OPERA GAZET
![]()
Opera
van
Richard Wagner (muziek en libretto). Gecreëerd in het Festspielhaus te
Bayreuth op 17 augustus 1876. Première van deze productie in het Aalto
Musiktheater te Essen op 10 oktober 2010. Bijgewoonde voorstelling op 21
oktober 2010.
“Nächstes
Jahr machen wir alles anders”. Deze uitspraak van een zekere Richard Fricke
die in 1876 betrokken was bij de eerste repetities in Bayreuth, werd in het
programmaboekje van deze reeks opvoeringen van “Götterdämmerung”
vermeld om ons te doen geloven dat alles wat “anders” is, ook
gerechtvaardigd is. Tot nu toe waren de hersenkronkels van Peter Konwitschny
voor de enscenering van “Götterdämmerung” in het Staatstheater van Stuttgart
in 2002, het gekste dat wij ooit beleefden. Wat wij hier in Essen
voorgeschoteld kregen, tart werkelijk iedere verbeelding. De uit Australië
afkomstige Barrie Kosky die in 2006 met een regie van “Der fliegende
Holländer” het Aalto Theater al teisterde, was ook nu verantwoordelijk voor
de troep op de scène.
Nog vóór de eerste noot geklonken had, wandelde
een volledig naakt oud vrouwtje het proscenium op met een grote kartonnen
doos waaruit zij drie stoelen tevoorschijn haalde. De drie Nornen kwamen dan
de scène opgewandeld, zetten zich op de stoelen en het spektakel kon
beginnen. Het vrouwtje, dat zowat de spilfiguur van deze voorstelling zou
worden en geregeld de scène opwandelde, moest Erda voorstellen en de
kartonnen doos was de eerste van een hele reeks.
Een grotesk tekenfilmpje beeldde uit wat de Nornen te vertellen hadden,
waarbij de koord die zij naar elkaar gooien, vervangen werd door een lange
filmstrook die tenslotte breekt en ons verlost van het tekenfilmpje waar de
“Eschenstamm” er als broccoli uitzag en Wotan’s ogen als biljartbollen.
Hoe Siegfried en Brünnhilde tekeergaan in de volgende scène, ziet U op de
foto hieronder. In de Gibichungenhall ging het er al even onstuimig aan toe,
waarbij Siegfried Gutrune bespringt als een wild dier en de
“Blutbrüderschaft” een bloedig spektakel wordt.
Wij
zouden bladzijden lang kunnen doorgaan met het opsommen van al de
absurditeiten die deze enscenering rijk is, maar zullen ons beperken tot
degenen die ons het meest geërgerd hebben. Gunther die op het einde van de
eerste akte Brünnhilde in een kartonnen doos steekt en ze er in de tweede
akte terug uithaalt. Barrie Kosky is blijkbaar geobsedeerd door dozen, want
ook de dode Siegfried werd in de derde akte in een doos gerold. Zelfs het
volledige koor en figuranten komen in de tweede akte uit een enorme doos.
Bijzonder misplaatst vonden wij de uitbeelding van Alberich als een
karikaturale orthodoxe jood. Precies zoals “de jood” afgebeeld stond op de
antisemitische pamfletten van de Nazi’s in de jaren 30/40 van de vorige
eeuw. Zijn ze dat daar in Essen - de stad van Krupp - al vergeten? Als deze
zelfde jood het dan nog in de derde akte met een al even karikaturale Viking
(Wotan?) het “op zijn hondjes” doet, vonden wij dat de grenzen van het
aanvaardbare en van de goede smaak iets te ver overschreden waren. Dat het
allemaal in een droom van Siegfried zou plaatsvinden, maakt het niet
geoorloofd. Het beste zou zijn om Barrie zelf in één van zijn kartonnen
dozen te steken en hem naar Australië terug te sturen, liefst rechtstreeks
naar een verlaten gat tussen Katherine en Alice Spings waar de Aboriginals
zijn absurde droomwereld misschien zullen waarderen.
Al die poespas zouden wij er nog bijnemen, mocht de voorstelling muzikaal
veel te bieden gehad hebben, maar ook dat was wisselvalling. Voor de
Brünnhilde van Caroline Whisnant koesterden wij hoge verwachtingen. Wij
hoorden haar als een kernachtige verversvrouw in “Die Frau ohne Schatten” in
Essen (2008) en in Mannheim (2009) en als een fenomenale “Elektra” in
Frankfurt (2009). Wij waren dan ook sterk ontgoocheld dat zij onophoudend
storende borsttonen produceerde en dat de glans volledig uit haar stem
verdwenen was. Slechts in de slotscène wist zij dat een beetje goed te
maken, maar dan was de avond al bijna voorbij. De Siegfried van Jeffrey Dowd
was dan weer beter dan wij verwacht hadden. De man heeft een mooi timbre,
maar de stem is niet groot. Alleszins te klein voor de rol van Siegfried,
waardoor het hem aan bravoure ontbrak. De topnoten werden vaak maar even
aangetipt, soms gaf hij ze helemaal niet of werden ze in piano gezongen. Een
mager beestje dus, dat wel bij zijn frêle en bijna kinderlijk uiterlijk
paste.
De
Koreaanse bas Attila Jun was een sonore maar weinig subtiele Hagen. Hij
domineerde door zijn krachtig stemvolume en een hoogte die wij maar zelden
bij zijn stemsoort tegenkomen. Zijn donker, vettig timbre paste uitstekend
bij de rol, enkel de diepe noten hadden iets meer “creux” mogen hebben. Het
was ook jammer dat hij zijn ruime vocale middelen niet steeds in toom wist
te houden en dat hij ons een beetje te veel van het goede gaf. De bariton
Günter Kiefer als zijn vader Alberich diende hem waardig van repliek. Vocaal
althans, want scenisch was de strippartij die hij moest uitvoeren alvorens
zich in de armen en op de schoot van zijn zoon te vleien alles behalve
waardig.
De bariton Heiko Trinsinger was vocaal voortreffelijk als Gunther en ook de
sopraan Francisca Devos kon ons bekoren als zijn zuster Gutrune. Zij was
bovendien een verdienstelijke derde Norn, naast de rampzalig slechte eerste
Norn van de alt Ildiko Szönyi. De mezzosopraan Ieva Prudnikovaite klonk
aangenaam in de drie rollen die zij voor haar rekening nam: Waltraute, de
tweede Norn en Flosshilde. De twee andere Rijndochters waren Katherina
Müller en Marie-Helen Joël.
Het koor imponeerde door zijn klankvolume en de felheid waarmee zij tekeer
gingen.
Niets dan lof voor Stefan Soltesz en de Essener Philharmoniker die met deze
“Götterdämmerung” de nieuwe “Essener Ring” tot voltooiing brachten. Soltesz
heeft niet altijd de stuwende kracht die wij kennen van bijvoorbeeld Daniel
Barenboim, maar hij zorgt steeds voor een correct samenspel en hij heeft
bovenal een aanstekelijke muzikaliteit. Het orkest volgde hem perfect in
zijn intenties en klonk bijna als kamermuziek waar het nodig was om de
zwakke Siegfried niet te overstemmen. Het orkest beschikt ook over een meer
dan degelijke blazerssectie, zo broodnodig bij de verklanking van Wagner’s
werken.
Een
aanrader kunnen wij deze voorstelling moeilijk noemen, tenzij U er op belust
bent om regie-experimenten bij te wonen. In dit geval mag U één van de
volgende voorstellingen niet missen.
Er zijn nog voorstellingen van “Götterdämmerung”op
13, 20/3, 26/6 en 24/7/2011.
Twee volledige cyclussen van “Der Ring des Nibelungen” hebben plaats op
22-23-25-26 juni 2011 en 20-21-23-24 juli 2011.
G.M. (Gepubliceerd op 23/11/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Margareta Waterkamp (Erda), Ildiko Szönyi (Erste Norn), Ieva Prudnikovaite
(Zweite Norn) en Francisca Devos (Dritte Norn)
2) Caroline Whisnant (Brünnhilde) en Jeffrey Dowd (Siegfried)
3) Attila Jun (Hagen), Jeffrey Dowd
(Siegfried), Opernchor und Extrachordes Aalto-Theaters en figuranten.
4) Marie-Helen Joël (Wellgunde), Katherina Müller (Woglinde), Jeffrey Dowd
(Siegfried), Ieva Prudnikovaite (Floßhilde) en figuranten.
Copyright foto's
©
Matthias Jung
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()