OPERA GAZET
![]()
Opera
van
Giuseppe Verdi (muziek) en
Arrigo
Boïto (libretto). Wereldpremière op 5 februari 1887 in het Teatro alla
Scala te Milaan. Première van deze productie in het Staatstheater Kassel op
29 januari 2011. Bijgewoonde voorstelling op 30 april 2011.
Verdi’s “Otello”
was niet de eerste opera naar het drama van Shakespeare. Inderdaad was
Rossini hem al voorgegaan, maar Verdi duwde zijn collega in de vergeethoek.
Gelukkig is nu ook de opera van Rossini gemeengoed in theaters waar men een
bezetting op niveau kan verzamelen. Nu is natuurlijk Verdi’s “Dramma Lirico”
ook niet zo simpel te bezetten. Het Staatstheater Kassel had met één
gastzanger voor de titelrol voldoende om een volwaardige bezetting te
bereiken.
Twee zaken hinderden ons: het decor bestond uit trappen en drie reusachtige
ventilatoren die in een soort enorme aquariums draaiden, terwijl deze
systematisch gevuld werden met een groene vloeistof. Verder speelde het
orkest veel te luid: zelfs het vrij grote koor in de eerste scène was
onhoorbaar op onze plaatsen op de 5de rij. De dirigent Alexander Hanneman
leek niet de minste moeite te doen om hier iets aan te verbeteren. Jammer!
Het operakoor en het extra dameskoor waren voorbereid door Marco Zeiser
Celesti en het kinderkoor Cantamus door Merle Clasen. De kinderen moesten
bij hun opkomst op dit grote podium nog eens op en af een klein trapje in
het midden.
Regisseur Volker Schmalöer had wel goede momenten in de echte actie en de
personenregie.
Otello werd vertolkt door Ricardo Tamuro. Deze tenor bezit de grote
Italiaanse stem voor deze rol. Zijn zangprestatie was van hoog niveau,
jammer dat hij zich tussendoor wel een paar maal overschreeuwde in
passionele ontboezemingen. Op foto leek hij zeer donker geschminkt, in het
begin van de avond ook, maar naarmate de vordering in het werk, werd hij
precies steeds lichter. Welk zinnebeeld hierachter schuilt is ons niet
duidelijk. Of wilde men dit effect verkrijgen met de belichting? De
regisseur laat hem ook niet sterven aan het einde van de opera. Jago werd
met de vrij lichte baritonstem van Espen Fegran bezet. Wij misten het
venijnige en intrigerende van de figuur.
Voor ons was Sara Eterno als Desdemona de beste en egaalste stem in de
productie. Zonder veel effecten, slaagde ze erin zowel vocaal als acterend
volledig te overtuigen. De lange aria aan het slot met het “Ave Maria” werd
heel mooi gezongen en de laatste noot doofde zachtjes uit. Alle andere rollen waren goed
bezet. Inna Kalinina was een goede Emilia. Twee mooie tenoren: Dong Won Kim
(Cassio) en Johannes An (Rodrigo) waren beiden goed in hun rol. Verder waren
Krzysztof Borysiewicz (Montano), Mario Klein (Ludovico) en Henning Leiner
(Herold) goede aanvullingen in het geheel.
Het Staatstheater Kassel is een aanrader als men houdt van zeer gezochte
regie. Liefst niet op de duurste plaatsen dicht bij de orkestbak gaan
zitten.
H.V. (Gepubliceerd op 6/5/2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Podium overzicht met helemaal links Ricardo Tamuro als Otello, samen met
dames- en kinderkoor.
2) Sara Eterno als Desdemona en Richardo Tramuro als Otello.
Copyright foto's
©
N. Klinger
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()