupt al zelden (om niet te zeggen: nooit) gespeeld wordt.
Hoewel de rolbezetting in Dresden geen grote namen bevatte, was het bereikte
resultaat ronduit schitterend. Hiervoor moeten we in de eerste plaats de
jonge Italiaanse dirigent Michele Mariotti dankbaar zijn. Rossini zit hem
duidelijk in het bloed (hij is, net als Rossini zelf, afkomstig uit Pesaro)
en hij weet met zijn wisselingen in dynamiek en tempo de muziek net die
stuwkracht en spanning mee te geven die nodig is om het publiek te
biologeren. Het was daarbij mooi om te zien hoe Mariotti het uitstekende
orkest van de Staatskapelle, dat nochtans weinig affiniteit heeft met dit
repertoire, mee weet te slepen met zijn enthousiasme.
Bij
de solisten waren we vooral onder de indruk van
Nicola Uliveri
als Podestà. Zijn soepele bas had geen problemen met de coloraturen die
Rossini voor deze rol schreef, wat maakte dat zijn grote aria “Si, per voi,
pupille amato” in het tweede bedrijf eigenlijk het hoogtepunt van de
voorstelling vormde. Ook
Michal Spyres
bevestigt zich meer en meer als één van de grote Rossini-tenoren van het
moment. Hij koppelt lichtheid aan een stevig volume en onmerkbare
registerovergangen aan schitterende hoge noten. Zo maakte hij van de wat
saaie Gianetto een figuur om rekening mee te houden.
De Russische sopraan
Elena Gorshunova
heeft duidelijk vooruitgang geboekt sinds we haar een tweetal jaar geleden
in Bern hoorden en gaf een gepassioneerde vertolking van Ninetta, het
hoofdpersonage, zonder te kunnen verbergen dat de virtuoze passages haar
soms voor wat problemen stellen. De Dresdense huisbas Michael Eder was ziek
en werd op het laatste moment vervangen door Ugo Gagliardo die deze rol
eerder ook in Bologna zong. Hij wist zich perfect in het ensemble in te
passen. De andere rollen, bezet met leden van het ensemble van de
Semperoper, waren danig ingekort door de coupures die, zoals gezegd, in de
partituur aangebracht werden.
Laat het duidelijk zijn: “La gazza ladra” is een opera die zijn plaats
verdient op de operapodia. En deze concertante uitvoering heeft duidelijk
aangetoond waarom.
Op het moment van dit schrijven is de laatste voorstelling helaas reeds
achter de rug.
H.D. (Gepubliceerd op 17 mei 2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Michael Spyres (Gianetto), Nicola Uliveri (Podestà), Sofi Lorentzen (Lucia)
en Elena Gorshunova (Ninetta).
2) Het volledige ensemble na afloop.
Copyright foto's © Sächsische Staatsoper Dresden.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()