OPERA GAZET
![]()
“THE LIGHTHOUSE” en “VOM FISCHER UN SYNER FRU”
In
haar streven om bekend repertoire te mengen met minder bekende muziek, bracht
het Theater Lübeck deze originele combinatie van twee moderne werken. De
keuze voor net deze twee korte muziekstukken is ingegeven door eerdere
producties van Engelse opera’s en muziek van Schoeck in Lübeck. Bovendien
zijn de twee werken ook thematisch aan elkaar verwant: in beide verhalen
wordt de hoofdrol eigenlijk vertolkt door de zee.
“THE LIGHTHOUSE” is een opera in een proloog en één bedrijf van Sir Peter Maxwell Davies die zijn creatie kende in Edinburgh op 2 september 1980. Het verhaalt is gebaseerd op waargebeurde feiten. Wanneer in 1899 de nieuwe bemanning voor de vuurtoren op het eiland Flannan niemand aantroffen. De verdwijning van de drie vuurtorenwachters werd nooit opgehelderd. Maxwell Davies verdeelt zijn opera in twee delen: in de proloog wordt het verhaal verteld door de mannen die aan land kwamen, het tweede deel is een interpretatie van de componist van wat gebeurd zou kunnen zijn.
We hadden het wat moeilijk met de muziek die Maxwell
Davies bij dit verhaal schreef. Niet alleen vonden we de sfeerschepping
alles behalve geslaagd, de muziek dwingt de solisten om hun teksten op
dusdanige manier te debiteren dat ze ontdaan worden van elke logica of
dramatische betekenis. Op die manier werd “The lighthouse” een saaie
bedoening in een productie die ook al niet geholpen werd door de
onbegrijpelijke regie van Waltraud Lehner. Dat zij het verhaal liet afspelen
op een booreiland kan ons niet deren. Maar dat de solisten, vaak in het
gezelschap van dubbelgangers, voortdurend het eiland op en af moesten gaan
via een draaitrap, herhaaldelijk van jassen aan het wisselen waren en de
meest bizarre houdingen diende aan te nemen had niet meteen een gunstig
effect op onze appreciatie van de voorstelling.
Ook muzikaal waren we verre van onder de indruk. Hoewel het tot 12 musici gereduceerde orkest onder de leiding van Ralf Lange Maxwell Davies’ muziek zeker eer wist aan te doen, vonde we de prestatie van de solisten en in het bijzonder Andreas Haller als Arthur/officer 3 wat benedenmaats. Enkel de bariton Steffen Kubach in de rol van Blazes/officer 2 wist ons te overtuigen.
“VOM FISCHER UN SYNER FRU” is een dramatische
cantate van
Othmar
Schoeck. Zij werd gecrëeerd in Dresden op 3 oktober 1930. Totaal anders
van opzet en muzikaal veel evenwichtiger dan “The lighthouse” konden we de
symfonische opbouw van Schoecks muziek waarderen. Met een mooie orkestratie
en een muzikale taal die ons wat aan Zemlinsky deed denken, weet hij het
verhaal van zijn cantate, gebaseerd op een sprookje van de gebroeders Grimm,
mooi te illustreren. Er is overigens ook een autobiografisch element in het
gegeven: in de periode dat Schoeck dit verhaal over een hebzuchtige vrouw op
muziek zette, lag hij in conflict met zijn echtgenote die een onnodig grote
woning wilde aanschaffen.
Regisseur Waltraut Lehner had voor het tweede werk van de avond een beter passend toneelbeeld gevonden. Door het creëren van een landschap vol brokstukken van het booreiland uit “The lighthouse” wist ze niet alleen een gepast kader te ontwikkelen voor het verhaal maar eveneens een link te leggen tussen beide stukken. Ook de idee om de vrouw van een lelijk eendje naar het einde toe om te vormen naar een ravissante schoonheid bleek een interessante coup de théâtre.
De partituur van “Vom Fischer un syner Fru” vraagt een volledige orkestbezetting en ook in de samenstelling waren we opnieuw aangenaam getroffen door de prestatie van de musici onder de leiding van Ralf Lange. Ook beide vocale partijen waren met Daniël Szeili en vooral Anne Ellersiek meer dan behoorlijk bezet. Ook Andreas Haller viel minder uit de toon dan in het eerste deel van de avond.
We vonden de voorstelling in Lübeck een interessant experiment maar waren niet echt onder de indruk van de muziek en de kwaliteit van de uitvoering.
Er zijn nog voorstellingen op 18 maart, 17 april, 14 mei en 16 juni 2011.
H.D. (Gepubliceerd op 16 maart 2011)
Foto's van boven naar onder:
1) The lighthouse - Patrick Busert
als Sandy/officer 1, Steffen Kubach als Blazes/officer 2 en Andreas Haller
als Arthur/officer 3.
2) Vom Fischer un syner Fru - Anne Ellersiek als de vrouw en Daniel Szeili als
de man.
Copyright foto's © Oliver Fantitsch.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()
Musical
van Jerry
Bock (muziek) en
Sheldon Harnick (tekst). Het verhaal is gebaseerd op het boek “Tevye and
his Daughters” (1894) van de Russisch-joodse schrijver
Sholom Aleichem. Gecreëerd te Broadway New York op 22 september 1964.
Première van deze productie in het Theater Lübeck op 24 september 2010 onder
de titel “Anatevka” en in een Duitse vertaling van Rolf Merz en Gerhard
Hagen. Bijgewoonde voorstelling op 8 april 2011.
Met zijn 3242 opeenvolgende
voorstellingen, is “Fiddler
on the roof” ooit de recordhouder geweest van de “long-running”
Broadway-musicals. Ook te Londen werd het niet te onderschatten aantal van
2030 opvoeringen gehaald! Waaraan heeft “Anatevka” dit succes te danken? In
de eerste plaats waarschijnlijk aan de melodieuze songs en de
onweerstaanbare ensembles. Maar zeker ook aan het diepmenselijke dat de
figuur van Tevje uitstraalt, aan de (niet te) grappige dialogen en de tedere
lyriek die vooral de tweede akte beheerst.
Een opvoering van deze musical in het Duits was natuurlijk even wennen, maar
wij waren vlug gewonnen voor de naïeve en hartverwarmende Tevje van de bas
Rolf Wollrad, wiens lot als arme melkboer en vader van vijf dochters niet
steeds te benijden is. Van de lange lijst solisten die onder de vinnige
muzikale leiding van Ludwig Pflanz defileerden, weerhielden wij in het
bijzonder Hyo Jong Kim als de sympathieke kleermaker Mottel, Lydia
Ackermann (Zeitel), Therese Fauser (Hodel) en Andrea Stadel (Chava) als de
drie oudste dochters, Andreas Haller als de beenhouwer Lazar Wolf en
Beate-Maria Vowerk als Golde.
De enscenering van Jürgen Pöckel met de choreografie van Thomas Gruber waren
natuurlijk in grote lijnen gebaseerd op het originele patroon van Jerôme
Robbins. Hoe kan het anders, de oorspronkelijke regie was zo sterk dat
“Anatevka” er als het ware niet van te scheiden is. Voor een operagezelschap
als dat van Lübeck was het natuurlijk een hele taak om de preciesheid en het
ensemblewerk te brengen dat voor deze enscenering vereist is, maar het
geheel verliep toch tamelijk vlot.
Voor de songs was er een Duitse boventiteling.
Niettegenstaande er al een aanzienlijk aantal voorstellingen gegeven werd,
was bij de vertoning die wij bijwoonden, de zaal zo goed als uitverkocht.
Er zijn nog voorstellingen op 25 april en 6 mei 2011.
G.M. (Gepubliceerd op 8 april 2011)
Foto's van boven naar onder:
1) Rolf Wollrad als Tevje met drie dochters.
2) De droom van Tevje.
Copyright foto's
©
Torsten Wulff.
TERUG NAAR KEUZELIJST DUITSLAND
![]()