OPERA GAZET
![]()

Opera
van Richard Wagner (tekst en muziek). Wereldpremière op 2 januari 1843 in
het Hoftheater te Dresden. Première van deze productie van het 14de
Opernfestival Chiemgau te Gut Immling op 25 juni 2010. Bijgewoonde
voorstelling op 24 juli 2010.
In de eerste acte van "Der
fliegende Holländer"ontmoeten Daland en de Hollander elkaar. Hij is de
legendarische Vliegende Hollander die op zee moet blijven tot een vrouw hem
trouw zal blijven tot in de dood. Eenmaal in zeven jaar mag hij aan land
gaan om een vrouw te zoeken. Hij biedt Daland schatten aan voor de hand van
zijn dochter Senta. In de tweede acte zingen de dames het beroemde
spinsterskoor. Senta droomt voor het portret van de onbekende zeeman. Erik,
de verloofde van Senta is niet opgezet met haar verering van deze onbekende.
Wanneer Daland binnenkomt met deze vreemdeling, staat Senta sprakeloos.
Daland zingt dan zijn beroemde aria “Mögst du, mein Kind” en laat hen dan
alleen. Senta zweert trouw aan de Hollander tot in de dood. In de derde acte
is het feest in het dorp, tot men bemerkt dat het schip van de Hollander er
doods en stil bij ligt. Hierop volgt dan het bekende spokenkoor, waarna Erik
aan Senta verwijt dat ze haar beloften aan hem heeft verbroken. De Hollander
krijgt nu angst dat ze ook hem zal verlaten en ze kan hem niet overtuigen
van het tegendeel. Wanneer het schip dan wegvaart, springt ze van de rots en
verdrinkt. Door deze wanhoopsdaad van Senta is de Hollander bevrijd van de
vloek.
Zoals nu gebruikelijk, moest regisseur Verena von Kerssenbrock iets vinden
wat anders is dan het ooit was.
Senta is de hele eerste acte (eigenlijk op het schip van Daland) aanwezig op
het podium en houdt zich voornamelijk bezig met delen van een reusachtige
puzzel bij elkaar te zoeken, die uiteindelijk een beeltenis van de Hollander
wordt met zwarte kledij, terwijl dit personage hier in werkelijkheid in wit
en rood gekleed is. Het is ook steeds een bijeenrapen van lichaamsdelen van
poppen.
Het beroemde spinsterskoor in de tweede acte bestond hier uit poppen
aankleden en de kledij naaien met een regelrechte “jive” aan het slot. De
dames droegen matrozenpakjes en later bleek dat ze daar onder gewone kleedjes droegen.
Bij het bekende matrozenkoor in de derde acte moest een hoertje (Gretl
Kautzsch) hen opvrolijken, wat haar het recht gaf als soliste te groeten aan
het slot.
Gelukkig zongen de koren zeer goed, zowel vocaal als muzikaal. Ze werden
ingestudeerd door Kamila Akhmedjanova. Uiteraard was de muzikale kwaliteit
vooral te danken aan de dirigent Cornelia von Kerssenbrock, die een mooi
resultaat bereikte met de Münchner Symphoniker. Deze formidabele dame wist
naast volle orkestklanken en veel nuances ook duidelijk mede te gaan met de
zangers. Alleen was het soms eventjes te luid voor enkele solisten. De
bariton Dimitri Kharitonov bezat de mooiste stem uit de bezetting. Toch was
hij iets te licht voor de rol van de Hollander, maar hij groeide fel naar
het slot toe. In het programmaboekje werd als Senat (i.p.v. Senta) de
sopraan Inga Balabanova vermeld. Deze fout bracht haar ongeluk: ze werd
ziek! Als vervangster hoorden we de Belgische sopraan Hélène Bernardy. Deze
zangeres bezit een volumineuze, maar nogal scherpe stem en heeft een
verschrikkelijk flapperende kin. Snejinka Avramova was een goede Mary, de
voedster van Senta. Marek Gasztecki was vocaal een nogal ruwe Daland hoewel
zijn aria “Mögst du, mein Kind” overtuigend overkwam.Persoonlijk vonden we
de heldere tenor Giorgio Valenta als de stuurman van Daland, op alle gebied
de beste zanger van de avond.
De andere tenor Ralf Willershäuser was een
bleke Erik en kwam niet mooi over in zijn duo met Senta. Zijn aria in de
derde acte was beter, maar hij kon het niet volhouden zodat zelfs die ene
si-b voor hem iets te hoog bleek. Voor ons waren alleen de stuurman en de
Hollander echt op hoog niveau, naast de dirigent. Het enthousiaste publiek
bleek alles wel goed te vinden.
Dit jaar speelde men naast enkele concerten ook “Carmen” van Bizet en “Die Gärtnerin aus Liebe” (La Finta Giardiniera) van Mozart.
Volgend seizoen zijn “Aida” van Verdi en “Don Giovanni” van Mozart aan de beurt.
H.V. (Gepubliceerd op 12/8/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Holländer (Dimitri Kharitonov), Senta (Inga Balabanova, rechts)
2) Daland (Marek M. Gastztecki), Senta (Inga Balabanova), Holländer (Dimitri
Kharitonov)
3) Festivalchor, Senta (Inga Balabanova)
Copyright foto's
©
Verena von Kerssenbrock (1) en Bresser (2 en 3)
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Slotconcert
van het 14. Opernfestival Gut Immling op 8 augustus 2010.
Dit slotconcert werd ingeleid door de
intendant Ludwig Baumann en de meeste zangers die aan de producties van dit
seizoen meewerkten, traden hier op.
We maken een selectie uit de 16 zangers, naar gelang wat ons het best beviel
uit de 30 nummers plus het onvermijdelijke “Nessun dorma” als slot.
De
bariton Kapsung Ahn maakte op ons veel indruk met een aria uit “Der
Wildschütz” (Lortzing). De bas Kirill Borchaninov was een overtuigende
Mefisto uit de versie van Boïto. De sopraan Guibee Yang leverde een
formidabele uitvoering van de aria van Olympia uit “Les Contes d’Hoffmann”
(Offenbach). Erg ongelukkig waren we met het slot van het eerste deel: het
beroemde duet uit “Les pêcheurs de perles (Bizet) waarin de mooie bariton
Dimitri Kharitonov stoïcijns prachtig zong, spijts het geknoei van de tenor
Gustavo Casanova, in een zeer slecht Frans en lezend van de partituur. We
waren blij dat nu de pauze volgde.
Allen werden begeleid door het Orchester der Staatsoper Baku onder leiding
van Cornelia von Kerssenbrock, wat weer een festijn was.
Bij
aanvang van het tweede deel speelde het orkest onder leiding van
Dschawanschir Dschafarov een afschuwelijk fragment uit een ballet van P.
Bül-Bül oglu, onaangenaam vooral wegens het “lawaai” van het slagwerk. Dan
volgde een mooie wals van F. Amirov. Wij vroegen ons af hoe een dirigent een
dergelijke aangename muziek kon dirigeren met zo een zuur gezicht. Gelukkig
pakte Cornelia terug over.
In dit deel beviel ons in de eerste plaats de tenor Jeong Kyu Kim met een
aria uit “La Franciulla del West” (Puccini) en terug de bas Kirill
Borchaninov met een aria uit “Nabucco” (Verdi). De mezzo Yvonne Fontane
bracht dan een krachtige “O Don fatale” uit “Don Carlos” (Verdi). Ook de
mezzo Karine Ohanyan beviel ons met het koor in de “Habanera” uit “Carmen”
(Bizet) en nogmaals Jeong Kyu Kim met “E luccevan le stelle” uit “Tosca”
(Puccini)
Ook enkele andere prestaties waren goed: Jacek Janiszewski in “Der
Wilschütz” (Lortzing), Melanie Arnhold in “Il Barbiere di Siviglia”
(Rossini), Maria José Rodriguez in “I Vespri Siciliani” (Verdi), Alik
Ibrahimov met “Vesti la giubba” uit “Pagliacci” (Leoncavallo), Michael
Bachtadze met “O sogno o realità” uit “Falstaff” (Verdi) en de Belgische
sopraan Hélène Bernardy met een aria uit “Don Carlos” (Verdi).
Wat ons vooral opviel, was de vriendelijkheid en de sympathieke reactie van
Cornelia von Kerssenbrock na ieder optreden van een solist. Ze hield
nochtans de touwtjes de hele avond stevig in handen bij dit grote orkest in
dit lange programma.
Dit waren onze voorkeuren, maar voor de overige nummers werd er even hartelijk geapplaudisseerd door het talrijke publiek.
H.V. (Gepubliceerd op 21/8/2010)
Foto's van boven naar onder:
1) Orchester der Staatsoper Baku onder leiding
van Cornelia von Kerssenbrock.
2) Cornelia von Kerssenbrock.
Copyright foto's © Ingrid Theis.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()