OPERA GAZET
![]()
Opera
in één bedrijf van
Richard Strauss op een tekst van
Hugo von Hofmannsthal, gebaseerd op zijn eigen toneelstuk, naar
Sophokles gelijknamige drama. Het werk werd voor het eerst uitgevoerd op 27
januari 1909 in de Dresdner Hofoper. We waren op 16 april 2011 aanwezig bij
de première van een productie uit de opera van Kopenhagen die overgenomen
werd door de Oper Leipzig.
Toen “Elektra” in première ging waren de meningen na afloop erg verdeeld.
Sommigen beweerden geen muziek maar lawaai gehoord te hebben, terwijl
anderen onder de indruk waren van de dramatische kracht van Strauss’ werk.
De geschiedenis heeft aangetoond dat de laatste groep het bij het laatste
eind had. Strauss heeft met zijn opera een bijzonder krachtige compositie
gemaakt met een expressionistische inslag die de muziek niet zelden tot aan
de grenzen van de tonaliteit brengt, evenwel zonder deze te overschrijden.
Het orkest wordt als het ware een personage in het verhaal, zoals het koor
in een Griekse tragedie.
Strauss creëert in “Elektra” een moeilijk doordringbare
muur van
muziek , wat
het voor de zangers erg moeilijk maakt om zich hoorbaar te maken. De
titelrol mag dan ook tot één van de zwaarste partijen uit het repertoire
gerekend worden, ook al omdat Elektra zowat 90% van de duur van de opera op
de scène staat.
We hadden wat schrik toen we lazen dat
Peter Konwitschny, vorig seizoen verantwoordelijk voor de fel
gecontesteerde “Don Carlos” in de Vlaamse Opera, de regie van deze “Elektra” voerde.
We waren dan ook aangenaam verbaasd door zijn aanpak. Konwitschny kiest voor
een psychologische benadering van het verhaal. Elektra zelf is uiteraard
getekend door de moord op haar vader (die bij aanvang van de opera ook
werkelijk uitgebeeld wordt), maar ook op haar moeder Klytämnestra heeft de
moord haar sporen achtergelaten. Zij beseft maar al te goed dat haar daad
gewroken zal worden en de angst voor deze wraak richt haar mentaal ten
gronde. Dramatisch sterk daarbij is het duet tussen moeder en dochter
waarbij, na consumptie van de nodige drank, de geest van de vermoorde
Agamemnon opduikt. Deze Agamemnon is trouwwens de ganse duur van de opera
aanwezig in de badkuip waarin hij vermoord werd.
Op de achtergrond tikt een
digitale klok de seconden tot aan de dood van Klytämnestra weg. Deze
factoren zorgen voor een enorme spanningsopbouw ondersteund door, hoeft het
nog gezegd, de monumentale partituur. Het is dan ook betreurenswaardig dat
Konwitschny de positieve indrukken opgebouwd tijdens de rest van de opera
vernietigt in de finale. Nochtans is ook daar het uitgangspunt (hoewel niet
in overeenstemming met Sophokles) verdedigbaar: de verzorger van Orest heeft
eigenlijk zijn beschermeling aangezet tot de moorden op Klytämnestra met de
bedoeling hem en de oude dynastie uit te roeien om zelf de macht over te nemen.
Maar wanneer de finale daarbij ontsierd wordt door machinegeweervuur dat
behalve Elektra en Chrysothemisch alle personages en groepjes van in het
totaal tientallen figuranten en koorleden neermaait, zijn de grenzen van
goede smaak overschreden. Bovendien schalt het koor in die finale door de
luidsprekers wat ook muzikaal de balans volledig uit de voorstelling haalt.
Jammer!
Mits een geslaagde finale had deze voorstelling van “Elektra” in Leipzig de
perfectie dicht kunnen benaderen want muzikaal was alles af. Om te beginnen
werd met de Amerikaanse sopraan
Janice Baird een
zangeres aangetrokken die in de loodzware titelrol geen moment van vocale
zwakte kent. Ook de zachtere passages worden door haar prachtig
gecontroleerd gezongen, terwijl haar stem geen enkele moeite heeft om de
zware orkestratie van Strauss te overwinnen. Voeg daarbij een goed
ontwikkeld acteertalent en de lezer zal begrijpen dat Baird zowat de ideale
vertolkster is voor deze opera. De Duitse mezzo
Doris
Soffel is niet meer van de jongsten en dat laat zich horen. Nochtans
past haar toch wat versleten klinkend stemgeluid bij de decadente figuur
van Klytämnestra. Wat niet weg neemt dat we in de rol liever een iets meer
“zingende” en iets minder “pratende” soliste horen. De Duitse sopraan
Gun-Brit Barkmin is een beminnelijke Chrysothemis, de jongere zus van
Elektra en weet met haar slanke mooi getimbreerde sopraan te ontroeren.
Het aandeel van de mannen in deze opera is aanzienlijk minder. De Finse
bariton Tuomas Pursio blijft een beetje op de achtergrond als Orest, maar
misschien is dat ook de bedoeling binnen het regieconcept. Aeghist wordt
verdienstelijk vertolt door de Russiche tenor Viktor Sawaley en ook in de
talrijke kleinere partijen werd goed gepresteerd.
Deze muziek kent geen geheimen voor het Gewandhausorchester dat onder de
bezielende leiding van
Ulf Schirmer (die onlangs nog aangeduid werd als intendant van de Oper
Leipzig) tot een glansrijke uitvoering komt van de partituur. Vooral de
prestatie van de koperblazers verdient het om extra vermeld te worden.
Wie toevallig in de buurt is van Leipzig kunnen we deze “Elektra” warm
aanbevelen - al moet je er de mislukte laatste tien minuten wel bijnemen.
Er zijn nog voorstellingen op 24 april, 1 mei, 13 en 18 juni 2011.
H.D. (Gepubliceerd op 20 april 2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Doris Soffel als Klytämnestra en Janice Baird als Elektra.
2) Frank Schilcher als Agamemnon en Janice Baird als Elektra
3) Finale met Janice Baird als
Elektra, Gun Britt Barkmin als Chrysothemis en Doris Soffel als Klytemnästra.
Copyright foto's
©
Andreas Birkigt.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()