OPERA GAZET
![]()
Opera van
Ludger
Vollmer naar de gelijknamige film van Fatih Akin. Libretto van de
componist naar een idee van Dorothy Szalma. Gecreëerd in het Theater Bremen
op 28 november 2008. Première van deze productie in het Theater Hagen op 26
februari 2011. Bijgewoonde voorstelling op 20 mei 2011.
De
film “Gegen die Wand” (2004) van de Turks-Duitse regisseur Fatih Akin gaat
niet over migrantenproblematiek. Het is een liefdesverhaal waarbij de nadruk
gevestigd wordt op de innerlijke conflicten van de protagonisten en op hun
zoektocht naar zichzelf.
De inhoud van
de opera is trouw gebleven aan deze van
de film.
Wij vertellen waarover het gaat. Het hoofdpersonage is Cahit Tomruk. Hij
werkt als glazenophaler in een bar en vult de rest van zijn leven met drank
en de nodige porties verdovende middelen. Hij is van Turkse afkomst, maar
zijn moedertaal is er één die hij nauwelijks spreekt. Op een avond wil hij
een einde maken aan zijn uitzichtloos leven en rijdt met zijn auto tegen een
muur: “Gegen die Wand”. Na verzorging in het ziekenhuis, wordt hij benaderd
door de mooie Sibel, die hem vraagt met haar te trouwen. Cahit wijst haar
af, maar na een zoveelste zelfmoordpoging van Sibel geeft hij toch toe. Ze
zullen louter een verstandshuwelijk hebben, waarin ze niet mét, maar langs
elkaar heen leven. Waarom wil de Turkse Sibel trouwen met de zwaar
afgetakelde Cahit? Zij is een vrijgevochten vrouw, die een tamelijk
losbandig leven leidt en dat wordt fel bekritiseerd door haar conservatieve
ouders. De enige manier om daar aan te ontkomen is het ouderlijk huis te
verlaten en om dat te verwezenlijken, dient ze een geschikte kandidaat te
vinden. Cahit voldoet aan de eisen, hij is immers van Turkse afkomst en
aangezien hij geen interesse in haar toont, kan ze verder gaan met haar
plannen: uitgaan, drinken, roken en met zoveel mogelijk mannen het bed
delen.
Maar dan komt de ommekeer: er groeit een band tussen de twee en wanneer deze
omslaat in liefde, neemt hun leven een melodramatische wending. Vanaf dit
punt wordt het verhaal een regelrechte tragedie met gewelddadige scènes. Bij
een caféruzie doodt Cahit zijn tegenstander en geraakt hierdoor in de
gevangenis. Sibel wordt genegeerd door haar ouders, geraakt in de
prostitutie en wordt nog op het nippertje van een regelrechte ondergang
gered door haar nicht Selma, die haar meeneemt naar Istanbul. Na zijn
vrijlating komt Cahit haar daar opzoeken. Zij bedrijven voor het eerst de
liefde als man en vrouw en verlaten elkaar dan definitief.
Wij
gingen de opera zien en beluisteren met de film in het achterhoofd en waren
aangenaam verrast over de manier waarop het werk hier vorm gegeven werd. In
de eerste plaats door de muziek van Ludger Vollmer die zich verregaand liet
inspireren door traditionele Oosterse klanken, inclusief het exotische
instrumentarium. Maar ook de scenische visie bekoorde ons. Waar de film
nogal expliciet realistisch was met vele naaktscènes, opteerde regisseur
Norbert Hilchenbach voor een bijzonder sobere benadering. Een decor was er
niet en de grijze, kale achterwand van het podium werd enkel gebruikt voor
de projectie van de Duitse en de Turkse boventiteling. Deze soberheid werd
gecompenseerd door een zeer sterke personenregie, waarbij veel gesuggereerd
werd zonder écht platvloers te worden. De personages waren goed getypeerd,
vooral de krachtige bariton Radoslaw Wielgus als Cahit zag er uit als een
echte “loser”. De vaak langoureuze en meeslepende zang van Sibel werd mooi
verklankt door de Duitse mezzosopraan Kristine Larissa Funkhauser. De sonore
bas Michail Milanov was de vader van Sibel en de mezzosopraan Marilyn
Bennett gaf gestalte aan de moeder. In vergelijking met de film, was de
actie nogal fragmentarisch en het was de taak van Seref, Cahit’s vriend, om
als een troubadour deze losse stukken aan elkaar te praten. De dictie en de
stemresonantie van Robert Schartel waren hiervoor echter niet ideaal en
aangezien de Duits gesproken teksten enkel in het Turks boventiteld werden,
ging er voor ons nogal wat van zijn vertelling verloren.
Kleinere parijen werden vertolkt door de luide, scherpe tenor Svetislav
Stojanovic als Sibel’s broer, de heldere sopraan Marion Cast als Selma en de
tenor Richard van Gemert als een barkeeper. Het koor van het Theater Hagen
en de vele kleine rollen klonken voortreffelijk.
Het Philharmonisches Orchester Hagen zat op een verhoogd podium, achter de
scène en dirigent Andres Reukauf was voor de zangers enkel te zien via
monitors.
De
voorstelling die wij bijwoonden was al de achtste van de reeks en de zaal
was zeer goed gevuld door een vooral jong publiek, waarbij de vele Turken
opvielen. Onze vrees dat het een onrustige voorstelling zou worden, was
echter ongegrond.
Een sterke voorstelling die wij zeker kunnen aanraden, al vonden wij het
bravogeroep en het gejuich bij het slot toch wat overdreven.
Er zijn nog voorstellingen op 26 mei, 11, 18 juni en 5 juli 2011.
G.M. (Gepubliceerd op 22/5/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Radoslaw Wielgus als Cahit en Kristine Larissa Funkhauser als Sibel.
2) Kristine Larissa Funkhauser als Sibel en Ensemble.
3) Radoslaw Wielgus als Cahit, Robert Schartel als
Seref, Michail Milanov als Yunus Güner, Sibel's vader, Svetislav Stojanovic
als Yilmaz Güner, Sibel's broer en Marilyn Bennett als Birsen Güner, Sibel's
moeder.
Copyright foto's
©
Kühle.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Opera in drie bedrijven van
Giacomo Puccini (muziek) en
Giuseppe Adami &
Renato
Simoni (libretto), voltooid door
Franco
Alfano. Wereldpremière op 26 april 1926 in het Teatro alla Scala te
Milaan. Première van deze concertante productie in het Theater Hagen op 4
juni 2011. Bijgewoonde voorstelling op 1 juli 2011.
Voor
de eerste maal zagen wij een concertante uitvoering van deze opera.
Eigenlijk was het een “semi-concertante” uitvoering te noemen, daar de
bewegingsregie van de solisten en het koor deze voorstelling zeer
aanvaardbaar maakten. De manier waarop deze op en af het podium kwamen, was
zeer doordacht en in de geest van het werk. De koren kwamen soms opzij
staan, sloten soms in het midden aan, gingen dan weer af om even later
achter het orkest plaats te nemen, naargelang de behoefte van de muziek.
Het bekende verhaal van “Turandot”
helemaal vertellen, zal wel overbodig zijn, daarom eventjes in het kort een
opfrissing: De trotse prinses Turandot wil alleen maar huwen met een
kandidaat die haar drie raadsels kan oplossen. Er is tot hiertoe nog niemand
in geslaagd en zij werden allen ter dood gebracht. Wanneer Kalaf een
beeltenis van haar ziet, wordt hij op slag verliefd en besluit dan ook zich
kandidaat te stellen. Zijn blinde vader Timur en Liu, de begeleidster van
Timur, trachten hem te overtuigen zich niet aan de proef te onderwerpen,
maar het baat niet en hij slaat drie maal op de gong om zich aan te bieden.
Maar wat nog nooit gebeurde: Kalaf vindt de antwoorden op de drie vragen van
Turandot. Deze weigert met hem te trouwen, maar haar vader dwingt haar toch.
Kalaf stelt dan één vraag als tegenvoorwaarde, “Wie ben ik?” Uiteindelijk
komen ze toch bij elkaar.
Alle
stemmen waren geschikt voor hun diverse zangpartijen en konden zelfs op een
sobere wijze veel uitdrukking uitstralen. Een goed voorbeeld waren de drie
mandarijnen en verder de passie van Kalaf, Turandot en de innigheid van Liu.
De rol van Kalaf werd vertolkt door de tenor Emmanuel di Villarosa, een
figuur tussen Pavarotti en Gigli met een schitterende stem à la Franco
Corelli. Zoals deze laatste, zong hij in de finale van eerste acte driemaal
het woord Turandot en hield de laatste noot aan tot lang na zijn drie
gongslagen. Het publiek barstte ook uit in een ovatie na zijn “Nessun dorma”
maar zoals in de partituur voorzien, speelde het orkest gewoon verder. De
fantastische sopraan Rachael Tovey, met een Wagneriaans figuur, zong de
titelrol. Haar krachtige stem met veel nuances was heerlijk om te
beluisteren. Zij en ook Kalaf lieten zelfs mooie piano’s horen. De rol van
Liu werd ook zeer mooi en beheerst gezongen door Stefania Dovhan, met een
duidelijke inleving in de partij. Het trio Ping, Pang en Pong kwam zeer
ludiek over qua gelaatsuitdrukkingen en houding. Zij werden gezongen door
Raymond Ayers, Richard van Gemert en Jeffery Krueger. Timur, de vader van
Kalaf, werd zeer waardig vertolkt door Frank van Hove. Tenslotte hoorden wij
nog Thomas Scheier als de keizer en Radoslaw Wielgus als een mandarijn.
Het operakoor, extrakoor en jeugdkoor van het Theater Hagen, voorbereid door
Wolfgang Müller-Salow en Caroline Piffka, waren bevredigend op alle gebied:
zang, beweging en houding. Het Philharmonisch Orkest Hagen speelde
indrukwekkend en zuiver onder de gepassioneerde, maar toch beheerste leiding
van Florian Ludwig.
Aan
het einde kwam voor allen een bijna eindeloos, ovationeel en verdiend
applaus uit de volledig gevulde zaal.
Volgend seizoen viert men 100 jaar opera in het huidige operagebouw, dat nu
nog eventjes in de steigers staat voor een grondige renovatie. Het nieuwe
seizoen opent op 3 september 2011 met “Die Fledermaus” van Johann Strauss.
H.V. (Gepubliceerd op 7/7/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Koor, kinderkoor en orkest.
2) Raymond Ayers (Ping), Richard van Gemert (Pang), Jefferey Krueger (Pong),
Emmanuel di Villarosa (Kalaf),Stefania Dovhan (Liu) en Orlando Masson of
Rainer Zaun (Mandarijn).
3) Rachael Tovey als Turandot.
Copyright foto's © Kühle.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()